De NAVO is niet van de Amerikanen

Bij de vijftigste verjaardag van de NAVO overdenkt Helmut Schmidt de toekomst van de alliantie. Bij gebrek aan Amerikaans oordeelsvermogen op het terrein van buitenlandse politiek, is er volgens hem groeiende behoefte aan een Europese pijler....

WIE terugkijkt op de eerste vijftig jaar van de NAVO, stelt vast dat Stalin en Chroestjov zonder de Amerikaanse betrokkenheid bij de wederopbouw en vrijheid van Europa, zonder Noord-Atlantisch bondgenootschap en Marshall-plan ook de westelijke helft van Europa hadden kunnen onderwerpen. George Marshall, Dean Acheson, George Kennan, maar vooral president Truman en de Amerikaanse natie hebben de dank van Europa verdiend. Maar wie probeert om de komende vijftig jaar van de alliantie te overzien, zal moeite hebben om zijn twijfels over het oordeelsvermogen van de huidige vormgevers van het buitenlandse beleid in Washington te onderdrukken.

Toen de NAVO in 1949 werd opgericht, omdat West-Europa en even later ook de VS door een militair machtige tegenstander werden bedreigd, woonden er op de aarde minder dan drie miljard mensen. Nu zijn het er zes miljard, in 2050 zullen het er meer dan negen miljard zijn. Deze bevolkingsexplosie zal bijna uitsluitend in ontwikkelingslanden plaatsvinden. Het is onwaarschijnlijk dat die bevolkingsexplosie zal leiden tot een militaire bedreiging van Europa of de VS. Maar dat de vluchtelingen- en migrantenbewegingen wel een dreiging zullen gaan vormen, is al lang duidelijk.

De hevige bevolkingstoename zal in vele delen van de wereld tot grote voedsel- en werkgelegenheidsproblemen en lokale oorlogen leiden. Een wereldwijde temperatuurstijging door de snel groeiende verbranding van olie, aardgas, steenkolen en hout en als gevolg daarvan ernstige klimaatsveranderingen zijn waarschijnlijk.

Voor deze mondiale problemen die ons de komende vijftig jaar te wachten staan, is de door Washington aangedreven ontwikkeling van de NAVO tot een wereldwijd operationele interventiemacht van weinig nut. Daarmee kunnen geen toekomstige crises in Azië, Afrika of Zuid-Amerika worden bestreden. In Kosovo en de rest van de Balkan kan zij weliswaar conflicten met geweld onderdrukken, maar niet duurzaam oplossen. De westerse militaire alliantie kan worden vergeleken met een onderlinge levensverzekering, die geen van de partners op het spel willen zetten. Toch is zij geen instrument voor het oplossen van alle problemen buiten het grondgebied van de lidstaten.

Het Westen als geheel mist een algemene strategie. Dat is na de ineenstorting van de Sovjet-Unie, de grote bedreiging voor het Westen, geen wonder. De politieke klasse van de VS heeft het er bijzonder moeilijk mee zich een voorstelling te maken van de machtsconstellatie van de volgende eeuw. Natuurlijk blijft Amerika een wereldmacht. Maar ook Rusland blijft een wereldmacht, alleen al op grond van zijn enorme territorium, zijn bodemschatten, zijn bewapening, ook al zou zijn huidige zwakte nog meer dan een generatie voortduren. China is hard op weg een wereldmacht te worden. Denkbaar is dat India volgt. Japan blijft, ondanks zijn huidige crisis, op zijn minst financieel een grote mogendheid. En de EU kan de komende decennia uitgroeien tot een wereldmacht.

De 'nieuwe NAVO', die de Amerikanen voor ogen staat, zou ervoor moeten zorgen - tenminste dat hopen sommigen, van minister van Buitenlandse Zaken Albright tot de oud-veiligheidsadviseur Brzezinski - dat de Europeanen zich ook de komende eeuw door de VS laten leiden. Maar dat deze verwachting uitkomt, is weinig waarschijnlijk. Want de niets ontziende, veelal door interne politieke motieven geleide manier waarop Washington zijn eigen actuele belangen en overwicht laat gelden, zal veel Europeanen op de zenuwen gaan werken.

