De naakte noirheid

Bijna alle 1 miljoen Nederlandse bezoekers liepen blij uit Intouchables, nu op dvd. Maar soms klonk het verwijt racisme. Sloeg dat ergens op?

DOOR CHRIS BUUR

Op de grote bingoavond van zwartepersonageclichés gaat Intouchables er met een fikse prijs vandoor. Vakje 1, check: stralend beglimlachte Senegalees Driss, verzorger uit de banlieu van een tot aan het hoofd verlamde rijkaard in chic Parijs, houdt van soulmuziek. Vakje 2: Hij kan uitstekend dansen. 3: Hij is een seksueel duracellkonijntje, zij het in de film niet praktiserend. 4: Hij is een atletische schoonheid (de camera kan nauwelijks genoeg krijgen van zijn donkergranieten lichamelijkheid). 5: Hij stimuleert anderen om hun lichamelijke en seksuele inhibities te overwinnen in de rol van Dr. Love. 6: Hij is naïef en onbevangen, op een manier (en dit gaat helemaal terug naar het 18de eeuwse idee van de bon sauvage, de nobele wilde) die de wel-gecultiveerde doet inzien hoe beklemmend en onnatuurlijk cultuur kan zijn. 7: Hij vormt visueel zo'n lollig contrast met de zwaar gecultiveerde omgeving, een neger met een koptelefoon in een Louis XVI-badkamer, asjemenou. 8: Hij heeft een van nature heilzame werking en 9: Die negers lijken allemaal een beetje op elkaar. De opmerking van een collega dat Driss er in een tweedelig pak uitziet als Barack Obama wordt in de film als een compliment beschouwd, terwijl je je kunt afvragen in hoeverre iemand ingenomen moet zijn met zo'n bijzonder onscherp compliment. Driss staat tot Obama als Dries tot Haersma Buma.

Het is een stel eigenschappen en situaties dat je al honderden, duizenden keren eerder in films hebt gezien. Is dat erg?

Het gezaghebbende Amerikaanse filmvakblad Variety vond van wel. Ze kwam hard aan, de bestraffende recensie die het blad over de film plaatste, september 2011, een beetje alsof je een schattig jochie vol in de buik trapt.

Want het is zo'n supervriendelijke film. Een film ook waaraan behoorlijk veel goed gedaan is, van het uitzonderlijk innemende acteren van de hoofdrolspelers tot het knappe, in hoog tempo afwisselen van komedie en tragedie, van scherpe en botte grappen naar melancholie en verdriet, en dat allemaal zonder dat het te vals klinkt. De hevige stemmingswisselingen weten elkaar prima te versterken: de emotie maakt de grappen grappiger, de grappen maken dat het verdriet harder binnenkomt. Intouchables gaat met regie- en scenarioduo Eric Toledano en Olivier Nakache aan het stuur plankgas door emotioneel bochtige straatjes, waarna de film je na 1 uur en 52 minuten totaal losgemasseerd op de bioscooptrappen afzet. Met een glimlach op het gezicht, arm in arm huppelend met de inmiddels meer dan 1 miljoen Nederlandse medebezoekers.

Maar Variety vond de film, samengevat, compleet racistisch, van de ergerlijkste Uncle Tom-soort. Waarmee Amerikanen bedoelen: het eeuwige verhaal van de oersympathieke neger die in de maatschappij wordt opgenomen omdat hij zich zo goedgemutst en braaf nestelt op de positie op de sociale ladder waar de dominante blanke cultuur hem graag ziet.

Toledano en Nakache reageerden begrijpelijkerwijs zwaar geïrriteerd, want als hun Intouchables iets is, is het wel een warme omhelzing van de meerculturigheid: als je maar open voor elkaar staat, kun je veel van elkaar opsteken. Dus: hoe meer verschillen, hoe beter voor iedereen, is kort door de bocht wat de film wil uitdragen. En ja, de film is gebaseerd op een waar verhaal, en zo ziet het leven van iemand uit de banlieu en een telg uit een oudgeldgeslacht er nu eenmaal uit. Deze mensen bestáán. Alors - raciste?? Piess off, mozzerfucker.

Ook in Nederland werd de kritiek, voor zover überhaupt opgemerkt, enigszins kwaaiig als absurd terzijde geschoven. Is het zo erg dat de zwarte hier weer het hulpje van de blanke is?, werd ergens in een recensie geschamperd - hallo, we weten toch allemaal dat de slavernij is afgeschaft en niet zo'n goed idee was en dat we allemaal gelijk zijn? Duh?

Het hielp bij die Amerikaanse aanval en de daarop volgende discussie natuurlijk niet dat het woord 'racist' nogal walmt naar een kraakster uit 1984 die het verwijtend in het gezicht spuugt van iedereen die niet links is.

