De mummies van Wieuwerd

Het 'wonder' van Wieuwerd werd in 1765 ontdekt door een aantal timmerlui die bij onderhoudswerk in de kerk elf lijkkisten vonden die er als nieuw uitzagen....

Later zou ene dr. Ledder na uitgebreid piekeren tot de slotsom komen: 'De hoofdoorzaken der uitdroging zijn te zoeken in de beide luchtgaten, waardoor de stof is onderworpen aan een langzame ontbinding waarbij echter nog wijzigingen plaats grijpen, welke de scheikunde of om mij juister uit te drukken, ik althans, niet weet te verklaren.'

Maar hoe deze trage mummificering werkelijk plaatsvond, daar kwam men niet achter. Die gaten in de grafkelder bleken later niet de oorzaak te kunnen zijn. Er is iets bijzonders met de hele kerk. Iets spookachtigs. Men vond er ook een reeds lang dode spreeuw 'in heer en veer'. Het zou om een conserveringsmiddel van onbekende kwaliteit en oorsprong kunnen gaan: 'Het is niet onmogelijk dat uit de bodem gassen opstijgen, die de eigenschap bezitten om volkomen alle bederf te weren.'

Hoewel, het begrip 'volkomen' klopte ook niet helemaal. Ledder concludeerde: 'Op de eeuwige wet der ontbinding vinden wij te Wieuwerd de hoogst belangrijke uitzondering, dat zij zeer langzaam voortgaat, zodat men een voortdurend bestaan zou durven aannemen, maar eindelijk keert de stof ook hier tot hare beginselen terug en de waarheid vervat in de Heilige Schrift: ''Stof zijt gij, o mens! en tot stof zult gij wederkeren'', vindt ook te Wieuwerd haar bevestiging.' Hoe geheimzinnig de grafkelder ook was, het geloof werd er gelukkig niet aangetast.

Wat de timmerlieden in de 18de eeuw aantroffen, zijn inmiddels echte mummies geworden. Het veranderingsproces gaat langzaam, maar je kunt anno 2001 de restanten van de goudsmid van Weststellingwerf bezwaarlijk nog als 'gaaf lijk' aanduiden. De plak leerachtige substantie (waarin overigens wel degelijk de meeste menselijke trekken terug te vinden zijn) weegt inmiddels niet meer dan drie kilo, terwijl het, volgens de overlevering een forse kerel moet zijn geweest.

Van de oorspronkelijke elf kisten met gave mummies is het grootste deel door de jaren heen verdwenen. Medische studenten uit Franeker en ook 'de Fransen' - tussen 1795 en 1813 - hielden er flink huis als souvenirjagers.

Aanvankelijk dacht men hier ook het lijk van Anna Maria van Schuurman te hebben ontdekt, die in 1678 in Wieuwerd gestorven was. Zij staat bekend als de eerste studente - hoewel vrouwen formeel niet werden toegelaten tot academische studies - aan de Universiteit van Utrecht en waarschijnlijk was zij zelfs de eerste in heel Nederland.

In Utrecht mocht Anna Maria slechts vanuit een nis, afgesloten door een gordijn, de colleges van de vermaarde theoloog Gisbertus Voetius volgen. Ze schreef en sprak, zei men, even gemakkelijk in haar moerstaal als in het Frans, Duits, Engels, Spaans en Italiaans, maar ze was ook redelijk bedreven in het Grieks, Latijn, Hebreeuws, Arabisch, Syrisch en Ethiopisch en Perzisch. Als meisje van 16 kwam ze met haar ouders naar Franeker. Haar vader vond dat ze niet moest trouwen 'opdat zij niet onvoorzichtig in de strikken der wereld mocht verwikkelen'. Aan dat vaderlijke decreet hield ze zich haar leven lang.

Schuurmans' Wieuwerdse periode is nauw verbonden met die van de labadisten. De Franse priester Jean de Labadie ging in 1650 over naar de gereformeerden. Op verzoek van Anna Maria van Schuurman kwam hij in 1666 naar Middelburg als predikant, maar werd daar drie jaar later als 'onrechtzinnig' afgezet. Hij vertrok met een aantal volgelingen naar Duitsland.

In 1675 vestigde zich een deel van Labadie's volgelingen - maar zonder de meester zelf - op de Walta State in Wieuwerd, alweer met behulp van Schuurmans gastvrijheid. Op een bepaald moment woonden hier zelfs vierhonderd labadisten. Het was een internationaal de aandacht trekkend oord. Zelfs de Amerikaanse quaker William Penn kwam hier op bezoek.

De mummies in de kerk waren, zo meende men eerst, labadisten. De bovengenoemde dr. Ledder bestreed dat. Hij veronderstelde dat het om leden van het geslacht Walta ging. Maar ook dat werd door latere historici weer in twijfel getrokken. Want wat moest immers die goudsmid van Weststellingwerf daartussen?

Wieuwerd was ooit een vissersdorp aan de Middelzee. Na het dichtslibben van dit water in de Middeleeuwen werd landbouw het voornaamste middel van bestaan. Nu is het een van die verdroomde Friese dorpjes in een gebied waar snelwegen nog dungezaaid en files een onbekend verschijnsel zijn. Een dorp met een fenomeen dat nog altijd niet precies verklaard kan worden.

Meer over