De ondergang van een menselijke politieke machine

In Amerika, zo wil het cliché, is niets zo erg als verliezen. Dat geldt zeker in een zo zwaar bevochten verkiezingsuitslag als deze....

Arnout Brouwers

ALS AL GORE had gewonnen, zouden de commentaren zijn kennis van zaken roemen, evenals zijn briljante tactische keuzes. Zoals de afstand die hij nam van president Clinton, de koning van de politieke campagne. Gore zou ook lof zijn toegezwaaid voor zijn doorzettingsvermogen, tijdens zijn lange politieke loopbaan en ook in de Slag om Florida.

Maar het lot, of het zwangere stembiljet, heeft anders beschikt. In het gunstigste geval volgt nu de demystificatie van Gore, in het ergste de afbraak van alles wat hij ooit heeft gepresteerd. Het is de ondergang van de menselijke politieke machine, van 'More Gore' - wat na zijn toespraak op de Democratische Conventie uit duizenden kelen galmde - tot de 'Sore Loserman' die zich tot het allerlaatst niet bij een verkiezingsuitslag wilde neerleggen.

Al Gore, van eeuwige kroonprins naar serial loser. In 1948 geboren als presidentskandidaat. Slachtoffer van overambitieuze ouders. In 1988 de eerste vergeefse gooi naar het presidentschap. Vanaf 1993 acht jaar vice-president, een functie die in de VS vooral deernis opwekt, maar toch als springplank geldt naar het presidentschap.

En dan december 2000, het pijnlijkste verlies van een presidentskandidaat ooit. Zoals een van Gores campagnemedewerkers zei tegen een Amerikaanse journalist: 'Eigenlijk hebben wij gewonnen, en van die gedachte word ik gek. Het was beter geweest om zwaar te verliezen - en dronken te worden.'

Kan Gore deze kater verwerken? In 1988, toen hij zich na een mislukte campagne uit de presidentiële voorverkiezingen terugtrok, luidde het antwoord nog positief. Hij bestudeerde zijn zwakke plekken en zorgde dat zijn schulden snel afbetaald waren, zodat hij een serieuze politieke speler bleef. Maar het is zeer de vraag of hij zijn verlies dit keer zo makkelijk kan verwerken.

Wie hierop een antwoord wil, moet te rade gaan bij dé Democratische loser bij uitstek, Michael Dukakis, die het in 1988 aflegde tegen Bush sr. Alleen het noemen van zijn naam bezorgt Democratische partijstrategen nog steeds koude rillingen. Want de sympathieke Griek was té netjes. Te beheerst. Te redelijk. Volgens Dukakis is niets zo pijnlijk als het verliezen van de strijd om het presidentschap. 'Het doet nog steeds pijn,' gaf hij toe tegenover de New York Times. 'Ik herinner me nog dat ik na mijn verlies Mondale belde (die in 1984 de presidentsverkiezingen verloor tegen Ronald Reagan, red.). Hij vertelde me dat hij maanden na zijn nederlaag nog steeds dagelijks om half drie 's nachts wakker schrok.' Dukakis meent dat Gores verlies eerdere Democratische nederlagen overschaduwt: 'Dit is anders. Gore heeft gewonnen. Zijn verlies is nog erger dan het mijne.'

Historici maken een onderscheid tussen goede en slechte verliezers. Gerald Ford en Bush sr. zouden zich onder de eerste categorie bevinden, Jimmy Carter en Richard Nixon onder de tweede.

Carter bijvoorbeeld leek aan zijn verlies tegen Ronald Reagan in 1980 ten onder te gaan. Hij trof bij terugkeer in Georgia een in schulden verkerend pindabedrijf aan en, naar eigen zeggen, 'een geheel nieuw, ongewild, en potentieel leeg bestaan'. Later zou Carter terugkomen als internationaal bemiddelaar en vredestichter.

Volgens de historicus Robert Dallek schuilt achter elke kandidaat die galant zijn nederlaag erkent, een slecht verliezer. Wat hem logisch lijkt, gezien de enorme investering van energie en geld. 'In de media zeggen de kandidaten aardige dingen, maar ze willen gewoon naar huis, eerst om hun wonden te likken, daarna om een nuttige bezigheid te verzinnen. Uiteindelijk bereiken ze allemaal de status van staatsman.'

Ook voor Al Gore lonkt deze status. Hij lijkt ook weinig alternatieven te hebben. Hij kan niet terugvallen op een zetel in de Senaat of een gouverneursfunctie, en de kansen op een revanche in 2004 lijken ook niet geweldig. Charles Krauthammer wijst er in de Washington Post op dat sinds Richard Nixon, wiens tweede poging president te worden in 1968 wel slaagde, de verliezers van de strijd om het presidentschap (Humphrey, McGovern, Ford, Carter, Mondale, Dukakis, Bush, Dole) geen tweede kans wordt gegund. Het is sowieso onzeker of Gore, nadat hij deze verkiezingen uit handen heeft gegeven, nog voldoende steun onder de Democraten heeft om het over vier jaar opnieuw te proberen.

Robert Reich, die onder Clinton diende, gelooft niet dat het in Gores aard ligt stilletjes van het toneel te verdwijnen. Volgens hem zal Gore zijn verlies niet makkelijk kunnen aanvaarden. 'Hij denkt waarschijnlijk dat de verkiezingen hem door de neus geboord zijn. Dat kan hem ertoe aanzetten het opnieuw te proberen. Ik betwijfel zeer of hij zijn queeste zal opgeven.'

Meer over