De onveranderlijke schubben van de draak

Mysteries of Ancient China, de tentoonstelling die is te zien in het British Museum in Londen, is werkelijk een opeenstapeling van geheimen en raadsels....

CELLULOID is uitgevonden in 1869, bakeliet in 1907, en de opmars van de polyvinylchloriden, dus van de moderne kunststoftechnologie, begint niet voor de jaren zestig. Het is een van die talloze aspecten waarin de westerse beschaving radicaal verschilt van de Chinese.

Ruim twaalfhonderd jaar voor Christus, tijdens de Shang-dynastie, maakten de Chinezen uit de hars van de lakboom (Rhus verniciflua) een materiaal, lak, waarvan de eigenschappen niet wezenlijk onderdoen voor die van moderne plastics. Het verdraagt temperaturen tot boven de 200 graden Celsius, is bestand tegen water, tegen zuren en alkalische stoffen en is ondoordringbaar voor bacteriën. Omstreeks het eind van de dertiende eeuw werd de Chinese koningin Fu Hao begraven in een kist die geheel met lak was behandeld. Bij de ontdekking van haar graf, in 1976 bij Anyang, in het noorden van de provincie Henan, was de emballage volledig intact.

Niet intact was alles wat de koningin buiten haar kist had omringd: de cultuur, de gebruiken, de symbolen en de kennis die daarover had bestaan. De vroegste Chinese historici hebben over de betreffende periode alleen sporadisch geschreven. De Chinese geschiedschrijving kwam pas op gang in de tweede eeuw, met figuren als Ssu-ma Ch'ien, en doordat de grafcultuur voor hen onzichtbaar was is juist geen enkele aandacht besteed aan datgene wat later bewaard bleek te zijn.

Zo bevatte het graf van Fu Hao een viertal bijlen van brons, in het Chinees yue genaamd, waarvan men vermoedt dat ze een ceremoniële betekenis hebben gehad. In een ervan is de naam van de koningin aangebracht. Er wordt aangenomen dat de bijlen werden gebruikt bij de executie van dieren of menselijke wezens; het grote aantal onthoofde personen dat in de graven van de Shang-periode is aangetroffen laat niets te raden over de functie van het gereedschap.

Mysteries of Ancient China heet de tentoonstelling die momenteel in het British Museum in Londen is te zien. De titel moet eerder zijn bedacht omdat het werkelijk een opeenstapeling van geheimen betreft dan op grond van de publiekswervende uitstraling van het woord mystery. Bedoeld als inventaris van wat er in de afgelopen decennia tijdens opgravingen te voorschijn is gekomen, is ze tegelijkertijd een overzicht van de meest ongelijksoortige raadsels.

De expositie omspant een periode van vijfduizend jaar en een geografisch universum waar de afstanden met gemak duizend kilometer bedragen. Omdat de politieke unificatie van China zich pas in de loop van die periode voltrok, is de tentoonstelling ook de weerslag van het proces waarin een culturele eenwording tot stand komt. De oudste voorwerpen, daterend van omstreeks 4500 voor Christus, zijn slechts te beschouwen als de min of meer toevallige evidentie dat het gebied bewoond was. De jongste objecten, stammend uit de Han-dynastie, die in 220 na Christus eindigde, laten een cultuur zien die ongeveer vier keer zo oud is als het Romeinse rijk of twintig keer de Verenigde Staten.

Voor de toeschouwer, maar eigenlijk ook voor de archeoloog, is vooral de schaalverhouding het grootste mysterie. Zelfs als men in aanmerking neemt dat het merendeel van de tweehonderd voorwerpen die de expositie laat zien, een onderdeel vormen van de Chinese grafcultuur, dan nog zijn het uiterst korte radiosignalen in een eindeloze stilte. Dat leidt in de interpretatie tot spectaculaire problemen.

Twee aardewerken potten aan het begin van de expositie, beide nog uit het derde millennium, laten zien dat er over de vroegste tijden niets met zekerheid valt te zeggen. De eerste, in 1974 opgegraven in de provincie Qinghai, toont een menselijke figuur die zowel een vrouw als een man kan voorstellen. De catalogus schrijft, alsof het niet om een zuiver hopeloze mededeling gaat: 'Verschillende onderzoekers hebben de afbeelding als mannelijk, als vrouwelijk of als androgyn geïnterpreteerd.'

Voor de 'vrouwelijke' interpretatie valt alleen in zoverre iets te zeggen dat alle andere voorstellingen van vrouwen in totaal andere contreien zijn gevonden. Volgens de officiële marxistische opvatting toont de afbeelding juist de 'onvermijdelijke' overgang van een matriarchale naar een patriarchale cultuur: het zou gaan om een man. En volgens weer een andere uitleg is het een androgyne voorstelling die is ontstaan in een traditie waarbij één man met één vrouw trouwt en andersom.

Van het tweede stuk aardewerk hebben de Chinese archeologen verzuimd te noteren waar ze het hebben opgegraven. Het bevindt zich zonder nadere specificatie in het Historisch Museum van Peking. Ook hierop is een figuur afgebeeld, het staat alleen niet vast of het om een kikvors gaat of om een schetsmatig getekende menselijke figuur. Maar nu is het probleem dat de kikvors geen enkele overeenkomst vertoont met elders aangetroffen kikvorsen. En de antropomorfe interpretatie is alleen houdbaar voor zover er een beroep kan worden gedaan op hulptheorieën over bijvoorbeeld vruchtbaarheidssymboliek.

