De petrochemische bom bij Odfjell tikt al sinds 1981

Het tankopslagbedrijf Odfjell in de Botlek is stilgelegd. De veiligheid kan niet langer worden gegarandeerd. Maar naar nu blijkt, is het al dertig jaar lang een puinhoop. Hoe kan het dat miljardenondernemingen in de Rotterdamse haven nauwelijks worden gecontroleerd?

Het tankopslagbedrijf Odfjell in Rotterdam, dat vorige week werd stilgelegd, had al in 1981 de veiligheid niet op orde, zegt de Delftse hoogleraar veiligheid en rampenbestrijding Ben Ale. Het voormalige Zuid-Hollandse regionale bestuursorgaan Openbaar Lichaam Rijnmond had een onderzoekscommissie in het leven geroepen die de veiligheidsrisico's bij de petrochemische industrie langs de Nieuwe Waterweg in kaart moest brengen. Zes bedrijven werden uitgebreid geïnspecteerd. Ale was als jong onderzoeker bij de inspectie betrokken.

'In het rapport uit 1981 staat dat Paktank (in 2000 overgenomen door het Noorse Odfjell, red.) onder meer de flexibele bindingen tussen zijn tanks moest vervangen, de roestige rommel op het terrein moest opruimen en de brandweervoorzieningen op pijl moest brengen.'

Het is Ale onduidelijk wat er met de aanbevelingen is gebeurd, maar dat Paktank het acht jaar later nog steeds niet zo nauw nam met de voorschriften bleek op 17 oktober 1989. Een groepje monteurs van een onderaannemer was ingehuurd om het omhulsel rond tank 823 te verwijderen. De stank die tijdens de werkzaamheden vrijkwam, maakte de mannen wantrouwig. Ze namen via de portofoon contact op met een dagopzichter van Paktank.

Deze bezwoer dat de tank leeg was. Later zou blijken dat hij op de verkeerde lijst had gekeken.

De werklieden riepen er een andere opzichter van Paktank bij. Deze constateerde dat er gas uit de tank lekte, maar gebood de mannen toch door te werken. Even later ontplofte de tank. Drie werknemers van de onderaannemer kwamen bij de explosie om het leven. Twee anderen raakten zwaargewond.

Achteraf bleek de tank nog deels gevuld met het kankerverwekkende en uiterst brandbare acrylonitril. De vonken van de slijpschijven van de werklieden brachten het gas tot ontploffing. Justitie beschuldigde het tankopslagbedrijf onder meer van 'slecht onderhoud' en 'dood door nalatigheid'. De rechtbank verklaarde Paktank in 1994 schuldig aan de dood van de mannen. Paktank kreeg een boete van 121 duizend euro.

Een ingewijde herinnert zich dat de Milieudienst Rijnmond de terminal na de explosie uitgebreid heeft geïnspecteerd. Paktank investeerde extra in veiligheidsmaatregelen, maar zag in de ontploffing geen aanleiding het verouderde tankopslagcomplex uit 1957 grondig te vernieuwen. Zoveel blijkt wel uit een interview dat de toenmalig directeur Zeger van Asch van Wijck van Odfjell Rotterdam in 2002 aan dagblad AD gaf. Van Wijck kondigde aan dat Odfjell 200 miljoen euro wilde investeren om het achterstallige onderhoud aan de terminal weg te werken. Odfjell had de terminal twee jaar eerder overgenomen van Vopak, zoals Paktank sinds de fusie met Van Ommeren heette. 'Vopak had de laatste jaren weinig geïnvesteerd in de terminal met oog op de verkoop', aldus de toenmalig directeur.

Van Wijck deed nog een opvallende uitspraak. Hij beloofde het bedrijf te moderniseren. Onder meer door de tanks van de terminal te voorzien van dampretourinstallaties, een soort afzuigkappen die moeten voorkomen dat schadelijke gaswolken ontsnappen. Van Wijck in 2002: 'Zo hebben we over tien jaar een emissieloze terminal.'

Ben Ale krijgt Odfjell Rotterdam weer in het vizier als hij begin dit jaar wordt benaderd door journalisten van EenVandaag. De verslaggevers tonen hem foto's, genomen op het terrein van Odfjell. 'Ik dacht eerst dat het de foto's waren van de zooi bij Paktank in 1981', zegt de hoogleraar. De foto's dateren van begin 2012.

