De muziek is terug in de Big Easy

New Orleans krijgt klap na klap. Toch veert de stad steeds weer op. De Volkskrant sprak, vijf jaar na de orkaan Katrina, opvallende figuren in de wederopbouw....

De soul en funk en jazz en blues van John Boutté vult het legendarische muziekcafé d.b.a. aan Frenchmen Street in New Orleans. Op het podium is de uitstraling van de zanger, zoals een vrouw roept, ‘zo lief’: tanig en klein, gestoken in witte linnen kleding, met een heldere stem en een brede, niet te onderdrukken glimlach.

Maar zijn blik wordt donker wanneer Boutté (39) zijn Katrina-verhaal vertelt. We praten na zijn wekelijkse concert in d.b.a. over de maanden na de overstromingen. Hij keerde als een van de eerste musici terug, na een noodgedwongen verlengd verblijf in Brazilië. Die pioniersrol was van symbolisch belang. Hun stad lag in puin, maar Boutté en een handvol anderen gaven aan dat het bepalende element van de lokale cultuur – muziek – niet alleen zou terugkeren en overleven, maar bloeien als nooit tevoren.

We herinneren ons de stank en de puinhopen toen het water weg was. De militairen met geladen geweren. De oneigenlijke stilte op straat, de verwoeste bovengrondse begraafplaatsen. En de lijken die soms pas na weken of zelfs maanden werden opgeruimd. ‘We voelden ons hulpeloos en verlaten. Wanhopig en failliet. We hadden collectief een gevoel’, zegt Boutté, ‘alsof we iets verkeerd hadden gedaan.’

Hij herhaalt wat hij al vaak heeft gezegd: New Orleans werd niet geruïneerd door een natuurramp, maar door de falende overheid op alle bestuursniveaus – met name door Rijkswaterstaat, waarvan de nalatigheid bij de dijkbewaking onlangs door een onderzoekscommissie bevestigd is.

Boutté praat op zachte toon, maar zijn boodschap is altijd helder: ‘Dat soort dingen moeten mensen weten om de onderliggende woede in de stad, in onze muziek te begrijpen.’

Iedereen die er toen was of snel terugkeerde, heeft een verhaal. Vijf jaar later wordt dat – vaak nog met verwondering en tranen – verteld in de kroegen en op lokale radiostations.

Het verhaal van Boutté draait om zijn enorme katholieke, Creoolse familie; een gemengde clan van Fransen en Afro-Amerikanen, die al zeven generaties in de stad woont. En die de orkaanramp collectief overleefde. Hun geschiedenis is intiem verweven met de historie van New Orleans. De familieband is altijd voelbaar in de opnamen en concerten die Boutté in het hele land geeft.

Daarom is hem ook gevraagd om met andere grote namen te zingen bij de officiële herdenking bij Jackson Square – een van de talrijke herdenkingen in de stad – terwijl president Obama elders in de stad sprak.

Talent
Volgens kenners van de eeuwig bruisende muziekwereld van New Orleans was Boutté lange tijd een onderwaardeerd talent. De aandacht ging uit naar mensen als Dr. John (piano en zang), Kermit Ruffins (trompet) en andere gevestigde namen.

Toen kwam de betaalzender HBO dit jaar met de dramaserie Treme, een aangrijpend relaas over de worstelingen van muzikanten en andere teruggekeerde pioniers in New Orleans, eind 2005. De reeks, van de makers van onder meer The Wire, speelt zich af in de oude, zwarte ‘muzikantenwijk’ Treme.

Treme richt met koel realisme en subtiel mededogen een schijnwerper op de eerste schreden van New Orleans in de richting van wederopbouw. En de serie gaf de carriére van Boutté een stevige zet.

Hij schreef jaren geleden de Treme Song toen hij in die buurt woonde en vanaf zijn balkon een jazzoptocht voorbij zag komen. De lopende, swingende, met parasols zwaaiende mensen in de ‘second line’, achter de ‘main line’ van paraderende muzikanten en andere figuren, vormen een traditie in de stad. Buren en wildvreemden sluiten zich aan om te ‘secondline-en’ – een werkwoord in New Orleans.

De Treme Song werd de vaste opening van de populaire serie. En opeens wilde iedereen Boutté horen spelen. Wanneer zijn contrabassist deze zaterdagavond de beginklanken inzet, klinkt er gejuich in d.b.a. Boutté lacht en zijn kleine band speelt een dampende versie die de menigte tot extase brengt.

Boutté werd fulltime muzikant nadat Stevie Wonder hem daartoe aanmoedigde. Hij diende eerder in het leger en studeerde economie. Bedachtzaam vertelt hij dat hij ondanks alles hoop heeft voor zijn stad. ‘Dit is geen vriendelijke plek. Zodra we denken dat het goed gaat, komt de volgende klap. Zie de BP-ramp. Dus ik zeg: laten we goed voor elkaar zijn. Wees zelf de verandering die je wilt zien.’

Na 2005 verloor New Orleans veel muzikanten. ‘De muziek was in die eerste dagen bijna dood en verdwenen’, zegt Boutté. Zijn collega’s zochten hun heil in New York, Austin, Los Angeles en Atlanta; steden die gretig profiteerden van de injectie van kwaliteitsmusici.

In Treme wordt een schijnend contrast blootgelegd tussen enerzijds een trombonist die, drinkend en vloekend, met vrouw en baby zijn weg zoekt in de zompige stad. Anderzijds gaat een jonge trompettist naar New York, om daar strak in het pak zijn geluk te beproeven, als een nieuwe Wynton Marsalis. (De leden van de familie Marsalis – allen grote musici – komen uit New Orleans.) Anderen voelden zich juist in die rauwe eerste tijd tot de stad aangetrokken, zoals een verlopen pianist die wordt gespeeld door de Nederlandse acteur Michiel Huisman.

Maar New Orleans zonder muziek is als een lichaam zonder hart: wilde de stad het redden, dan inclusief de muzikale traditie. Bij begrafenissen, parades, bruiloften, herdenkingen, sportwedstrijden, politieke bijeenkomsten: de klanken van de jazz zijn er nooit níét. En wie nu door het toeristische French Quarter loopt, door Oak Street of Frenchmen Street, hoort overal live muziek. Het is onmiskenbaar duidelijk dat New Orleans – niet Austin of New York – nog altijd de muzikale hoofdstad van de VS is.

‘De stad beleeft een ongekende toevloed van nieuwe klanken en musici’, zegt Boutté. ‘Dat is positieve verandering, een verhulde zegening van de ramp. Zoals Louis Armstrong zei: alle muziek is volksmuziek. Het is allemaal heel beweeglijk. Er is niet één vorm van New Orleansjazz. Wie hier komt en speelt, draagt bij aan wat het genre is en zal worden.’

In New York traden vorige week de New Orleanspianist John Cleary en de blazersband van Trombone Shorty op, aan de East River. Het openluchtconcert was stampvol. En de helft van de gasten kwam uit de Big Easy, bleek toen Cleary het publiek ernaar vroeg.

Hij zong een favoriete song, waarin jazz en rhythm and blues als ‘het grootste geschenk van Amerika aan de wereld’ worden omschreven. En voegde toe: ‘Laten we wel beseffen dat het eigenlijk een geschenk van New Orleans aan de wereld is.’

Meer over