De opvolgers van Kok (ooit)

Kok mag van de kiezers de opvolger worden van Kok. Maar stel nu dat hij terugtreedt, wat dan? Op die vraag weet een derde van de kiezers geen antwoord, zo blijkt uit een enquête die in opdracht van Volkskrant Magazine werd uitgevoerd door het nipo....

Zonlicht glinstert in de Haagse Hofvijver. Hans Wiegel kijkt er op uit, vanuit de Eerste Kamer. Johan Stekelenburg ziet de rug van zijn chauffeur, die hem over de A16 naar Tilburg brengt. Er wordt telefonisch van gedachten gewisseld. Wiegel (vvd) is voorzitter van de Zorgverzekeraars Nederland, Stekelenburg (pvda) is burgemeester van Tilburg. Beiden zijn lid van de Eerste Kamer. De hamvraag - lonkt het premierschap? - valt aan het einde van het gesprek, dat voorzichtig begint met de vraag waaraan zij hun populariteit danken.

Wiegel: 'Het gaat niet om populariteit, maar om vertrouwen: wie zou men het ambt van minister-president willen toevertrouwen?'

Stekelenburg: 'Hard werken, serieus zijn en duidelijk maken waar je voor staat, daar gaat het om. Je moet eigenlijk gewoon een beetje gewoon doen.'

Wiegel: 'In Den Haag wordt veel jargon gebruikt, soms om keuzes uit de weg te gaan. Ik heb als minister bij grootschalige ordeverstoringen hardhandig ingegrepen. Er waren krachtige voorstanders en scherpe tegenstanders, maar m'n beleid was herkenbaar.'

Stekelenburg: 'Oorvijgen geven.'

Wiegel: 'Zelfs met de lange lat erover! Na de discussie over het referendum in de Eerste Kamer heb ik heel veel brieven gekregen. Ook van mensen die schreven: ''Ik ben van Groen Links, ik ben voor het referendum, maar ik vind het fantastisch dat u hebt gestemd overeenkomstig uw uitlatingen.''

'De huidige minister-president geniet bij de bevolking heel veel vertrouwen. Dat is altijd het allerbelangrijkste. Maar een premier mag af en toe ook best het voortouw nemen. Normen, waarden, veiligheid. Je ziet nog steeds dat oudere mensen, die niet meer voor zichzelf kunnen zorgen, met z'n vieren op een kamer liggen.'

Stekelenburg: 'Normen, waarden, veiligheid. Vroeger was het vooral jullie thema, dat van de liberalen. Het is van de hele politiek geworden.'

Wiegel: 'Een tijdje terug heb ik gezegd: zou het niet verstandig zijn op dit onderwerp, om het maar eens in goed Nederlands te zeggen, een task force te zetten van de meestbetrokken ministers. Er kwam een beetje een vaag antwoord op. Ik heb niet het gevoel dat de bevolking denkt dat de regering er echt mee bezig is.'

Stekelenburg: 'Er gebeurt veel meer dan een aantal jaren terug, maar we slagen er niet in de burgers dat te laten beleven. Mijn korpschef kwam met die oorvijg. De kern van de discussie is: we moeten niet accepteren dat we rotzooi maken, niet accepteren dat mensen die opmerkingen maken over onjuist gedrag in elkaar worden geslagen.'

Wiegel: 'Vroeger was er veel meer politieke belangstelling. De zalen zaten bomvol, de betrokkenheid was groter. Ik vind het een gevaar voor het functioneren van het land en de democratie dat de politiek uit de harten van de burgers verdwijnt. Daar maak ik me best zorgen over.'

Stekelenburg: 'Zeer mee eens. Of er mensen in de zalen zitten, is belangrijk voor de legitimatie van politici. Ik ben een beetje wars van al die kleffe cafézaaltjes. Je moet moderne middelen gebruiken om mensen te werven. Nu is vaak het maatschappelijk middenveld bepalend voor belangrijke keuzes. Pri ma organisaties hoor, de vakbeweging, de milieuorganisaties en Zorg verze keraars Nederland..'

Wiegel: 'Hartelijk dank, excellentie'

Stekelenburg: '... maar zo zijn het de professionals die uitmaken wat de richting van het beleid zal zijn. Niet de kiezers die een opvatting hebben o ver de inrichting van de samenleving.'

