Interviewmondkapjesproducenten

‘De mondkapjesmarkt was complex, er kwamen veel cowboys en boeven op af’

Het tekort aan mondkapjes in het begin van de coronacrisis leidde niet alleen tot omstreden handelspraktijken, maar ook tot de productie van deze beschermingsmiddelen op Nederlandse bodem. Twee producenten van het eerste uur vertellen aan de Volkskrant over de hectiek van vorig jaar, toen de hele wereld joeg op machines en grondstoffen voor mondkapjes.

Fleur Bakker (l) van de Mondmaskerfabriek in gesprek met een medewerker over de kapjes op de productievloer. Beeld Marcel van den Bergh
Fleur Bakker (l) van de Mondmaskerfabriek in gesprek met een medewerker over de kapjes op de productievloer.Beeld Marcel van den Bergh

Fleur Bakker, mede-eigenaar van de Mondmaskerfabriek in Arnhem

‘Als sociaal ondernemers van Refugee Company, een stichting die mensen met een vluchtelingenachtergrond aan een baan helpt, wilden we wat betekenen. In Nederland werden geen mondkapjes gemaakt en de overheid had de grootste moeite om ze in het buitenland te bestellen. Dus laten we ze zelf gaan maken. Mijn compagnon heeft in China gewoond en via zijn contacten konden we daar twee mondmaskermachines bestellen.

‘Het was allemaal wel veel gedoe. De contacten met het ministerie van VWS en het Landelijk Consortium Hulpmiddelen verliepen best moeizaam. Maar daar kan ik nu ook wel begrip voor opbrengen. Het was een hele rare tijd. We waren allemaal aan het leren. Niemand wist precies hoe het moest: wij niet en ook het LCH, gevormd met gedelegeerden uit verschillende bedrijven, niet.

‘Wij hadden geen enkele ervaring met mondkapjes. Als ze mij googelden dachten ze natuurlijk ook: is dit nu de persoon om zo’n bedrijf op te zetten? Begin april presenteerden we ons businessplan, 23 april kwam de eerste machine en begin mei kregen we een leveringscontract van het LCH. Achteraf gezien is dat best snel.

‘Die verhalen over Sywert van Lienden vind ik heftig. Als het waar is dat hij heeft gezegd ‘om niet’ mondkapjes uit China te leveren, maar er uiteindelijk toch flink aan verdient, deugt dat natuurlijk niet. Het is nog steeds niet helemaal helder hoe de situatie in elkaar zit, dus laten we die duidelijkheid afwachten. Maar ik herken in die verhalen ook wel de gekte van die tijd. Iedereen zat bovenop de machines en grondstoffen voor mondkapjes, wereldwijd. Die markt was zo complex. Er kwamen veel cowboys en boeven op af.

‘De zoektocht naar grondstoffen, zoals de filterstof meltdown, was een soort goudkoorts. Bij ons is er ook wel eens een container met beduimelde zakken binnengekomen die je nauwelijks kon gebruiken. En mijn compagnon sprak een keer af met een handelaar, die een machine al door de douane in China zou hebben gebracht - dat was gewoon nep. We bestelden twee machines bij twee leveranciers, om meer zekerheid te hebben dat er tenminste één werd geleverd.

‘De certificering voor medische maskers heeft best lang geduurd, tot oktober. In Nederland was daar niet eens een lab voor. We moesten producten opsturen naar België, Spanje en Oostenrijk voor certificering. Daarvoor konden we alleen hygiënemaskers maken.

‘Maar het is ons uiteindelijk gelukt: uit het niets hebben we nu de grootste mondmaskerfabriek van Nederland met acht machines en 50 werknemers, van wie 42 statushouders. We maken 1,2 miljoen mondkapjes per week. Dat gaat binnenkort naar 2 miljoen per week.

‘Vorig jaar produceerden we tegen een kostprijs met een marge erop. Door verbetering van ons productieproces liggen de prijzen nu lager. Onze prijs is commercieel, maar ligt wel veel lager dan de prijzen die ik in de verhalen over andere mondmaskers lees. We hebben nu één klant, het LCH, het contract loopt in september af. Daarna zijn we weer een startup die mikt op 30 procent van de Nederlandse mondkapjesmarkt – die is buiten coronatijd circa 150 miljoen stuks, vooral voor tandartsen en ziekenhuizen.

