Analyse

De Nobelprijs die Ethiopië (bijna) fataal werd

Gevluchte Ethiopiërs koken eten op de binnenplaats van een school in Mekelle. Beeld Eduardo Soteras Jalil
Gevluchte Ethiopiërs koken eten op de binnenplaats van een school in Mekelle.Beeld Eduardo Soteras Jalil

Als zelfverklaard Ethiopiëfiel wordt journalist Olaf Tempelman geconfronteerd met verschillende perspectieven op de burgeroorlog in het Afrikaanse land. Vooral de rol van de president en Nobelprijswinnaar Abiy Ahmed is voer voor discussie. Waarover botsen ze?

Olaf Tempelman

De rij is lang in de Brabantse drogist waar je met Western Union geld kunt overmaken naar landen waar veel inwoners geen bankrekening hebben. Ik sta er nu drie kwartier en ben voorlopig nog niet aan de buurt. In de rij heb ik inmiddels gesproken met mensen geboren in Syrië, Nepal, Afghanistan en Venezuela, allemaal hier om geld naar familie te sturen. Na ruim een uur mag ik naar een man achter plexiglas lopen, die zegt: ‘Ethiopië heb ik nog niet gehad vandaag.’

Ethiopiëfilie is geen erkende aandoening, maar ik was niet de eerste die van Ethiopië in de ban raakte. Het gebeurde reizigers van over de hele wereld. Er zijn er die zeggen dat het komt omdat Ethiopië als enige Afrikaanse land nooit is gekoloniseerd. Hier vind je een van de oudste vormen van het christendom op aarde. Op Ethiopische iconen hebben heiligen een zwarte huidskleur en kroeshaar. Een groot deel van Ethiopië ligt boven de 2.000 meter hoogte. Rotskloosters liggen vaak verscholen in ronduit spectaculaire hooglanden. Er is die hypnotiserende Ethiopische muziek, met dampende blaaspartijen en bijna transcendente vocalen. En er is die toewijding van de inwoners.

Girma Alemu en Eshetu Sahle Amlak ken ik van mijn reis voor de Volkskrant naar Lalibela, omschreven als het Jeruzalem van Afrika en het achtste wereldwonder. Die jongens waren toen nog scholieren die graag hun Engels oefenden. Ze gidsten mij door een magnifiek labyrint van middeleeuwse rotskerken waarin geestelijken tevens percussionisten zijn.

Ze woonden met nog twee anderen in een kamer zonder deur, maar wilden niet dat ik hun eten betaalde, zelfs geen injera (zuurdesempannenkoek) zonder vlees. Jarenlang kreeg ik rond 11 of 12 september, Ethiopisch Nieuwjaar, mails van ze met gelukwensen, altijd verstuurd vanaf die ene oude computer op school, waarvan een paar honderd leerlingen gebruikmaken.

Dat mensen die nooit in Ethiopië zijn geweest bij dit land niet per se positieve associaties hebben, heeft te maken met de politieke geschiedenis. Adjectieven daarvoor zijn tragisch en catastrofaal. Een Ethiopische historicus die ik over die geschiedenis sprak, besloot een lang exposé met de woorden: ‘Wreed land.’ Bijna veertig jaar geleden was er een hongersnood die het imago bepaalde. Dat ik op een zaterdagmiddag in een Brabantse drogist met een geel-zwart logo van Western Union sta, heeft te maken met de terugkeer van oude demonen.

Olaf Tempelman en Girma (links) en Esthetu (rechts). Beeld
Olaf Tempelman en Girma (links) en Esthetu (rechts).

Afgelopen herfst kreeg ik een heel korte mail van Girma en Eshetu: ‘We need your help as soon as possible!’ Lalibela was toen net ingenomen door het leger van de noordelijke provincie Tigray. Girma en Eshetu waren gevlucht naar gebied dat nog in handen was van het regeringsleger. En daar hadden ze niets te eten.

Ik keek hoe lang het geleden was dat ik een euforisch mailtje van ze had gekregen met de titel ‘NOBEL PEACE PRICE!!!’. Twee jaar geleden: oktober 2019. De Ethiopische premier Abiy Ahmed was toen net bekroond met de Nobelprijs voor de Vrede.

Keuken, muziek en toerisme

Terrie Hessels, gitarist van impropunkensemble The Ex, en kunstenaar Emma Fischer zagen het slechte getij evenmin aankomen als Girma en Eshetu. Van hun laatste bezoeken aan Addis Abeba herinneren ze zich dat de Ethiopische hoofdstad bruiste van optimisme. In de jaren 2018 en 2019 werden ze overspoeld door positieve berichten van Ethiopische vrienden, althans van vrienden ten zuiden van Tigray. Er werden in die jaren duizenden politieke gevangenen vrijgelaten; er kwam persvrijheid; de hele hoofdstad mocht een kijkje gaan nemen in het oude keizerlijke paleis dat altijd voor publiek gesloten was geweest.

