De nieuwe oude Deneuve

De 70-jarige Franse actrice Catherine Deneuve volgt in haar carrière de tegengestelde richting. Hoe ouder, hoe vrolijker. En dus, in zekere zin, hoe mooier.

DOOR FLOORTJE SMIT

Na een fenomenaal avondje doorhalen - cocktails, foute kroeg, roze pruik, u kent het wel - wordt zestiger Bettie wakker naast een veel te jonge jongen met veel te gladde teksten. Terwijl ze 'de liefde bedreven', iets waar Bettie zich overigens niets meer van herinnert, dacht hij aan haar in een jongere versie. Dat vertelt hij haar tenminste de volgende dag zwijmelend: 'Je moet magnifiek zijn geweest'.

En wat doet Bettie dan in Elle s'en va? Schopt ze hem uit het bed? Gaat ze zitten mokken? Nee hoor, ze geeft hem gelijk, en vertrouwt hem toe: 'Ik had Miss Frankrijk kunnen zijn.'

Bettie wordt gespeeld door Catherine Deneuve - en dat had ook niet anders gekund. Welke andere actrice kan het verdampen van jeugdige schoonheid zo laconiek opvatten als zij? Deneuve, 70 jaar inmiddels en een van de grandes dames van de Franse cinema, is nog steeds goed voor zo'n drie projecten per jaar. In haar laatste films draagt ze haar rimpels en haar rondere lijf hoe langer hoe meer met een jaloersmakende waardigheid. Misschien nog wel het meest in Elle s'en va, de road-movie waarin zij een zestiger op drift speelt. Het lijkt alsof zij, in tegenstelling tot al die actrices die wanhopig willen doen lijken dat de tijd heeft stil gestaan, steeds beter in haar vel komt te zitten.

Want Deneuve is ook het levende bewijs dat schoonheid een handicap kan zijn. Zelfs in een wereld waarin het felle licht van de schijnwerpers feilloos elke oneffenheid uitvergroot.

Deneuve heeft geen oneffenheden. Kijk maar eens naar dat perfecte, symmetrische gezichtje en dat piekfijne figuurtje waarmee ze in Les Parapluies de Cherbourg (Jacques Demy, 1964) dansend en zingend het hart van automonteur Guy Foucher veroverde, en daarmee dat van vele filmliefhebbers.

Al vóór die film was haar uiterlijk het visitekaartje waarmee ze op filmsets belandde. Ze had geen acteercarrière geambieerd, ze was immers de dochter van twee nogal sappelende acteurs. Maar toen haar zus Françoise Dorléac in een film een zus nodig had, wilde ze best wel even mooi wezen in een bijrolletje. Een sterretje werd ze, 'zonder het te verdienen', zei ze zelf. Ze had er net genoeg van toen ze door Demy werd gevraagd voor Les Parapluies en daar op de set haar liefde voor acteren ontdekte.

Roman Polanski castte haar vervolgens als schizofrene moordenares in haar internationale doorbraak Repulsion (1965) en Luis Buñuel maakte van haar een verveelde, rijke echtgenote die zich in de prostitutie stort in Belle de Jour (1967). Ook hier was haar schoonheid essentieel: de films drijven op de paradox van het engelachtig figuurtje dat haar bruisende, seksuele impulsen maar met moeite in toom weet te houden.

'Ze heeft een verborgen kant, net als een Hitchcock-acteur', zei regisseur André Téchiné, met wie zij zes films maakte. 'We weten nooit wat ze denkt. Dat is het geheim achter haar grootsheid en haar erotische uitstraling. Catherine staat aan de rand van een afgrond, wordt verleid door de diepte, kijkt naar beneden, maar houdt zichzelf tegen om in zwarte gat te vallen.'

Wie wil kan in haar persoonlijke verleden wel redenen vinden voor dat duistere randje. De relatie met de dominante regisseur Roger Vadim bijvoorbeeld, die ze kreeg toen ze 17 was. Op haar 19de kreeg ze haar eerste kind. Het overlijden van haar extravertere zus Françoise in 1967 door een auto-ongeluk. Drie gebeurtenissen die parallel lopen met het begin van haar carrière.

Die carrière wordt gekenmerkt door rollen waarin haar ongenaakbare schoonheid mannen het hoofd op hol brengt, of waarin die schoonheid een duister geheim of onuitgesproken trauma moet verbergen.

