DE MUIS DIE BRULT

Vorig jaar, bij het Brits vertrek, grapten zakenlieden dat niet China Hongkong, maar Hongkong China zou overnemen. Waren zij immers niet de aanjagers van het economische wonder?...

TOINE BERBERS

OP de 31ste verdieping van hotel Shangri-La heft Zhang Yibo het glas. De Chinese filmproducent heeft zojuist een lucratief contract gesloten en toost op de samenwerking met Hongkongs kapitaal. Ganbei, proost, klinkt het. De luidruchtige pret van het modieuze gezelschap trekt de aandacht van andere gasten, meest zakenlieden, die aan wit damast zitten te lunchen in het langzaam ronddraaiende restaurant. Drie in artistiek zwart gehulde jonge schoonheden verdringen zich om Zhang: de filmrollen moeten nog worden vergeven.

Er is ook nog geen regisseur. Hindert niet. Zhang werkt snel, supersnel. Hij levert rechttoe-rechtaan-misdaadfilms af die spelen tegen het decor dat langs de restaurantramen schuift: de woest groeiende grensstad Shenzhen, na Hongkong China's rijkste. Bolwerk van het nieuwe socialistisch kapitalisme.

Beneden glijden schelle reclames voorbij. 'Tijd is geld en efficiëntie is leven', staat bij een bouwplaats. Krioelende figuurtjes snellen door het douanegebouw met oranje kruldak. Boven geeft Zhang zich over aan cinematografische bespiegelingen: 'Het publiek wil Shenzhen, want deze stad symboliseert een beter leven. Shenzhen staat voor rijkdom en succes.'

Al zijn films spelen tegenwoordig aan de grens met Hongkong en zitten vol met knokpartijen, ontploffingen en een scheutje liefde. Geen artistieke pretenties, want dat geeft maar gedonder, merkt hij droogjes op over China's beroemde filmmakers, die allen de grootste moeite hebben aan het werk te blijven.

Een jongeman met stekelhaar en een trendy brilmontuur maakt aantekeningen. Hij stelt zich voor als een journalist die werkt voor een nieuw weekblad: 'Het gaat over beroemde en rijke mensen, net als de Hong Kong Tattler.' Dit tijdschrift aan de andere kant van de grens grossiert in fotootjes op postzegelformaat van societybals en liefdadigheidsdiners, waar miljonairsvrouwen hun nieuwste diamanten colliers en platina oorbellen laten zien.

De Shenzhense versie wil ook uitsluitend succesverhalen, want 'dat past bij het imago van deze stad', zegt de journalist. In zijn glossy is geen plaats voor de berooide meisjes uit het noorden, die hun laatste geld in een treinkaartje staken en na een uitputtende reis van vijftig uur direct in de prostitutie belandden. Of voor de duizenden arbeiders die in verzengend hete fabriekshallen Barbiepoppen priegelige kleertjes aantrekken.

Ook de onderlaag, de ruim drie miljoen mensen die de afgelopen tien jaar hun fortuin zochten in dit voormalige vissersdorp, wil alleen goed nieuws horen, meent de journalist. 'Hier is het leven als roulette en zijn mensen alleen geïnteresseerd in geld.'

'Shenzhen is het geschenk van de Hongkongse zakenelite aan China', commentarieert P.K. Leung op misprijzende toon. Leung, cultuurfilosoof aan de Universiteit van Hongkong, refereert aan de vele investeringen die vanuit de Britse kolonie gedaan werden in het modderdorp. Er staat wel een zwaarbewaakte afrastering met prikkeldraad tussen beide gebieden, maar 'die stad is zoals de miljonairs van hier het graag hebben. Geen nieuwsgierige kranten, geen brutale politici, geen lastige vakbondsleiders'. Leung vindt dat deze groeistad 'een uitspatting van de foute elite' is. En dit is uitgerekend de elite die door China in Hongkong aan de macht is gebracht na het vertrek van de Britten.

