Reportage

De nieuwe plenaire zaal is een hallucinante ervaring

Demissionair minister Carola Schouten (Landbouw) in debat met Roelof Bisschop (SGP) tijdens het eerste vragenuur in de nieuwe Kamer.  Beeld Freek van den Bergh/VK
Demissionair minister Carola Schouten (Landbouw) in debat met Roelof Bisschop (SGP) tijdens het eerste vragenuur in de nieuwe Kamer.Beeld Freek van den Bergh/VK

Voor het eerst kwamen de Tweede Kamerleden dinsdag bijeen in hun nieuwe, tijdelijke vergaderzaal. Het had wel wat van het spel ‘zoek de verschillen’, zo sterk lijkt de nieuwe op de oude Kamer.

Derk Jan Eppink van JA21 is het allereerste Kamerlid dat voor de allereerste middagvergadering de nieuwe plenaire zaal betreedt. Zijn plek – achterste rij van het tweede blok vanaf rechts – weet hij moeiteloos te vinden. Daar is niks aan veranderd. Zoals aan die hele plenaire zaal eigenlijk niks is veranderd.

Tjeerd de Groot (D66) maakt een gebaar van beknelling. Krap zaaltje, lijkt hij te willen zeggen. Martin Bosma (PVV) en Sandra Beckerman (SP) kijken nieuwsgierig om zich heen. Ook de indringende bel die de Kamerleden oproept te komen heeft de verhuizing overleefd, zo blijkt.

Kamervoorzitter Vera Bergkamp heeft intussen haar plaats ingenomen. ‘De Kamer treedt voor het eerst buiten de muren van de historische behuizing’, zegt ze in haar openingspraatje. Ze vraagt om een roffel op de bankjes voor iedereen die deze verhuizing en verbouwing mogelijk maakte. Minstens vijfenhalf jaar is dit de plek waar het politieke debat gaat worden gevoerd.

Bijna-echt-ervaring

De zaal is een hallucinante ervaring. Niet vanwege vernuftige vormgeving of gedurfde kleurstelling; het zijn de grijstinten van het betere congrescentrum. Niet omdat de krachtsverhoudingen van de parlementaire democratie in de zaalopstelling zijn vertaald, want van een opnieuw overdenken is geen sprake geweest.

Deel van het kunstwerk ‘Aarde' van Jos de Putter in de nieuwe plenaire zaal van de Kamer. Beeld Freek van den Bergh/VK
Deel van het kunstwerk ‘Aarde' van Jos de Putter in de nieuwe plenaire zaal van de Kamer.Beeld Freek van den Bergh/VK

Integendeel. De nieuwe plenaire zaal is een zo geslaagde kopie van de zaal aan het Binnenhof dat zelfs Mark Rutte, die zoals hij zelf zegt een afkeer heeft van veranderingen, zich er meteen thuis voelt. Het is virtual reality, een bijna-echt-ervaring, die pas doorbroken wordt als je de zaal verlaat en in de slurfachtige gangen van het gebouw B67 de werkelijkheid betreedt.

Zeker voor de tv-kijker kan de schijn dat er niets veranderd is, goed worden opgehouden. Dezelfde Kamerbankjes inclusief slijtplekken en koffievlekken, dezelfde tulpvormige stoelen, dezelfde opstelling in een halve cirkel.

De verschillen zijn miniem: een interruptiemicrofoon minder; minder stoelen in Vak K voor het kabinet, waar het zeker in de debatten na Prinsjesdag dringen zal worden; de stenografen, eerst in het hart van de zaal, zijn naar de zijkant verbannen. Het spreekgestoelte is verkleind, de scherpe randen zijn er af, zegt Bergkamp. ‘Ik hoop op veel waardige debatten op de inhoud.’

Gekrompen tribune

Vanaf de tribune bezien zijn de veranderingen groter. De zaal voelt krapper en is veel lager. Op de gekrompen tribune zijn de vaste plekken voor de pers verdwenen. De zichtlijnen zijn gebrekkig. Om te zien dat Hoekstra en Wilders een geintje maken, dat Eerdmans en Rutte een boks wisselen, moet je je ver voorover buigen. Wie met de rug in de stoel blijft, kan minstens de helft van de zaal niet in de gaten houden.

De eerste Kamervragen die in de nieuwe zaal worden behandeld, gaan over het uitgelekte rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving, waarin wordt onderzocht of het nuttig is boeren te onteigenen. Vragensteller Laura Bromet (GL) is de eerste die aantreedt met als achtergrond de vijf panelen die Jos de Putter voor de nieuwe plenaire zaal maakte. Aarde, is de titel van zijn kunstwerk, dat bestaat uit klonten klei in verschillende staat van bewerking – de kunstenaar hoopt dat door zijn panelen iets van de wereld buiten de vergaderzaal in de debatten doordringt.

Het lijkt bijna alsof de panelen speciaal zijn gemaakt met een debat over de toekomst van de landbouw in gedachten, al wordt in het debat dat verband niet gelegd. Zeker op televisie lijken de panelen goed te functioneren. Bij een bepaalde belichting komen de kleuren van oude meesters tevoorschijn.

Patatbalie

Kamerlid Henk Nijboer toont zich later, in de ook meeverhuisde Patatbalie – de mixed zone waar pers en politici elkaar kunnen treffen – tevreden over de vijf panelen. ‘Het valt me niet tegen’, zegt hij op z’n Gronings. En over de nieuwe zaal: ‘Dat lijkt er best op.’

Ook Kamerlid Martin Bosma, die vaak plenaire vergaderingen voorzit, is tevreden, al maakt hij zich zorgen om de gehorigheid. ‘Ik ben nogal een flapuit, je hoort hier alles.’ Ook de afwezigheid van natuurlijk licht noemt hij een bezwaar. ‘Als je hier acht uur voorzit, kan dat zwaar zijn.’

De kop is er af. Het grote wennen kan beginnen.

Meer over