'De natuur is vogelvrij verklaard'

Natura 2000 zou de balans verstoren tussen ecologie en economie. Maar die balans is in Nederland allang verstoord, zeggen twee ecologen....

Door Caspar Janssen

Om maar met de belangrijkste conclusie te beginnen: nee, Nederland is niet het braafste jongetje van de klas als het gaat om de natuurbescherming in Europees verband. ‘Verre van dat’, zegt Joop Schaminée (53), ecoloog te Wageningen. ‘De cijfers spreken voor zich. We zitten in de achterhoede.’

Normaal gesproken houdt Schaminée zich buiten politieke discussies over natuurbeleid (‘Ik vind het belangrijker om gegevens en kennis aan te dragen, waarmee de politiek dan verder kan.’), maar nu voelt hij toch de behoefte iets te zeggen. Aanleiding: de uitgelekte vertrouwelijke brief waarin premier Balkenende bij EU-voorzitter Barroso pleitte voor versoepeling van het Europese natuurbeleid Natura 2000. Volgens Balkenende verstoort ‘de strikt ecologische focus’ van Natura 2000 de balans tussen ecologie en economische activiteiten.

Barroso weersprak Balkenende in zijn antwoord. Natura 2000 bedreigt de balans tussen economie en ecologie helemaal niet, aldus de EU-voorzitter. Integendeel, investeren in topnatuur kan de economie juist stimuleren. En met een goede planning in een vroegtijdig stadium kunnen mogelijke conflicten worden voorkomen.

Minister Verburg van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) legde het antwoord van Barroso twee weken geleden in de Kamer uit als een toezegging om Natura 2000 vrijer te kunnen invullen. Niet het principe ‘nee, tenzij’, maar het principe ‘ja, mits’ zou nu leidend zijn bij economische activiteiten in en om de 162 Natura 2000-gebieden.

‘Dat hoeft geen ramp te zijn’, zegt Joop Schaminée, ‘als het maar op een eerlijke manier gebeurt. Dat kan alleen als je zorgt voor adequate monitoring. En je moet kunnen zeggen: nee, hier loopt de natuur gevaar.’

Schaminée speelde in de afgelopen jaren een sleutelrol bij het bepalen van de 162 Nederlandse topnatuurgebieden in Europees verband. Samen met collega John Janssen (42) droeg hij een groot deel van de gebieden aan, de twee vegetatiekundigen beschreven ze in drie dikke boekwerken.

Nog dit jaar moet minister Verburg deze 162 Natura 2000-gebieden definitief aanwijzen. Schaminée: ‘Dit is de topnatuur van Nederland. Deze gebieden heb je hard nodig om de natuur als geheel overeind te houden. Je kunt misschien nog iets schuiven, maar voor meer dan 90 procent is hier consensus over, in Europa, in Nederland. Dat mag je als minister dan ook wel uitstralen. Ze zou best mogen zeggen: hier zijn we trots op, hier staan we voor. Zoals we ook trots zijn op onze topsporters, of op onze schilderkunst.’

Natura 2000 is het instrument van Europa om het verlies aan biodiversiteit een halt toe te roepen. Het aantal dier- en plantensoorten loopt nog altijd terug. Dit jaar, in het VN-jaar van de biodiversiteit, zou de ommekeer moeten komen. In de 162 gekozen gebieden zijn alle bedreigde planten- en diersoorten terug te vinden waarvoor Nederland in Europees verband verantwoordelijkheid draagt. Dat varieert van exotisch klinkende moeras- en natte heideplantjes als de groenknolorchis, de tonghaarmuts, kruipend moerasscherm en geel schorpioenmos tot aan padden, hagedissen, vlinders, libellen en zoogdieren als de zeehond, de bruinvis, de bever, de otter en de Noordse woelmuis.

Ook belangrijke landschapstypen zelf, zoals droge en natte heiden, stuifzanden, duingraslanden, kwelders en hoogvenen hebben zo’n beschermde status. Schaminée: ‘Het is in de afgelopen jaren gebleken dat de Nederlandse natuur ertoe doet in Europa. Onze natuur is veel belangrijker dan we zelf lang dachten. Dat heeft te maken met onze ligging in de delta, met de enorme, kleinschalige verscheidenheid; er is heel veel afwisseling op hele kleine afstanden.’ Ook uniek, aldus Schaminée: ‘De vroege natuurbescherming hier heeft ertoe geleid dat we dingen hebben kunnen behouden.’

Nog even die cijfers dan: 8,4 procent van het Nederlandse vasteland is ‘Europese topnatuur’. Alleen Engeland heeft minder gebied aangewezen, rond de 6 procent. Bulgarije haalt 28 procent aan topnatuur op land, Slovenië zelfs 31 procent. Spanje en Griekenland zitten boven de 20 procent. ‘En wij maar denken dat we vooroplopen,’ zegt Schaminée.

Helemaal eerlijk is de vergelijking niet: in Oost-Europa zijn, vooral in de bergen, nu eenmaal grotere oppervlakten natuur bewaard gebleven. En Nederland heeft nog veel maritiem Natura 2000-gebied. ‘Maar’, zegt Schaminée, ‘ook geïndustrialiseerde landen als Duitsland en Frankrijk hebben een hoger percentage aangewezen, sommige landen zelfs veel meer.’

