De Nederlandse Wiesenthal

De meeste jongens groeien over hun hobby's heen. Jack Kooistra niet. Morgen verschijnt een boek dat de afsluiting markeert van zijn loopbaan als 'Friese nazi-jager'....

Zelfs zijn vrouw wist van niets. Als Jack Kooistrabijeenkomsten van oud-SS'ers bijwoonde, deed hij dat in hetdiepste geheim. Informanten verschaften hem instructies en routes. Werd hij te lang achternagereden door dezelfde auto? Tienminuten wachten.

Die ene keer, toen hij op het podium moest komen, zal hij nietgauw vergeten. 'Het bier vloeide rijkelijk, de alte Kameradenzongen hun strijdliederen, en daar stond ik dan, zwetend als eenotter.' Hij had altijd een verhaal klaar; Kooistra verteldesteevast dat hij bij de Hitler-Jugend had gezeten. 'Maar intussenwas ik doodsbang dat er iemand uit Leeuwarden in de zaal zouzitten die me zou herkennen.'

De herinneringen van Jack Kooistra, nazi-jager te Leeuwarden,nu 75 jaar oud, zijn in de loop van de jaren alleen maarsmeuïger geworden. Donderdag wordt zijn laatste boekgepresenteerd: Strijders, onderdrukkers en bevrijders - Fryslânin de oorlog. Daarmee beëindigt hij zijn loopbaan als'Friesenthal', zoals hij wel wordt genoemd - de Friese evenknievan Simon Wiesenthal.

Kooistra blikt graag terug, maar dat moet dan wel in eenhotel, tussen zijn werkzaamheden als rechtbankverslaggever voorhet Friesch Dagblad door; huize Kooistra is verboden gebied voorde pers. Mevrouw Kooistra wil het niet meer, al die mensen overde vloer - zeker niet sinds ze tweemaal van de weg werd gereden,een brandende krant op de deurmat belandde en een steen door deruit vloog.

Na die gebeurtenissen verdween het naambordje van de deur enhet nummer uit het telefoonboek. 'Avond aan avond kregen wetelefoontjes. Wist een man precies te vertellen waar mijn vrouw was geweest en welke kleren ze droeg. In die tijd heb ik me vaakafgevraagd of ik niet moest stoppen. Mijn vrouw is me meer waarddan welke oorlogsmisdadiger dan ook.'

Toch ging hij door, aangespoord door nabestaanden, opgejaagddoor wraakzucht en een groot gevoel voor rechtvaardigheid.'Iemand moest zich toch het lot van die mensen aantrekken?'

Een dampende tosti wordt geserveerd. 'Dat komt in eenuitstekend lichaam terecht', grijnst hij. Kooistra spreekt graagin oneliners. Hij is direct en bezigt soms wat onalledaagstaalgebruik (laatst had hij nog last van z'n 'afwatering'). InFriesland wordt hij gezien als een markante persoonlijkheid metijdele trekjes.

'Die SS-bijeenkomst was misschien wel mijn spannendstemoment', mijmert hij. 'En die keer dat Bikker naar me uithaaldeen me op een haar na miste.'

Herbertus Bikker, alias de 'Beul van Ommen', is de meestrecente oorlogsmisdadiger die door Kooistra werd opgespoord.Samen met een team van het KRO-programma Reporter toog hij naarDuitsland om Bikker te zoeken. Die werd gevonden en moest zichverantwoorden voor de Duitse rechtbank. Toen Kooistra hem toebeetdat hij 'noch immer frech' was, nog altijd vrijpostig, haaldeBikker uit. 'Als hij me geraakt had, had ik hem helemaal verrotgeschopt, al was hij 188 jaar. Ik laat me niet slaan door eenSS'er.'

Hij zegt het zo fel, dat het moeilijk voor te stellen is dathij echt zal stoppen met zijn werkzaamheden. Dat heeft hij alzeker vijf keer eerder aangekondigd. 'Maar ja, dan krijg je weernieuwe gegevens', verzucht hij. En zo heeft hij ongeveer honderdopsporingen op naam staan. De meest bekende, na die van Bikker,is die van de voormalige landwachter Jacob Luitjens, alias 'deSchrik van Roden'. Luitjens werd uit Canada gehaald, inNederland veroordeeld tot tweeënhalf jaar cel en slijt zijndagen nu als statenloos burger.

