De onbeschadigde Charlie Chaplin

Nooit zal Geraldine Chaplin ontsnappen aan het epitheton 'de dochter van', maar dat deert haar niet. Ze zet zich in voor Charles' nalatenschap....

Door Ronald Ockhuysen

De ontkenning is even charmant als krachtig. Geraldine Chaplin (59) heeft 'nog geen seconde' problemen gehad met het feit dat haar leven altijd in de schaduw staat van dat van haar vader. 'Ik ben altijd in de eerste plaats de dochter van Charlie Chaplin. Dat is niet iets waarmee ik worstel. Mijn vaders werk behoort tot het belangrijkste uit de filmgeschiedenis. Ik ben bevoorrecht. De naam Chaplin heeft mij meer voor- dan nadelen opgeleverd.'

Goed dan - welbeschouwd is er één moment geweest waarop ze de behoefte had zich tegen haar vader af te zetten. Dat was toen ze op 21-jarige leeftijd een rol kreeg aangeboden in Dr. Zhivago (1965). Moest ze maar niet doen, vond pa - een mening die Geraldine woest maakte temeer omdat hij haar, als 9-jarig meisje, wel had laten dansen in zijn eigen Limelight (1952). 'We hebben elkaar toen enkele jaren ontlopen. Hij was een koppige, trotse man. Hij vreesde dat ik de naam Chaplin zou beschadigen. Toen dat niet gebeurde, ging hij om. Hij heeft me sindsdien alleen nog maar de hemel ingeprezen. Ook als ik hem om serieus commentaar vroeg, als ik hem aansprak als de regisseur. Nooit iets aan gehad, in die zin. Hij had besloten alles wat ik deed schitterend te vinden.'

Geraldine Chaplin is in de Schotse stad Edinburgh om over haar vader te praten, die zij overigens niet 'mijn vader' pleegt te noemen, maar, net als iedereen 'Charlie Chaplin'. Herinneringen ophalen aan de man die te boek staat als het eerste genie in de filmgeschiedenis is zo'n beetje haar levenstaak - dat is niet veranderd sinds ze enkele jaren geleden met haar broers en zussen brak en 'voor een mooi bedrag' afstand deed van alle familierechten. Ze wordt 'honderden keren' per jaar uitgenodigd een expositie of een retrospectief van 'the greatest movie icon of all time' (Martin Scorsese) luister bij te zetten. Maar haar bezoek aan Edinburgh, een van de favoriete steden van haar vader, heeft een dwingender karakter. 'Dit gaat over het belangrijkste wat er sinds zijn dood met zijn oeuvre heeft plaatsgevonden.' Chaplin is in Edinburgh omdat een groot deel van het werk van Charlie deze maand op dvd beschikbaar komt - gerestaureerd tot in de kleinste details.

Met de uitbreng van klassiekers als The Great Dictator (1940), Modern Times (1936), The Gold Rush (1925), Limelight (1952), The Kid (1921), Monsieur Verdoux (1947), The Circus (1927), City Lights (1931), A Woman of Paris (1923) en A King in New York (1957) komt de nalatenschap van Chaplin 'binnen het bereik van jongeren en al de generaties die nog volgen', stelt Geraldine tevreden vast. 'Zonder krassen. Zonder vuiligheid. Zoals mijn vader het in zijn hoofd had.'

Ze was 'doodziek' van de beschadigde, aangevreten kopieën die in de filmhuizen en de faculteiten in omloop zijn. 'Ik ging een keer, met mijn kinderen, naar The Circus. De kopie was zo slecht dat de film vrijwel niet te volgen was. Dat heeft me razend gemaakt.'

De restauratie haalt het werk van Charlie Chaplin, die in 1977 overleed, uit de hoek van verpulverde nitraatfilms en beschadigd celluloid. Dat stemt gelukkig, zegt Geraldine terwijl ze op haar hart bonst; haar vader was, ondanks de eerbetonen die hem in zijn laatste jaren ten deel vielen, 'doodsbang' dat zijn films vergeten zouden worden. 'Als hij een lijst met belangrijke filmmakers onder ogen kreeg waarop hij niet voorkwam, kon hij dagen van slag zijn.'

Zelf kent ze de films vanzelfsprekend van binnen en van buiten, al is het maar omdat Chaplin in zijn nadagen in Zwitserland voor zijn derde vrouw Oona en hun kinderen regelmatig vertoningen van zijn eigen werk op touw zette. 'Nu ik zelf op leeftijd ben, zie ik daar de treurige kant wel van. Als kind vond ik het prachtig. Papa's films. Met papa als de grappigste man van de wereld.' Na een korte stilte: 'Het zíjn ook films die keer op keer bekeken kunnen worden. In die zin was het niet zo gek dat hij er steeds weer mee kwam aanzetten.'