'IJskoningin' wordt ze in recensies vrijwel altijd genoemd. Deneuves schoonheid is een kil pantser - ze ontwikkelde zich van een jonge ongrijpbare godin tot een kille (schoon)moeder bij wie niemand eigenlijk wil logeren. Deneuve is zo mooi en hautain dat ze zich altijd misplaatst voelt in de provinciestadjes waar haar filmleven zich zo vaak afspeelt, met zo'n suffige grijzemuizerige echtgenoot.

Maar dat maakt Deneuve vooral onderwerp van projectie; haar schoonheid speelt zich voor een deel in je hoofd af. Ze is niet het mooiste meisje van de klas, maar de herinnering aan het mooiste meisje van de hoogste klas, over wie je als 13-jarige niet eens durfde te fantaseren. Ze is de belichaming van die verloren geliefde die je in je hoofd alleen maar mooier maakt. Zoals haar jeugdliefde Antoine (Gérard Depardieu) in Les temps qui changent (André Téchiné, 2004) ervaart: Céline (Deneuve) kan zeggen wat ze wil en ook haar lichaamstaal spreekt boekdelen, maar Antoine blijft ervan overtuigd dat zij de rest van hun leven samen moeten slijten.

Wij zijn allemaal Antoines. 'Ik ben in mijn hoofd heel anders dan ik word waargenomen', zei ze ooit. Precies daarom is haar schoonheid tegelijkertijd haar grootste handicap: het is moeilijk om Deneuve met haar vaak ondoordringbare uiterlijk niet aan te staren, maar echt te bekijken.

Terwijl het juist het subtiele craquelé is waarin Deneuve zich op haar best toont. Het craquelé dat alleen zichtbaar wordt als je dichtbij komt. De momenten waarop het pantser barstjes gaat vertonen. En wie goed kijkt, ziet dat Deneuve er altijd voor zorgt dat dat gebeurt.

Het is geen wonder dat al die topregisseurs (Buñuel, Melville, Truffaut, Téchiné) nadat ze één keer met haar hadden gewerkt, bezwoeren dat ze een rol voor haar gingen schrijven waarin al haar kwaliteiten naar voren zouden komen - alsof zelfs zij haar chronisch onderschatten. François Truffaut deed het bijvoorbeeld met Le Dernier Métro (1980). Het werd zijn succesvolste film.

En zo past de rol van gevallen schoonheid haar misschien wel het best - er zitten scheuren in de façade. Nu is dat niet helemaal eerlijk: ze is nog steeds overdonderend mooi, maar ze lijkt opgelucht dat het staren voorbij is. Dat komt vooral door het type vrouw dat ze speelt. Waar oudere personages in films meestal iets tragisch krijgen - ach, de melancholie van gefnuikte levens en misgelopen kansen - doet Deneuve juist het omgekeerde.

Haar vroegere rollen zijn eigenlijk treuriger, haar schoonheidskoninginnen-op-leeftijd behouden hun beroemde rechte rug, maar krijgen een twinkeling in de ogen.

Met zichtbaar plezier beziet ze haar eigen imago en carrière met een knipoog. Dat doet ze bijvoorbeeld in François Ozons 8 Femmes en Potiche. Films met een feministisch tintje zijn het vaak, waarin mannen de sukkelige bijrollen vertolken.

En ook de personages zullen haar liggen. Wie zich op latere leeftijd neerlegt bij het verleden en het verstrijken van de jaren, hoeft echt niet sneu weg te pieteren, bewijst ze steeds. Integendeel: dat is juist een nieuw begin.

Grande dame van de Franse cinema

Catherine Deneuve (Catherine Dorléac, 22 oktober 1943) brak door met Les Parapluies de Cherbourg (1964), gevolgd door Repulsion (Roman Polanski, 1965) en Belle de Jour (Luis Buñuel, 1967). Le Dérnier Metro (François Truffaut, 1980) werd genomineerd voor een Oscar. Voor haar rol in die film en in Indochine (1993) won ze een César. Ze werd gelauwerd tijdens de filmfestivals in Cannes, Venetië en Berlijn. Ondanks vijf Engelstalige films bleef een doorbraak in Hollywood uit. Met regisseur Roger Vadim kreeg ze een zoon, ze was getrouwd met fotograaf David Bailey en kreeg een dochter met Marcello Mastroianni. Ook had ze relaties met Clint Eastwood en François Truffaut. De grande dame van de Franse film is 7 december eregast bij de European Film Awards, waar ze een lifetime achievement award krijgt.

undefined

Meer over