DE ONDERSCHATTE KANSELIER

DE NIEUWE Duitse regering was vorig jaar nog niet geïnstalleerd of bij de meeste Nederlandse spraakmakers stond al vast dat Schröder het nooit zou redden....

'Schröder verliest strijd om de macht', kopte NRC Handelsblad op 20 oktober jl. 'Een maand na de verkiezingen wordt steeds duidelijker wie in het kabinet van SPD en Groenen de kok is en wie de kelner'. Lafontaine de man die de gerechten bereidt, Schröder als kanselier belast met het uitserveren ervan. 'Mocht Schröder gaandeweg struikelen, dan is Lafontaine bereid om hem op te volgen.'

Dat liep dus anders. Vorige week gooide Oskar Lafontaine - partijleider, super-minister van Financiën en Bondsdaglid - al zijn functies neer en vertrok naar zijn woonplaats Saarbrücken. Pogingen van Schröder hem aan de telefoon te krijgen, mislukten en het aftreden leek een vlucht. Misschien zijn er achtergronden die we nog niet weten, maar één ding staat vast: met dit vertrek is het politieke landschap in Duitsland opnieuw grondig veranderd.

Mij verbaasde de afloop niet. Veel eerder was Schröder er immers al in geslaagd Lafontaine de pas af te snijden in de strijd om de vraag wie de SPD-kandidaat voor het kanselierschap zou worden. Wie zoiets klaarspeelt, moest wel een formidabel politicus zijn. Bovendien heeft de Kanzler, eenmaal gekozen, een machtspositie die veel groter is dan die van de premier in Nederland. Die machtspositie heeft Schröder tactisch ten volle uitgebuit. Hij liet Lafontaine precies genoeg ruimte om zichzelf onmogelijk te maken.

Weinig politici wisten in vijf maanden zoveel vijanden te maken als Lafontaine, die een brokkenpiloot bleek. In de ogen van de ondernemerswereld, de centrale banken en collega-ministers in binnen- en buitenland, maar ook van het kiezerskorps, dat wel zijn vertrouwen in Schröder bewaarde.

In zijn tijd placht Kohl te zeggen dat zijn kracht erin school, dat hij altijd onderschat werd. Schröder kan hem dat nazeggen, maar doet dat wijselijk niet. Voorlopig heeft hij - óók als voorzitter van de EU - dringender dingen aan zijn hoofd. Volgens Wim Kok had Lafontaine's vertrek meer te maken met een strijd om de macht dan met een inhoudelijk geschil. Ik denk dat Kok beter weet.

Ongeacht de vraag wat zich diedonderdagmiddag in de allerlaatste uren precies afspeelde -de eerste geruchten over een ontslag kwamen van Wall Street - is zonneklaar dat achter de machtsstrijd een richtingenstrijd stak.

Nu moet men oppassen zo'n richtingenstrijd te simplificeren. Zo goed als men zich moet hoeden voor de idee dat Lafontaine - een uiterst intelligent man en een zeer bekwaam politicus - een soort dorpsidioot was.

Dat neemt niet weg dat de 'traditionalist' Lafontaine en de 'modernist' Schröder funtioneerden als de belichaming van twee uiteenlopende visies op de toekomst van de sociaal-democratie.

Lafontaine was de lieveling van het partijkader en de grote redenaar op partijcongressen, denkend in termen van kapitaal en arbeid, van oordeel dat economische groei ondernemerszaak is en de sociaal-democratie tot taak heeft de vruchten van die groei eerlijker te verdelen; ook als minister voorstander van grote loonsverhogingen om de crisis te bestrijden.

Daartegenover Schröder, gewantrouwd door datzelfde partijkader, maar geliefd bij de kiezers, de man van 'het Nieuwe Midden', van mening dat hij als sociaal-democraat niet alleen de kanselier is van de werknemers, maar van heel Duitsland met als taak het land en de economie te moderniseren als basis voor meer groei en meer rechtvaardigheid; voorstander van lastenverlichting voor het bedrijfsleven.

Lafontaine de francofiel en oud-premier van Saarland tegenover Schröder de anglofiel en geestverwant van Blair. De nederlaag van Lafontaine kan niet zonder uitwerking blijven.

In de internationale sociaal-democratie heeft de optie van de 'Derde Weg' een versterking ondergaan. De crux blijft echter de ontwikkeling in Duitsland zelf. De Frankfurter Allgemeine kwam dezer dagen in een hoofdartikel op de gedachte dat het vertrek van Lafontaine 'misschien wel de laatste is van de dramatische schokken waarmee de oude Bondsrepubliek afscheid neemt'.

Tussen de verkiezingsnederlaag van Kohl op 27 september en het vertrek van Lafontaine op 11 maart bestaat een samenhang, meent de schrijver. Zowel Kohl als Lafontaine zag niet hoe dringend de Bondsrepubliek aan vernieuwing toe is.

En dringend is het. Sinds september steeg het aantal werklozen met een half miljoen, op de wereldranglijst staat de Bondsrepubliek qua concurrentiekracht nummer 24 en in het vorige kwartaal kromp de economie. Duitsland wordt een zwakke schakel in euroland.

Ook dáárom had Schröder tegenover Lafontaine geen tijd meer te verliezen. Binnen plusminus een jaar moet Schröder in het geblokkeerde, conservatief-voelende Duitsland een doorbraak bewerkstelligen. Lukt het, dan is hij een groot kanselier. Mislukt het, dan is de nederlaag groot. Ertussen zit niet veel, zo lijkt het.

Meer over