‘Minister Tamara van Ark van Medische Zorg zei onlangs bij een bezoek aan ons bedrijf: jullie zijn ondernemers die hun nek hebben uitgestoken. We hebben ook wel gebluft en het had verkeerd kunnen aflopen. Vanaf 1 juni wil het ministerie alles aan de markt overlaten. Maar we hopen wel op enige steun van de overheid om te zorgen dat er in elk geval één producent mondmaskers in Nederland blijft maken.’

Joost Verlaan (l) van filterproducent Afpro in Alkmaar. Beeld Marcel van den Bergh
Joost Verlaan (l) van filterproducent Afpro in Alkmaar.Beeld Marcel van den Bergh

Joost Verlaan, vice-president van filterproducent Afpro in Alkmaar

‘Eind februari 2020, twee dagen nadat de eerste coronabesmetting in Nederland bekend was geworden, kochten we een mondkapjesmachine in China. We hebben twee fabrieken in dat land, waar de epidemie al fors huishield. Mijn vader en ik vreesden dat zoiets ook Nederland te wachten stond. Mijn broertje zit in de zorg, hij is huisarts. We maakten al filters voor operatiekamers en voelden ons geroepen om te helpen bij het produceren van voldoende mondmaskers.

‘In het begin werkten we samen met andere bedrijven, zoals beddenfabrikant Auping, dat ook mondmaskers maakt. Samen grondstoffen inkopen. Wij hadden de kennis over luchtfilters. En chipmachinefabrikant ASML heeft bijvoorbeeld voor ons het vervoer van de 30 meter lange machine geregeld. In april is het apparaat aangezet, in mei kwam koningin Máxima langs. We hebben ons eigen plan getrokken, het LCH heeft de order geplaatst.

‘Het was schrijnend om te zien hoe groot de schaarste aan mondmaskers was, waardoor veel zorgmedewerkers zonder bescherming moesten werken. Het Reinier de Graafziekenhuis in Delft was zelfs uit nood zelf mondkapjes aan het naaien uit doek voor stofzuigerzakken. Daarbij hebben wij zelfs nog geholpen door grondstoffen te leveren, vooral materiaal waardoor het masker precies om de mond aansloot.

‘We zijn zelf met de productie gestart, omdat we al zagen dat in de handel veel onzekerheid en cowboygedrag zat. Er zijn een hoop snelle jongens geweest die even snel geld wilden verdienen, zo van: ik koop een partij in, stop het in een container en kan het hier maal drie verkopen. Wat ik nu lees over ondernemer Sywert van Lienden, als het waar is, dan is dat niet de manier om te doen. Wij hebben het tot eind vorig jaar non-profit gedaan – we wilden niet profiteren van de crisis. Daarna hebben we een nieuw contract voor bestendiging van de productie met het LCH gesloten tegen commerciële prijzen. We maken miljoenen FFP2-maskers voor ic’s op jaarbasis.

‘Het verbaast me niks dat de Rekenkamer nu kritiek heeft op het ministerie van VWS omdat het ruim 2 miljard euro aan uitgaven niet met bonnetjes kan verantwoorden. Het was een oorlogssituatie destijds. Het doel was om zo snel mogelijk over zoveel mogelijk mondkapjes te kunnen beschikken. De druk was groot. Het LCH mikte op zowel handel uit het buitenland als productie in eigen land. Ze wisten niet waar het naartoe ging. Iedereen was met die mondkapjes bezig. Zo’n noodsituatie trekt goede mensen met goede bedoelingen aan, maar ook lieden die niet zo netjes waren.

‘We zijn erin gestapt om de zorg te helpen. Het was ook voor ons een project van bloed, zweet en tranen. We zijn een bedrijf dat al 41 jaar bestaat en doen niet aan snelle winst, zoals sommige handelaren. Laten we hopen dat we die mondkapjesproductie binnenkort niet meer nodig hebben. We hebben het druk genoeg met luchtfilters voor ziekenhuizen en andere instellingen.

‘Het ministerie van VWS onderzoekt nu of en hoe het de productie van mondkapjes in Nederland moet houden, om bij een volgende epidemie niet opnieuw overvallen te worden. Wij kunnen onze productie van mondkapjes in de mottenballen zetten en weer opstarten als ze weer opeens hard nodig zijn.’