De 'Nederlandse revolutie' was een opstand tegen wil en dank

Nederland dankt zijn bestaan aan een reeks toevallige compromissen, betoogt de historicus J.J. Woltjer. Met opgewonden verhalen over helden en verraders moet je bij hem niet aankomen.

LUUC KOOIJMANS

'Gezond possibilisme', sprak de Utrechtse hoogleraar Boogman altijd waarderend als het ging om geschiedschrijving waarin het huidige Nederland niet als het resultaat van een natuurlijke ontwikkeling werd beschouwd. Hij zou tevreden zijn geweest met Op weg naar tachtig jaar oorlog, waarin zijn Leidse collega Juliaan Woltjer het ontstaan van Nederland heeft beschreven als een onbedoeld compromis.

In de zestiende eeuw was het tegenwoordige Nederland onderdeel van een bonte verzameling staatkundige eenheden, verspreid over heel West-Europa, en Woltjer laat zijn geschiedenis daarom breed uitwaaieren. Met name de Duitse en Franse geschiedenis hebben een prominente plaats in zijn verhaal. Omdat in dat verhaal de nadruk ligt op de godsdienstpolitiek heeft hij een beknopte geschiedenis van het christendom ingelast.

Woltjer heeft in zijn lange carrière de ontstaansgeschiedenis van Nederland diepgaand onderzocht en zijn inzichten hebben geleid tot een omvangrijk boek. De lezer zij gewaarschuwd: het is hier en daar buitengewoon gedetailleerd en Woltjers stijl is niet toereikend om iemand 450 pagina's lang rode oortjes te bezorgen, maar zijn verhaal blinkt wel uit in helderheid en nuance.

Het begint met de staatsvorming en schaalvergroting ten tijde van Bourgondische vorsten als Filips de Goede en Karel de Stoute, die zorgden voor meer afstand tussen de overheid en de lokale bevolking. Elke nieuwe schakel in het bestuur kwam de onderdanen duur te staan. De lasten voor de bevolking groeiden terwijl de kwaliteit van de diensten van de overheid alleen maar afnam. Het bestuursapparaat werd steeds meer gericht op het uitmelken van de Nederlandse provincies ten bate van de dynastieke aspiraties van de vorst, en corruptie nam hand over hand toe. Het leidde tot woede en frustratie onder de bevolking, die steeds frequenter tot uiting kwamen in gewelddadige protesten.

Ook de misstanden in de kerk leidden tot steeds meer ergernis. 'Dikwijls was het mogelijk dispensatie van allerlei regels te verkrijgen', schrijft Woltjer, 'maar altijd tegen betaling. Boze tongen beweerden zelfs dat sommige regels alleen maar waren ingesteld om er tegen betaling dispensatie van te kunnen geven... Het lijkt of de gewone gelovige zich niet kon roeren zonder geld schuldig te zijn aan een geestelijke'.

De oproep tot zuivering door Luther vond onmiddellijk veel weerklank en leidde tot onrust die de overheid en de kerk noopte tot een reactie. Die reactie varieerde van harde repressie tot compromissen sluiten, en de dissidente gelovigen reageerden daar weer op met radicalisering of pogingen tot verzoening. Dat is de beweging die de loop van Woltjers geschiedenis bepaalt.

Aan de ene kant bevonden zich de kerk en de vorst, die meestal op afstand bleef en geen gedonder wenste en vooral geld wilde zien om elders oorlog te kunnen voeren. Aan de andere kant stond de bevolking, die leed onder uitbuiting, overlast en repressie en daartegen soms in verzet durfde te komen. Daar tussenin stonden lokale overheden en leidersfiguren zoals Willem van Oranje.

De belangen en motieven van alle partijen ontwikkelden zich in het verloop van de strijd. Protestanten waren over het algemeen uit op zuivering, niet op een scheuring in de kerk, maar onbuigzaamheid van de vorst of de kerkelijke organisatie kon tot radicalisering leiden. Er bestond een heel scala aan reacties, van haastige terugkeer in de schoot van de moederkerk tot het aan diggelen slaan van kerkinterieurs. Lokale overheden probeerden de vorst (Karel V en later Filips II) ervan te overtuigen dat harde repressie averechts werkte, maar ze vonden weinig gehoor, en moesten dan zelf kiezen tussen gehoorzaamheid en verzet. Over het algemeen werden de strenge straffen tegen gelovigen die het openlijk oneens waren met katholieke dogma's of kerkelijke gebruiken (doorgaans onthoofding) door de lokale overheden niet opgelegd en uitgevoerd.

