'De Molukken niet als vakantieland gaan zien'

Anderhalf jaar na de oprichting van de Republiek der Molukken is het enthousiasme van de Molukse gemeenschap in Nederland voor de diplomatieke pogingen om de Molukken zelfstandig te maken nog niet erg groot....

Van onze verslaggever

Wio Joustra

MEPPEL

'Je moet je gezicht laten zien in de wereld; je moet je stem laten horen.' Ze draagt prachtig voor, zoals alleen Molukkers het belanda spreken. Ze declameert, dan weer priemt haar wijsvinger dreigend in de richting van het onzichtbare, doch alom aanwezige kwaad. 'Hoe lang moeten we de mensen daar nog laten lijden?'

Nederland heeft twee staatshoofden. Het ene woont in een paleis. Het andere in een rijtjeshuis in een jaren-zestig wijk van Meppel, een wereld verwijderd van de wuivende palmen en geurige kruidnagelplantages van haar geboortegrond. Mevrouw Co Bernard-Tamaëla is presidente van de Republiek der Molukken, regering in ballingschap, opgericht op 26 februari 1994.

Het ene staatshoofd brengt volgende week een officieel bezoek aan Indonesië om het vijftigjarig bestaan van de onafhankelijke republiek te vieren. Mevrouw Bernard zal pas naar haar geboortegrond terugkeren 'als de Molukken een vrij land zijn geworden'.

En met de Molukken bedoelt ze niet alleen de Zuidmolukken, waarvoor de RMS van Tutuhatunewa (vroeger: Manusama) zich inzet. Nee, de hele archipel van 999 eilanden en vijf miljoen mensen moet vrij. 'Want de Molukken horen niet bij Indonesië, net zoals West-Papoea niet bij Indonesië hoort. En Timor niet. En Atjeh niet.'

Ze vluchtte uit het bezette Ambon met een prauw naar Ceram, daarna naar Nieuw-Guinea. Toen ook die kolonie in 1962 aan Indonesië werd overgedragen, vertrok ze naar Nederland. Ze woonde drie jaar in Ermelo en verhuisde 27 jaar geleden naar Meppel. Manusama leidde de 'politieke missie' van de toenmalige Molukse regering in ballingschap naar Nederland; haar inmiddels overleden broer de 'militaire'.

Op de kast staat haar staatsieportret naast de vlag van de vrije Molukken: wit, groen, blauw en vooral rood. Ernaast staat op een bordje 'Mena Muria', wat 'een voor allen' betekent. Het is de naam van een stichting die fondsen zoekt om de strijd van de ballingen tegen de schending van de mensenrechten in Indonesië te bekostigen.

Die kosten zijn in anderhalf jaar tijd flink opgelopen. Mevrouw Bernard is inmiddels een geregelde gast op de conferenties van de Werkgroep Inheemse Volkeren van de Verenigde Naties in Genève. Ze heeft al 65 'ambassadeurs' benoemd om de belangen van de Molukken in de wereld te behartigen. Pas nog stelde ze diplomatieke vertegenwoordigers aan in Oostenrijk, de Verenigde Staten en Chili.

Vorig jaar herfst bracht ze een officieel bezoek aan Rusland. Ze werd er ontvangen met nagenoeg alle egards van een bevriend staatshoofd. Limousine, zes bodyguards en een gesprek met de voorzitter van de Doema, het parlement in Moskou. 'Ik kreeg het wel even te kwaad. Achterin die limousine dacht ik ineens: oh God, ik heb beloofd om iets te doen, maar ik besef nu pas hoe groot de verantwoordelijkheid is die op mijn schouders rust.'

Eind september/begin oktober mag ze de algemene vergadering van de Verenigde Naties in New York toespreken. Ze laat het over aan de juridisch adviseur van haar regering in ballingschap. Maar de boodschap zal er niet minder Moluks om zijn: Jakarta schendt het recht om op de Molukken traditionele sociale en politieke bestuursvormen te handhaven; de transmigratie-politiek maakt het Molukse volk tot een minderheid op de Molukken; de rechten van Molukse vrouwen worden geschonden door gedwongen family-planning (geboorte-beperking); Jakarta maakt zich schuldig aan de illegale onteigening van land dat traditioneel aan Molukkers toebehoort en de traditionele bron van inkomsten in de specerijenrijke archipel - de tjenkeh (kruidnagel) - wordt bewust uitgehold.

Mevrouw Bernard ziet de mondiale, diplomatieke missie als haar plicht tegenover de vijf miljoen Molukkers. 'Hoe kunnen de mensen daar leven als behoorlijke mensen als er overal Indonesische politiemensen en militairen zijn? Zij kunnen niet protesteren. Zij kunnen niet studeren. Zij kunnen niets. Zij worden arm gehouden door het regime. Terwijl wij hier lekker televisie zitten te kijken en onze kinderen een goede opleiding hebben genoten. Wij hebben niet te klagen. Daarom hebben wij de plicht om iets voor de mensen daar te doen. Wij mogen de Molukken niet als een vakantieland beschouwen.'

Op de RMS, die haar strijd tot Nederland beperkt, heeft mevrouw Bernard het niet zo begrepen. 'Die is verantwoordelijk voor 45 verloren jaren.' Manusama bracht zijn beleid om tot een onafhankelijke staat te komen niet duidelijk op de jongeren over. Ze acht de leiding van de RMS dan ook schuldig aan de kapingen en gijzelingen van de jaren zeventig.

Nog steeds worden Molukkers in internationale fora gezien als een stelletje ruziezoekers in Nederland. Het is een hardnekkig beeld dat via een diplomatiek twee-sporenbeleid moet worden weggenomen. Dat is pleiten voor mensenrechten in de Verenigde Naties en lobbyen voor de Molukse zaak in andere landen.

Dat het enthousiasme voor de internationale diplomatie van mevrouw Bernard onder de vijftigduizend Molukkers in Nederland na anderhalf jaar nog niet groot is, deert de presidente niet. Ze begrijpt dat het doel van haar missie, van haar zendingsdrift, in de ogen van velen illusoir en onhaalbaar is.

'Optimistisch ben ik niet, maar ik heb er wel vertrouwen in. Als ik niet in het ideaal van de vrije Molukken zou geloven, dan deed ik dit niet. De Molukken van Indonesië? Dat kan gewoon niet. Dat mag gewoon niet. Ik ben er aan begonnen en ik ga door. Ik ga niet aan de kant. Nee, nee, nee, nee'

Meer over