De term klinkt instant schril en passé. En toch moet je het er in een discours als het bovenstaande maar mee doen. Alsof je voor alle nuances van de handeling 'praten', van fluisteren tot kakelen, alleen het woord 'schreeuwen' ter beschikking hebt. De racisme-discussie beschikt over een weinig fijnbesnaard instrumentarium en wordt daardoor al snel volkomen bespottelijk.

En da's onhandig. Want natuurlijk is het idioot te denken dat met Intouchables de zwarte ruiters van de holocaust opdoemen aan de horizon. Toch bevat de film wel degelijk iets dat zich op dezelfde y-as bevindt waar racisme het rooduitslaande hoogtepunt is. Veel en veel lager op die as natuurlijk, en zonder dat het een tot het ander leidt. Maar het is interessant genoeg om het niet te laten ondersneeuwen in de afstotelijk bitse krijspartij met 'Nazi!' aan de ene kant en 'Sneue politiek correcte wanker' aan de andere.

De negen zwartepersonageclichés zijn net zulke clichématige eigenschappen of situaties als ruggelings op de slasher aflopen in een horrorfilm, honderden malen herhaald in films van Driving Miss Daisy tot The Green Mile.

Nou-fokking-en, zou je met enig recht kunnen zeggen - al is het maar omdat het erg blije cliché's zijn waar iedereen in het echte leven voor zou tekenen. Want wie wil nou niet onbevangen kunnen dansen, atletisch en aantrekkelijk zijn en leuk contrastrijk in een geornamenteerd bad zitten? Bovendien: bijna alle mainstreamfictie staat bol van de cliché's, of het nou blanke mannen, vrouwen of Senegalezen betreft. Zeker comedy, omdat het werken met stereotypen nu eenmaal goed helpt bij grappen maken. En dan nog: cliché's hebben nou eenmaal de vervelende eigenschap vaak waar te zijn.

Donkere mensen kunnen schijnbaar vaak beter dansen en zijn statistisch gezien gemiddeld iets lager geschoold, moet dat allemaal maar onder de pet worden gehouden? Dus. Dit is gewoon een heel realistisch beeld van zomaar een blanke en een zwarte man, zoals daar miljoenen van rondlopen in Frankrijk.

De laatste zijn heel goed te verdedigen argumenten, ook omdat het in de lijn is van de film, die er een punt van lijkt te maken dat we, geheel in de tijdgeest van de afgelopen vijftien jaar, die mottig riekende politiek correcte deken moeten afwerpen en dat we alleen maar vooruit kunnen komen door elkaar zonder spastische omzichtigheid tegemoet te treden. Hallo lamme, hoe werkt dat nou, met je piemel en seks enzo? Hallo, werkloze neger, hoe voelt het om op de zak van anderen te leven? De wederzijdse onbeschaamde belangstelling is de motor van de film, die ervoor zorgt dat de twee totaal verschillende personages elkaar leren kennen, leren waarderen, van elkaar gaan houden en elkaar nodig hebben. En dat is nu eenmaal iets heel leuks om naar te kijken. En in zekere zin nog hoopvol stemmend ook.

Maar, jammer genoeg: de verfrissend bedoelde onbeschaamde blik op de blanke en gehandicapte man pakt veel verfrissender uit dan die op de Senegalees. Wordt het verlamd zijn in al zijn genante ongemakken en pijn getoond, zonder met de ogen te knipperen, daar vluchten Toledano en Nakache bij het portretteren van de Senegalees in de voornoemde blije cliché's. Realistisch gezien had je bij een banlieu-Senegalees meer kans op een liefde voor moeilijk toegankelijke Malinese muziek of voor bozig bonkende hiphop, maar die verving het scenariodiuo door veel blankvriendelijkere ouwe disco. Van het leven in de banlieu maakten ze een licht eufemistische samenvatting. Omdat ze naar eigen zeggen vonden dat iedereen wel weet hoe het daaraan toegaat. Ja hoor.

Bovendien zijn de voornaamste eigenschappen van Driss wél cliché's van het zwart-zijn, maar is bijna geen enkele eigenschap van tegenspeler Philippe een cliché van blank-zijn, noch van gehandicapt-zijn, of het moet zijn: niet kunnen dansen en iets te ver doorschieten in onnadenkende cultuurminnerij.

De zwartemannenclichés kwamen daarnaast niet alleen uit ten treure in eerdere films, boeken en series voor, ze zijn op sommige gebieden nog heerlijk alive and kicking. Zeker in media-uitingen die niet door enig moreel (of moralistisch, zo je wil) beleid worden gestuurd. Neem de reclame. In de door marktwensen en makersfantasiëen gestuurde tv-commercials komen, check het zelf, zwarte mannen maar in een paar categorieën voor: seksueel losbandig (de DubbelFrissreclame van een aantal jaar her), als opleukmateriaal of bewijs van de diversiteit van een groepje vrienden of collega's (Amstel), als erotische fantasie (John Williams voor Mona, niet lang geleden, of de geestige Old Spice-reclame), geassocieerd met extreem relaxed gedrag (Malibu, het Arubaans verkeersbureau); of met het een of ander tropisch product als, ehm, ja echt hoor, chocola (Mona's John Williams weer).

