Achtergrond

De moderne uitvaart is meer en meer een viering van zelfexpressie geworden

Sinds de jaren negentig heeft zich een ‘funeraire revolutie’ voltrokken. Een opener cultuur rondom de uitvaart heeft geleid tot nieuwe, creatieve en duurzame afscheidsrituelen, vaak met persoonlijke elementen die het unieke karakter van de overledene onderstrepen.

Jean-Pierre Geelen
null Beeld Olivier Heiligers
Beeld Olivier Heiligers

Een mensheid lang leek het onmogelijk, maar de moderne mens is erin geslaagd zichzelf boven de dood te verheffen. Met alle gemak staat hij bij zijn eigen graftombe de bedroefde aanwezigen toe te spreken. In levenden lijve. Nou ja, bijna dan. Want leve de vooruitgang: de overledene kon vóór zijn heengaan natuurlijk al veel langer een filmpje laten opnemen om te vertonen bij de uitvaart, maar nu is er de 3D-illusie van het hologram. Weer een stapje dichter bij het leven na de dood.

Wat Michael Jackson en Abba in hologramversies op tournee kunnen, is sinds kort voor iedere sterveling een koud kunstje. HereWeHolo heet de firma die vanaf een bedrijvencomplex in Rijswijk – een opvallend aardse plek voor de haast goddelijke macht die het bedrijf uitvent – overledenen tot leven wekt op hun eigen uitvaart. Hoe dan? ‘Via een vooraf opgenomen 4K-video die holografisch wordt weergegeven ben jij van top tot teen zichtbaar op je eigen uitvaart. Met al je handbewegingen, je non-verbale communicatie en maniertjes zoals iedereen jou kent’, schrijft het bedrijf op de eigen website.

Directeur en eigenaar Desmond Frencken van HereWeHolo schetst de praktijk: ‘De klant maakt een afspraak met ons bedrijf en na een goed gesprek stellen we samen een script op voor de toespraak op de begrafenis of crematie. Dan gaan we naar onze studio, waar alle apparatuur klaarstaat om de toespraak te filmen. Op de uitvaart plaatsen wij de zogeheten HoloBox die we hebben ontwikkeld. Een soort kast op deurformaat. Die is makkelijk te verplaatsen, je hoeft alleen de stekker maar in een stopcontact te steken. De software is opgeslagen op een internetvrije server, om te voorkomen dat die wordt gehackt. Met één druk op de knop zal de overledene als levensechte animatie verschijnen en op levensgroot formaat zijn of haar toespraak houden.’

Een ‘fantastische, blijvende herinnering’ noemt het bedrijf dit op de eigen website.

Nee, dat vindt niet iedereen, beaamt Frencken. ‘Toen dit bekend werd, heb ik mails gekregen van mensen die vinden dat dit niet kan; we zouden voor God aan het spelen zijn. Wat mij betreft moet ieder voor zichzelf bepalen wat wel en niet kan of mag. Wij leveren alleen de techniek en de mogelijkheid. Er zijn in principe geen grenzen aan de inhoud, maar als iemand de behoefte voelt zijn toespraak te gebruiken voor een scheldpartij, lijkt me dat niet nodig.’

Deze mogelijkheid ademt volgens Frencken wel helemaal de tijdgeest – daarover straks meer.

Praktische bezwaren

Het idee kreeg de ondernemer zo’n acht jaar geleden. Frencken was actief in de wereld van beurzen en andere evenementen; daar deed het hologram langzaam zijn intrede in de communicatie. Dat je er ook uitvaarten mee zou kunnen invullen, stuitte op praktische bezwaren, zegt hij: ‘Die zaaltjes hebben vaak grote raampartijen met prachtig uitzicht op verstild groen. Mooi, maar al met al veel te licht om een hologram goed te projecteren.’

Het plan kwam op een laag pitje te staan, maar toen door corona de evenementenbranche bijna plat kwam te liggen, had Frencken tijd om het uit de kast te halen. De techniek was in die acht jaar ook nog eens betaalbaarder geworden, en zo werd de HoloBox geboren. Frencken stak er zijn ‘laatste geld’ in en gelooft in het concept. ‘Als maar 1 procent van de 168 duizend sterfgevallen per jaar hiervoor kiest, dan heb ik het godsgruwelijk druk.’