'Met Shenzhen hebben de Hongkongse miljonairs een duidelijk visitekaartje afgegeven', vertelt Leung op een welddadig rustige binnenplaats van zijn universiteit. Terwijl de Britten zaten te ruziën over democratie en burgerrechten, stampten speculanten en fabrieksdirecteuren een apolitieke metropool uit de grond, waar economische groei los van politieke liberalisering werd verwezenlijkt. Precies wat de communistische machthebbers wilden.

Dat moest in Hongkong ook kunnen, dachten ze. Maar China heeft zich volgens Leung vergist, want de bruisende havenstad is niet uitsluitend venture-capital. 'De communisten hebben met Hongkong een hoop zaken binnengehaald die ze eigenlijk liever buiten hadden willen houden', lacht hij: de relatief vrije pers, roerige politici en een open economie, die het moet hebben van informatiestromen. Leung rekent hiertoe zelfs de verkiezingen die morgen worden gehouden.

Tweeduizend kilometer noordwaarts schrikt Shang Dewen even als de verkiezingen in Hongkong ter sprake komen. De welbespraakte hoogleraar economie aan de deftige universiteit van Peking had net een tirade tegen de alleenheerschappij van de communistische partij besloten met de verzuchting dat China niet zonder democratische ontwikkeling kan. Hij denkt even na en geeft een dubbelzinnig antwoord: 'De verkiezingen passen in het klimaat van groeiende tolerantie, maar ze zijn te vaag om veel mensen aan te spreken.'

Shang is een fervente voorvechter van liberalisering, maar hij weet niet goed raad met de voormalige Britse kolonie. 'Hongkong is zo ver weg, het is slechts een minuscule ontwikkeling.' De verkiezingen daar komen op een moment dat het intellectuele klimaat in Peking verbetert en sommige partijleden het begrip politieke hervormingen in de mond durven nemen.

Zelf kondigde Shang vorig jaar een eigen programma af voor democratische modernisering en hij durft hardop kritiek te leveren op de stagnatie. 'De regering maakt een grote blunder. Ze is zo druk met economische hervormingen dat de politieke voor minstens drie jaar zijn uitgesteld. Maar het een kan niet zonder het ander.'

In het diepe zuiden voltrekt zich als door een speling van het lot een experiment dat tot voor kort door de communisten intens werd verfoeid. China heeft weliswaar onmiddellijk na de overdracht een aantal door de Britten ingevoerde democratiseringen teruggedraaid en het eerste direct gekozen parlement vervangen door een benoemd, maar daarnaast heeft het zich opmerkelijk afzijdig gehouden van de dagelijkse regering in de SAR, de Speciale Bestuursregio zoals Hongkong heet. De minister van Financiën, Donald Tsang, merkte zelfs op dat Peking hem meer met rust liet dan Londen destijds.

China houdt zich ook aan de belofte dat morgen eenderde van de zestig zetels rechtstreeks wordt gekozen. Dat is voor het eerst sinds de communisten in 1949 aan de macht kwamen. Bovendien ligt een klinkende overwinnig in het verschiet voor de politici die vorig jaar naar huis waren gestuurd: de democratische partij en haar bondgenoten. Herrieschoppers die zich naar verwachting zullen roeren, worden officieel opgenomen in het Chinese staatsbestel.

Maar wordt Hongkong, met zijn gemankeerde democratie, een laboratorium voor groot-Chinese experimenteerzucht? 'Reken maar dat de Chinezen onze verkiezingen nauwlettend in de gaten houden', bulderde Allen Lee, de omvangrijke voorzitter van de Liberale Partij in Hongkong en kampioen van zakenlieden die menen dat het bestuur van de regio het best overgelaten kan worden aan schatrijke ondernemers.

'Als het bij ons soepel loopt, kan China niet om de conclusie heen', lacht hij. 'Peking zal zeggen: Kom, wat is er mis met dat systeem? Laten we dat ook eens proberen.' Lee vertegenwoordigt het optimisme dat zijn tegenstanders opportunisme noemen. 'Die verkiezingen zijn eerder een oefening om de burger de mond te snoeren', merkt een westerse diplomaat op over het ondoorzichtige systeem.

