De ondragelijke middenkoers van Kok

Op zoek naar stemmen in het midden verwaarloost PvdA-leider Kok de teleurgestelde linkse kiezers. Een denkfout, meent Omar Ramadan, die argumenten geeft waarom deze kiezers dit keer ongevoelig zullen zijn voor de machtsvraag en op 6 mei toch SP of GroenLinks stemmen....

HET sociale gezicht is in de mode bij politiek Nederland. Elke politieke partij heeft het er wel over. Zelfs de VVD maakt zich zorgen. Op het afgelopen congres van de liberalen weerhield de achterban de partij ervan om het minimumloon te verlagen en de WW aan te pakken.

Oppositiepartijen SP en GroenLinks spinnen garen bij het thema en ook het CDA weet tegenwoordig hoe zich af te zetten tegen marktdenken en neo-liberalisme. Jaap de Hoop Scheffer roept Wim Kok op om zich wat socialer op te stellen. Maar Wim Kok, die was toch van de PvdA, de sociale partij bij uitstek?

De Partij van de Arbeid is echter niet langer het linkse geweten van Nederland. De sociaal-democraten zijn al een tijdje bezig met hun beweging naar het midden. Met de verkiezingen in aantocht wordt die strategie heel goed zichtbaar. De hamvraag luidt nu wat de linkse kiezer doet. Groeien SP en GroenLinks uit tot het formaat van D66, of schetst de PvdA met succes het gevaar van een kabinet-Bolkestein? En wat bezielt Kok en de zijnen om de sociale profilering te laten verslonzen?

Een denkbare reden om op te schuiven naar het midden, is de verwachting daar de grootste winst te kunnen boeken. Met verkiezingen in aantocht overvalt partijen meestal een grote voorzichtigheid en probeert men voor alles hoge ogen te gooien op het drukbezette midden van de kiezersmarkt.

Maar na vier jaar van economische groei, dalende werkloosheid en het uitblijven van bezuinigingen is de situatie anders. Het electoraat zal zich de komende verkiezingen de luxe kunnen veroorloven om ook te letten op de onderkant van de samenleving.

Klaarblijkelijk denken de sociaal-democraten dat een koers op het midden profijtelijk kan zijn vanwege de zogeheten machtsvraag. Teleurgestelde linkse kiezers kunnen in de peilingen wel massaal roepen dat ze overstappen naar GroenLinks of de SP, maar als ze het rode potlood in de hand hebben zullen ze toch wel eieren voor hun geld kiezen en alsnog op Kok stemmen.

Wat is immers het rendement van een zeteltje extra voor een partij die wel mooie idealen kan verkondigen in de Tweede Kamer, maar nooit zal deelnemen aan een regering? Ook de kiezers die het sociale engagement bij de PvdA al langer missen, zullen uiteindelijk op die partij stemmen. Al helemaal met een nek-aan-nek-race met de liberalen in gedachten vinden zij dat hun stem dan meer waard is. Althans zo hopen de campagnemakers van de PvdA. Die hoop loopt echter stuk op drie denkfouten.

Ten eerste vergeet men dat er ook nog gemeenteraadsverkiezingen zijn. Met lokale partijen die zich steeds vaker op het pluche nestelen. De PvdA, of de VVD en D66, spelen in veel gemeenten de rol van oppositiepartij. Zij moeten het hebben van lef en durf. Een landelijke partij die dan voorzichtig naar het midden opschuift, doet de lokale partijgenoten geen goed.

De tweede denkfout die bij het stellen van de machtsvraag wordt gemaakt, is dat linkse partijen in Nederland dat minder goed kunnen doen dan rechtse. Vergelijk het alternatief voor de linkervleugel van de PvdA met de tweede keuze voor de rechtervleugel van de VVD. Terwijl de eersten altijd een ruime keus hebben gehad, is de rechterzijde van het politieke spectrum veel minder versplinterd. Een PSP of PPR destijds, GroenLinks en de SP nu, het zijn reëlere gevaren voor de sociaal-democraten dan extreem-rechts voor het liberale smaldeel.

