Columnmartin sommer

De modieuze papierloze overheid is synoniem geworden voor verslonzing

null Beeld

Deze week ontbrak het in Den Haag weer niet aan booswichten. Het rapport van accountantskantoor PwC was verschenen, over het verdwenen memo-Palmen. Dat is een notitie waarin een juriste van de Belastingdienst in 2017 had geconcludeerd dat de overheid met de hardvochtige bejegening in de kindertoeslagenaffaire totaal fout zat. Het memo dook pas drie jaar later op. Topambtenaar Jaap Uijlenbroek blijkt nu de inhoud van het memo te hebben besproken, terwijl hij tijdens het parlementair onderzoek naar de toeslagenaffaire verklaarde dat hij het nooit had gezien. Zoals vaker in deze affaire regende het typeringen als ‘meineed’, ‘cover-up’, ‘rookgordijn’ en ‘zwijgcultuur’.

In zekere zin stelt het gerust als er boze opzet in het spel zou zijn, en we kunnen wijzen naar zoiets als een ‘Rutte-doctrine’ of ‘Donner-doctrine’. Stel je voor dat het memo echt per ongeluk is kwijtgeraakt, dat zou nog steeds kunnen. In het verslag van PwC staat dat het werd besproken op een ambtelijke heidag. Het was niet gedateerd, had geen aanhef, geen opmaak, geen adressant, geen auteursnaam, en het ergste in ambtenarenland: een paraaf ontbrak. Na de heidag was het weg. Foetsie. Slordigheid is erger dan slechtheid, want een slechterik kun je verwijderen en dan is de orde hersteld.

Toeslagenaffaire

Maar een overheid zonder fatsoenlijke archivering bestuurt op de tast. Eric Wiebes, oud-staatssecretaris belastingen, zei letterlijk tijdens zijn verhoor over de toeslagenaffaire ‘dat hij had gestreden tegen de duisternis en geprobeerd het lichtknopje te vinden’. Er werden negenduizend dossiers in de kinderopvangtoeslagaffaire ‘per ongeluk’ (staatssecretaris Van Huffelen) vernietigd. In het rapport van de parlementaire onderzoekscommissie staat dat ‘alle ministeries’ (!) die waren benaderd voor informatie hun dossiers niet op orde hadden. Voorbeelden te over.

Denk aan de hilarische zoektocht op oude servers van Justitie naar het bonnetje van Fred Teeven. Extern onderzoek was geboden om te achterhalen of ex-minister Hirsch Ballin bemoeienis had gehad met de vervolging van Geert Wilders, idem over eventuele ongepaste belangstelling voor de arrestatie van Julio Poch. Tijdens de dramatische aftocht uit Afghanistan bleek dat Defensie geen lijsten had met gegevens van de medewerkers ter plaatse. Dit voorjaar was het departement al door de Algemene Rekenkamer bestraffend toegesproken, onder meer over de gebrekkige verslaglegging. ‘Zorgvuldigheid en continuïteit worden zo loze begrippen.’ Defensie tuigde daarna ‘een taskforce’ op, maar ook die wist in augustus niet wie in Kabul de Nederlandse staat hadden gediend. Ineens bleek zoiets saais als archiefbeheer beslissend voor leven of dood.

Het besef dat het bewaren en vooral terugvinden van dossiers van levensbelang is, ontstond in de 17de eeuw. De eeuw daarvoor hielden godsdienstoorlogen huis in Europa. De geesten werden niet langer verenigd door God, in tegendeel, Hij veroorzaakte dat men elkaar de schedel insloeg. Er moest een nieuwe gezamenlijkheid worden uitgevonden. Dat werden de feiten, in de wetenschap te vinden door middel van meten, rekenen en wegen. Over de objectiviteit daarvan kon iedereen het eens zijn. In het bestuur begonnen vorsten archieven te bouwen, ‘papieren feiten’, met stukken waarnaar kon worden terugverwezen en waarbij iedereen zich had neer te leggen. Het archief wortelt in de vrees voor oorlog of het verlangen naar vrede.

Verslonzing

Dat besef is opgelost in de mist van de cloud. De modieuze ‘papierloze overheid’ is synoniem geworden voor verslonzing. Ik belde Chris van Dam, ex-Kamerlid van het CDA en streng voorzitter van de onderzoekscommissie Kinderopvangtoeslagen. Ook hij houdt het eerder op klunzigheid dan kwade trouw. ‘Ambtenaren zijn over het algemeen hondstrouw en integer. Het systeem heet Digidoc. Dat werkt op trefwoorden, en hoe gaat dat, elke ambtenaar bedenkt zijn eigen trefwoord. Na de vakantie komen ze elkaar tegen bij de koffieautomaat, en zeggen dan: goh is dat jouw onderwerp, daar heb ik toevallig ook nog wat over. Plukje bij beetje komt wat tevoorschijn.’

Van tijd tot tijd stelt iemand plechtig vast dat democratie niet kan bestaan zonder georganiseerde dossiervorming. Arno Visser, president van de Algemene Rekenkamer, schreef daarover in Elsevier een essay. Niet alleen het papieren geheugen raakt in ongerede, ook de roulerende ambtelijke top organiseert zijn eigen vergeetachtigheid. In de Kamer heerst een ware epidemie van bestuurlijke korsakov. In 2017 keerden 87 Kamerleden van de 150 niet terug in de bankjes, waarmee opgeteld 438 jaar aan parlementaire ervaring teloorging.

Zwartgelakte pagina's

Visser schreef ook dat niet het tekort, maar juist de geweldige overdaad aan informatie ons parten speelt. Zowel de capaciteit als de competentie ontbreekt om overheidsstukken volgens de regels op te slaan. Wij van de pers staren ons blind op de zwartgelakte pagina’s na WOB-verzoeken. Erger is wat als onderdeel van de ‘nieuwe bestuurscultuur’ sinds de toeslagenaffaire bezig is praktijk te worden: na vragen gooit het ministerie alle stukken ongefilterd over de heg. Waarna Kamerleden en journalisten net als eertijds minister Wiebes het spoor in het donkere bos bijster raken.

Zonder bestuurlijk geheugen zijn er geen feiten waarop we kunnen terugvallen bij verschil van mening. Het resultaat zien we dagelijks in Den Haag. Een regering die op de tast regeert, een Kamer die permanent in de hoogste graad van boosheid verkeert. Zonder feiten leven we in een postmoderne wereld waarin je op alles kunt terugzeggen: dat is jouw mening. Dan wint de machtige en verliest de machteloze, want in die wereld is waarheid hetzelfde als macht. Daarvan hebben we in de toeslagenaffaire een staaltje meegemaakt.

Meer over