Hongkongs kiesstelsel is inderdaad verre van perfect. Tweederde van de zetels wordt door een beperkte elite gekozen - opnieuw voornamelijk zakenmensen - en eenderde via algemeen kiesrecht. Pas in 2007, tien jaar na de overdracht, komt dit systeem in aanmerking voor grondige vernieuwing.

Cultuurfilosoof Leung constateert realistisch: 'Wat er dan gaat gebeuren, hangt af van Pekings eigen hervormingstempo.' En daarover zijn velen pessimistisch. Deng Xiaoping, de oude patriarch, leek tien jaar geleden een doorbraak te forceren met de invoering van dorpsverkiezingen. Hij voorspelde dat China in vijftig jaar het hele landsbestuur via rechtstreekse verkiezingen zou benoemen.

Maar de hoog opgelopen verwachtingen werden in 1989 in bloed gesmoord toen het leger ongewapende demonstranten van het Plein van de Hemelse Vrede verdreef. Het tempo van de hervormingen is sindsdien zo tergend traag dat Dengs voorspelling veel te optimistisch lijkt. De dorpsverkiezingen verlopen nog geheel onder controle van de communistische partij. Daar waar meer dan een kandidaat op het stembiljet prijkt, hebben de autoriteiten vooraf toestemming gegeven.

Met de kolossale sociale en economische veranderingen van de afgelopen jaren sijpelen wel voorzichtig andere verworvenheden binnen. Zo is de persoonlijke vrijheid van Chinese burgers stormachtig gegroeid. Ze mogen nu hun eigen werk- en woonplaats uitkiezen, ze kunnen huizen kopen en maken vakantiereizen. Ze mogen schatrijk worden. Maar ze mogen helemaal niets vertellen over hun bestuurders, een kleine kliek die zichzelf uitkiest en benoemt.

De Chinese bevolking leek jarenlang een pact gesloten te hebben met de leiders. In ruil voor snel toenemende materiële voorspoed beloofde ze haar eigen mening voor zich te houden. Arme, voor hun bestaan knokkende boeren en met ontslag bedreigde arbeiders wisten ook nauwelijks beter. Maar met de intrede van het informatietijdperk raakt de bevolking steeds beter op de hoogte van een buitenwereld waar medezeggenschap wel groeit.

Tegelijk dringt in sommige lagen van de partij het besef door dat een nieuwe ronde economische hervormingen alleen kan slagen als het persoonlijk verantwoordelijkheidsbesef toeneemt. De manier waarop de Aziatische crisis oude, corrupte elites in Thailand en Zuid-Korea wegvaagt en nu de Indonesische president Suharto opbreekt, heeft de partijtop aan het denken gezet.

'Alleen in een democratische omgeving durven mensen nieuwe opvattingen te uiten en kunnen intelligentie, wijsheid en capaciteit volledig tot bloei komen', schreef prof. Shen Baoxiang, docent aan de centrale partijschool, vorige maand in Economische Tijd. Hij hekelde het 'klimaat van angst' waardoor 'onze maatschappij rustig lijkt, maar uiteindelijk totaal zal stagneren'.

Het groepje - meest oude - hoogleraren en intellectuelen dat het aandurft voor burgerrechten en politieke liberalisering te pleiten, groeit snel. Zelfs hoge partijleden als Li Shenzhi, oud-voorzitter van de Academie van Sociale Wetenschappen, en Hu Jiwei, ex-hoofdredacteur van het Volksdagblad, durfden het aan in de Hongkongse pers kritiek te leveren op het machtsmonopolie van de partij. Mao Yushi, een 69-jarige econoom, organiseert zelfs wekelijks bijeenkomsten over politieke onderwerpen, waarin hij niet terugschrikt om 'mensenrechten voor iedereen' te eisen.

Het opener klimaat slaat over naar de media. 'Vroeger zouden we ervan langs krijgen als we iets tegen het socialisme of de partij schreven', herinnert Dai Huang zich, ook al een 70-plusser. Dai heeft een loopbaan bij het nationale persbureau Xinhua achter de rug. 'De pers is zich meer bewust geworden van haar taak de regering in de gaten te houden', concludeert hij.

