De overheid vervolgt, de gebruiker snuift

De Nederlandse pogingen bolletjesslikkers te weren, zijn symptomatisch voor de oorlog tegen de drugs. Zolang het risico loont, blijft het dweilen met de kraan open....

Door Caspar Janssen

Cocaïne is overal. Als je er oog voor hebt tenminste. En dat hebben Laurens (35), Dickie (35), Fjörd (34) en Kim (21), vrienden en (matige) gebruikers. Als Fjörd op straat loopt, in een restaurant of en café zit, dan kan hij bij wijze van spreken de gebruikers (en dealers) aanwijzen. Laurens en Fjörd kenden elkaar niet toen ze allebei kwamen te werken bij het internetbedrijf waar ze nu een hoge positie bekleden, maar binnen de korste keren wisten ze van elkaar: hij is ook een gebruiker.

Ze zijn niet de enige twee en ze vermoeden dat hun baas allang weet wat ze in hun vrije tijd doen. Het liefst had Fjörd dan ook gewoon onder zijn eigen naam en met vermelding van het bedrijf waar hij werkt in de krant gestaan, maar ja, dat levert nu eenmaal problemen op. Dat cocaïnegebruik wijdverbreid is, juist in de betere kringen in de grote steden in Nederland, dat zou eigenlijk iedereen kunnen weten, het is alleen niet de bedoeling dat het ook bekend wordt.

Om toch maar eens wat beroepsgroepen te noemen: de hippe horeca uiteraard, restaurants, cafés, clubs, wie daar werkt kan het bijna niet ontgaan. Maar wat dachten we van het bedrijfsleven (zowel aan de top als op de werkvloer), de vastgoedwereld, de advocatuur en, uiteraard, de reclamewereld, de journalistiek en de mode-en cultuurwereld.

Laurens: 'Cocaïne is zo dichtbij. In het casino waar ik werkte, een overheidsbedrijf toch, werd volop gebruikt door het personeel. Een vriend van mij werkt in een nogal sjiek restaurant. Iedereen gebruikt daar. Grote hilariteit dus toen op een dag de complete Amsterdamse justitietop er kwam eten.'

Fjörd: 'Mensen vragen wel eens: hoe vind je dan een dealer? Nou, heel gemakkelijk. Als ik op straat loop, heb ik er binnen tien minuten een gevonden. Ik heb mijn vaste dealers, maar ik ken er inmiddels zoveel. Laatst zat ik in een taxi en die chauffeur zat alsmaar te bellen. Op een gegeven moment vroeg ik hem: ben jij een dealer? Inderdaad, dat was hij, een dealende taxichauffeur.'

'Er komt geen witte kerst in Nederland', verzekerde minister Donner de Tweede Kamer vorige week, doelend op de in zijn ogen succesvolle drugscontrole op Schiphol. Daar moeten de vrienden erg om lachen. 'Als wij willen, maken we er een witte kerst van', aldus Dickie, zoon van een arts en werkzaam als aio aan de Universiteit van Amsterdam.Cocaïne is terug van weggeweest. Politie en justitie mogen hun inspanningen tot grote hoogte opvoeren, de minister en de Kamer mogen elkaar blijven achtervolgen over het al of niet en op welke manier tegenhouden van Antilliaanse bolletjesslikkers op Schiphol, aan de vraagzijde van de markt heerst allerminst paniek. Integendeel: de kwaliteit van de cocaïne is prima, de prijzen zijn lager dan ooit, rond de vijftig euro per gram. Cocaïne is zelfs goedkoper dan in de jaren tachtig, ten tijde van de laatste gebruikershausse.

'Dat moet wel duiden op een grote en stabiele aanvoer', aldus Jaap de Vlieger, voormalig hoofd van de landelijke narcoticabrigade, nu inspecteur en drugsexpert van het Rotterdamse politiekorps. Aan de gebruikers zal het niet liggen. Ze zijn met steeds meer en stellen alles in het werk om de cocaïneberg weg te snuiven en te roken.