John Janssen: ‘En naast die 8,4 procent is 80, 90 procent van Nederland wit, vogelvrij verklaard gebied. Daar holt de biodiversiteit nog veel harder achteruit.’

En de ecologische hoofdstructuur dan, de EHS, de eigen Nederlandse groene infrastructuur, die is er toch ook nog?

Schaminée: ‘De gebieden van Natura 2000 liggen vrijwel helemaal binnen de EHS. De ruimere jas van de EHS is hard nodig om deze gebieden te behouden en te verbinden. Daar moet de natuur sterker van worden.’

Als Schaminée en Janssen over natuur spreken bedoelen ze ‘mensennatuur’ of ‘halfnatuur’, waarvan vrijwel alle natuur in Nederland deel uitmaakt, de Noordzee en de Waddenzee misschien uitgezonderd. Wat ze nadrukkelijk niet bedoelen is ‘oernatuur’.

Schaminée: ‘Balkenende en Verburg maakten een aantal kernopmerkingen die helemaal waar zijn. Alleen trekken ze vervolgens conclusies die niet kloppen. Verburg sprak van de Nederlandse deltanatuur die het behouden waard is in Europa. Dat is zo. Nederland is uniek vanwege de deltanatuur. Ik vrees alleen dat Verburg het begrip veel te beperkt opvat en bedoelt dat we het met de natuur in Hoog Nederland vervolgens niet zo nauw hoeven te nemen. Een vergissing. Want ook de veenmoerassen en vennen en heiden op de hogere zandgronden zijn onderdeel van de deltanatuur. Strikt genomen behoort alleen een klein stukje Zuid-Limburg niet tot de delta.’

Ook de opmerking van Balkenende dat de natuur in Nederland is ontstaan door menselijke activiteit klopt, aldus Schaminée en Janssen. ‘Maar ja, daarna zegt hij dat die economische activiteiten dus volop de ruimte moeten krijgen. En dat is een verkeerde en misplaatste conclusie. Want de balans is allang verstoord. De grootste bedreigingen voor de natuur zijn nog steeds vermesting, verdroging, verzuring.’

‘In feite voeren we een verkapte ammoniakdiscussie,’ zegt John Janssen. ‘Ze zijn bij LNV ontzettend aan het worstelen over hoe strikt ze met die normen moeten omgaan. Vanuit de recreatie, de bebouwing of de aanleg van wegen zijn er nauwelijks problemen. Het gaat eigenlijk alleen over ammoniak. Dat is een grijze wolk die alles overschaduwt.’

De suggestie vanuit de ondernemers en de landbouwhoek dat Nederland ‘op slot’ gaat door Natura 2000 is ‘onzin’, aldus de beide ecologen. Toch kunnen ze zich iets voorstellen bij de frustratie van boeren die toevallig in de buurt van een Natura 2000-gebied hun bedrijf hebben. Janssen: ‘Dan willen ze uitbreiden en tegelijkertijd moderniseren, waardoor de ammoniakuitstoot de facto afneemt. En dat mag dan niet. Terwijl in het nabijgelegen natuurgebied het beheer niet eens op orde is. Dat is onrechtvaardig.’

Veel onvrede kan worden weggenomen door meer regie van bovenaf, menen Schaminée en Janssen. Schaminée: ‘Mijn ervaring is dat boeren en ondernemers vooral duidelijkheid willen. Als je alle partners in een regio samenbrengt kun je samen een plan maken. Door overleg kun je veel ellende voorkomen.’ Wel is het belangrijk dat er van bovenaf wordt meegekeken, aldus Schaminée. ‘Want op lokaal niveau kun je niet altijd inschatten wat iets nationaal of internationaal betekent. Als je heel veel natte hei in de omgeving hebt, denk je al snel: ach, wat maakt die natte hei uit, daar hebben we toch zat van. Maar je hebt dan niet in de gaten dat het wel de belangrijkste natte hei van heel Noordwest-Europa is. En als er iets niet moet gebeuren is die natte hei van jou kleiner maken.’

Nu gebeurt vaak het omgekeerde, hebben de ecologen ontdekt. Janssen: ‘Provincies maken beheerplannen en zwakken de doelstellingen af.’

Schaminée: ‘Er wordt gezegd: het lukt toch niet om het kalkmoeras te behouden. Dus geven we dat maar op. Terwijl dat kalkmoeras daar misschien juist de hoogste urgentie heeft, landelijk en Europees gezien.’

De vraag is wel of je ten koste van alles moet voorkomen dat soorten op een bepaalde plek verdwijnen. ‘Dat hoeft ook niet’, zegt Schaminée. ‘Je moet ervoor zorgen dat de systemen op langere termijn overeind blijven. Door te kijken naar de grotere schaal. Als de ene plek niet meer geschikt is voor een soort kan een andere plek bijvoorbeeld wel voldoen. Dynamiek hou je altijd. Je moet er dus voor zorgen dat je niet alleen beheert en verstart, maar ook dat er nieuwe pioniersomstandigheden zijn.’

John Janssen: ‘Je hoort ook wel het geluid dat door de klimaatverandering de soorten toch wel verdwijnen en dat natuurbeheer dus geen zin meer heeft. Dat is echt de grootste kolder. Soorten verdwijnen niet zo snel vanwege het klimaat. Klimaatverandering is hoogstens een extra stressfactor voor een aantal soorten.’

Meer over