Bij Terrie en Emma begon de Ethiopiëfilie een kwarteeuw geleden. Ze maakten toen in een rode Landrover een reis die je allang niet meer over land kunt maken. Ze reden van Addis Abeba naar het noorden, via Tigray naar Eritrea, zonder te worden opgehouden door mannen met geweren. Overal waar ze kwamen kochten ze muziekcassettes. Aan het eind van de reis vulden die de halve Landrover. Op hun eigen platenlabel Terp Records begonnen diverse artiesten uit de regio later aan een tweede muzikale carrière in Europa. Artiesten uit Amhara, Tigray, Eritrea – laten we eerlijk zijn: het is een en hetzelfde cultuurgebied.

Terrie’s ensemble The Ex ging optreden met illustere Ethiopische muzikanten. The Ex is óók de enige westerse band die tournees door Ethiopië op zijn naam heeft staan. In de woonkamer van hun huis in Wormer is één muur helemaal door Emma beschilderd in Ethiopische stijl – haar techniek kan zich meten met die van Ethiopische icoonschilders. Zie hier wat Ethiopiëfilie met je kan doen.

Het Ethiopische schilderwerk in restaurant Fenan in Amsterdam is ook van Emma’s hand. Ach, die Ethiopische keuken die zijn krachtige boeket op je vingers achterlaat, geniet tegenwoordig wereldfaam. Ethiopische restaurants vind je van Vancouver tot Tokio, in Amsterdam zitten er wel twintig. Het mooie was: in het verlengde van de populariteit van de keuken en de muziek, werd Ethiopië een toeristische bestemming. De laatste decennia steeg het aantal buitenlandse bezoekers elk jaar. Dat die stroom in 2020 abrupt stilviel, had niet alleen met covid te maken.

Ethiopiëfans vrezen de aanblik van het land als ze er ooit weer naartoe kunnen reizen. Schattingen van het aantal burgerdoden in vijftien maanden oorlog lopen in de duizenden, schattingen van het aantal vermisten in de tienduizenden. Meer dan twee miljoen mensen sloegen op de vlucht, meer dan vier miljoen mensen werden afhankelijk van noodhulp.

Hoe Ethiopië aan een catastrofe ten prooi kon vallen nadat de premier de Nobelprijs voor de Vrede had gekregen, wordt heel verschillend verklaard.

Verzetsstrijders

Zerihun Engidashet is een minzame, zacht pratende zestiger die zich moeilijk laat visualiseren als de guerrillastrijder die hij ooit was. Zijn wortels liggen in Gondar, de oudste en grootste stad van de regio Amhara. Zijn favoriete Ethiopische restaurant in Amsterdam is Taytu, waar we een tafelgrote injera delen. Later op de avond voegt zich een dertiger bij ons, Mesfin Aman, ex-studentenleider uit Addis Abeba.

Het vergde enig aandringen deze Ethiopische Nederlanders tot een gesprek te bewegen. Zij steunen de strijd van premier Abiy Ahmed. Ze zijn zeer teleurgesteld over de wijze waarop westerse media sinds 2020 berichten over de Nobelprijslaureaat van 2019. Zerihun en Mesfin (Ethiopiërs worden zowel informeel als officieel aangesproken met hun eerste naam) vertellen dat ze zelfs hun vertrouwen in de BBC kwijt zijn.

Laten we, om hun verhaal te begrijpen, eens proberen een halve eeuw politieke geschiedenis van Ethiopië zo simpel mogelijk samen te vatten. Een halve eeuw terug zat de broze keizer Haile Selassie er nog. Rastafari’s op Jamaica dachten dat hij goddelijk was, maar zijn eigen land bestuurde hij feodaal. In 1974 werd zijn keizerrijk weggevaagd door marxistisch verzet. Daarna raakten de marxistische groepen onderling slaags. Zoals dat vaker ging als marxistisch-leninisten elkaar gingen bestrijden: de gewelddadigste en meest rücksichtlose groep kreeg de overhand, de Derg van kolonel Mengistu. Zerihun, de minzame zestiger tegenover mij in restaurant Taytu, zat in een anti-Mengistu-groep en ontkwam ternauwernood aan de terreur van de late jaren zeventig, veel vrienden en studiegenoten niet.

