Beeldvormers

De noordse variant van ijspret: vulkaankolder, het verlangen van de IJslander naar de onderwereld

Een kilometerslange slang van blik en rubber kronkelt zich tussen de bergen door naar een verdwijnpunt buiten het kader. Beeld AFP
Een kilometerslange slang van blik en rubber kronkelt zich tussen de bergen door naar een verdwijnpunt buiten het kader.Beeld AFP

De rubriek Beeldvormers onderzoekt hoe een foto onze kijk op de werkelijkheid bepaalt. Deze week: uitbarsting van vulkaan Fagradalsfjall.

In zijn veelgeprezen vertaling van de Edda – de verzameling mythische verhalen uit het oude IJsland – schrijft vertaler Marcel Otten dat de afstammelingen van de nobele IJslandse geslachten zich graag gedragen naar het voorbeeld van oppergod Odin: ‘Meedogenloos, intellectueel en met verfijnde manieren.’ Ik moest denken aan de Edda, het rond 1222 door Snorri Sturluson opgetekende handboek, toen ik de foto zag van het weidse, groenovergoten Arcadië, niet ver van de hoofdstad Reykjavik.

Een kilometerslange slang van blik en rubber kronkelt zich tussen de bergen door naar een verdwijnpunt buiten het kader: twee rijen dik klonteren de auto’s van vermoedelijk half Reykjavik – zo groot is de stad niet – op de weg. Is dit de in de Edda beschreven Midgaardslang, het gevaarlijkste, angstwekkende monster, zo groot dat hij in een cirkel om de wereld ligt? Als hij met zijn kop in zijn eigen staart bijt, schudt hij van woede, en veroorzaakt zo de aardbevingen die ook de afgelopen weken de afstammelingen weer eens uit hun slaap hielden van de nobele Vikingen die het land vanaf 870 koloniseerden.

Het is de gevreesde slang niet, want de aardbevingen waren er eerder dan de oneindige sliert auto’s. Het sidderen van de aarde kondigde de enorme eruptie aan van de vulkaan Fagradalsfjall. Op vrijdag 19 maart barstte het spektakel los en het kan nog maanden doorgaan: roodgloeiende rivieren met lava, rotsblokken als huizen zo groot de lucht in geslingerd, aswolken die het gelaat en de haardos van Odins zoon Thor in de hoge hemelen beroeten. De IJslanders zijn wel wat gewend: de uitbarsting van de Eyjafjallajökull in 2010 bijvoorbeeld, met askegels tot acht kilometer hoogte, die vliegverkeer in Europa onmogelijk maakten.

Maar klaarblijkelijk maakt de uitbarsting van de Fagradalsfjall oerkrachten wakker in de IJslanders en worden ze nu als een motten naar de vlam in de kratermond getrokken. Met eigen ogen willen, moeten zij de woede van de onderwereld aanschouwen en de hitte van de vloeibare aarde de huid laten schroeien. Massaal rijden ze vanuit de stad over rijksweg 41 en 43, langs de beroemde toeristische trekpleister de Blue Lagoon, en stuiten daar op de Midgaard-parkeerfile. Daar zoeken ze een plekje – achteraan aansluiten – en beginnen hun voettocht naar de flanken van de vulkaan.

Altijd dacht ik dat een dergelijke vrolijke massapsychose vooral aan Nederlanders is voorbehouden – een schip strandt, een pand vliegt in brand of een Friese sloot bevriest, en de eerste patatkraam rukt al uit – en dat de IJslanders met hun verfijnde manieren meer distantie en zelfbeheersing aan de dag leggen. Maar nee: op de glooiingen rond de vulkaan wemelt het van de fleurig geklede wandelaars, als krokussen in de lente schieten ze tussen het mos omhoog.

Op vrijdag 19 maart barstte de vulkaan Fagradalsfjall uit. Het spektakel kan nog maanden doorgaan. Beeld AFP
Op vrijdag 19 maart barstte de vulkaan Fagradalsfjall uit. Het spektakel kan nog maanden doorgaan.Beeld AFP

Er zijn geoefende hikers, die op de gestolde lava hotdogs grillen en de verfijnde Nordic cuisine aldus nieuwe inhoud geven. Maar ook meedogenloze stuntelaars, die verdwalen in de mist en zich alleen door ordehandhavers laten weghouden van puimsteenvliezen die elk moment kunnen worden verzwolgen door het vloeibaar gesteente van 1.200 graden eronder. Tientallen wandelaars zijn al gered door de uitgerukte hulpdiensten, op tv zag ik een echtpaar dat twaalf uur had rondgezworven en elk gevoel voor richting had verloren. Geen blijk van grote intellectuele gaven.

Vulkaankolder, de noordse variant van ijspret, moet het zijn, een eeuwenlang doorvoeld verlangen van de IJslander naar de gevaarlijke en daarom zo aantrekkelijke onderwereld. Lees Grímnismál, het Lied van de Gemaskerde in de Edda er maar op na: ‘Uit het vlees van Bruller werd de aarde geschapen,/ de zee uit zijn zweet,/ de bergen uit zijn botten, uit zijn haren de bomen,/ de hemel uit zijn schedel.’ Doet de gelegenheid zich voor, dan moet je Bruller in de bek kijken.

Het is zo’n achthonderd jaar geleden dat de Fagradalsfjall voor het laatst zijn gloeiende woede toonde. Een snelle rekensom leert dat dit rond 1222 moet zijn geweest. Het jaar waarin Snorri Sturluson de Edda voltooide. Gezeten naast Thor de donderkoning in de hemel laat Snorri zich dit aardse eerbetoon welgevallen.

Meer over