De Nederlandse natuur heeft te veel eigenaren

Nederland moet een National Park Service krijgen, een organisatie naar Amerikaans model die het beheer voert over alle natuurgebieden,vindt Stefan Pasma..

De Nederlandse natuurbescherming is in de loop van de vorige eeuw bijna net zo versnipperd geraakt als de natuur zelf.

Een bonte verzameling natuurbeschermingsorganisaties beschermt nu restanten van de vaderlandse natuur. Er zijn grote organisaties zoals de Vereniging Natuurmonumenten met bijna een miljoen leden, de semi-overheidsorganisatie Staatsbosbeheer en maar liefst twaalf provinciale landschappen.

Maar er zijn ook lokale spelers zoals de Stichting Nationaal Park de Hoge Veluwe en het Goois Natuurreservaat. Gevolg: veel overleg. De inefficiënte organisatie van het natuurbeheer is verwarrend voor het grote publiek en al helemaal niet uit te leggen aan natuurliefhebbers uit het buitenland.

Neem de Veluwe, ons grootste natuurgebied, met een oppervlak van 1000 km2. Het uitgestrekte bosgebied telt vele eigenaren die allemaal iets anders doen met hun stukje bos en hun stukje hei. Er is geen integrale beheerorganisatie voor de Veluwe die met één herkenbaar gezicht naar buiten toe zou kunnen treden. Zelfs een gezamenlijke website over de Veluwe ontbreekt, laat staan dat het hele Veluwemassief is uitgeroepen tot Nationaal Park.

Alleen twee stukken Veluws bos in het zuidelijk deel hebben die titel gekregen: de Veluwezoom en de Hoge Veluwe. De Veluwe is daarom net een volkstuinencomplex waar om ieder tuintje een hekje staat.

In 2018 zal de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) klaar zijn. De EHS bestaat uit natuurgebieden met hun onderlinge groene verbindingen en ecoducten. De provincies zijn op dit moment druk bezig met het verwerven van stukken grond om natuurgebieden zoveel mogelijk aan elkaar te koppelen. Een integraal en goed gecoördineerd beheer van dit groene netwerk kan vervolgens niet achterwege blijven.

Het is daarom hoog tijd voor de oprichting van een Nederlandse versie van de Amerikaanse National Park Service, een overheidsorganisatie – en dus van ons allemaal – die over alle grote natuurgebieden gaat, inclusief de ecologische verbindingszones en voorzieningen zoals als bezoekerscentra en natuurbruggen.

Het doel van deze organisatie moet zijn: maximaal ruimte geven aan de natuur, en de natuur ‘beleefbaar’ maken voor zoveel mogelijk bezoekers. Hoe beter zij daarin slaagt, des te beter zal het voortbestaan van planten- en diersoorten in Nederland zijn gewaarborgd, en des te groter zal het draagvlak in de samenleving voor deze activiteiten zijn.

Sommige natuurgebieden zullen anders moeten worden beheerd. De meeste natuurgebieden worden nu als een mix van cultuur-, landbouw- en natuurlandschap beheerd. De natuur zelf staat dus helemaal niet centraal in deze gebieden.

Zo worden op de Hoge Veluwe, eigendom van de gelijknamige stichting, met intensief natuurbeheer heide en hakhoutbosjes in stand gehouden. Het is een beetje van alles wat in veel van de bestaande natuurgebieden. Het is vreemd dat de natuur zelf in al deze natuurgebieden nergens centraal staat.

Het kan ook anders wanneer de natuur wel op de eerste plaats komt. Sommige natuurgebieden zullen er dan ook anders gaan uitzien: natuurlijker, grootschaliger maar ook toegankelijker.

Voorbeelden hiervan zijn de Gelderse Poort bij Nijmegen en het natuureiland Tiengemeten in het Haringvliet.

De beheerders van deze nieuwe natuurgebieden interveniëren zo min mogelijk in de natuur; de natuur mag daar zoveel mogelijk op eigen benen staan. En met succes, want in deze, overigens relatief jonge natuurgebieden, zijn al vele planten- en diersoorten teruggekeerd die uit Nederland waren verdwenen.

Bovendien zijn recreanten hier van harte welkom; ze mogen bijna overal gaan en staan waar ze willen. Ook buiten de paden, wat in oudere natuurgebieden meestal niet mag.

Zullen de prachtige cultuurlandschappen met heide, bloemrijke hooilanden en lommerrijke landgoederen niet de dupe worden wanneer de natuur haar gang mag gaan? Cultuurlandschappen worden immers gevormd en blijven in stand door interactie tussen de landbouwende mens en elementen uit de natuur.

Deze extensieve, agrarische landschappen kunnen echter veel beter beschermd en behouden worden door ze te integreren met duurzame landbouw buiten de grote natuurgebieden. Boeren zijn nu eenmaal niet gediend van dieren uit de vrije natuur, zoals wilde zwijnen die hun akkers overhoop komen halen op zoek naar voedsel.

Het zal niet makkelijk zijn al die grote en kleine natuurbeheerders onder één paraplu te krijgen. Echter: de Nederlandse natuur die vanaf 2018 één groen netwerk vormt, kan niet zo versnipperd worden beheerd zoals dat de afgelopen decennia het geval was. Welke grote Nederlandse natuurbeschermingsorganisatie gaat deze handschoen oppakken?

Meer over