Jack Kooistra groeide op in een anti-Duits gezin in het Friesedorp Damwoude. Op zijn tiende, toen de Tweede Wereldoorlog netwas begonnen, knipte hij overlijdensadvertenties van Nederlandsesoldaten en SS'ers uit kranten. Hij ging ze verzamelen. 'Ik waserg nieuwsgierig naar de verhalen achter die namen. Het waaromfascineerde me. Waarom deden de Duitsers dit?'

De meeste jongens groeien over hun hobby's heen. Kooistraniet. 'Het is een soort obsessie geworden. Mijn archief is nu elfmeter lang, een propvol hok met uitpuilende kasten en planken.Je moet er zijdelings doorheen lopen, zo vol staat het. Ik hebruim 200 duizend kaartjes met namen, geboorte- en sterfdata,legernummers, grafnummers en andere gegevens.' Zijn dagelijksleven raakte onlosmakelijk verbonden met de oorlog. In de tijddat hij als scheidsrechter wedstrijden floot in het betaaldvoetbal, ging hij een paar uur eerder van huis om de plaatselijkebegraafplaats af te struinen, steen voor steen. Ook zijn laterewerk als journalist bood hem mogelijkheden te over om te speurenen te verzamelen.

Sommige gegevens kreeg hij van stoppende collega-verzamelaars,andere regelde hij door archieven waar hij via-via toegang toehad. Toen bekend werd wat Kooistra op zijn zolder bewaarde,gingen nabestaanden hem bellen - of hij hen misschien konvertellen wat er met hun vader was gebeurd. En meestal kon hijdat. Nog altijd lepelt hij namen en data op uit zijn hoofd. Zekloppen bijna altijd.

Die nabestaanden hadden eerder bot gevangen bij deautoriteiten, zegt Kooistra. 'Justitie heeft gefaald. Als demensen al antwoord kregen op hun vragen, kregen ze vaak niet dewaarheid te horen. En omdat justitie het niet deed, ben ikbegonnen oorlogsmisdadigers op te sporen.'

Want ook dat bleek iets waar nabestaanden stelselmatig omvroegen: genoegdoening. Hoewel koningin Wilhelmina ooit hadbeloofd dat de verantwoordelijken hun straf niet zouden ontlopen,wisten talloze oorlogsmisdadigers een nieuw leven op te bouwenin Canada of Argentinië. 'Justitie heeft zoveel steken latenvallen. Vaak had ik meer informatie dan de officiële instanties.Klopten ze bij mij aan. Dat hoort toch niet?' Van 'regeltjes zus,privacy zo' heeft hij zich nooit veel willen aatrekken. 'Diemensen moesten boeten voor wat ze hadden aangericht. Als ik eentip kreeg, beet ik me erin vast.' Hij kreeg eens een tip over eenoorlogsmisdadiger die op een bepaald tijdstip op een bepaaldeplek de grens zou passeren. 'Dat meldde ik bij de politie. Diehad hem zo kunnen pakken. Maar er gebeurde niets.'

Zulke tips waren niet zelden afkomstig van 'gefrustreerdepolitiemensen', zegt Kooistra. 'Ze wisten dat ik er wél wat meedeed, en speelden mij dossiers toe.' Ook haalde hij informatieuit voor oud-SS'ers bedoelde bladen, waarop hij was geabonneerd.En hij had informanten - die ene bijvoorbeeld, van wie hijalleen de codenaam kende en met wie hij eens 'in het midden vanhet land' ging lunchen.

'We zitten daar, klaar om te bestellen, zegt mijn informantineens, knikkend naar de eigenaar: ''Dat is een SS'er.'' Dusroepen we de ober erbij en vragen we hoe zijn baas heet. ''Danstap ik op'', zegt die informant. En buiten zegt ie: ''Kijk dienaam maar na in je dossier.'' En verdomd, het klopte.'

Meer over