Klokkenluider

Een klokkenluider meldt in een anonieme brief aan de Milieudienst Rijnmond (DCMR) dat Odfjell in augustus 2011 in twee weken tijd ruim 200 ton butaangas heeft laten ontsnappen uit tank 901. Het licht ontvlambare butaangas is zwaarder dan lucht, waardoor het gelekte gas op windstille dagen rond de terminal kan blijven hangen. Op de Odfjellterminal ligt 1,6 miljard liter brandstof opgeslagen. De klokkenluider stelt dat Odfjell is ontsnapt aan een ramp.

Het incident is niet gemeld. Pas na ontvangst van de anonieme brief krijgt de inspectie, nadat die daar zelf om heeft gevraagd, opheldering. Het rapport dat naar de inspectie wordt gestuurd, is een stuk milder dan het interne rapport, zegt (vermoedelijk diezelfde) klokkenluider in januari dit jaar tegen EenVandaag. De passages die melding maken van 'ongewenste risico's op de terminal', 'ongewenste uitstoot naar het milieu', 'onvoldoende gereageerd op alarmen' en 'op de gebruikte tanks is geen gasdetectie aanwezig', zouden ontbreken.

Het butaangaslek is niet uitzonderlijk, zegt de klokkenluider. Bij Odfjell lekken al jaren dagelijks hoeveelheden van het kankerverwekkende benzeen weg. 'Dat heb ik gezien, gelezen in interne stukken en dat heb ik het management horen zeggen.' De uitspraken worden gestaafd door beelden van de Milieudienst Rijnmond, waarover EenVandaag beschikt. Hierop is duidelijk te zien hoe gas weglekt uit tanks van Odfjell.

De uitzending schudt de inspectiediensten wakker. Voor het eerst sinds decennia wordt de veiligheidssituatie bij Odfjell onder de loep genomen. De inspecteurs schrikken van wat ze aantreffen. Zo blijken de automatische blusinstallaties, die een eventuele brand vroegtijdig moeten blussen, niet te werken. De wanden van sommige opslagtanks, die iedere vijf jaar geïnspecteerd dienen te worden, blijken al dertig jaar niet gecontroleerd te zijn. De flexibele leidingen tussen de tanks, die worden gebruikt om brandstof over te pompen, zijn doorgeroest.

Het risico dat Odfjell daarmee heeft genomen, is groot, zegt veiligheidsexpert Ale. 'Bij een grote scheur in een opslagtank voor olie ontstaat vrijwel altijd brand. Als de blusinstallatie dan vervolgens niet blijkt te werken, loopt een klein brandje al gauw flink uit de klauwen.' De inspectiediensten trekken afgelopen juli dezelfde conclusie als Ale en leggen de Odfjell Terminal in Rotterdam stil.

Papieren inspectie

De rol van de inspectie roept veel vragen op. Waarom komt de inspectie pas in actie nadat de misstanden bij Odfjell via de media naar buiten zijn gekomen? Hoe kan het dat miljardenondernemingen in de Rotterdamse haven jarenlang milieu- en veiligheidsregels kunnen overtreden zonder dat de overheid ingrijpt?

Duidelijk is dat de controles de laatste jaren alleen op papier hebben plaatsgevonden. Een slecht systeem, zegt Ale. 'Dan toont Odfjell een rampenbestrijdingsplan waarin staat dat ze sprinklers hebben voor hun tanks. Maar als niemand gaat kijken of die sprinklers het ook echt doen, dan kom je daar pas achter als er brand uitbreekt.'

De hoogleraar maakt zich al langer zorgen over de kwaliteit van het toezicht op chemische bedrijven. Overheden hebben de budgetten van de inspectiediensten, zoals de Milieudienst Rijnmond, de laatste jaren te veel afgeknepen, aldus Ale. 'De politiek wil de diensten altijd goedkoper maken, nooit beter.' Het gevolg is dat de inspectiediensten nu vooral bestaan uit bestuurskundigen en juristen, zegt Ale. 'De chemische ingenieurs in overall die de fabrieken in gingen, zijn met pensioen.'

Overheidsinspectie is bij voorbaat kansloos, zegt bijzonder hoogleraar besturen van veiligheid Ira Helsloot van de Radboud Universiteit in Nijmegen. 'Ik ken een aantal inspecteurs die echt niet dom zijn, maar veiligheid zit verstopt in de kleinste details.' Gezien de omvang van bedrijven als Odfjell is het volgens Helsloot ondoenlijk voor een inspecteur om alles te controleren. 'Inspectiebedrijven zullen dit nooit toegeven, want dan elimineren ze zichzelf.'