Ton Nabben, als antropoloog verbonden aan het criminologisch instituut Bonger van de Universiteit van Amsterdam, weet er alles van. Jaarlijks onderzoekt hij de drugstrends in de hoofdstad en al een paar jaar lang stellen de leden van het 'panel' met sleutelfiguren uit de uitgaanswereld vast dat cocaïne weer volop wordt gebruikt, vaak in plaats van xtc.

Nabben: 'Met cocaïne heb je minder last van de beruchte dinsdagdip die xtcgebruikers overvalt na een weekend feesten. Xtc is slecht te combineren met een baan. Bovendien: met cocaïne kun je goed alcohol drinken en de buitenwereld ziet het gebruik minder goed aan je af. Daarnaast is xtc een weekendmiddel, cocaïne kun je ook doordeweeks gebruiken.' Daarin schuilt ook meteen het gevaar. 'Cocaïne is als een mooie vrouw die voortdurend je aandacht trekt. Het is veel moeilijker om van de cocaïne af te blijven dan van xtc.'

Het kan raar lopen. Begin jaren negentig stapte de uitgaanswereld juist massaal over van cocaïne op lovedrug xtc. De nieuwe house-generatie moest niets weten van cocaïne, ook wel 'de witte sloper' genoemd. Het beeld van de doorgesnoven yup, die voor zijn zelfvertrouwen afhankelijk werd van cocaïne en daardoor ook in financiële problemen kwam, deed afbreuk aan het snelle, heldere imago van cocaïne.

Cocaïne stond gelijk aan koud, eendimensionaal, individualistisch en agressief. Xtc was juist warm en stond, in de woorden van Ton Nabben, voor 'het nieuwe utopiaat.' Maar nu spreekt Nabben weer over vrienden die thuis 'gezellig' samen cocaïne snuiven. Oude mythes herleven. Over het mondaine karakter van de drug bijvoorbeeld. En uiteraard door films als Scarface (Al Pacino met grote berg coke), American Psycho, Pulp Fiction, 54 en, recent, Blow.

Nabben ziet in reclames en modereportages steeds meer ondubbelzinnige verwijzingen naar cocaïnegebruik. Een foto van La Chappele met diamanten op een spiegel met een opgerold bankbiljet, een mannenmodemerk (Maestro) dat wordt aangeprezen middels een beeld uit Scarface. 'Het is ongelooflijk: grote multinationals spenderen miljoenen aan reclame, maar cocaïne verkoopt zichzelf. Het is een heel sterk merk.'

Het is om moedeloos van te worden voor de drugsbestrijders. Ze boksen niet alleen op tegen een overstelpend aanbod, maar ook tegen de cynische verheerlijking van een product dat wel degelijk veel slachtoffers maakt aan de onderkant van de gebruikersmarkt. Vorige week bleek dat van de geschatte 55.000 gebruikers in Nederland er 7700 een beroep deden op de verslavingszorg. Dat aantal zal nog flink groeien, zo luidt de verwachting, want de cocaïnehype is nog niet uitgewoed.

De bestrijding richt zich intussen, als vanouds, op de aanbodkant. Nederland is, met Spanje, het belangrijkste importen distributieland van Europa en aan die situatie verandert, honderd-procentscontroles op Schiphol ten spijt, al jaren niets.

Dat komt omdat, zo menen de kenners, de cocaïne voornamelijk via de Nederlandse havens binnenkomt; Rotterdam, Amsterdam, maar ook Vlissingen en andere kleine havens. En dan gaat het om een veelvoud van de kilo's die op Schiphol in beslag worden genomen.

De Rotterdamse criminoloog van Argentijnse afkomst Damián Zaitch, die eerder promoveerde op het gedrag en de motieven van de Colombiaanse drugsbendes in relatie tot Nederland, stelde onlangs dat het percentage cocaï-ne dat via bolletjesslikkers het land binnenkomt niet meer dan 5 procent bedraagt. Van de naar schatting 40 ton die jaarlijks wordt aangevoerd, wordt volgens Zaitch 25 tot 35 procent onderschept. Van de import is slechts 3 tot 4 ton voor eigen gebruik, de rest vindt zijn weg naar andere landen.