Wiegel: 'De invloed van het maatschappelijk middenveld is er altijd geweest. Kijk naar de jaren vijftig en zestig. In de grote fracties van de Kamer zaten burgemeesters, mensen uit vakbeweging, werkgevers. De vertegenwoordigers van belangenorganisaties kozen voor verantwoordelijkheid als politicus. Ik vond dat systeem zo gek nog niet.'

Stekelenburg: 'Ik heb dertig jaar gewerkt in zo'n belangenorganisatie. Het is prima dat je invloed uitoefent, maar de politici moeten het primaat van de politiek houden.'

Wiegel: 'Mag ik nog even terug naar de enquête? Dat de heer Stekelenburg en ik zo hoog scoren, is natuurlijk ijdelheid der ijdelheden, heel aardig voor ons. Maar ik vind het eigenlijk opvallender dat de mensen die hoge politieke posities hebben, er in de enquête relatief minder goed afkomen. Men moet daar, ik wil niet zeggen lessen uit trekken, dat is een te groot woord. Maar er zit toch iets, blijkbaar toch een gevoel: die lui die er nu zitten, zijn het niet helemaal.'

Stekelenburg: 'Toch is het een lastige kwestie. Kijk, als een politicus eens filosofeert over de aanpak van bijvoorbeeld veiligheid, wordt hij meteen voor de camera gesleurd om uit te leggen hoe zich dat verhoudt met het partijprogramma paragraaf 35 punt zoveel..'

Wiegel: '...en met het regeerakkoord.'

Stekelenburg: 'en met het regeerakkoord. Ik vraag me af of we elkaar wel de ruimte geven een goed debat te voeren, zonder gelijk te worden belemmerd door 35 zenders ...'

Wiegel: 'Je moet de vinger niet heffen tegen journalisten maar tegen politici. Als je een opvatting verkondigt, staan er gelijk lieden klaar die roepen: dat kan niet, volgens het het regeerakkoord. Alsof het denken in dit land ophoudt, nadat een paar dames en heren op een zomerse avond een stuk hebben geschreven. Men houdt elkaar in Den Haag veel te veel gevangen.'

Zou het regeerakkoord van het kabinet Wiegel-Stekelenburg er anders uitzien?

Wiegel: 'De heer Stekelenburg is nog nooit minister geweest, dus ik zou...'

Stekelenburg: 'Kan ik me ook niets bij voorstellen.'

Wiegel: 'O nee? U zou een heel goede vice-premier zijn.'

Stekelenburg: 'We hebben een kabinet-Kok en dat doet het goed.'

Wiegel: 'Wat op zichzelf bijzonder is. Het is de winst van Paars, waarvan ik nooit een groot voorstander was...'

Stekelenburg: 'Ik ook niet...'

Wiegel: '... dat niemand het nog raar vindt als topmensen van vvd en pvda met elkaar praten, zoals wij nu, en met elkaar het land besturen.'

Stekelenburg: 'Denkt u niet dat onze wens voor een helderder politiek per definitie wordt gesmoord als vvd en PvdA samen verder gaan? Jullie opvattingen en de onze liggen ver uit elkaar.'

Wiegel: 'Op zichzelf is dat prima.'

Stekelenburg: 'De vraag is of terwille van het voortbestaan van het kabinet, de geschillen onbenoemd blijven. Je moet je afvragen of de politiek er interessanter van wordt. Ik heb daar mijn twijfels over.'

Wiegel: 'Je hoeft niets onbenoemd ee laten. Maar als er een verschil van mening is, hoeft dat toch niet meteen tot een kabinetscrisis te leiden?'

Stekelenburg: 'Dat is zo.'

Wiegel: 'En verder geldt: paars is niet van alle tijden. Niemand weet hoe het toekomstige kabinet er uitziet.'

Een toekomst als premier: nachtmerrie of droom?

Stekelenburg: 'Ik neem kennis van dat onderzoek, dat is alles. Natuurlijk ben ik ijdel. Het is best leuk. Maar voor mij heeft het geen relevantie, geen enkele relevantie. Kok gaat niet weg. Ik ben geen moment van de dag bezig met de vraag wat er moet gebeuren als Paars valt.'

Wiegel: Ooit heel lang geleden was het premierschap een jongensdroom, maar dat is bijna honderd jaar geleden! Maar het is waar, dromen doven nooit. Dat is het mooie van dromen.'

Stekelenburg: 'Ik ken de kop van het artikel al.'

Meer over