Anderzijds kunnen de Amerikanen echter geen algemene lange-termijnstrategie aanbieden. Ze hebben ten opzichte van zowel Rusland als China geen duidelijke politieke lijn, laat staan wat India en de islam betreft. Ze hebben evenmin een strategie op het gebied van de internationale economie en ecologie. Duidelijk is alleen hun opvatting van hun eigen toekomstige machtspolitieke en militaire internationale rol. De uitbreiding van de NAVO met Polen, Hongarije en Tsjechië en het engagement op de Balkan zijn gevolgen van deze zienswijze.

De Russische politieke en militaire leiders konden de uitbreiding van de NAVO niet tegenhouden, maar het zal een doorn in hun vlees blijven. Het Westen heeft geen afdoende maatregelen genomen om de pijn te verzachten. De uitbreidingsmotieven van Washington zijn niet alleen van machts- maar ook van interne politieke aard: het ging om stemmen van Amerikanen van Poolse, Tsjechische en Hongaarse afkomst en om opdrachten voor en de werkgelegenheid in de wapenindustrie.

Men rekende in Amerika de komende vijftien jaar op geweldige militaire investeringen door de drie nieuwe NAVO-leden, ter waarde van 60 tot 100 miljard dollar. Alsof voor Warschau, Praag en Boedapest civiele investeringen niet veel belangrijker waren en alsof er niets overbodigers was dan een nieuwe wapenwedloop. In feite was er voor de toetreding van de Polen, Tsjechen en Hongaren maar één legitiem motief: de dringende wens van de grote meerderheid van deze volkeren om te worden opgenomen.

Vele Russen voelen de grensverlegging van de NAVO in oostelijke richting als een vernedering. Het ontwikkelen van een goede nabuurschapsverhouding met Rusland zal daarom een van de belangrijkste taken van de toekomst zijn. De formele gemeenschappelijkheden als het lidmaatschap van de OVSE, van het verdrag tussen de NAVO en Rusland en door het CFE-verdrag (over conventionele wapens) zullen volstrekt onvoldoende zijn.

Het Westen moet rekening houden met de kernmogendheid China. Even belangrijk is het ontwikkelen van een eenduidige westerse strategie ten opzichte van China, een militaire kernmogendheid die net als de kernmogendheden VS, Rusland, Engeland en Frankrijk een vetorecht heeft in de Veiligheidsraad van de VN. Maar in tegenstelling tot die vier staten is China niet toegetreden tot het Non-Proliferatie Verdrag (NPT), net zo min als de nucleaire nieuwkomers Israël, India en Pakistan.

De enige legitieme reden voor nucleaire bewapening ligt in de noodzaak het eigen nucleaire potentieel in evenwicht te houden met het nucleaire potentieel van een mogelijke tegenstander. Maar omdat het gevaar van een oorlog tussen Rusland en de NAVO thans gering is, is voor afzienbare tijd een ideale voorwaarde geschapen om in onderling overleg en onderlinge overeenkomsten het aantal atoomwapens categorisch te verminderen. Het is niet minder in het belang van de mensheid de nieuwe nucleaire wereldmacht China daarbij te betrekken.

Voor de drie bij de NAVO aangesloten nucleaire mogendheden is daarbij een daadwerkelijke mondiale leidinggevende taak weggelegd. In ieder geval moeten alle NAVO-partners ervan doordrongen zijn dat elk eerste gebruik van nucleaire wapens een misdaad tegen de menselijkheid zou zijn. Daarom mag er in de concepten van de 'nieuwe NAVO' geen plaats zijn voor zo'n optie.