De kosten: zo’n 2.500 tot 3.000 euro. Toegegeven: vooralsnog loopt het niet storm. Er is belangstelling, maar tot nu toe is het volgens Frencken tweemaal tot opnamen gekomen. Beide klanten zijn nog niet overleden. Frencken: ‘Eén vrouw heeft haar lichaam ter beschikking van de wetenschap gesteld, voor een langlopend onderzoek. Om de lege kist op de uitvaart te compenseren wilde ze een laatste toespraak opnemen, voor haar zoon.’

Een ander meldde zich toen hij uitbehandeld bleek in een Rotterdams ziekenhuis. Tot een uitvaart is het nog niet gekomen. Frencken: ‘Hij heeft inmiddels in België een beenmergtransplantatie ondergaan, die goed is uitgepakt.’

Viering van zelfexpressie

Het is onmiskenbaar een uitvloeisel van een trend in het uitvaartwezen. Waar de afscheidsbijeenkomst lang een – excusez le mot – doodse gebeurtenis was van zwarte kraaien rondom de baar, is de moderne uitvaart in toenemende mate een hoogst unieke viering van zelfexpressie geworden. De vaste vormvereisten – de kerkdienst, of de steriele aula met lauwe automatenkoffie en kleffe fabriekscake, de geprojecteerde vakantiefoto’s en de eeuwige Mieke Telkamp – zijn clichés geworden en vervangen door een invulling met persoonlijke elementen die het unieke karakter van de overledene, en anders wel van de nabestaanden, moet onderstrepen.

De uitvaartbranche speelt levendig in op die behoefte. ‘Er is vaak meer mogelijk dan je denkt’, schrijft de site andersafscheidnemen.nl. De wereld ligt aan de voeten van de ontslapenen der aarde. Een herdenkingsdienst is allang niet meer voorbehouden aan de kerk of de aula: een molen of een woonboot horen tot de nieuwe opties voor een uitvaartlocatie. Met een boot het water op? Net zo makkelijk. Evenals het museum, of de industriële locatie (‘bijvoorbeeld de fabriek of loods waar de overledene werkzaam was’).

Natuurliefhebber? Huur een bosvilla of boshut, houd een ceremonie in het park of in de eigen tuin. Op het strand, in een theater, in de bioscoop (met eigen afsluitende film!) of in een café (‘borrel tot slot’) komt de overledene met al zijn kenmerkende eigenschappen stukken beter tot zijn recht. Zelfs de Pier van Scheveningen is in de aanbieding: ‘Intiem voor een klein gezelschap, indrukwekkend voor een grote groep.’ Uit de aanbeveling: ‘Daarnaast kun je op de Pier culinair genieten op de Foodboulevard, overnachten in prachtige suites, een extreme uitdaging aangaan met de zipline of de bungy, of een rondje maken in het reuzenrad. Kortom, of je nu met 2 of 3.000 personen komt, Pier Scheveningen is een ideale locatie voor een uitvaart, condoleance of herdenkingsdienst.’

Beroemde voorgangers

Waar is dit begonnen? Misschien wel bij Dylan Thomas. De Welshe schrijver, die bij leven het drankorgel over alle registers bespeelde, had bij zijn overlijden in 1953 in New York een onbesuisd leven achter de rug. ‘Sterfelijkheid vermengd met verheerlijking’, omschrijft Katie Roiphe de essentie van zijn werk in haar boek Het uur van het violet, over ‘grote schrijvers in hun laatste dagen’. Geheel in de geest van de betreurde zou ook zijn heengaan niet onopgemerkt blijven. Hetzelfde gold dan ook zijn uitvaart. Zoals Roiphe concludeert: ‘Thomas had het vast schitterend gevonden dat zijn begrafenis in Laugharne bij lange na geen plechtige, ordelijke of doorsnee ceremonie was. De drank vloeide rijkelijk. Mensen gingen met elkaar op de vuist. Een paar van zijn paperassen werden van zijn verweerde, houten bureau gestolen uit zijn schrijversschuurtje achter het huis aan het water.’

