De naïeve, ontroerende hoop op tijden van eens

Bij een toevallige ontmoeting op straat sprak de toenmalige directeur van De Bezige Bij, de onvergetelijke Geert Lubberhuizen, na wat heen en weer gepraat, ineens deze zin uit: ‘We hebben een nieuwe Claus’, alsof het om een nieuwe auto ging....

Kees Fens

Geen schrijver of dichter, zelfs Vestdijk niet, staat ineens alleen in ongekende grootheid op. Hij wordt groot of meteen als groot erkend te midden van al of niet toevallig ontmoete gelijkgezinden, tijdgenoten, allen gevormd in de geest van een tijd. Die vorming maakt ze tot een eenheid en tegelijk individueel onvervangbaar. In het aardige boekje Wij letterheren van Jan G. Elburg kan men alle toevalligheden lezen die de Vijftigers bijeenbrachten. Tot een uniek geheel, nooit te herhalen, zoals het samenkomen in dezelfde tijd van W. F. Hermans, Gerard Reve, Harry Mulisch en Hella Haasse tot een unieke prozaliteratuur, ongekend van niveau, heeft geleid. Op de televisie hoorde ik Mulisch die tijd van grootheid gewoon ‘de Gouden Eeuw’ noemen; daar waren ineens Rembrandt, Vermeer, Hals, ga maar door. Cobra is met de Vijftigers te vergelijken. Ik heb de onsterfelijk lijkende grote en unieke journalisten Blokker en Hofland nog niet eens genoemd, laat staan geplaatst* Natuurlijk was de tijd van Tachtig literair ook van goud, van het hoogste gehalte bij Gorter.

Wat aan alles hier genoemd het belangrijkste is, is dat die bewegingen – zoals ik ze nu maar even noem – een nieuwe tijdgeest te voorschijn schreven of schilderden. De maatschappij veranderde. Zulke knooppunten komen maar een paar keer in een eeuw voor, misschien maar één keer. En herhaling kennen de verschijnselen niet, misschien imitatie, maar imitatie is er alleen om de leegte tussen twee genieën op te vullen.

Een van de tegenwoordige vermakelijkheden in de maatschappij is de hoop van sommige kerkgenootschappen op terugkeer van eens, van de goeie ouwe God, zou ik haast zeggen. Zo veel vergeefsheid, zo veel uitzien bij de hopende gelovigen heeft ook iets ontroerends, maar ook heel veel naïefs. De tijden van eens zijn al lang met hun geest in het ravijn gekanteld. Zelfs de eeuwige laat zich niet herhalen. Wat zich in de kerken en hun gelovigen afspeelt, werd vorige week in een ander gedaante zichtbaar in Amsterdam. Het zal duidelijk zijn: het gaat om de terugkeer van de goede oude Cruyff. Het Ajax van de jaren zestig en zeventig: het is vergelijkbaar met de groepvorming, het toeval, het elkaar vinden, bij de Vijftigers. Het is uniek, eenmalig en zal nooit herhaald worden. Het is niet alleen groot geweest, het is nog altijd onnavolgbaar groot (wie dicht er als Lucebert, wie voetbalt als Keizer). De tribunes vol gelovigen in de Arena en een Keizer zullen Europa weer veroveren, en het beste voetbal van de wereld gaan spelen. Op golven van naïef geloof is Johan Cruyff binnengekomen (net als Van Basten). Een heel stadion vol Lubberhuizen, ze ontdekken in een debutant een nieuwe Cruyff. Een jaar later wordt hij uitgeleend aan Cambuur.

Meer over