De overdracht

DAT het ook in Hongkong met bakken uit de hemel kwam, schiep meteen een soort band...

JAN BLOKKER

Het was acht uur in de ochtend, en ik moest de slaap nog uit mijn ogen wrijven, toen ik bij Sky zag hoe ze daarginds Land of hope and glory speelden en zongen: de Last Night of the Proms-sensatie. Eén close-up: een vermoedelijk omstreeks 90-jarige oude man - moet de Sudan, de Khyber-pas en India nog hebben meegemaakt, dus hij huilde als een kind. Ik voelde de slaap door mijn eigen tranen verdreven worden.

Daarna ben ik niet meer van het scherm weggeweest.

Drakendansers dansen hun draak in de stromende regen. Schotse hooglanders pijpen op hun doorweekte doedelzak. De Prins van Wales druipt terwijl hij de bevolking van de verloren kroonkolonie het allerbeste wenst. Een regiment dat nog bij Waterloo heeft gevochten marcheert alsof het droog is.

Naarmate de ochtend vordert heb ik het gevoel dat ik naar een remake kijk van The bridge on the River Kwai: Alec Guinness laat zijn verslagen manschappen aantreden om, in perfecte discipline, het onherroepelijke Noodlot te volgen, en de vijand de volmaaktste brug te bezorgen uit de geschiedenis van de vernedering. Ze hebben maar één opdracht: hun beste beentje voor te zetten. En ze doen het, want Befehl is tenslotte Befehl.

Ik kijk naar Thatcher, en zie hoe oud hij aan het worden is. Naar Blair, die zich vermant als een held, dus probeert niet te grijnslachen. Naar de kwee die John Major is opgevolgd, naar Charles die zichtbaar is vergeten wie zijn over-overgrootmoeder was - en z'n eigen moeder heeft gezegd: 'Ga jij in godsnaam, want ik verdom 't.'

Mogen ze zich verheugen in mijn warmste sympathie?

Het heeft er alle schijn van.

Ze hebben misschien St. Helena nog, en de Bermuda's en de Falklands - maar dat is toch het type troost waaraan iemand zich moet warmen die na zijn faillissement alle villa's in Zwitserland en aan de Rivièra is kwijtgeraakt, en nog altijd blij mag zijn met een driekamerwoning in Slotervaart. Rule de Sloterplas!

Maar aan de andere kant: wat hadden ze daar eigenlijk ooit te zoeken?

Dat kun je bij Internet navragen.

In 1839 kregen ze ruzie met de keizer van China, omdat die een halt wilde toeroepen aan de invoer van opium, en daartoe - de oost-Aziatische Chirac van de vorige eeuw als het ware - een lading van het ongewenste spul in beslag liet nemen en in Kanton publiekelijk deed verbranden. De Engelsen woedend, want het was handel, en ze stuurden een paar tot de tanden toe gewapende Hakkelaars naar Shanghai en Nanking, en toen ze in 1841 ook Hongkong hadden veroverd, besloten ze dat nooit meer terug te geven.

Drugdealers dus. Wim Kok en Schelto Patijn zouden al gauw gezegd hebben: leden van een criminele organisatie, dus het zou Nordholts eer te na zijn geweest om dat crapuul honderdzesenvijftig jaar in zijn Zuidoost te gedogen!

Tegen vieren dreig ik van de Chinezen te gaan houden, wat ook aan CNN ligt, waar ze zijn begonnen te schakelen tussen Hongkong en het Plein van de Hemelse Vrede dat langzaam vervuld raakt van honderdduizend blije mensen die de teruggave vieren van hun sinds hun lang verloren gewaande Rottumerplaat. Hoe begrijpelijk, die blijdschap! Hoeveel rotjes zouden wij in zo'n geval niet hebben ontstoken?

Mijn sinofilie houdt stand tot tien voor zes, tien voor twaalf Hongkongtijd.

De Chinese gasten (gemiddelde leeftijd 103 jaar) zijn gearriveerd, Chinese militairen - vuile communisten in feite - dragen hun vlag aan, en een sproeterige Engelse luitenant schreeuwt zijn troep bevelen toe dat je het in Londen kunt horen.

'Schiet ze nou maar allemaal voor hun raap', is de zondige opwelling die ik met de grootste moeite in mezelf kan bedwingen - maar het is duidelijk: de machtsverhoudingen zijn veranderd, hier schreeuwde Alec Guinness uit de eerste versie van de Kwai.

De oude tijden zullen niet meer weeromkeren. En met al z'n praatjes kan Charles z'n democratie voor Hongkong op z'n buik schrijven. Onder zijn over-overgrootmoeder was die er tenslotte ook niet.

Meer over