Vanaf het begin was er verzet tegen Mengistu, vooral in het noorden, in Tigray en in Eritrea, dat toen nog een provincie was van Ethiopië. In de jaren tachtig leidden gevechten tussen Mengistu’s leger en het verzet tot hongersnood die catastrofale proporties aannam omdat Mengistu geen hulpgoederen doorliet. Het was de tijd van het grote benefietconcert Live Aid. In 1991 sloeg Mengistu op de vlucht en nam het Tigrese verzet de hoofdstad Addis Abeba in. Het Eritrese verzet riep daarna, onderdeel van een deal met het Tigrese verzet, een onafhankelijk Eritrea uit.

Het Tigrese verzet beleed officieel een ideaal van een Ethiopië waarin etnische groepen de macht deelden. Toch staan de 27 jaren die volgden bekend als die van ‘de heerschappij van de noordelingen’. Tigreeërs vormden 6 procent van de bevolking, maar ze zwaaiden de scepter in het leger, de staatsveiligheidsdienst, ministeries en staatsbedrijven. Vooral onder Oromo’s en Amhara’s, Ethiopië’s grootste etnische groepen, leidde dat tot protesten. Het regime onderdrukte alle politieke oppositie. In restaurant Taytu in Amsterdam vertelt Mesfin Aman waar de sporen van marteling op zijn ledematen vandaan komen. Hij leidde deze eeuw studentendemonstraties en moest dat bekopen met gewelddadige verhoren en opsluiting.

Repressie vermocht onrust en onvrede niet te smoren, vooral niet in Oromia, de regio waarin Addis Abeba ligt. Zo ontstonden de omstandigheden waarin de regimepartijen besloten een etnisch Oromo tot premier te kiezen: Abiy Ahmed, geboren in 1976. Abiy had zich als 14-jarige kindsoldaat aangesloten bij het Tigrese verzet tegen Mengistu. Hij was een van de weinige Oromo’s in dat leger en leerde in mum van tijd vloeiend Tigrees. De hoop was dat hij kalmte zou brengen en de continuïteit van het regime zou waarborgen.

Tot zover de geschiedenis waarover iedereen het min of meer eens is. Want het liep niet zoals de leden van het regime hadden gecalculeerd. Zerihun en Mesfin vertellen in restaurant Taytu hoe Abiy vriend en vijand verbaasde door zijn moed aan 27 jaar ‘Tigrees apartheidsregime’ een einde te maken. In ministeries, staatsbedrijven en legereenheden werden impopulaire Tigreeërs ontslagen. Vele duizenden oppositieleden werden vrijgelaten. De censuur werd opgeheven. Zerihun merkte de euforie over het nieuwe Ethiopië in zijn thuisstad Gondar: het was weinig anders dan een bevrijding.

Abiy werd ook internationaal populair toen hij vrede sloot met Eritrea. Tigreeërs en Eritreeërs hadden samen tegen Mengistu gestreden, na de onafhankelijkheid van Eritrea werd Tigray de noordgrens van Ethiopië en brak een grensoorlog uit. Twee decennia later nam Abiy het initiatief voor vredesbesprekingen met de Eritrese dictator Isaias Afewerki. Zomer 2018 tekenden ze een akkoord. Er werd feestgevierd in de straten van Addis Abeba. Abiy was zo populair dat westerse media nu spraken van een ‘Ethiopische Nelson Mandela’ en een ‘Abiy-cultus’. Die bereikte haar hoogtepunt in de herfst van 2019, toen Abiy werd bekroond met de Nobelprijs voor de Vrede. Amper een jaar later was het in Ethiopië oorlog.

Zerihun en Mesfin vertellen over hun deceptie dat de westerse media Abiy toen afvielen, dat ze hem gingen beschuldigen van bombardementen op Tigray en het tegenhouden van hulpkonvooien. Er waren zelfs vergelijkingen tussen Abiy en Mengistu: beiden deinsden in hun strijd tegen de noordelingen er niet voor terug de bevolking van Tigray uit te hongeren. Zerihun en Mesfin kunnen er lang over praten, maar zij stellen dat het Tigrese propaganda is. Zij zeggen: zodra Tigreeërs doorhadden dat Abiy niet hun marionet was, trokken ze zich terug in Tigray om een oorlog voor te bereiden. Toen het Ethiopische leger in november 2020 in Tigray werd aangevallen, kon Abiy niet anders dan zijn land verdedigen. De Tigreeërs hadden bijna dertig jaar geregeerd, ze hadden goede banden met de Verenigde Staten, ze wisten hoe je westerse politici en media benadert. En zo kon het dat Abiy op CNN, BBC, Euronews en Al Jazeera ineens werd neergezet als een agressor die een humanitaire ramp had veroorzaakt.