In Nederland was decennia later de Amsterdamse horeca-ondernemer Manfred Langer (vooral bekend van de befaamde homodisco iT) postuum een voorganger van de tegenbeweging, waarin je hoogstpersoonlijke zelfexpressie de enige leidraad is voor de liturgie. Wetende dat hij zou sterven besloot hij in 1994 van zijn uitvaart een feest te maken, waarvan de beelden de hele wereld over gingen. Zijn lichaam werd opgebaard in een grote roze kist. Vanaf het homomonument aan de Westermarkt trok een stoet limousines naar begraafplaats Zorgvlied, rustplaats voor de roem. Op zijn graf verscheen een beeld van hem met een bierglas in de hand.

Peter Giele volgde vijf jaar later. De Amsterdamse kunstenaar werd per grachtenboot in een open kist naar – alweer – Zorgvlied gebracht, met een breekijzer in zijn handen. Zijn graf daar wordt gemarkeerd door een cabine in de vorm van een doodshoofd. Op de dag van zijn uitvaart brandde de door hem opgerichte discotheek Roxy helemaal af.

null Beeld Olivier Heiligers
Beeld Olivier Heiligers

Niet minder onopgemerkt verliep de uitvaart van André Hazes in 2004. Zo’n vijftigduizend fans verzamelden zich in de Amsterdamse Arena rond de middenstip, waar de kist met het lichaam van de volkszanger lag. Het was zijn laatste wens dat zijn as zou worden afgeschoten met tien vuurpijlen, wat in Hoek van Holland geschiedde onder het oog van vijfhonderd belangstellenden en tienduizend fans die in Ahoy in Rotterdam via beeldschermen meekeken.

‘Funeraire revolutie’

Het zullen dergelijke gebeurtenissen zijn geweest die de weg baanden voor andere stervelingen. Historicus Wim Cappers, gespecialiseerd in de geschiedenis en cultuur van uitvaarten, spreekt van een ‘funeraire revolutie’ die zich in de jaren negentig heeft voltrokken. ‘Er heeft lang een maatschappelijk taboe rondom de dood bestaan’, zegt Cappers. Met de bevrijdingen van de jaren zestig en later ontstond langzaam een opener, creatievere cultuur rondom de uitvaart, met genoemde voorbeelden. Die kwam in de jaren negentig tot volle wasdom. Niet zonder horten of stoten overigens: in 1993 nog leidde de spraakmakende reclamecampagne ‘Is er koffie na de dood?’ van uitvaartonderneming AVVL tot honderden klachten, die de Reclame Code Commissie nog honoreerde ook. Te frivool, was het oordeel.

Het kon niet verhinderen dat velen ‘zelf aan de slag’ gingen met de begrippen dood en begraven, zegt Cappers. De uitvaartondernemer werd ‘uitvaartbegeleider’, vrouwen deden hun intrede in een beroepsgroep die tot dan toe overwegend uit mannen had bestaan. De uitoefening van het vak verschoof van de klassieke uitvaartondernemer naar die van ‘rituelenbegeleider’. Onderwijl ontwierpen kunstenaars doodskisten en grafmonumenten die de persoonlijke tint van de overledene maximaal onderstreepten. Het is niet toevallig dat in diezelfde tijd de wetgeving rondom uitvaarten de mogelijkheden verruimde.

Overlijdensadvertenties

De verschuiving is ook zichtbaar in de overlijdensadvertenties in kranten. Mieke Kerkhof (‘Nomen est omen’, beaamt ze zelf maar alvast) verzamelt ze, uit fascinatie. In het dagelijks leven gynaecoloog, houdt ze er buiten haar vakgebied een levendige belangstelling op na voor de cultus rond het levenseinde. In haar boek Klaar is Kees bezorgde ze met lichte toets korte verhalen en observaties over dat onderwerp.

Natuurlijk heeft Kerkhof de honden- en poezenpootjes er langzaam zien insluipen. Portretfoto’s in kleur als achtergrond van de hele advertentie. Een bedankje of treffend citaat van de overledene in zijn of haar eigen handschrift. Ze trof eens een heuse woordwolk aan in een rouwadvertentie. Ook zag ze tegenover het eeuwige zwart de kleur in de belettering verschijnen: soms blauw, een enkele keer roze of groen.

