De nieuwe opium voor het volk

In de wereld van virtual reality kunnen we de Matterhorn beklimmen, naar beneden vallen en toch blijven leven. In feite zijn we dan God, meent de Rotterdamse filosoof Jos de Mul....

PETER GIESEN

'Hé schat, kom eens wat dichterbij', fluistert ze. Ik loop naar haar toe. Als ik vlak voor haar sta, streelt ze mijn benen. Ze gaat omhoog, over mijn buik en schouders, terwijl ze me toespreekt met een geil, lispelend stemmetje.

Dit is virtual reality, de denkbeeldige wereld van onbegrensde mogelijkheden. Ik heb een helm op mijn hoofd, met een koptelefoon en een beeldschermpje dat voor mijn ogen is geplaatst. Ik draag een body suit met vijftien zogeheten touch pads, waar ik gestreeld, gestompt of geprikt kan worden. In deze outfit schuifel ik door een opgeblazen nylon ei, dat symbool moet staan voor een baarmoeder, een condoom of een penis in erectie, al naar gelang de fantasie van de toeschouwer.

Omdat ik niet in een peepshow ben, maar op het Dutch Electronic Arts Festival, ziet de verleidster eruit als een fraai gestileerde bloem. De wuft bewegende blaadjes lijken op benen, de wat ondefinieerbare kern op een vagina. Er lopen nog meer personages door deze virtuele ruimte. Ze zijn allen gebaseerd op personen die de Noors-Engelse kunstenaarsgroep Cortex tegenkwam op Internet.

'Virtual reality is de belangrijkste ontwikkeling van de komende jaren. Vergeet Internet, dat is een fossiel, een duf en suf medium', meent trendwatcher Ron Simon. Hij sprak woensdag op een congres over jongerenmarketing, gehouden in de Efteling. Ook andere trend- en computergoeroes voorspellen dat virtual reality het aanzien van de wereld zal veranderen. In theorie zijn de mogelijkheden onbeperkt. In onze huiskamer kunnen we over de Chinese muur wandelen of van een vakantie op Bali genieten. Als dat gaat vervelen, kunnen we een even spannend als gevaarloos kijkje nemen in de mean streets van de South Bronx. We kunnen de Matterhorn beklimmen, naar beneden vallen en toch blijven leven. In feite zijn we dan God, meent de Rotterdamse filosoof Jos de Mul. Evenals God zullen we alomtegenwoordig zijn, doordat we van de ene wereld in de andere kunnen zappen.

Dat is aardig bedacht, maar dan zal de techniek toch aanzienlijk moeten verbeteren. Vooralsnog lijkt virtual reality eerder het toppunt van kunstmatigheid. Niet alleen door de steriele computerbeelden, maar ook door een extreem gebrek aan comfort. Bijna elke seconde ben ik me bewust van de knellende, plakkerige helm op mijn hoofd. In het condoomvormige nylon ei van Cortex voel ik mij allesbehalve God. Meer een wat gedesoriënteerde man die onhandige bewegingen maakt in een lachwekkend pak.

Toch is virtual reality, althans bij een geperfectioneerde technologie, een logische volgende stap in de consumptiemaatschappij. 'De wereld van Peter Stuyvesant is al bereikt', zegt Ron Simon. 'Er worden houseparty's georganiseerd in Thailand of Goa. Daar kun je gewoon naartoe vliegen.' Blasé geworden van het wereldreizen gaat de mens daarom op zoek naar nieuwe ruimte. De virtuele ruimte, cyberspace, is oneindig en kan telkens opnieuw worden ingevuld.

Hoewel virtual reality nog maar nauwelijks bestaat, zijn de eerste waarschuwingen al te horen. Christenen maken zich zorgen over virtuele seks en virtueel sadisme. Als de technologie-goeroes gelijk krijgen, dient zich een nieuwe generatie morele problemen aan, waarbij het debat over televisie-geweld zal verbleken. Wat te denken van het digitaal manipuleren van onschuldige naaktfoto's tot virtuele kinderporno? Iemand uit de weg ruimen in een computerspelletje is één ding, maar wat moeten we vinden van een virtuele moord, waarin we iemand angstwekkend realistisch een mes tussen de ribben steken?

Virtual reality is echter meer dan een nieuwe consumptie-ervaring, menen de goeroes. Het is een quantumsprong in de menselijke evolutie, meende pionier Jaron Lanier: 'Virtual reality geeft ons het gevoel dat we kunnen zijn wie we zijn zonder de beperkingen van het materiële leven.' Een suffe boekhouder kan tekeer gaan als Arnold Schwarzenegger, een verlegen mannetje wordt een versierder van formaat, een onderdrukte vrouw deelt eindelijk de lakens uit.

Op Internet, dat ook te beschouwen valt als een virtuele ontmoetingsruimte, hebben veel mensen al een tweede bestaan opgebouwd, schrijft de Amerikaanse psycholoog Sherry Turkle in haar boek Life on the Screen, Identity in the Age of the Internet. Turkle, hoogleraar aan het Massachusetts Institute of Technology, sprak voor haar onderzoek talloze mensen die zich in cyberspace meer zichzelf voelen dan in het 'echte' leven. Dat gold vooral voor jonge academici, die in het Amerika van de jaren negentig weinig vooruitzichten hadden. 'Ik woon in een verschrikkelijk deel van de stad', zegt iemand in het boek van Turkle. 'Als ik om me heen kijk, zie ik een rattenhol van een appartement, een baan zonder voortuitzichten, aids.' Op Internet heeft hij een virtueel café gebouwd, waar hij zijn vrienden ontmoet. In deze wereld is hij creatief, heeft hij zijn mede-netbewoners wat te bieden en beleeft hij ook safe sex. Kortom: in de virtuele wereld leeft hij het middle class-leven dat hem in de barre economische werkelijkheid is ontzegd.

