De nuance tussen botte leuzen en een verhaal

Jan Mulder heeft vorige week boos gereageerd op een interview met Paul Gerbrands van De Club van Tien Miljoen, die vindt dat de Nederlandse bevolking krachtig moet inkrimpen....

Zijn uitval naar de journalist bracht op de redactie veel commotie teweeg. Want was Mulders kritiek niet een aanval op de integriteit van een met naam en toenaam genoemde verslaggever? Hij haalde weliswaar ook uit naar de Volkskrant. Daar had hij het volgens mij beter bij kunnen laten. Want het is de redactie van de krant en niet de journalist die beslist of een bepaald verhaal moet worden geschreven en of het vervolgens ook in de krant wordt gepubliceerd.

Niemand zal problemen ermee hebben wanneer een columnist de krant of de redactie attaqueert om wat hij vindt dat er verkeerd is aan de berichtgeving. En het lijkt me soms ook terecht dat een verslaggever ervan langs krijgt. Maar misschien moet je zoiets uitsluitend doen wanneer de verslaggever in verhalen zijn eigen meningen ventileert.

Het verhaal van De Club van Tien Miljoen heeft in de Volkskrant een voorgeschiedenis. Geruime tijd heeft zij namelijk in deze krant geadverteerd; tot verdriet van de directie, van de hoofdredactie en ook van vele lezers, die de annonces niet vonden passen bij de Volkskrant. Maar de krant weigert advertenties alleen, als ze oproepen tot discriminatie, racisme en vreemdelingenhaat kwesties waarvan de club zich in haar reclamecampagne steeds uitdrukkelijk distantieerde.

Die annonces zijn allang uit de Volkskrant verdwenen. Gezien deze voorgeschiedenis was de publicatie over De Club van Tien Miljoen daarom een verrassing. Want was er eigenlijk wel een goede reden om haar opnieuw voor het voetlicht te halen? Zou je zo'n club, waarover tot opluchting van velen zolang al niets meer werd vernomen,

niet gewoon laten voortdommelen?

Jan Mulders boosheid zou terecht zijn, als de Volkskrant dit verhaal slechts als een losse flodder had gepubliceerd. Maar Martin Sommers artikel houdt verband met een serie over de vergrijzing in Nederland, waarmee de Volkskrant op dit ogenblik bezig is. De Club van Tien Miljoen heeft daarover een aantal uitgesproken meningen. Wat je ook ervan denkt, journalistiek is het een verdedigbaar argument om er aandacht aan te geven.

Uiteraard had de verslaggever de confrontatie met Gerbrands kunnen zoeken of met misprijzen kunnen reageren. Maar is het ver-werpelijk voor een journalist van de Volkskrant om dat niet te doen? Je hoeft Gerbrands' opvattingen niet te delen. Maar in zijn hele betoog werd niets gezegd waarvoor de verslaggever met een bestraffend vingertje had moeten wapperen. En als nou de geinterviewde op de racistische of discriminerende toer was gegaan? Een journalist die dat onweersproken zou laten, verdient in dat geval terecht forse kritiek.

Mulder riep in zijn column vorige week de lezers van de krant op in het geweer te komen tegen de neergang van de normen en waarden van deze progressieve krant'. Inderdaad hebben lezers gevolg gegeven aan zijn oproep. Van de 45 inzenders steunen er veertien de columnist; de overige 31 zijn het niet met hem eens. Een lezer prijst Mulder als een leuke stukjesschrijver, maar een matig journalist'. Een ander noemt zijn oproep een natte kreet'. Sommige lezers zijn het met Mulder eens dat rechtse praat' niet in de Volkskrant thuishoort en dat die knaagt aan het progressieve imago van de krant.

Opmerkelijk is dat tegenwoordig zoveel lezers het met Jan Mulder oneens zijn, terwijl in de tijd van de Vol is vol'-advertenties de ombudsman én de brievenrubriek louter protestbrieven tegen die annonces kregen. Is er in de tussentijd in Nederland een taboe doorbroken? Het zou kunnen. Maar misschien is het zo dat botte leuzen als Vol is vol' de Nederlandse lezers enorm irriteren, omdat ze vaak gebruikt zijn uit racistische motieven. Zodra de lezers genuanceerdere argumenten onder ogen krijgen, blijken ze veelal aanzienlijk minder bevooroordeeld.

Meer over