Een tegenstander in het nauw

In de eerste versie van dit stuk kwamen nu de mensen aan het woord die mij vertelden dat Abiy Ahmed en niemand anders de hoofdverantwoordelijke is voor de catastrofe die zich de laatste vijftien maanden voltrok. Ze stonden hier met naam en toenaam, maar ze vrezen consequenties, dus heb ik op hun verzoek hun namen geschrapt.

Op het hoogtepunt van zijn populariteit maakte Abiy een tournee door de Verenigde Staten. In Los Angeles werd zijn toespraak ingeleid door Berhane Kidanemariam, de Ethiopische consul in Californië, van Tigrese origine. Berhame was sinds 2004 goed met Abiy bevriend en enthousiast over diens hervormingen en vredesinitiatieven. Toen Berhane het podium beklom, begon het publiek te scanderen: ‘Oprotten Tigreeër!’ Berhane verwachtte dat Abiy hem te hulp zou schieten: geenszins. Na afloop vroeg Berhane zijn oude vriend waarom hij niets had gedaan. Berhane vertelde het Duitse blad Der Spiegel wat Abiy toen antwoordde: ‘Waarom zou ik?’

De mensen die ik sprak wantrouwden Abiy al voor zijn bekroning met de Nobelprijs. Allereerst was er zijn praalzucht, zijn enorme garderobe en zijn Imelda Marcos-achtige schoenencollectie. Daarbij kwamen interviews waarin Abiy vertelde dat hij zichzelf niet als een 21ste-eeuws politicus ziet, maar in de traditie staat van de grote visionaire Ethiopische keizers. Noem dat typisch voor mensen met het hybrissyndroom. Wie eraan lijdt, beschouwt zichzelf als uitverkoren en onfeilbaar. Toen kreeg Abiy ook nog de Nobelprijs, wat zijn gevoel van uitverkorenheid en overmoed versterkte.

De mensen die ik sprak waren geen fans van het oude regime; het was corrupt, het was autoritair. Maar hoe je ook over die 27 jaar denkt, het waren decennia waarin meer inwoners dan ooit onderwijs genoten en Engels leerden, de economie groeide, nieuwe wegen werden aangelegd en het toerisme op gang kwam.

Wat je Abiy Ahmed kunt verwijten, zeggen zij, is dat hij ging trappen naar een tegenstander die al in het nauw was gedreven. Hij was amper aan de macht of hij begon genadeloos met de Tigreeërs af te rekenen. Er waren zuiveringen, ontslagen, interneringen. Je moet mensen die verslagen zijn nooit vernederen, want die verslagenen verdwijnen niet van de aardbodem.

Toen kwam dat vredesakkoord met Eritrea. Abiy kreeg er de Nobelprijs voor, de Eritrese dictator Isaias Afewerki was boos op de Noren dat hij de prijs niet óók kreeg. Veel mensen die beter in de regio waren ingevoerd dan het Nobelprijscomité, zagen in dat akkoord geen vrede, maar een strategische omsingeling van de provincie Tigray, de gemeenschappelijke vijand van Abiy en Afewerki, door het Ethiopische regeringsleger in het zuiden en het Eritrese regeringsleger in het noorden. Het was de grootste blamage in de geschiedenis van de Nobelprijs, schreef Afrika-kenner Simon Tisdall in The Guardian.

Wraak is als het werpen van een brandend stuk houtskool, luidt een aloud boeddhistisch gezegde, wie het werpt brandt ook zichzelf. Volgens de Tigreeërs konden ze in november 2020 weinig anders dan zich verdedigen toen ze waren omsingeld en werden aangevallen. Abiy noemde de Tigreeërs toen ‘hyena’s bij daglicht’ en ‘criminelen’. Hij liet luchtaanvallen uitvoeren op burgerdoelen in Tigray en opende de grenzen voor het Eritrese leger dat in Tigray misdaden tegen de menselijkheid beging. In één keer was hij zijn internationale imago van vredestichter en ‘Ethiopische Nelson Mandela’ kwijt.

Ondanks Abiy’s offensief verdreven de Tigreeërs het Ethiopische regeringsleger. Vooral dankzij topofficieren die Abiy uit dat regeringsleger had ontslagen, rukte een Tigrees leger daarna snel op naar het zuiden. In november 2021 stonden de Tigreeërs op amper 100 kilometer van Addis Abeba. Abiy spoorde toen al zijn inwoners aan de wapens op te nemen. Eind november werd hij in militair uniform aan het front gefilmd. Waarom het Tigrese leger daarna aan een terugtrekking begon, wordt verschillend verklaard. Er zou sprake zijn geweest van zware Amerikaanse druk. Het journalistieke onderzoeksplatform Bellingcat bestudeerde satellietbeelden en concludeerde dat het Abiy-regime op grote schaal Turkse TB2-drones tegen de Tigreeërs heeft ingezet. In diverse media is al gespeculeerd dat Abiy kan eindigen als de eerste winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede die zich zal moeten verantwoorden voor het Internationale Strafhof.