Dit moet niet te snel worden afgedaan als een vlucht voor de echte wereld, vindt Turkle. Ze trekt een parallel met Prozac. Wat is de ware identiteit van iemand die zo'n middel gebruikt? Is de depressieve persoon 'echter' dan de relatief gelukkige persoon die een anti-depressivum slikt? Ofschoon Turkle met deze vraag worstelt, komt zij uiteindelijk toch tot de conclusie dat een langdurig verblijf in de rozige virtual reality de aandacht kan afleiden van reële maatschappelijke problemen. Virtual reality kan de nieuwe opium voor het volk worden, waarschuwt Turkle.

Dergelijk moralisme is zwaar overdreven, vinden de kunstenaars van Cortex. 'Op Internet kun je allerei rollen spelen. Iemand die heel verlegen is, kan zich op het net voordoen als iemand met veel zelfvertrouwen en uitgesproken ideeën', zegt Kate Pendry. 'Dat is geen vlucht voor jezelf, maar een nuttige oefening. Ik ken veel mensen die daardoor meer zelfvertrouwen hebben gekregen in de echte wereld.'

Hoewel Internet en virtual reality opwindende nieuwe verschijnselen zijn, kunnen ze het echte leven nooit vervangen, zegt Knut Mork. 'Uiteindelijk moet je altijd terug naar de echte wereld. Bijna alle gesprekken op Internet gaan ook over dingen die in het echt plaats vinden.' Zelf heeft hij veel profijt gehad van het net. 'Heb je wel eens winter in Noorwegen meegemaakt? Het is bijna de hele dag donker en er komt maar geen einde aan. Als je je eenzaam voelt, is het net fantastisch. Je kunt wel naar het café gaan, maar daar gaat ook iedereen met zijn partner of zijn vrienden naartoe. Er is niets erger dan alleen in een café zitten. Dan is het veel leuker om op het net te praten met mensen die dezelfde belangstelling hebben als jij.'

Kate Pendry: 'Iedereen trekt zich terug in het gezin. Verder heb je maar weinig mensen om je heen. Dan is het fantastisch als iemand uit Canada op het net zegt: hè, waar was je nou de afgelopen dagen? Ik miste je, want ik vond jouw bijdrage aan de disussie zo goed.'

Pendry bracht veel tijd op het net door, totdat ze trouwde. 'Tegenwoordig zit ik niet meer zo vaak achter de computer. Ik heb nu een leven.'

Op dit moment is nog allerminst sprake van een virtuele golf die onze cultuur ingrijpend verandert, meent Paul Sikkema, directeur van het marktonderzoekbureau Inter/View. 'Natuurlijk is iedereen ervan overtuigd dat computer-technologie steeds belangrijker wordt', zegt hij. 'Maar als je met jongeren over Internet praat, merk je vooral dat het net tegenvalt. De meeste jongeren die wij spreken, zeggen toch: ik vind het best leuk om een beetje te surfen, maar na een tijdje ben ik erop uitgekeken.' Ook de Nintendo-generatie lijkt zich niet massaal op de nieuwe technologie te storten. Een kleine groep maakt een lifestyle van de cyber-cultuur, maar het gros van de jongeren vindt de computer 'te koud, te hard, te weinig emotioneel'.

In het techno-tijdperk groeit de behoefte aan persoonlijk contact, zegt ook Ron Simon. 'Daarom zijn evenementen als Lowlands en Dance Valley ook zo populair.' Hoewel hij veel verwacht van virtual reality, ziet hij ook opmerkelijke tegentrends. Terwijl de computerspelletjes gelikter en sensationeler worden, speelt een groeiend aantal jongeren War Hammer. Een ingewikkeld spel met plastic soldaatjes die eigenhandig met een kwastje in de juiste kleuren geverfd worden. Het tegendeel van virtual reality.

Zowel de voorvechters als de tegenstanders van virtual reality maken zich schuldig aan mateloze overdrijving, meent dan ook de Britse socioloog Ralph Schroeder in zijn boek Possible Worlds. Vooralsnog zullen we helemaal niet van de Bronx naar Bali zappen, denkt hij. Hoogstens zullen we in de huiskamer een helm opzetten, waardoor onze computerspelletjes een nog indringender en realistischer karakter krijgen. En aan het andere uiteinde van de markt worden peperdure, specialistische apparaten ontwikkeld voor vakgebieden als architectuur of geneeskunde.

In mijn bodysuit loop ik door de cyberspace van Cortex. In de verte zie ik Jean Claude. Ik ga naar hem toe. Als hij me ziet begint hij I Will Survive van Gloria Gaynor te zingen. Jean Claude is seropositief.

Na een paar minuten heb ik genoeg gehoord en loop ik weg. 'Verlaat me niet', roept hij me met een wanhopige stem achterna.

'Alsjeblieft, verlaat me niet'

Even aarzel ik. Maar dan besluit ik dat het slechts virtuele wanhoop is.

De installatie Sense:less van Cortex is te zien op het Dutch Electronic Arts Festival in Rotterdam, tot 29 september.

Meer over