Nederland is het ideale distributieland voor cocaïne, hadden de Colombiaanse drugshandelaren verzekerd, in interviews voor zijn proefschrift van twee jaar geleden: de havens, de infrastructuur, de Nederlandse handelsgeest, de relatieve eenvoud om geldstromen weg te werken.

Volgende maand komt de politie met een eigen rapport over de Nederlandse drugsmarkt. 'Ik zou wel eens willen dat Rotterdam een tijdje in Frankrijk lag', verzucht Jaap de Vlieger, drugsexpert van de Rotterdamse politie. 'Dan piepten de Fransen wel anders.' Hij bedoelt maar te zeggen: 'Ik vrees dat de grote hoeveelheden inderdaad per schip binnenkomen.'

De veelbesproken scanners in de haven van Rotterdam zijn niet het ei van Columbus gebleken. Damián Zaitch had er al op gewezen dat cocaïne, door het nat te maken, niet gedetecteerd wordt. De Vlieger geeft toe dat de resultaten niet opzienbarend zijn. 'Bovendien: als je alles gaat controleren, dan vertraag je de goederenstroom gigantisch. Het gevolg is dat de achterlanden boos worden. En Nederland wil distributieland blijven. Alles is er op gericht dat de verwerking in de havens juist sneller gaat.'

Na zoveel jaar ervaring in de drugsbestrijding is De Vlieger tot de conclusie gekomen dat het drugsprobleem in essentie is terug te voeren op de kloof tussen arm en rijk. 'Als Amerika zoveel geld over heeft om oorlog te voeren, dan zou je toch ook geld moeten stoppen in het oplossen van de problemen in die arme landen. We laten die mensen daar barsten en vervolgens gaan we oorlog voeren tegen cocaboertjes. Terwijl ze alleen maar een product maken waar wij hier om vragen.'

'Een drugsvrije wereld', weet De Vlieger, 'is een utopie. Er is geen oplossing voor het drugsprobleem. Zolang er mensen bestaan, zijn ze op zoek naar bewustzijnsbeïnvloedende middelen. Ik vraag me wel eens af wat er zou gebeuren als je bepaalde producten onder voorwaarden legaal maakt en daar een goed distributiesysteem voor vindt. Ik schat dat het de helft van de criminaliteit wegneemt. Ik geloof ook niet in een enorme toename van het gebruik. Misschien in het begin, uit nieuwsgierigheid, maar van de jongeren gebruikt nu ook al 95 procent niets. En van de 5 procent die wel drugs gebruiken doet 95 procent het heel beheerst. Er is slechts een kleine groep die excessief gebruikt. Daar kun je dan al je inspanningen op richten.'

Intussen kost de bestrijding 'waanzinnig veel geld.' 'Zestig procent van de gevangenen zit vast wegens drugsgerelateerde misdrijven.' En dan hebben we het nog niet over de duizenden politieen douaneambtenaren die zich met drugs bezig houden. En de rechterlijke macht. Ludo Goossens, voorzitter van de sectie strafrecht van de Rotterdamse rechtbank stelt dat de helft van de misdrijven op de een of andere manier te maken heeft met drugs. Rotterdam 'doet' globaal gezien 10 procent van de strafrechtspleging in Nederland. 'Ik heb daarvoor een budget van acht miljoen euro. Dat kun je extrapoleren naar de rest van het land. En dan heb ik het nog niet over het Openbaar Ministerie.'

En het effect van al deze inspanningen? Goossens: 'We laten aan de maatschappij zien dat verdovende middelen niet toelaatbaar zijn.' Dat is alles? 'Nou ja, we straffen natuurlijk ook wel echt criminelen. En cynisch bekeken zijn politie en justitie voor de drugsbendes een nuttige schakel in de prijsbepaling. Criminelen zijn gebaat bij een zo hoog mogelijke prijs, dus moet er zo af en toe wat drugs onderschept worden.'

