DE MULTI-INDIVIDUELE SAMENLEVING

DE onderhandelingen over de kabinetsformatie verlopen voorspoedig. Toch ben ik nieuwsgierig hoe Jan Peter Balkenende het 'achterlijkheids'- probleem gaat oplossen....

Het inslikken van een overtuiging gaat zo maar niet. Over overtuigingen kan je ook moeilijk onderhandelen in de trant van: 'als jij je standpunt over de WAO bijstelt, mag jij de komende vier jaar je ''achterlijkheids''-standpunt houden'. Afruilen noemen ze dat. Maar ook Balkenende kan zijn oprechte overtuiging dat alle godsdiensten - de islam is namelijk een godsdienst - respect verdienen, niet zo maar inruilen. Na Paars, de kampioenen van de afruil, doet de overtuigingspolitiek opnieuw zijn intrede.

Hoe kan je andere mensen van hun ongelijk overtuigen? Algemener gesteld, hoe overtuig je Mat Herben en anderen ervan dat culturen niet 'achterlijk' genoemd kunnen worden of dat onze christelijke normen en waarden nooit door iedereen in ons land gedeeld zullen kunnen worden? Hoe overtuig je nieuwe leden van onze samenleving ervan dat kinderen niet uitgehuwelijkt mogen worden, zeker niet onder het eufemisme 'gezinshereniging'? Of dat vrouwen niet mogen worden geslagen, onderdrukt of achtergesteld?

Wat is overtuigen eigenlijk als sociaal fenomeen? Deze laatste vraag brengt een typisch kenmerk van onze postmoderne samenleving aan het licht. Er zijn immers zovéél verschillende standpunten en levensovertuigingen. We gunnen ieder het hare of het zijne. We doen geen poging meer om het ongelijk van andere overtuigingen aan te tonen of te beredeneren en kiezen dan maar voor de gemakkelijkste weg: afruilen.

Geëmancipeerde burgers en moderne politieke partijen onderhandelen dus veel, maar voeren weinig diepgravende discussies. Juist dit onderhandelen ontslaat ons van de noodzaak ernstige meningsverschillen of cultuurverschillen nu eens grondig uit te praten. Ouders en kinderen, vakbondsmensen en ondernemers, liberalen en sociaal-democraten zijn ware onderhandelaars geworden, maar met verbleekte overtuigingen. Strategisch gedrag is kenmerkend voor onderhandelende politici en calculerende burgers. Men wéét van elkaar dat men vaak overdrijft om een bepaald resultaat te bereiken. Men weet dus ook dat er geen authentiek standpunt achter staat. 'Alles is onderhandelbaar' staat gelijk aan het opgeven van een authentieke mening. Door de geweldige opmars van 'rationele keuzen', van onderhandelen, is overtuigingskracht als een andere vorm van rationaliteit uit onze samenleving aan het verdwijnen.

Overtuigen staat haaks op onderhandelen. Bij overtuigen gaat het vooral om precies woordgebruik. Je méént wat je zegt, je speelt geen toneel. De woordenstrijd wordt uiteindelijk beslecht met gezaghebbende, dat wil zeggen doorslaggevende argumenten. Bijvoorbeeld: het uithuwelijken van kinderen draagt niet bij - anders dan voorstanders beweren - aan een later gelukkig huwelijk. Gandhi die op zijn veertiende werd uitgehuwelijkt, heeft er heel zijn leven tegen gefulmineerd; hij werd een diep ongelukkige echtgenoot en slechte vader. Zo lopen er nog steeds talloze ongelukkige, te vroeg gehuwden, rond.

Nog een voorbeeld: je kan een andere cultuur niet 'achterlijk' noemen als je eigen christelijke cultuur een zelfde lange traditie kent van vrouwenonderdrukking en homofobie. Culturen kan je niet langs een ééndimensionale meetlat leggen.

De voorwaarde voor dit over-en-weer-argumenteren is niet zozeer dat de deelnemers allemaal dezelfde normen en waarden hebben (ik ken geen enkele samenleving waar dat het geval is), maar dat men in staat is zich in de positie van een ander te verplaatsen. Om zo de plus en minkanten van ieders standpunt en overtuiging te leren kennen. Het vermogen om jezelf in de ander te herkennen, al is het maar als tijdelijke methode, moet gecultiveerd worden. Als je dat doet, blijkt al snel dat ieder individu een eigen, unieke overtuiging heeft met een daarbij horende eigen identiteit. Vaak is die identiteit samengesteld uit een zeer uiteenlopende mix van culturele, sociale en persoonlijke eigenschappen, zoals taal, godsdienst, land van herkomst, nationaliteit, etniciteit, sociale klasse, beroep, regio en dergelijke.

Almaar blijven spreken over de multi-culturele samenleving verdoezelt het bestaan van individuele identiteiten, omdat het uitgaat van de zogenaamde group fallacy: individuen worden uitsluitend beoordeeld als lid van een groep of van een cultuur. Dat verstevigt en bestendigt discriminatie, want hét kenmerk van directe discriminatie is het beoordelen van concrete individuen, omdat ze toevallig behoren tot een bepaalde groep, een abstracte constructie. Individuen hebben daar juist zo de pest aan.

De multi-culturele samenleving is een sociaal feit, maar dat hoeft niet te betekenen dat we er slechts politiek onderhandelend mee om hoeven te gaan. Ik laat dus voortaan dit stomme begrip met vreugde los, alsmede het veel te veel misbruikte en misleidende onderscheid allochtonen-autochtonen. We zijn allemaal burgers van een multi-individuele samenleving, met eigen overtuigingen en unieke identiteiten.

Meer over