Dai heeft zich jarenlang geërgerd aan de gewoonte onwelgevallig nieuws óf achter te houden óf door te spelen naar de Hongkongse pers. 'Zo verspeel je je geloofwaardigheid bij de lezers.'

Dat ontdekten enkele regionale kranten al veel eerder. Het in Kanton verschijnende Zuidelijk Dagblad had, net als veel Hongkongse bladen, een zaterdagbijlage met uitgaans- en tv-nieuws. Sinds enkele jaren is dit Zuidelijk Weekeinde de brutaalste publicatie van het land.

Een greep uit de onthullingen van afgelopen weken: misbruik van partijleden bij de hervestiging van burgers in het gebied rond de omstreden Drieklovendam; schending van arbeidersrechten in het verre Mantsjoerije; machtsmisbruik van de politie in de zuidwestelijke provinciehoofdstad Kunming.

De spectaculairste primeur was de val van de corrupte Pekingse partijchef Chen Xitong, waarmee Zuidelijk Weekeinde twee jaar geleden de hoofdstedelijke pers de loef afstak. Sindsdien is het blad verplichte kost bij alle media. In februari had het een aangrijpend ooggetuigenverslag van de bomaanslag op een bus in Wuhan, dagen voordat de Pekingse pers ermee kwam.

Maar Zuidelijk Weekeinde kent zijn grenzen. Oud-hoofdredacteur Zuo Fang, die verantwoordelijk was voor de opkomst, verklaarde bij een bezoek aan Hongkong zijn beleid: 'Het is niet het gevecht voor nieuwe vrijheden, maar voor beter gebruik van bestaande vrijheden.' Zuo weet dat hij niet te ver kan gaan. Het primaat van de partij staat niet ter discussie.

Andere bladen die meer harde verslaggeving in hun kolommen deden, zagen de oplage stijgen. De oude partijpers daarentegen raakt drommen lezers kwijt. Het belegen Volksdagblad heeft een verjongingkuur ondergaan met nieuwe bijlagen over economie en cultuur.

Maar deze vrijheid kan zo weer worden teruggedraaid. Dat ondervond het Pekings Jeugddagblad toen het onthulde dat een besmette frisdrank enkele kinderen het leven had gekost. De hoofdredacteur werd ontslagen, omdat een van China's grootste staatsondernemingen in diskrediet was gebracht.

Ook prof. Shang Dewen weet dat er grenzen zijn. 'De slinger van de geschiedenis slaat van los naar strak naar los. Kleine veranderingen zijn niet blijvend zonder grote systeemveranderingen', zegt hij. Shang heeft zich kwaad gemaakt over de viering van het honderjarig bestaan van zijn universiteit, twee weken geleden. 'We hadden gehoopt op tegemoetkomingen, maar het enige dat de partij kon bieden, was nationalisme.' Iedereen wachtte op een signaal dat de top ook hervormingen wilde, maar dit blee uit. Integendeel, het wemelde op de jubileumbijeenkomst van de geheime agenten en bij de toegangspoort checkten soldaten de papieren van verbaasde oud-alumni die met een speciale trein helemaal uit Shenzhen naar de hoofdstad waren gereisd. 'Het kader is bang van de studenten', oordeelt hij.

Beida, de universiteit van Peking, is vanouds een broeinest van radicalen en speelde een grote rol in de protesten van 1989. De recente dooi in de media had nieuwe verwachtingen gewekt over een excuus voor de doden van toen. Maar de partij is hier nog lang niet aan toe. 'De geschiedenis zal oordelen', waarschuwt Shang de machthebbers.

In Hongkong wacht P.K. Leung gespannen of de eerste verkiezingen de geschiedenis in zullen gaan als een succes. Het systeem is zo ingewikkeld, dat veel mensen de moeite niet zullen nemen om te stemmen. 'China kan beweren dat het volk niet geïnteresseerd is in democratie', sombert hij.

'Democratie heeft de tijdgeest mee', schreef Mao Yushi in Peking. In Hongkong moest de pro-Chinese zakenelite de straat op om campagne te voeren tegen verguisde anticommunistische democraten. 'Dat is in ieder geval een enorme winst', vindt Leung.

Meer over