Afgelopen oktober publiceerde Vrij Nederland een enquête onder Nederlandse rechters en aanklagers waarin 67 procent zich uitsprak voor het verwijderen van softdrugs uit het strafrecht. Van de respondenten vond 23 procent zelfs dat harddrugs uit het strafrecht zou moeten. Goossens, die tot 1995 strafrechter op de Antillen was ('Daar zie je overal de afgetakelde slachtoffers van crack.'), behoorde niet tot die 23 procent, zegt hij. 'Maar er is een verschil tussen de privé-persoon en de rechter.'

Het capaciteitsprobleem speelt meer in de detentiesfeer dan in de strafrechtspleging, merkt Goossens. Maar hij wil wel gezegd hebben dat 'de nadruk wel erg op repressie ligt.' En meer repressie kan eigenaardige, 'tegengestelde' effecten tot gevolg hebben. De maatregelen om op Schiphol, middels verscherpte controles, zoveel mogelijk cocaïne uit de markt te halen, zonder de koeriers te dagvaarden, zijn nu al merkbaar in de rechtszaal. Goossens: 'Advocaten van dealers zeggen: mijn cliënt had minder cocaïne bij zich dan de koeriers die op Schiphol zijn teruggestuurd. Waarom zou hij wel gestraft worden?'

Goossens is net als De Vlieger van mening dat het probleem niet oplosbaar is, 'zolang er behoefte bestaat aan drugs en zolang de verschillen tussen arm en rijk zo groot zijn. Het is allemaal economie; er zijn veel mensen die rijk kunnen worden van drugshandel. En hoe meer repressie, hoe rijker ze worden. Nederland zit in een vervelende situatie. We hebben de neiging ministers hard aan te vallen op dit dossier, maar we staan natuurlijk vrij machteloos. We zijn gebonden aan internationale verdragen en tegelijkertijd hebben we de pech dat als het om cocaïne gaat alles samenkomt in Nederland. De kloof tussen arm en rijk, onze relatie met Curaçao, het Nederlandse distributienetwerk. Dan heeft Frankrijk inderdaad makkelijk praten.'

Het is eigenaardig: een kosten batenanalyse van de drugsbestrijding is in Nederland nooit gemaakt. Peter Cohen van het Centrum voor drugsonderzoek (CEDRO) van de Universiteit van Amsterdam weet wel waarom: 'Dat gebeurt pas als je gaat twijfelen aan de zin van beleid. Dat doen we niet, omdat ons denken over drugs bij uitstek irrationeel is. Het heeft meer te maken met religie, met de angst om controle te verliezen.'

Cohen, een oudgediende in het drugsonderzoek en sinds jaar en dag een pleitbezorger van legalisering van alle drugs, zou het wel eens willen zien, een kostenplaatje van de drugsbestrijding. 'Je zult achterover slaan van schrik. De Amerikaanse drugsopsporingsdient DEA had bij de oprichting, zeventig jaar geleden, 55 mensen in dienst. Dat zijn er nu 55.000. Een belangrijk deel van hun bezigheden bestaat uit het verzinnen en uitdragen van argumenten voor de bestrijding van drugs, hun eigen werk.'

Hetzelfde gaat volgens hem op voor de hulpverleningsindustrie. 'Die hebben er baat bij om de problemen met drugs flink aan te zetten. Het belangrijkste onderzoek van het Amterdamse Jellinek-instituut – ik noem ze Jellibizz – is onderzoek naar de eigen naamsbekendheid. Als een bezorgd familielid van een hasjroker een keer naar het Jellinek belt voor informatie, dan wordt hij of zij meteen bijgeschreven als cliënt.'

