De open wc-deur en het kussengevecht

Dit wordt onze laatste rubriek op de economie-pagina's. We hebben helaas niks te onthullen in geheime gesprekken met Volkskrant-journalisten. Liever maken we gebruik van de ons geboden gelegenheid tot een gezamenlijk saluut....

Maar eerst nog 'gewoon'. En deze keer de laatste uitspraak van de Hoge Raad, zoals gepubliceerd in het laatst verschenen nummer van het vakblad Jurisprudentie Arbeidsrecht, dat ons vaak aan inspiratie heeft geholpen.

De uitspraak betreft een onderwerp waar we regelmatig over schreven: het bedrijfsongeval. Gladde vloeren, losse ladders, scherpe messen en riskante off the road-bedrijfsuitjes passeerden de revue. De openslaande wc-deur hebben we nog niet gehad.

In een psychogeriatrisch verpleeghuis werd een activiteitenleidster verwond door een openzwaaiende wc-deur. De deur was in verband met rolstoelgebruikers extra breed, de gang tamelijk smal. De leidster claimde schadevergoeding en het verpleeghuis verweerde zich met de stelling dat de inrichting van het tehuis geheel voldeed aan de arbo-richtlijnen. Desondanks vond de Hoge Raad dat de werkgever aansprakelijk was omdat hij tekort was geschoten in de nakoming van zijn plicht de werkvloer te beveiligen tegen ongevalrisico's. De breedte van de deur in samenhang met de smalle gang creëerde een gevaarlijke situatie die met een eenvoudige bouwkundige ingreep verholpen had kunnen worden.

Deze uitspraak is niet opzienbarend, maar bevestigt weer dat van de werkgever behoorlijk wat attentie wordt gevraagd voor de beveiliging van de werkplek. De advocaat van het verpleeghuis sprak van 'infantilisering van het recht'.

De advocaat-generaal nam deze typering niet over. Wel liet hij doorschemeren in te kunnen stemmen met het feit dat de Hoge Raad de laatste jaren niet meer elk veiligheidsrisicootje automatisch op het bord van de werkgever legt, maar van de werknemer ook een redelijke mate van oplettendheid vraagt. Met deze trend valt wel te leven, want wat je thuis zomaar kan overkomen, hoeft op het werk niet vanzelfsprekend een recht op schadevergoeding op te leveren.

Wij zijn aan onze laatste frasen van deze rubriek toegekomen. Dat stemt ons niet vrolijk, want met groot genoegen trokken we wekelijks ten strijde, soms ter lering of vermaak, maar ook met welgemeende ernst.

Die ernst komt voort uit het besef dat de mens voor zijn bestaan moet werken, als ondernemer, leidinggevende of ondergeschikte. Wij menen dat in een fatsoenlijke rechtsorde mensen in vrijheid moeten kunnen werken, onder humane omstandigheden en tegen een billijke beloning. Dat zich bij de praktische verwezenlijking van deze missie geschillen en belangenconflicten voordoen lijkt ons onvermijdelijk. Het behoort volgens ons tot de opdracht van het arbeidsrecht deze tegenstellingen, eventueel met hulp van de rechter, in goede banen te leiden. En daarover hebben wij graag en met overtuiging willen berichten.

Terugkijkend valt sterk op hoezeer zich in het arbeidsrecht een proces van privétisering heeft voorgedaan. Met deze treffende aanduiding wordt bedoeld dat in arbeidsrelaties in toenemende mate rekening gehouden moet worden met de privé-omstandigheden van de werknemer. Een goed voorbeeld is de Wet arbeid en zorg, die voorziet in allerlei vormen van verlof wanneer zich bijzondere persoonlijke omstandigheden aandienen, die het redelijk maken dat zij voorrang krijgen boven de contractuele arbeidsplicht. Zo'n aanspraak op verlof voorkomt dat de werknemer zijn arbeidscontract moet beëindigen, of moet vluchten in oneigenlijk ziekteverzuim om aan zijn zorgtaken te kunnen voldoen. Een ander voorbeeld vormt de Wet aanpassing arbeidsduur, die de werknemer in beginsel het recht geeft om de ooit overeengekomen arbeidsduur te verminderen. Een goede zaak, die privétisering.

Een andere ontwikkeling die zich de laatste jaren heeft voorgedaan is de privatisering van de Ziektewet en het eerste WAO-jaar. Tien jaar geleden kwam het loon van een zieke werknemer slechts zes weken ten laste van de werkgever. Die termijn is sindsdien verlengd tot momenteel twee jaar. Werkgever en werknemer moeten zich flink uitsloven om tot werkhervatting te komen. Als zij deze verplichting niet voldoende nakomen voelen zij dat beiden in hun portemonnee. Werkgevers kunnen zich verzekeren tegen de loondoorbetalingsverplichting tijdens ziekte.

Maar zijn verzekeraar exploiteert mogelijk ook een arbodienst en een reïntegratiebedrijf. Aldus moet de werknemer bij ziekte opboksen tegen zijn werkgever, diens arbodienst, reïntegratiebedrijf en verzekeraar. Dit vierspan heeft een en hetzelfde belang: de werknemer moet zo snel mogelijk weer aan het werk. Dat levert voor de werknemer in de praktijk vaak een ongelijke strijd op.

Ook het discriminatieverbod heeft de laatste jaren een geweldige opmars gemaakt. Dat is zonder meer vooruitgang, maar toch rijst de vraag of de fundamentalistische uitleg van het discriminatiebegrip niet te weinig oog heeft voor ongelijke behandeling met een redelijk oogmerk.

Zoals vrouwen die niet op een onderzeeër mogen en mannelijke postbodes die, anders dan hun vrouwelijke collega's, niet in korte broek hun rondje mogen lopen. Enfin, die worsteling zal nog wel eens vaker aan een kussengevecht doen denken.

Kussengevechten hadden wij nooit, zeker niet over de keuze van onderwerpen waarover we wilden schrijven. We lieten elkaar de onderwerpen naar de smaak van het moment. Daarbij zal ons sekse-verschil vast wel eens zichtbaar zijn geworden, want zoals een advocaat ooit opmerkte: 'Je hebt kutzaakjes en klotezaken'.

Alléén de laatste keer ging het mis. Het zwangerschapsverlof van leraressen, bij haar in voorbereiding, bleek door hem al tot een kant-en-klare rubriek verwerkt. En toen wisten wij het ook: het is mooi geweest.

Meer over