Een ernstige militaire aanval op het grondgebied van een van de NAVO-staten - of zelfs een derde wereldoorlog - lijkt heden ten dage onwaarschijnlijk. Wel is - met name buiten Europa - een groot aantal regionale en binnenlandse oorlogen te verwachten. Voor zover deze oorlogen van buitenaf lijken te kunnen worden bedwongen, zijn daartoe in de eerste plaats de VN en de Veiligheidsraad geroepen. Bijna alle staten van de wereld hebben zich onderworpen aan het VN-Handvest. Maar er zijn genoeg voorbeelden van mislukte VN-missies, die vrede moesten scheppen of bewaren. Voor dergelijke gevallen voorziet het Handvest in het recht op zelfverdediging. Zij staat derden niet toe in te grijpen, tenzij na een besluit en in opdracht van de Veiligheidsraad.

Het voorbeeld van de in 1919 ontstane, na 1945 nieuw leven ingeblazen en inmiddels uiteengevallen kunstmatige staat Joegoslavië is leerzaam. De wereldmachten hebben daar met politieke en militaire middelen ingegrepen om een einde te maken aan moord en verdrijving - en wel aanvankelijk gedekt door besluiten van de VN. De latere bommen tegen Belgrado en het Servische leger hebben echter volkenrechtelijk een wankel fundament. Ze worden niet gedekt door een besluit van de Veiligheidsraad.

Geen enkele lidstaat van de NAVO is verdragsrechtelijk verplicht op de Balkan mee te werken. De wederzijdse hulpverleningsplicht op grond van artikel 5 van het Noord-Atlantisch Verdrag heeft alleen betrekking op aanvallen tegen de in artikel 6 eenduidig gedefinieerde territoria van de bondgenoten. Noch Kroatië, noch Bosnië, noch Kosovo horen daarbij. Wie de geschiedenis van de Balkan sinds de ondergang van het Ottomaanse Rijk en van de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie beziet, zal zeer sceptisch staan tegenover elke militaire poging om op de Balkan een stabiele vrede te scheppen. In het beste geval - na de dood van vele soldaten en burgers - zal er een militair beschermd westers protectoraat ontstaan. Daarbij is onzeker of de publieke opinie in de interveniërende staten met het oog op het eigen verliezen niet al eerder stopzetting van de militaire operatie zal afdwingen.

De Amerikaanse regering ziet evenwel in de gebeurtenissen op het grondgebied van het oude Joegoslavië tot dusver een positief oordeel voor toekomstige gevallen in andere delen van de wereld. Een publiek debat over een principiële uitbreiding van de taken van de NAVO (out of area) is tot nu toe nauwelijks gevoerd. De NAVO-raad heeft in 1996 tot de oprichting van combined joint task forces (CJTF) besloten, waarbij op de achtergrond werd gedacht aan de inzet out of area.

De complexiteit en onoverzichtelijkheid van alle door de NAVO-raad en andere NAVO-organen genomen besluiten en van alle deelorganisaties onder de koepel van het bondgenootschap maken het voor de media, parlementen en de publieke opinie in de aangesloten staten moeilijk overzicht te houden. Terwijl een democraat niets dringender dient te wensen dan een diepgaande openbare discussie - zoals enige tijd geleden het langdurige in heel Europa gevoerde debat over de invoering van de Euro - voordat de principiële uitbreiding van de doelstellingen van het bondgenootschap een feit is. Indien het resultaat een uitbreiding van de taken van de alliantie en van de plichten van de bondgenoten is, dient elke uitbreiding van Noord-Atlantisch Verdrag te blijven uitgaan van het primaat van het Handvest van de VN. Dat wil zeggen dat de uiteindelijke beslissing bij de Veiligheidsraad van de VN ligt - ook bij het recht op zelfverdediging.