Kerkhof heeft een scherp oog voor de teksten van advertenties waarin een overlijden wordt bekendgemaakt. Daarin is in de loop der jaren veel veranderd, zegt ze: ‘Aankondigingen in de trant van ‘Heden heeft God tot zich genomen...’ tref je hooguit nog in dagblad Trouw aan.’ Elders is het een stuk creatiever en persoonlijker geworden, zegt Kerkhof. ‘Het is allemaal niet meer zo heilig. Waar God vroeger ‘het leven terugnam’, zagen we later veel dichtregels, vooral van Vasalis en Rutger Kopland.’ De laatste paar jaar ziet ze een nieuwe trend opdoemen: een citaat van de overledene. Kerkhof: ‘Dat kan heel mooi zijn, wanneer die persoon daarmee goed wordt neergezet.’

Dat is Kerkhof in elk geval meer waard dan de tientallen advertenties die directeuren van grote bedrijven soms krijgen toebedeeld. ‘Veel opsommingen van functies, maar niets over wie of hoe die persoon werkelijk was.’ De functionele rouwadvertentie heeft zich dus nog aan de verpersonalisering van het rouwwezen onttrokken.

Duurzaamheidstrend

‘De ontwikkeling gaat langzaam, maar de dynamiek in de uitvaartbranche is groot’, zegt Janieke Bruin, die in oktober promoveerde op haar onderzoek naar muziek en rituelen rond uitvaarten in Nederland. Ze noemt de duurzaamheidstrend in het uitvaartwezen: met het groeiend milieubesef zijn doodskisten desgewenst – geheel in lijn met het gedachtengoed van de overledene – van duurzamer materiaal dan de traditionele spaanplaten versies. Rieten manden en waden (kleden) zijn een vertrouwde vervanging geworden op begrafenissen. Ook het ‘begraven’ zelf krijgt er een heel repertoire bij, van resomeren (het stoffelijk overschot wordt onder hoge druk opgelost in een mengsel van heet water en kaliumhydroxide, waarna een steriele vloeistof en poeder overblijven) tot cryomatie (vriesdrogen).

Resomeren

In Nederland is het nog verboden, maar daarbuiten zette de Zuid-Afrikaanse aartsbisschop en ‘ecokrijger’ Desmond Tutu het thema onlangs weer op de kaart door zijn stoffelijk overschot te laten resomeren. De ‘groene’ methode om het lichaam onder hoge druk op te lossen en de resterende beenderen tot poeder te vermalen, leidt tot minder uitstoot van broeikasgassen. Eind 2020 kondigde minister Ollongren wel aan dat resomeren – ook wel ‘aquameren’, ‘biocremeren’ of ‘alkalische hydrolyse’ genoemd – zal worden toegestaan, maar zover is het nog niet.

Wat de plechtigheid zelf betreft, zag Bruin hoe de aula van een crematorium in Oosterhout van standaardruimte transformeerde tot gelegenheid (geheel verbouwd volgens de duurzaamheidsbeginselen van nu) met discoverlichting. Voor de jong overledene die elk weekend doorbracht op de dansvloer. ‘Indrukwekkend’, zegt Bruin, ‘maar dergelijke persoonlijk gemaakte uitvaarten kunnen ook iets heel eenzijdigs hebben. Behalve de directe familie zal lang niet altijd elke aanwezige de symboliek of de verwijzingen helemaal begrijpen. De vraag is een beetje hoe oma achterin of iemand met epilepsie zo’n uitvaart zal ervaren.’

Hoewel ook Bruin de jaren negentig als keerpunt ziet in het uitvaartwezen, benadrukt ze dat de doorsnee begrafenis nog altijd redelijk standaard en traditioneel – ‘praatje, liedje, praatje, liedje’ – is vormgegeven, en daar is niets mis mee. Ja, de kerk en het christelijk geloof spelen misschien een minder grote rol, maar centraal blijft toch de behoefte aan afscheidsrituelen, mede vormgegeven door de cultuur waaruit wij voortkomen. Met alle mogelijke variaties voor wie wil.