Aanvankelijk was het kamp der hervormers heterogeen, maar in de loop van de strijd ontstond de behoefte om de tegenstellingen scherp af te bakenen en kreeg de dogmatiek een steeds rigidere gedaante. Calvinisten wilden niet meer alleen af van aflaat en Mariabeelden, maar ook van het dansen op bruiloften. Ze wilden sobere kleding verplicht stellen en strenge controle en tucht uitoefenen. Ze gingen zich organiseren in eigen kerken. Langzamerhand moest de overheid het bestaan van die kerken als een feit aanvaarden.

De vorsten waren daartoe niet bereid. Karel V wordt door Woltjer beschreven als iemand met een onthutsend simplistische kijk op de wereld en zijn zoon en opvolger Filips II toonde zich niet minder star. Hij zag het protestantisme vooral als een bedreiging van de orde in zijn rijk en wenste die ordeverstoring niet te dulden. Hij eiste simpelweg dat alle ketters zouden worden uitgeroeid. In Spanje werkte dat beleid wel, maar bij de lokale overheden in de Nederlanden vond het geen gehoor, en naarmate Filips meer druk uitoefende en meer geweld gebruikte nam de weerstand alleen maar toe.

Ten slotte werd alles op de spits gedreven en volgden de gebeurtenissen die we allemaal kennen uit de vaderlandse geschiedenis: de Beeldenstorm, het Smeekschrift der Edelen, de inname van Den Briel, de Pacificatie van Gent, de Unie van Utrecht, het verraad van Rennenberg en uiteindelijk de Tachtigjarige Oorlog. Bij mij op school was dat een spannend verhaal met helden en verraders, maar Woltjer beschrijft het nuchter analyserend. Hij laat zien hoe het verzet tegen de koning algemeen werd toen die te kennen gaf dat hij straffe maatregelen zou afdwingen via militaire interventie.

Radicale protestanten gingen over tot het vernielen van kerkinterieurs. Lokale machthebbers, zoals Willem van Oranje, zagen het als een symp-toom van de heersende onrust en weigerden in te grijpen als er vervolgens geen gematigd beleid zou worden gevoerd. Daarop stuurde de koning de hertog van Alva, met een leger en Spaanse bestuurders. Hij kwam niet alleen de ketterij de kop indrukken, maar ook het staatsbestel hervormen, zodat de plaatselijke bestuurders niet langer konden dwarsliggen, vooral bij het toestaan van belastingheffing ten bate van de koning.

Maar zijn maatregelen stuitten op taai verzet en uiteindelijk werd het vertrouwen in de vorst opgezegd. In een deel van de Nederlandse provincies groeide het verzet uit tot een opstand. Het ging natuurlijk niet alleen om godsdienstpolitiek, maar ook om de macht. Als de vorst werd uitgeschakeld, hadden de plaatselijke machthebbers de handen vrij. De Nederlandse opstand is wel beschouwd als een moderne revolutie, maar in feite was het een conservatieve reactie tegen de 'moderne' centraliserende politiek, die het mogelijk maakte grote gebieden effectief te besturen.

Woltjers verhaal is een impliciet commentaar op tendentieuze geschiedschrijving. Er bestaan verschillende versies van de opstand; een protestantse, een katholieke en een socialistische bijvoorbeeld, elk met haar eigen helden en verraders. Woltjer laat zich niet meeslepen: hij schetst met distantie de doelen, motieven en inschattingen van alle hoofdrolspelers - al is duidelijk dat zijn sympathie niet ligt bij de ongenuanceerden. 'Ook vanuit zijn eigen doelstellingen gezien', schrijft hij hoofdschuddend, 'zou Filips II er verstandig aan hebben gedaan als hij in 1576 de vrede had geaccepteerd.'

In de versie van Woltjer is Nederland geen centralistisch geregeerde katholieke staat geworden, omdat vorst en kerk niet inzagen hoe diep geworteld de weerstand tegen hun botte rechtlijnigheid was. Door de verharding van de tegenstellingen hebben de calvinisten in het kamp der hervormers de overhand gekregen, maar ook hun rechtlijnigheid ging de meerderheid in het verstedelijkte Nederland te ver, en daarom is de door hen gewenste protestantse staat er evenmin gekomen.

Ook het ideaal van Willem van Oranje, een grote Nederlandse staat waarin katholieken en protestanten elkaar zouden verdragen, is niet verwezenlijkt, 'door de halsstarrige houding van de koning en door de niet minder onverzoenlijke houding van de militante calvinisten'. Nederland is een bescheiden compromis geworden.

J.J. Woltjer: Op weg naar tachtig jaar oorlog - Het verhaal van de eeuw waarin ons land ontstond.

Balans; 533 pagina's; € 29,95.

ISBN 978 94 600 3359 9.

undefined

Meer over