Veerkrachtig volk

Dat het regeringsleger Lalibela had terugveroverd, wist ik eerder dan de persbureaus. Ik kreeg een mail van Girma en Eshetu met de titel ‘BACK HOME’, verstuurd vanaf de oude schoolcomputer. Die computer hadden de vechtende partijen laten staan, veel andere spullen niet. Dat meubels en ramen waren meegenomen, was minder vervelend dan dat alle winkels en voorraadkelders waren geplunderd: graan, olie, zout, suiker, melkpoeder, allemaal weg. Girma, Eshetu en nog duizenden anderen hadden de lange weg naar huis moeten lopen. Bij terugkeer, schreven ze, ‘waren onze fysieke reserves op’. De voedselvoorziening kwam heel moeizaam op gang.

Wat Girma en Eshetu daarna meldden, verbaasde mij niet: ‘De toeristen zijn nog niet terug. Hopelijk komen ze dit voorjaar weer.’ Hopelijk, want Lalibela ligt vlakbij Tigray, en nieuws over bombardementen helpt het toerisme niet. Mijn twee Ethiopische vrienden eindigden hun mail daarna verrassend: met een uitnodiging snel weer langs te komen. ‘We zullen het redden en we hopen dat je weer komt! Veel hotels hebben geen ramen meer, maar maak je daar niet druk over. We vinden voor jou een plek om te slapen. Hope to see you this year in an Ethiopia of PEACE!

Zo zijn Ethiopiërs, zegt Terrie Hessels: altijd veerkrachtig, altijd optimistisch, altijd gastvrij, altijd weer tot wonderlijke improvisaties en verrassingen in staat. Emma Fisher en hij zullen, zodra het weer kan en mag, naar Addis Abeba gaan, want te veel vrienden hebben ze nu al twee jaar niet gezien. Zij weten dat er dan in de clubs van de hoofdstad zal worden gezongen en gespeeld alsof het al vijftig jaar vrede is. Noem Ethiopiëfilie de kunst ondanks catastrofes de warmte van de mensen te blijven voelen en de muziek te blijven horen.

Wie ondanks catastrofes met een hoopvolle prognose wil komen voor het toerisme, waarvan de laatste decennia steeds meer Ethiopiërs gingen leven, kan stellen dat reizigers zich tegenwoordig snel weer laten zien als het ergens veilig is. In voormalig Joegoslavië herstelde het toerisme zich sneller dan kogelgaten konden worden gedicht. De meeste buitenlanders in Ethiopië zullen in 2022 nochtans noodhulpverleners zijn.

‘Zullen hun Ethiopische vrienden ooit nog samen aan tafel kunnen?’, vraag ik aan Terrie Hessels en Emma Fischer. ‘Natuurlijk!’ In de tijd dat Ethiopië en Eritrea oorlog voerden, logeerden artiesten van beide kanten tegelijk bij hun thuis in Wormer. Het was toen alsof er geen dictators en propaganda en ex-marxistische verzetsbewegingen bestonden. Het hielp dat die artiesten elkaar tegenkwamen in een huis van Ethiopiëfielen, want die munten uit in aandacht voor het mooie van deze regio, en daar zit niets politieks bij.

Ethiopische diaspora

Ethiopië, ruim 26 keer Nederland, is met bijna 110 miljoen inwoners qua bevolking het tweede land van Afrika en het dertiende land van de wereld. De voormalige Ethiopische provincie Eritrea aan de Rode Zee heeft slechts zes miljoen inwoners. Toch is de Eritrese gemeenschap in Nederland groter dan de Ethiopische. Volgens cijfers van het CBS wonen hier bijna 21 duizend mensen van Eritrese en 16 duizend mensen van Ethiopische origine.

Een reden voor dat verschil is dat Eritrea het gros van de laatste drie decennia een veel repressiever regime kende. Geografische omstandigheden spelen ook mee. Eritrea heeft een kustlijn van 1.000 kilometer. Ethiopië heeft sinds de onafhankelijkheid van Eritrea géén kust meer. Veel inwoners zijn woonachtig in geïsoleerde en vaak zelfvoorzienende gemeenschappen in de hooglanden.

Meer over