De perfecte golf

Surfen is helemaal niet zo leuk. En toch doet Julien Althuisius een poging om u te overtuigen dat met heel, heel, heel veel doorzettingsvermogen een kortstondig paradijs wacht - en dat gewoon op drie uur vliegen.

Om gelijk maar even een misverstand de wereld uit te helpen: surfen is helemaal niet zo leuk. Surfen is afzien, pijn lijden, liters zeewater inslikken, omver geslagen worden door golven, je eigen plank tegen je hoofd aan krijgen, met al je kracht door de branding proberen te komen om vervolgens weer meters teruggeworpen te worden door de stroming, je voeten openhalen aan rotsen die je niet kunt zien, een koud en nat wetsuit aantrekken in de ochtend, bibberend een zanderige handdoek om je heen slaan als je het water uit komt.


Surfen kortom, is pure frustratie. En het hoogtepunt van je dag bestaat uit het genot van de warme stroom urine over je lichaam als je in je eigen wetsuit plast.


Althans, zo zijn je allereerste paar dagen op een surfplank. Daarna wordt alles anders. Zo zout als het zeewater dat al je poriën binnendringt, zo zoet is het gevoel als je je allereerste golf surft zonder van je plank af te donderen. De woeste oceaan - eens je gezworen vijand - duwt je nu voort, als je even opkijkt vanaf je plank zie je het strand, de kliffen daarboven en de woeste duinen. Een zachte zeewind aait je gezicht, de zon kust je natte haren en je hoort hoe je surfplank door het water zoeft. En je juicht. Je juicht als een klein kind.


Voor dat gevoel hoef je niet naar Hawaiï, Zuid-Afrika of Australië - de surflanden bij uitstek. Deze pure euforie, deze heerlijke dosis endorfine ligt voor het oprapen op nog geen drie uurtjes vliegen: Portugal.


Vlieg naar Faro, huur een auto en laat snel het massatoerisme en de kortgemaaide golfbanen achter je.


De eerste stop is Carrapateira, een zandkorrel van een dorpje op iets meer dan een uur rijden van Faro. Je komt er door een lange slingerweg helemaal af te rijden, dwars door heuvels met diepgroene boomtoppen, haarspeldbochten en halfgestripte kurkbomen. Het dorpje zelf behelst niet meer dan een supermarktje, een paar barretjes, twee surfwinkels, een restaurant waar een oude Duitse hippie pizza's met speltbodem serveert en een straat met twee verkeerslichten die niet veel meer dan een symbolische functie vervullen. Als je denkt dat hier zelden iets gebeurt, heb je het mis: hier gebeurt helemaal nooit wat.


Dat maakt ook niet uit. Het gaat er om wat een paar kilometer westwaarts gebeurt. Daar, in de indrukwekkende baai van Praia do Amado, slaat de Atlantische Oceaan zijn bruisende, witte schuimkoppen op het Portugese zand, dat na een paar honderd meter overgaat in enorme rotspartijen die je net zo goed tegen de aflandige wind beschermen als dat ze je nietig doen voelen.


De parkeerplaatsen bij het strand zijn bezet door oude Volkswagenbusjes, campers en gloednieuwe huurauto's. Wetsuits drogen in de wind; hoogblonde surfdudes en diepbruine surfdudettes lopen blootvoets af en aan met surfplanken onder hun arm. Hier gebeurt het en hier is alles wat je voorlopig even nodig hebt.


Er zijn bij Praia do Amado twee surfscholen (Amado Surf Camp en Fun Ride) waar je wetsuits en surfplanken kunt huren en - veel belangrijker - ook les kunt nemen. Van boven de baai kun je de klasjes met hun fluorescerende hesjes over hun wetsuits in het water zien liggen. De surfers peddelen zich op hun planken een weg door de branding, op zoek naar die eerste perfecte golf. Het ziet er gemakkelijk uit, achteloos haast. Maar als je eenmaal zelf in het water ligt, kom je vanzelf achter de eerste en belangrijkste regel uit de surfsport: surfen vergt geduld. Niet het geduld van voor een rood verkeerslicht staan en dan snel weer doorfietsen, niet het geduld van een file op de periférique bij Parijs, maar een eindeloze, bijna boeddhistische berusting. De oceaan is altijd sterker dan jij en zal je tot vermoeiens toe testen op je uithoudingsvermogen, kalmte en wil.


Het begint met door de branding proberen te komen terwijl de witte koppen van de golven over je heen denderen en je elke keer weer van je gigantische, onhandelbare, schuimrubberen - je bent een beginner, dus vergeet die gelikte, messcherpe surfboards van de plaatjes voorlopig maar - plank duwen. En als je dan weer boven water bent, met twee armen op je surfplank leunt, voel je hoe de onderstroming je benen onder je weg probeert te rukken. Dit is je ontgroening.


Geef niet op, het wordt beter, ooit. Je zult je balans weten te vinden, door de branding heen weten te peddelen en uiteindelijk, na een paar dagen, je eerste golf weten te pakken. De kracht van de oceaan, waartegen je al die tijd hebt gevochten, werkt nu met je mee. Even voel je je bovenmenselijk. Even voel je je één met de natuur. Totdat je weer van je bord valt, kopje-onder gaat in het zoute water en weer helemaal opnieuw kunt beginnen. Maar nu weet je waarvoor je het doet.


Wie regelmatiger gaat surfen, komt er snel genoeg achter dat een fijne surfsessie afhankelijk is van allerlei variabelen als windrichting, windkracht, stromingen en getijden. En dan moet je ook nog weten op wat voor 'ondergrond' je wilt surfen: zand, koraal, rotsen of een combinatie.