Juist bij overslagbedrijven als Odfjell is gebrek aan toezicht een risico, zegt Helsloot. Overslagbedrijven werken met lage winstmarges. 'We weten uit onderzoek dat dit type bedrijven minder snel geneigd is piepende schroefjes te vervangen dan bedrijven die veel winst maken.'

Helsloot zou de verantwoordelijkheid voor het toezicht op bedrijven als Odfjell dan ook het liefst bij hun klanten neerleggen. Zoals in de Franse bouwsector gebruikelijk is. Daar is de overheidsinspectie vervangen door risicoaansprakelijkheid van de hoofdconstructeur, die hiervoor verplicht verzekerd is. Het systeem verplicht de bouwer toezicht te houden op de onderaannemers. Dat werkt goed, zegt Helsloot, want bouwers en verzekeraars hebben meer dan genoeg kennis in huis om adequaat toezicht te houden.

Vertaald naar het Botlekgebied zou dit betekenen dat onder meer Shell verantwoordelijk wordt voor de toezicht op Odfjell. Helsloot: 'Dat heeft voldoende gespecialiseerde werknemers in dienst.'

Het terrein van Odfjell is een week na de stillegging vrijwel verlaten. Aan het einde van de terminal staat een groep brandweerlieden met twee blusauto's bij een tankput. Af en toe passeert een auto van de Milieudienst Rijnmond of een brandveiligheidsbedrijf. Naast een van de oudere tanks bouwen drie mannen met valhelm een steiger.

De reusachtige ronde opslagtanks, die vlak langs de openbare weg staan, zijn smetteloos wit geverfd, maar per rij neemt de conditie van de reservoirs af. De gegolfde metalen wandplaten van de verder weg gelegen tanks ogen verweerd: het materiaal is op plekken verkleurd en aan de bovenkant zitten dikke, zwarte vlekken. De buizen die langs de reservoirs naar beneden lopen, kleuren roodbruin van het roest. Ook de daken verkeren in slechte staat, zegt de veiligheidsman van een nabijgelegen chemisch bedrijf. 'De daken van de tanks van Odfjell zijn zo rot dat het eigen personeel er niet meer overheen durft te lopen.'

'Of ik me zorgen maak over de problemen bij Odfjell? Alles wat in de haven zit, is gevaarlijk. Dat weet je als je er gaat wonen', zegt de 36-jarige Joey. Zijn huis in Hoogwerf, een onlangs gerenoveerde wijk in het noorden van Spijkenisse, ligt amper twee kilometer ten zuiden van de dichtstbijzijnde tanks van het Rotterdamse tankopslagbedrijf Odfjell; de brug over en hij is er.

'Mijn moeder woont even verderop. Zij heeft in de jaren zestig de explosie bij Shell (in Pernis, red.) nog meegemaakt', zegt hij. 'Toen waren de ramen in alle dorpen in de buurt kapot. Als er iets misgaat en de wind staat verkeerd, dan ben je de pineut. Gelukkig waait het vrijwel altijd uit het zuidwesten.'

Wanneer er brandbaar of giftig gas ontsnapt, zoals vorig jaar augustus bij Odfjell, waait dat dus eerder over nabijgelegen plaatsen zoals Vlaardingen of Pernis. Toch maken ook inwoners daar zich weinig zorgen over de veiligheidssituatie bij het opslagbedrijf in het Botlekgebied.

'Ik woon hier al mijn hele leven, dus ik ben wel gewend om tussen de petrochemische industrie te wonen', zegt Leo (43). Met andere woorden, hij weet niet beter. 'Alleen nu ik kinderen heb, denk ik er soms wat meer over na. Eigenlijk ligt hiernaast één grote bom, maar dat weet je als je hier woont. Als je niet tegen die gedachte kunt, moet je maar naar Ridderkerk verhuizen.'

Bovendien ligt Odfjell Rotterdam voor de Pernissenaren niet zo dichtbij als het terrein van Shell, dat pal naast het Zuid-Hollandse dorp ligt. 'Want je hoort nu wel een hele hoop over Odfjell', aldus Leo, 'maar wie zegt mij dat het er bij andere bedrijven in de buurt niet net zo aan toegaat?'

undefined

Meer over