Er ligt nog meer in het verschiet, zeker met het voortschrijden van steeds betaalbaarder technologie en diensten. Op internet verrezen services die na je dood tweets blijven versturen uit naam van de overledene. Er bestaan talloze herdenkingssites en persoonlijke pagina’s waarop zij desnoods postuum van zich doen spreken.

Ook ondernemer Desmond Frencken van HereWeHolo heeft zijn volgende plan al in de maak: de HoloUrn. Die urn, zo’n 50 centimeter hoog, 20 centimeter diep en 24 centimeter breed, verschilt uiterlijk nauwelijks van de vertrouwde versie waarin de as van een gecremeerde zit. Bij de HoloUrn krijgen de nabestaanden echter digitale codes meegeleverd, die zij op afgesproken momenten in de toekomst kunnen activeren, waarna de overledene vanuit de urn als hologram het woord tot de nabestaanden zal richten.

Frencken heeft een prototype laten maken, maar heeft het product nog niet op de markt gebracht. De kansen ziet hij wel: ‘Neem een jonge moeder met kanker die weet dat ze spoedig zal overlijden. Die heeft haar kinderen nog veel te vertellen, bijvoorbeeld op ijkpunten in hun leven. Bij een zwemdiploma, een schooldiploma, een rijbewijs of een bruiloft. Hoe leuk is het dan als die moeder haar kinderen zoveel jaar na haar dood sprekend kan feliciteren?’

Brug te ver

‘Bijna alles kan’, blijkt maar weer. Maar niet overal, stelt funerair historicus Wim Cappers vast. ‘Een dansvoorstelling op een begraafplaats is in veel gevallen nog een brug te ver. Muziek maken op een kerkhof luistert ook nauw. In Alkmaar werd een paar jaar geleden een dansvoorstelling voorbereid, maar die werd na protest afgelast. Nabestaanden vinden het snel ongepast op een begraafplaats, de laatste rustplaats voor de doden. Hetzelfde gold, en terecht, voor de paranormale seances bij kindergraven in Leusden, die overigens niets met een uitvaart te maken hadden. Logisch dat ouders en anderen geschokt waren.’

Hoewel Cappers als historicus vooral naar achter kijkt, durft hij zich te wagen aan een vooruitblik. Er zit een piek aan te komen in de verpersoonlijking van de uitvaart, voorspelt hij: ‘Ik ben nu 65, en dus van de geboortegolf na de Tweede Wereldoorlog. Die generatie is opgegroeid met bevrijding, het afbreken van traditioneel gezag en ongelijkheid. Nog een jaar of tien, en dan begint het grote sterven van die generatie. Rond ongeveer 2040 zal die golf een piek bereiken. Reken maar dat al die eigenzinnigen, van een generatie die zichzelf een leven lang centraal heeft gesteld, ook hun eigenheid zullen onderstrepen op hun uitvaart.’

Als historicus houdt Cappers zich verre van een oordeel, maar zelf zal hij na zijn overlijden niet bijdragen aan de voortschrijdende persoonlijkheidscultus: ‘Mijn persoonlijke opvatting is dat een uitvaart geen feestje is, al mag er wel gelachen worden, hard zelfs. Toch zeg ik over mijn eigen uitvaart vooral: keep it simple.’

Misschien niet helemaal de tijdgeest, maar wel zo persoonlijk en eigenzinnig. En daarmee toch weer eigentijds.

Uitvaart als performance

Haar begrafenis wordt haar laatste kunststuk, voorspelde de Servische performancekunstenaar Marina Abramovic (75) – onlangs nog te zien in VPRO Wintergasten – in 2016 in de Volkskrant. ‘Het wordt een behoorlijk spektakel’, zei ze. Drie graven moeten er zijn, in Belgrado, Amsterdam en New York, voor de ‘drie Marina’s die haar persoonlijkheid vormen’. ‘In welk graf mijn lichaam daadwerkelijk komt te liggen, blijft geheim.’ Bezoekers mogen niet in zwart, maar helder groen, rood en paars. Zanger Anohni moet My Way zingen. Abramovic: ‘Alles wat ik doe, is performance. Waarom zou mijn uitvaart dat niet zijn?’