Als beginner kun je het best bij zand blijven, of een beachbreak zoals dat in surftermen heet. De zuid-westkust van Portugal heeft voldoende van die plekken. Als de golven bij Praia do Amado te snel neerklappen en daardoor onsurfbaar zijn (een closeout), pak je je spullen en rijd je zuidwaarts richting Sagres.


Je kunt Sagres niet bezoeken zonder ook even naar de Kaap Sint-Vincent, het zuidwestelijkste puntje van Europa, te rijden. Uitkijkend vanaf de kaap begrijp je waarom de Romeinen geloofden dat dit het einde van de wereld was - waar de zon sissend de zee in zakte. Het uitzicht reikt 90 kilometer ver en biedt een horizon zonder tekenen van verder leven. De majestueuze, kaarsrechte kliffen torenen vanaf de Atlantische Oceaan 75 meter de hoogte in, waar toeristen high van de hoogtevrees voorzichtig rondscharrelen en foto's van elkaar maken.


Maar wij waren hier om te surfen. Dat kan bij het afgelegen strandje van Ponta Ruiva, enkele kilometers noordwaarts vanaf de Kaap Sint-Vincent of in een van de vele baaitjes waar je alleen kunt komen door over een enigszins spannend zandweggetje te rijden, je auto met handrem op een hellende parkeerplaats te parkeren en met je surfplank onder je arm langs de rotsen en distels naar beneden af te dalen. En vergeet niet: surfen draait om geduld, ook als je niet in het water ligt. Er kunnen hele ochtenden en middagen voorbijgaan terwijl je in de auto zit, op zoek naar die ene perfecte plek, waar de golven goed maar niet onhandelbaar zijn, de rotsen beschutting voor de wind bieden en waar het water niet zo druk is als de Amsterdamse Kalverstraat op een zaterdagmiddag.


Toch zijn ook die plekken meer dan de moeite waard om af en toe op te zoeken. Het strand van Arrifana bijvoorbeeld, een half uur rijden vanaf thuisbasis Carrapateira, is populair maar biedt meer dan genoeg ruimte voor zowel beginners als gevorderden. Een steile, zigzaggende weg brengt je helemaal tot aan het strand, waar je er achter komt dat je daar niet mag parkeren en vervolgens dus vloekend en bangerig de klim naar boven kunt maken met de schamele 1,0 liter injectiemotor van je huurauto.


In het tweede gedeelte van je trip langs de Portugese westkust sla je je basiskamp op in Vila Nova de Milfontes, een groot dorp aan de kust van gemeente Odemeira en 'the star attraction' van de Alentejo-regio, volgens surfbijbel Stormrider Surf Guide. Inderdaad: rond Milfontes liggen tal van prachtige surfspots binnen twintig tot dertig minuten rijden.


Er is het woeste strand van Malhão, alleen te bereiken via een met losliggende keien bezaaide zandweg, met golven die stukslaan op soms verraderlijk onzichtbare rotsen. Iets noordelijker ligt het plaatsje Porto Covo, waar je niet veel meer kunt doen dan koffie met melk drinken, of kleine Sagres-biertjes, pasteitjes eten en proberen om af en toe een golfje te pakken in een van de baaitjes.


De meest consistente plek van Alentejo ligt tegen het industriële Sines aan. Daar, langs de kant van een lange, kronkelende kustweg dwars door de duinen, is een roodwitte schoorsteen van een raffinaderij het herkenningspunt voor je beste en meest toegankelijke surfervaring - en het minst mooie uitzicht. Het warme koelwater dat uit de raffinaderij, langs de pier van rotsblokken, de zee in loopt is schoon. Zeggen ze. Maar schoon of niet, die stroom warm water zorgt voor een prettige, enigszins onwerkelijke surfervaring waardoor je meteen begrijpt waarom een van Alentejo's beste surfers (Kalux) juist hier een barretje aan het strand is begonnen.


De stroming van het warme water langs de pier zorgt ervoor dat je nauwelijks hoeft te peddelen als je met je surfplank richting de golven gaat; je wordt er als het ware uitgetrokken. Eenmaal outside (zoals het heet als je bij de lijnen van de beginnende golven ligt) hoef je niet lang te wachten op die ene golf.


Je ziet hem in de verte opdoemen: een donkerblauwe deining die langzaam maar o zo zeker naderbij komt. Met je gewicht stuur je je plank om en ga je peddelen. Stevig slaan je handen langs het bord door het water, met elke schep glijd je weer tientallen centimeters verder. De golf is er bijna en is groter, veel groter dan een paar seconden geleden. Je peddelt, steeds harder. Dan voel je hoe het water je plank aan de achterkant omhoog duwt. Je peddelt, nee, slaat nog een paar keer in het water, je voeten doen mee, alles om jezelf op snelheid te brengen. Dan ben je van de golf. In één beweging sta je op, je voeten dwars op de plank. Je zakt door je knieën en draait je bovenlichaam naar het strand. Je zoeft. En heel even vergeet je de spierpijn, het ongemakkelijke wetsuit, je verbrande kop en het zoute water in je keel.


Heel eventjes, maar het is genoeg.

****

Vlieg heen naar Faro en terug vanaf Lissabon. De gehuurde auto kan tegen een kleine vergoeding op het andere vliegveld worden ingeleverd.


Surflessen zijn voor beginners onontbeerlijk en kun je onder meer boeken bij Amado Surf Camp (Carapateira; amadosurfcamp.com) en Alentejo Surf Camp (Vila Nova de Milfontes; alentejosurfcamp.com). De autoverhuurder in Faro zal vragen of je een bepaald kastje in je auto wil hebben voor de tolwegen. Dat heb je niet nodig: de tolwegen in het westelijke deel van de Algarve zijn spaarzaam en gemakkelijk te ontwijken.

Meer over