Toch werd Geraldine verrast toen zij de documentaire Charlie: The Life and Work of Charles Chaplin (2003) voor het eerst zag. Regisseur Schickel zet in die film, ook opgenomen in de dvd-collectie, oude filmopnamen van Charlie Chaplin naast homevideo's die Oona Chaplin van haar man op hoge leeftijd maakte: zo wordt zichtbaar dat de oude Charles in zijn tuin in Zwitserland voor zijn kinderen de grapjes herhaalde die Charlie, de bekende zwerver met de bolhoed, in zijn vroegste werk al maakte.

De film werpt, vindt Chaplin, een nieuwe visie op haar vader. Ze had hem nog nooit zo scherp gezien als een man die dwangmatig naar aandacht hengelt. In een van zijn eerste korte films uit 1914 zit al de grap dat Charlie niet uit beeld wil. Hij wordt steeds voor de camera weggeduwd, om dan stiekem weer voor de lens te verschijnen. 'Dat beeld zegt heel veel. Het is eigenlijk nooit meer anders geworden.' Uit dezelfde begintijd van de cinema stamt ook de Napoleon-imitatie die de bejaarde Chaplin thuis, op het gazon, vaak deed om zijn kinderen te behagen. 'Het ontregelde mij toen ik die imitatie als filmfragment terugzag. Dat was in mijn geheugen echt iets van mijn kinderjaren. Iets uit het echte leven.'

Schickel zet in Charlie: The Life and Works of Charles Chaplin de feiten nog maar eens op rij: hij benadrukt dat de mix van pathos en slapstick die Chaplin in 1915 presenteerde compleet nieuw was, Chaplins 'uitvinding' van de politieke satire (The Immigrant, 1917) komt uitgebreid aan de orde, evenals Chaplins ongekende sterrenstatus en rijkdom, zijn maniakale affaires met jonge meisjes (bij voorkeur van een jaar of 15), zijn artistieke experimenteerdrift, en vooral ook zijn politieke engagement, dat er uiteindelijk toe leidde dat Chaplin in 1952, terwijl hij een promotiereis door zijn vaderland Engeland maakte, door de Amerikaanse overheid tot ongewenste communist werd bestempeld.

Geraldine Chaplin herinnert zich die roerige tijd 'als een schimmenspel'. Ze was negen destijds, en genoot het leven van een zondagskind in Santa Monica. Van de eerdere rel die rondom het huwelijk van haar ouders speelde - de 17-jarige Oona, dochter van schrijver EugeneO'Neill, werd vanwege haar relatie met de 54-jarige filmmaker uit haar familie verstoten - had de kleine Geraldine geen weet. Pas later, toen de familie zich in de Zwitserse Alpen terugtrok, kwam de onrust. Haar vader, niet langer een superster, was vooral met het verleden bezig. 'Hij miste Amerika, ondanks de woede. Hij verlangde naar de smaak van Amerikaanse koffie, naar een bepaald soort snoepjes, naar avocado's. Een citaat uit Limelight - ''what a sad business, being funny'' - was opeens heel concreet geworden.'

Geraldine ging op 17-jarige leeftijd naar de Royal Ballet Academy in Londen, om daarna - als enige van de acht Chaplin-kinderen - voor een acteurscarrière te kiezen.

David Lean, haar voormalige levensgezel Carlos Saura, Robert Altman en Alan Rudolph zijn de belangrijkste regisseurs in haar wijdvertakte loopbaan (opmerkelijkste rol: ze speelde haar eigen oma in de biopic Chaplin). Daar is vorig jaar de Spaanse regisseur Pedro Almódovar bijgekomen, in wiens Hable con ella zij als balletlerares opdook.

Almódovars succes is voor haar het bewijs dat eigenzinnigheid in de filmindustrie nog altijd kan lonen - 'ook al doet een blik op het aanbod dat niet meteen vermoeden'. Almódovar heeft wel iets van haar vader, vindt ze. 'Hij weigert compromissen te sluiten, volgt zijn eigen smaak en gevoel, is niet bang zijn stem te verheffen als het om precaire onderwerpen gaat. '

De avond voor het interview heeft ze nog uitvoerig gesproken met haar 17-jarige dochter Oona, die in Edinburgh de prestigieuze Gordonstoun School bezoekt. Ook toen ging het over eigenwijs zijn en risico's nemen. Oona had namelijk bedacht dat zij in een schoolvoorstelling van Shakespeare's A Midsummer Night's Dream het personage Bottom ging spelen in de karakteristieke kleding van haar opa Charlie - met snor, bolhoed en wandelstok. De BBC pikte het nieuws - 'Chaplin's granddaughter acts up' - meteen op.

Chaplin: 'Oona zal altijd worden gezien als het kleinkind van Charlie Chaplin. Ik denk dat ze met deze rol zoiets wil zeggen als: Oké! Charlie was mijn opa. En ik vind dat fantastisch!'

De dochter van Charlie vond de kleindochter van Charlie overigens 'een onwaarschijnlijk goede Charlie Chaplin'. 'Toen ze opkwam, werd ik overmand door emotie. Dit was niet een jonge vrouw die deed alsof ze Charlie Chaplin is. Dit was Charlie. Aan genen valt simpelweg niet te ontsnappen.'

Meer over