En dat terwijl volgens Cohen allang bewezen is dat 'onafhankelijk van welk beleid, standaard 2 tot 4 procent van de drugsgebruikers in problemen komt.' 'Stel je kunt vanaf morgen gratis heroïne krijgen op je AH-bonuskaart: de mensen zouden het niet willen hebben.'

In de praktijk is cocaïne natuurlijk al vrij beschikbaar op de markt. Cohen: 'Sterker: in een gelegaliseerde situatie zou cocaï-

ne nooit zo vrij en ongecontroleerd toegankelijk zijn voor iedereen. Dan zou er kwaliteitscontrole zijn, een goed distributienetwerk en een goed zicht op de mensen die in de problemen dreigen te komen. In plaats daarvan maken we onszelf nu wijs dat er zo weinig gebruikt wordt vanwege de bestrijding. Het is bij een ideologie erg belangrijk dat je denkt dat je beleid werkt.'

Toch gelooft Cohen dat er op termijn met drugs hetzelfde zal gebeuren als met seks: 'We zijn ook eeuwenlang bang geweest voor seks; we zouden via de seksuele driften de controle over onze eigen autonomie verliezen, de duivel toelaten. Sinds de jaren zestig is dat voorbij, allerlei vormen van seks zijn nu als het ware gelegaliseerd. Nederland was hard op weg om ook als het gaat om drugs een rationeel beleid te voeren. Ons koffieshopbeleid is nog altijd uitermate dapper, internationaal gezien. Nu zitten we tijdelijk in het defensief, maar ik ben er van overtuigd dat drugs op termijn gelegaliseerd zullen worden.'

De internationale strijd tegen drugs heeft absurde bijverschijnselen. Omdat drugsgebruik officieel niet mag bestaan, illegaal is, bestaat er in de meeste landen ook geen beleid om misbruik te voorkomen. Dat kan ertoe leiden dat waar het bovengrondse roken overal met succes wordt teruggedrongen, het schadelijker geachte drugsgebruik tegelijkertijd welig tiert. Zo wordt er in veel rookvrije, hippe uitgaansgelegenheden in New York op de wc's driftig cocaïne gesnoven. Toch zijn Laurens, Dickie, Fjörd en Kim niet overtuigd van de zegeningen van legalisering. Laurens en Fjörd hebben in het verleden periodes gekend waarin ze 'dwangmatig en veel te veel' cocaïne snoven.

Fjörd: 'Dan lag ik 's nachts stijf van de coke in bed en nam ik een valium om te kunnen slapen. En 's ochtends moest ik dan naar mijn werk. Cocaïne is verraderlijk, zeker als het even niet goed met je gaat, als er iets vervelends gebeurt. Dan ben je uitermate kwetsbaar. Het is toch verslavend spul.'

Ze kunnen de nadelen van cocaïne moeiteloos opsommen. In combinatie met alcohol kan het agressief maken, je wordt wel geil, maar je maakt in bed op den duur niets meer klaar, als er cocaï-ne in de buurt is, wordt iedereen onrustig en hebberig en uiteindelijk kun je zonder cocaïne almaar banger en kwetsbaarder worden.

Dickie: 'Het is goed dat er een rem op zit, in de zin van de prijs en dat het toch illegaal is. Ik ben bang dat ik anders iedere dag zou gebruiken.' Flörd: 'Ik zou het ook om een andere reden jammer vinden. Ik vind het wel spannend dat coke nu iets is van de elite, van een subcultuur. Op het moment dat ze, zoals nu in Volendam en Urk, volop gaan gebruiken, dan gaat voor mij de lol er weer af.'

Maar, zegt Laurens: 'ik voel me weleens lullig omdat ons gesnuif die treurige drugsketen in stand houdt. Als je cocaïne legaliseert en flink duur maakt, dan zou je dat geld daar kunnen gebruiken.' Kim: 'Het is echt erg om te zien: in naam van de cocaïnebestrijding wordt in Zuid Amerika een chemische en biologische oorlog gevoerd. Helpen doet het niets. Toen ik daar was, kostte een gram cocaïne anderhalve euro.'

Meer over