Waar niet is vast te stellen of een bepaalde afbeelding een vrouw, een man of een kikker moet voorstellen, is het vervolgens des te verwonderlijker dat er een enorme consistentie is in de uitbeelding van de draak. Dat is het krankzinnige: de draken, die mijlenver van elkaar zijn opgegraven en waarvan het vaststaat dat ze door totaal diverse culturen zijn bedacht, doen vermoeden dat er een soort algemeen prototype is geweest. Er kan 2000 jaar tussen zitten, maar de gekrulde gedaante en de expressies van de koppen zijn identiek en zelfs het aantal schubben op het lichaam ontlopen elkaar nauwelijks. Pas tegen het eind van het neolithicum begint de draak aan zijn evolutie en ontstaan de eerste, voorzichtige mutaties.

Waar men het 'onbekende' China wil laten eindigen, is afhankelijk van de vraag welk stuk van de Chinese landkaart men kiest. Vanaf circa 1300 voor Christus stond de huidige provincie Henan onder het bewind van de Shang-dynastie, die in de periodisering van de Chinese geschiedenis werd beschouwd als de vroegste afgeronde fase. Over de andere delen van China, die buiten dat machtsgebied vielen, is naar verhouding veel minder bekend. Een van de spectaculairste en meest geheimzinnige afdelingen binnen de tentoonstelling is te danken aan de ontdekking in 1986 van twee graven bij Sanxingdui, in de provincie Sichuan (honderden kilometers ten zuidwesten van Henan). Over de cultuur die hier was gevestigd is geen snipper papier, niets, geen enkele verwijzing overgeleverd: het archeologisch materiaal dat tien jaar geleden werd aangetroffen vertegenwoordigt een wereld die uitsluitend dankzij haar eigen grafcultuur is bewaard.

De archeologen hebben haar naamloos gelaten, in het Engels wordt gesproken van 'the peoples of Sanxingdui'. Het moet de droom zijn van elke archeoloog: niet alleen het vinden van een complete beschaving, maar daarbij vooral een menigte voorwerpen aantreffen die op geen enkele manier in verband kunnen worden gebracht met wat in de omringende culturen is aangetroffen.

Jessica Rawson, de samenstelster van Mysteries of Ancient China, lijkt tien jaar na dato nog altijd niet over haar verbazing heen, en de kwalificatie die zij voor de bronzen beelden van Sanxingdui kiest - surreëel - rechtvaardigt eens te meer de titel van de tentoonstelling. Elke historische interpretatie loopt het risico een slag in de lucht te zijn, maar hetzelfde geldt voor elke poging de ruim twee meter hoge bronzen figuur te beschrijven die het middelpunt van de tentoonstelling vormt. Of het een priester is, een godheid, een sterfelijk wezen - niets laat het nog zien. Of we de uitstraling vreesaanjagend, weerzinwekkend, verheven moeten vinden, alle suggesties zijn even ongerijmd.

De raadsels worden nog aanzienlijk ingewikkelder als de toeschouwer weet dat dit beeld voordat het werd begraven opzettelijk in tweeën is gebroken, en dat ook de andere stukken in de grafheuvel sporen van moedwillige beschadiging vertonen. Onwillekeurig roept dat herinneringen op aan de Culturele Revolutie en aan de op last van Mao Tse-toeng ondernomen pogingen grote delen van het culturele erfgoed te verwoesten. Het is uiteraard niet uitgesloten dat de Sanxingdui aan eenzelfde terroristische invasie ten onder zijn gegaan, maar het lugubere schimmenspel blijft in stand zolang het ook als een uitvloeisel van zelfvernietiging kan worden uitgelegd.

Zelfvernietiging is ook de terugwerkende kracht die in de Chinese geschiedenis zo'n verschrikkelijke invloed heeft gehad en die ook op Mysteries of Ancient China niet ontbreekt. De eenwording van China is bewerkstelligd door de man die zich de 'eerste keizer van China' liet noemen, Qin Shi Huangdi, of in de andere translitteratie: Ch'in Shih-huang-ti. Hij is de keizer die niet alleen de Chinese Muur heeft bedacht, maar die ook het beruchte leger van zevenduizend mansgrote terracotta-beelden in zijn enorme mausoleum heeft meegenomen.

In 1974 werd dat graf, ook geheel bij toeval, door een paar boeren ontdekt. Een van die beelden - ze zijn in de afgelopen jaren vaker in Europa te zien geweest - is in de Londense tentoonstelling opgenomen, vermoedelijk vooral omdat de opgraving van 1974 het begin markeert van een hernieuwde belangstelling voor de vroegste Chinese archeologie.

Het is de moeite waard de Geschiedkundige aantekeningen van de eerste Chinese historicus, de genoemde Ssu-ma Ch'ien, er nog eens op na te lezen. Hij is de belangrijkste bron. Ssu-ma Ch'ien vertelt hoe de keizer, zodra hij de troon had bestegen en tot aan zijn dood, bezig was met de voorbereidingen voor zijn begrafenis en hoe daarbij 700 duizend dwangarbeiders werden aangewezen. Hij schrijft: 'Er werden handwerkers aangewezen die handbogen moesten opstellen, waardoor potentiële grafschenners gedood zouden worden. (. . .) Lampen, gevuld met walvistraan, werden zodanig neergezet dat ze voor een zeer lange periode zouden branden. (. . .) Nadat de Eerste Keizer in het graf was bijgezet en de schatkamers op slot waren gedaan, werden de buitenste muren verzegeld, zodat iedereen die aan het mausoleum had gewerkt werd opgesloten. Niemand kon er nog uit. Daarna werden er bomen en grassen op het graf geplant, opdat het de aanblik zou hebben van een natuurlijke heuvel.'

Opdat, het mysterie van China schuilt in dat woord. Opdat.

Mysteries of Ancient China. British Museum, Londen, tot en met 4 januari 1997. Jessica Rawson (red.): Mysteries of Ancient China. New Discoveries from the Early Dynasties. The British Museum Press, £ 25,-.

Meer over