De nieuwe Amalia

Of ze nu wil of niet, fadozangeres Mariza wordt gewogen als gedoodverfde opvolger van Amalia Rodrigues. Portugal lijkt haar te accepteren als nieuwe 'ambassadrice', zelfs zonder driehoekige sjaal....

Ze heeft meer weg van Grace Jones dan van de typische 'fadistas' met hun zwarte sjaal en sombere blik. Maar ze is de gedoodverfde opvolger van Amalia Rodrigues, de koningin van de fado die in 1999 overleed. Eind deze maand komt de 27-jarige fadozangeres Mariza naar Nederland, voor een tournee in elf etappes.

In Lissabon zomert het nog wat na. Mariza ontvangt 'op stand' - het dakterras van een hotel in de wijk Chiado, met uitzicht over de oude stad. Ze wijst aan waar Mouraria ligt, de wijk waar ze opgroeide en waar bijna tweehonderd jaar geleden de geschiedenis van de fado begon.

Ze spreekt hier wel vaker af. 'Dit terras is toegankelijk voor het publiek, maar dat weet gelukkig bijna niemand.' Binnen een uur heeft ze twee forse potten thee weggewerkt. Haar lachsalvo's weerkaatsen tussen de gevels.

Ze is ze gespannen, zegt ze, vanwege de dag van morgen. Dan zal ze namelijk haar eerste grote optreden in Lissabon geven, in het al dagenlang uitverkochte Centro Cultural de Belem. Om de paar minuten gaat haar mobieltje. 'Allemaal familieleden of vrienden die nog geen kaartjes hebben. Maar van mij krijgen ze niks. Alleen mijn ouders heb ik uitgenodigd. Verder vind ik dat iedereen gewoon moet betalen, want het is tenslotte mijn werk.'

Net als haar vriendin en collega Cristina Branco is Mariza een omstreden figuur in het conservatieve wereldje van de fado. 'Cristina heeft het moeilijker dan ik omdat ze zich niet houdt aan de canon. Ze heeft nog nooit een fado van Amalia op de plaat gezet. Dat wordt als zeer oneerbiedig beschouwd.'

Op dat punt is Mariza behoudender. Ze put bijna uitsluitend uit het traditionele repertoire, maar brengt het op een zeer theatrale wijze. Alleen al haar outfit - lange, kleurrijke gewaden en kort platinablond haar dat zorgvuldig in schubben is gemodelleerd - wordt als een gotspe gezien.

In muzikaal opzicht is haar revolutie subtieler. De bezetting van haar trio congrueert met de traditie (Portugese gitaar, klassieke gitaar en contrabas), maar de heren rekken voortdurend de grenzen van de fado op met elementen uit de flamenco, de Afro-Braziliaanse muziek en de jazz.

Haar enige lippendienst aan de wetten van de fado-dracht is een grote zwarte sjaal. 'Maar die is dan wel recht in plaats van driehoekig', grinnikt ze. Ernstiger: 'Een fadista ben je vanwege je ziel en niet vanwege je uiterlijk.' Ze is er nooit op uit geweest beroemd te worden, verzekert ze. Het was haar vader die haar de liefde voor de muziek bijbracht. 'Hij was het liefst zanger geweest, maar dat zat er niet in. Toen ik werd geboren, vernoemde hij me naar een Braziliaanse zangeres op wie hij dol was.'

Ze was een kind van vijf toen ze fado begon te zingen in een club om de hoek. Haar vroeg ontkiemde passie is sindsdien alleen maar gegroeid. 'Als ik optreed, voel ik een enorme kracht, veel groter dan ik. Het is een fantastische ervaring. Ik zou het nooit willen missen.'

De stijgende faam kwam ook voor haarzelf als een verrassing. Kort na de dood van Amalia Rodrigues klopte de eigenaar van de fadoclub om de hoek bij haar aan met de vraag of ze wilde optreden tijdens het herdenkingsconcert. 'Ik zei dat ik helemaal niet kon zingen, zo verdrietig was ik over haar dood. Maar hij had mijn naam al doorgegeven, en ik werd een half uur later verwacht. Ik ben dus maar gegaan, heb gewoon mijn ogen dicht gedaan en gezongen. Op dát moment is het gebeurd. Het leek wel of ik bezeten werd. Sindsdien word ik voortdurend gevraagd om op te treden, in theaters, clubs en voor televisie en radio.'

Ze heeft niet alleen een Portugese missie. Ze ziet zichzelf ook als een 'ambassadrice', die de fado een plaats moet bezorgen op de buitenlandse podia voor wereldmuziek. In de toekomst wil ze een brug slaan tussen de Portugese en de 'zwarte' fado, de morna van de Kaapverdische eilanden. Die leerde ze van Cesaria Evora.

Lissabon - Mariza's gevoel over de stad is tweeslachtig. Ze voelt zich er thuis. 'Ik kan hier gewoon over straat lopen. De meeste mensen weten wie ik ben, groeten me met ''Ha, fadista'', en vallen me verder niet lastig. Fadistas zijn geen popsterren. Ze vervullen een bijna ceremoniële rol. De mensen zijn trots op ze, en ik probeer mijn steentje bij te dragen door een jonger publiek te interesseren voor de fado.'

Maar ze is ook bang voor het oordeel van het hoofdstedelijke publiek. Ze weet dat ze wordt gewogen als de mogelijke 'nieuwe Amalia'. Het optreden in het Centro Cultural de Belem wordt haar vuurproef.

Het blijkt een daverend succes. Minzaam neemt Mariza ovatie na ovatie in ontvangst. Als ze voor de allerlaatste toegift van het podium af de zaal in schrijdt, en in het gangpad onversterkt een fado zingt, raakt haar stem nog dieper gelegen snaren. Veel Portugezen kunnen hun emoties niet langer bedwingen. Aan alle kanten is gesnik te horen. Mariza's wens is in vervulling gegaan. 'Vader' Lissabon heeft haar zijn zegen gegeven.

Meer over