Alleen Jörgen Raymann neemt een redelijk neutrale positie in als 'gewone' bekende Nederlander in de Robijnreclame. Maar verder geldt nog steeds dat een reclamepersonage waar iedereen zich mee moet kunnen identificeren bij het nemen van een verzekering of het rijden in een begerenswaardige auto, nóóit zwart is. Omdat je bij een blanke man denkt: man. En bij een zwarte man: zwart.

Dat betekent dat een blanke man zelden of nooit een reeks stereotyperingen met zich mee hoeft te torsen, omdat hij in de ogen van anderen arm of rijk of middelbaar kan zijn, arts, accountant, vakkenvuller, artistiek, social climber, ober, werkloos, ondernemer. Hij geniet het recht op vanzelfsprekendheid. Donkere mensen (en in verschillende maten van hevigheid vrouwen, homo's, Turken, what have you) zijn altijd onvanzelfsprekend, de uitzondering, en worden daardoor steevast geassocieerd met hun stereotyperingen. Dat kan natuurlijk hartstikke leuk zijn bij dansen en seks. Maar, en daar hoeven we ook weer niet heel overdreven over te doen, iedereen doet natuurlijk zijn best om met een open blik te kijken, en het verandert ook allemaal heus wel langzaam ten goede, en bovendien zitten álle mensen zo in elkaar en hoeven we niet meteen zo'n beschuldigende toon aan te slaan, maar toch: het kan ook heel vaak licht belemmerend werken. Laten we zeggen: voor het dagelijks perspectief van mensen die minder het recht op vanzelfsprekendheid genieten en die meer het stereotype associatieveld van, ehm, hun soort met zich meedragen zijn die stereotyperingen op zijn minst irritant en vermoeiend; bij hoe je in sommige winkels wordt bekeken bijvoorbeeld, of bij sollicitaties.

De lollige ironie wil dat Intouchables zelf op een essentiële plaats zulke onhandige stereotyperingen behendig heeft ontweken. De echte banlieuman uit het autobiografische verhaal waarop de film is gebaseerd, is een Algerijn: een stuurse man met een gesloten gezicht, gedrongen-gespierd, en een stuk gewelddadiger dan de Driss uit de film. Noord-Afrikaan + losse handjes, dat zet je film natuurlijk sympathiegewijs meteen op achterstand, ook al maakt het in het boek uiteindelijk niet zoveel uit. Nou moet er meteen bij worden gezegd dat Omar Sy, die Driss speelt, is gecast op grond van zijn eerdere acteerwerk met de regisseurs (in een rol van arts!), die graag een dragende rol voor hem wilden bedenken, dus het ligt opnieuw allemaal best genuanceerd - maar ook met deze wetenschap rest de conclusie dat een onhandig setje vooroordelen voor een leuker setje is ingeruild.

Uiteraard valt het de filmers allemaal niet erg aan te rekenen. Maar verplaats je in het perspectief van de emancipatoir uitgedaagden en je denkt ook: pleur godsamme es op met je suffe blanke bourgeoisfantasie van dansen en soul en elektrisch witte glimlach. Ook al is al het bovenstaande gezeur nog zo vermoeiend.

In de VS intussen, waar de emancipatie veel langer op gang is met veel mondiger groeperingen, waar veel langer gezeken, geklaagd en gescholden wordt op de categorische achterstelling van afro-, eh Afrikaans-Amerikanen, met soms gekmakende semantische haarkloverij en ander afmattende discussies tot gevolg. In de VS heeft dat in elk geval mede geleid tot een totaal ander beeld van zwarte personages in films en op tv, van rechters tot bad guys tot superhelden tot de homoseksuele zwarte thug uit The Wire.

Voor een ander beeld van fictieve negers dan neukende dansers met twee bananen in hun oren zijn we hier op televisie zelfs bijna geheel afhankelijk van Amerikaanse en Britse waar. Natuurlijk is er geen een-op-eenverband, verre van, maar zwarte presidenten waren al ver voor Obama in groten getale te zien in Amerikaanse films (al leken ze verder niet erg op hem). Geen wonder dat Variety denkt: achterlijke cultuur, die Europeanen.

Balkon: Het boek was, hmm, anders

Bij de blu-raybox (42,99 euro) krijg je het boek van aristocraat Philippe Pozzo de Borgo waarop de film is gebaseerd. Best een aanrader om dat boek erbij te pakken, al is het in veel opzichten een beetje koud afdouchen: het werkelijke verhaal is een stuk minder een dijenkletser dan de film. Niet in de laatste plaats omdat Abdel, de echte Driss zeg maar, een stuk ongezoeter is dan zijn film-alterego. Het gaat ook minder over hem: vooral de lange lijdensweg van Philippe wordt tot in elk huiveringwekkend detail beschreven. Het maakt de combinatie film-boek spannend.

undefined

Meer over