De Nachclub aardig maar meer van hetzelfde

De Nachclub..

Merijn Henfling

* * *

Amsterdam De poppenspeler en de cabaretier zijn weer terug. Nadat Fred Delfgaauw en Sjaak Bral eerder de geschiedenis van een koffiehuis fantasierijk verbeeldden, blazen ze nu een oude Haagse nachtclub nieuw leven in. In 1943 sloot de club de deuren: terwijl Delfgaauw wil weten wat er in de crisis- en oorlogsjaren gebeurde, wil Bral de tent vooral snel weer openen.

Opnieuw spelen ze hun tegenstellingen uit, zoals ze dat ook in de vorige show deden: Bral is de oppervlakkige grappenmaker die de mensen ‘lekker wil laten lachen’, Delfgaauw is de serieuze theatermaker die zijn publiek een spiegel wil voorhouden. Willen we vermaak in tijden van crisis?, is het thema.

Met poppen wekt Delfgaauw de Nachtclub-bespelers van weleer overtuigend tot leven, waarbij hij bewijst een meeslepend verteller te zijn. Als hij de oude nachtwaker een spannende oorlogsgeschiedenis laat vertellen, komt Bral binnen om hem rücksichtslos te onderbreken. Wijzend op de pop: ‘Leg die depressie in een hoek’. En dan begint Bral grappen te maken.

De afwisseling werkt wederom prima, al is de gespeelde tegenstelling vergeleken met de vorige voorstelling wel meer van hetzelfde. Bral zorgt voor de komische noot, maar neemt zijn rol als oppervlakkige poetsenbakker wel erg serieus. Hij blijft te veel steken in het niveau moppentappen – de lach kan niet zonder de traan, is opnieuw de conclusie, maar wie zegt dat er alleen gelachen mag worden om makkelijke grapjes?

Merijn Henfling

Meer over