Column

De neergang van PSV is eindelijk voorbij

 

Paul Onkenhout
Andy van der Meyde tijdens het EK tegen Duitsland in 2004. Beeld afp
Andy van der Meyde tijdens het EK tegen Duitsland in 2004.Beeld afp

Als PSV dit weekeinde kampioen van Nederland wordt, staat er maandag een mooi en gedetailleerd overzicht in de krant van de titelloze jaren. De graphic neemt veel ruimte in beslag, want PSV won de voetbalcompetitie voor de laatste keer in 2008.

Dat is onbegrijpelijk lang geleden. Ik ben geneigd te denken dat het vooral aan PSV zelf heeft gelegen. Het overzicht bevestigt dat. '3 maart 2010: Spits Lazovic wordt verkocht. Andy van der Meyde krijgt contract.'

Ja, dat is natuurlijk vragen om moeilijkheden, ook al was Van der Meyde toen nog niet de man die in een real life-soap op klaarlichte dag zijn penis tegen de wang van zijn vrouw sloeg, bij wijze van geintje. Dit is trouwens waar gebeurd. Zij zat op de bank een tijdschrift te lezen.

De neergang van PSV is minder dan twee weken na het behalen van de landstitel in april 2008 begonnen. Het was het vierde kampioenschap op rij. De graphic die dus nog niet in de krant heeft gestaan, frist het geheugen op.

Zaakwaarnemer Lemic, een man die zo ongeveer verantwoordelijk was voor het aan- én het verkoopbeleid, werd de inzet van een conflict tussen de directeuren Valckx en Reker. Het kostte Valckx zijn baan. Ook Lemic verdween van het toneel.

Daarna ging het helemaal mis. Zes seizoenen bleef de titel buiten bereik. In 2009 en 2014 eindigde PSV in de eredivisie op de vierde plaats. De vierde.

Het verklaart de voorzichtige bewoordingen waarmee trainer Cocu de afgelopen weken over de titelkansen sprak. De bescheidenheid nam soms potsierlijke vormen aan, maar komt ergens vandaan.

Willy van der Kuijlen zegt deze week in Voetbal International dat hij zich de voorbije jaren heeft afgevraagd of PSV ooit nog kampioen zou worden. In Pauw vergeleek tv-presentator en PSV-supporter Art Rooijakkers de periode sinds 2008 met een tocht door de woestijn, gelukkig zonder relativering.

Het werd dus wel weer eens tijd voor een landskampioenschap. PSV is de op één na rijkste club van Nederland. Landstitels zijn te koop, als de clubleiding zijn zaakjes tenminste op orde heeft.

Dat was in Eindhoven lange tijd niet het geval. Zo kom ik toch weer terecht bij Andy van der Meyde, omdat het zo'n sterk, bijna onwaarschijnlijk voorbeeld is van falend management, een bizar dieptepunt tijdens de tocht door de woestijn. Op dit punt was al het drinkwater allang op.

Toen hij door PSV werd aangetrokken, in maart 2010, had Van der Meyde in de voorgaande drie seizoenen drie wedstrijden gespeeld. Als invaller. Hij had in totaal negentien minuten op het veld gestaan. Desondanks zei hij monter dat hij twee weekjes later tijdens een wedstrijd tegen Ajax best op de bank kon zitten.

Hij was pas 30, maar conditie had hij niet. Hij kampte met overgewicht en tot overmaat van ramp stond er, in grote gotische letters, een tatoeage met de naam van een andere club op zijn kuit: Ajax.

Supporters van PSV namen hem dat hoogst kwalijk. Tijdens een wedstrijd tegen NAC maakten ze hun woede kenbaar met een spandoek met de tekst 'Als clubliefde nog bestaat, willen wij dat Andy gaat.'

Het was geweldig. Om het goed te maken, zei Van der Meyde dat hij met PSV landskampioen wilde worden. Trainer Fred Rutten zei op de site van PSV dat het hier om een 'proactieve' transfer ging en dat Van der Meyde ambitieus was.

Inspanningsfysioloog Van Agt verklaarde met een beteuterd gezicht dat dit ook voor hem nieuw was. Dat uitgerekend Willy van der Kuijlen het PSV-shirt aan Van der Meyde had overhandigd, was een wrange bijkomstigheid. Van der Meyde was een wrak. Het eerste elftal van PSV haalde hij nooit.

Er zijn meer schitterende dieptepunten, zoals de handbreuk van Erik Pieters na het kapot beuken van een ruit, maar tegen het aantrekken van Van der Meyde kan niets op.

Dáár komt PSV vandaan. Het is voorbij en het werd tijd ook.

Paul Onkenhout is redacteur van de Volkskrant. Reageren? p.onkenhout@volkskrant.nl

Meer over