Het derde punt dat de PvdA-campagnemakers over het hoofd zien, is de spreekwoordelijke druppel. Mensen die iedere vier jaar de machtsvraag horen stellen, zijn het op een gegeven moment beu. Een teken aan de wand is de populariteit van GroenLinks en de SP. Zelfs in de rumoerige jaren zestig en zeventig stonden de CPN, PSP en PPR samen nooit zo hoog in de peilingen.

Dat komt uiteraard ook omdat de bevlogen Joop den Uyl een geheel ander soort politicus was dan de wijze staatsman Wim Kok. De huidige PvdA-leider kweekt veel goodwill door zich te verheffen boven het partijpolitieke gekissebis. De vraag is echter of deze persoonlijke status zich op 4 maart en 6 mei ook zal vertalen in zetelwinst voor de PvdA.

In andere landen is de machtsvraag door sociaal-democraten al vaker ingezet bij verkiezingen. Misschien dat de Nederlandse geloofsgenoten zich te veel op deze voorbeelden hebben blindgestaard. Maar dan realiseren ze zich niet dat iemand als Tony Blair toch met geheel andere omstandigheden heeft te maken. Het Britse districtenstelsel werpt een dam op tegen kleine partijen die Labour links willen inhalen.

De Groenen halen bij nationale verkiezingen bijna 15 procent, maar zijn niet vertegenwoordigd in het Lagerhuis. In Nederland zou dat 23 zetels in de Tweede Kamer betekenen. Ook de koers op het midden van de Duitse SPD wordt beschermd door de hoge kiesdrempel die Duitsland kent.

Als de grootste progressieve partij van ons land zo nodig haar verkiezingsstrategie van buitenlandse collega's wil afkijken, doet men er beter aan de ogen te richten op het Frankrijk van Lionel Jospin. De leider van de PS stelde niet de machtsvraag, maar benadrukte het sociale gezicht van de partij.

In de aanloop naar de verkiezingen polariseerden Jospin en de zijnen. Er werd gewezen op het verschil in standpunten met de liberalen en gaullisten. Gevoelige kwesties als het vreemdelingenvraagstuk, de sociale zekerheid en de Europese eenwording maakten de Franse kiezer duidelijk wat een stem op de Franse socialisten waard is.

Terwijl in Nederland de verbitterde linkse kiezer zich afkeert van de PvdA, kan de Franse linkervleugel zich juist verheugen in een idealistische koers van de Parti Socialiste. Daar wordt succesvol geconcurreerd met de communisten, terwijl in ons land de sociaal-democraten een hopeloze gooi doen naar kiezers ter rechterzijde.

De PvdA zou er goed aan doen haar koers op het midden te verlaten en niet langer schaamteloos de machtsvraag te stellen. In plaats daarvan past bij de komende verkiezingen een strategie gericht op profilering van de partij. Een sociaal gezicht doet de PvdA beter dan tactisch gesjoemel op het midden van de kiezersmarkt. Een groot probleem bij een duidelijker sociaal profiel is evenwel Kok.

De PvdA is met handen en voeten gebonden aan de weinig gepassioneerde opstelling van zijn leider. De kwestie rond de aftrekbaarheid van de hypotheekrente is hier een mooi voorbeeld van. Toen het PvdA-congres afgelopen maand deze aftrekpost wilde aanpakken, kon de zojuist herkozen lijsttrekker zonder moeite verklaren de congresuitspraak naast zich neer te leggen. Fractie en partijbestuur volgden zonder aarzeling.

De oplossing die voor de hand ligt, is uiteraard het niet langer verenigen van de functies van partij- en regeringsleider in één persoon. Laat Kok, ook in een volgend kabinet, maar de wijze staatsman spelen. Dan kan een meer bevlogen en minder gebonden persoon gezocht worden om de partij politiek te leiden.

Omar Ramadan is voorzitter van de Jonge Socialisten in de PvdA.

Meer over