De Amerikaanse houding ten opzichte van de VN is de laatste jaren niet altijd ondubbelzinnig geweest. Zo heeft het Congres verhinderd dat de VS naar behoren aan hun financiële verplichtingen voldeden. Sinds het wegvallen van de Sovjet-dreiging is de politieke klasse van Amerika qua buitenlands beleid niet meer zo homogeen als daarvoor. Over het geheel genomen is er nog sprake van de oude vertrouwde Amerikaanse vitaliteit, maar tegelijk ook van een verlies aan omzichtigheid en continuïteit wat de strategie van de buitenlandse politiek betreft, vergeleken met eerdere decennia.

Wie als Europeaan de taken van het Noord-Atlantisch bondgenootschap inhoudelijk en territoriaal wil uitbreiden, dient wegens eventuele wisselvalligheden in de oordelen en doelstellingen van de buitenlandse politiek van Amerika bedacht te zijn op precieze definities. Evenzo dient een Amerikaan met vooruitziende blik in het belang van de eigen natie grote waarde te hechten aan eenduidige definities. De illusoire voorstelling van de wereldmacht Amerika, die als mondiale scheidsrechter en vredestichter met behulp van de NAVO de orde in de wereld handhaaft, mag de herinnering aan Korea of Vietnam, aan Dessert Storm en andere met wapengekletter en wapendreiging gepaarde gaande 'vredesprocessen' niet verdringen. De Amerikaanse natie zal weliswaar ook in de toekomst geneigd zijn de eigen normen en waarden en de American way of life in de hele wereld in te voeren, maar zij zal slechts bij hoge uitzondering bereid zijn ten koste van hoge verliezen aan mensenlevens deel te nemen aan vreemde oorlogen: alleen in gevallen, waarin een vitaal belang van de eigen natie op het spel staat.

In alle andere gevallen zullen de VS zich ertoe beperken van op veilige afstand hun militaire en telecommunicatief hoogwaardige technologie in te zetten. Voor de rest zullen zij op de troepen van hun bondgenoten steunen.

Met het oog op de recente politieke crisis tussen de meerderheid van het Congres en de president roepen de Europeanen graag het beeld van John F. Kennedy van de twee pijlers, waarop het Noord-Atlantisch bondgenootschap volgens hem diende te rusten, in herinnering: Noord-Amerika en Europa. Maar tot dusver hebben wij Europeanen nog geen zodanige integratie bereikt dat wij terecht van een Europese pijler zouden kunnen spreken. Noch de schone slaapster van het Brusselse militaire bijstandsverdrag van 6 mei 1955 en de daarin geïnaugureerde West-Europese Unie (WEU) noch de EU zijn tot nu toe uitgegroeid tot politiek en strategisch handelingsbekwame eenheden, al zijn de EU en haar momenteel vijftien lidstaten wel op de goede weg.

Maar die weg is nog lang en nauwelijks te bekorten, gezien de nationale inertie van de EU-lidstaten. De wereldgeschiedenis kent per slot van rekening geen voorbeeld, geen situatie die overeenkomt met de vrijwillige politieke en economische aaneensluiting van vijftien autonome naties met eigen talen en ieder hun eigen culturele en oude historische wortels. De integratie van Europa zal ook in de 21e eeuw nog vele kleine en grote stappen vereisen.

Intussen blijft het bondgenootschap tussen Europa en Noord-Amerika dringend gewenst, al moet de EU geen strategische satelliet van de VS worden. Daarom mag de vijftigste verjaardag van onze succesvolle Noord-Atlantische alliantie niet leiden tot overdreven sentimentaliteit ten koste van de nuchtere analyse van toekomstige taken en mogelijkheden.

Het is voor de Europeanen en de Canadezen een geruststellende gedachte samen met de VS in een defensieve alliantie te zijn verenigd. Maar deze kan niet voor alle delen van de aarde de vrede bewaren en al evenmin de geweldige niet-militaire problemen oplossen waarvoor de mensheid in de 21e eeuw zal komen te staan.

Meer over