DE MOBILISATIE VAN HET GEWETEN

IK HAD al geruime tijd voor de Britse verkiezingen het idee (en dat hier ook opgeschreven) dat Tony Blair met zijn denkbeelden en gedrevenheid een politiek leider was die een nieuwe fase zou kunnen inluiden....

Op het Labour-congres in Brighton leek Blair deze week bij tijd en wijlen in de buurt van een goddelijke status te komen. In de polls haalt hij populariteitscijfers waarvan Margaret Thatcher nooit heeft kunnen dromen, zelfs niet na de Falkland-oorlog.

Sinds de verkiezingen in mei zijn drommen kiezers, die toen op de Conservatieven stemden, alsnog naar Blair overgelopen - een bandwagoning van een omvang die in ieder geval in Engeland in deze eeuw niet eerder is voorgekomen. Blair wordt door 93 procent van de bevolking geweldig gevonden. Wat is dit voor een verschijnsel?

Natuurlijk gaan de gedachten naar de dood van Diana. Ook toen had de weerklank een omvang en intensiteit die niemand kon voorspellen. Bovendien - en dat is het noteren waard - was er zowel bij Diana als nu weer, sprake van een zichzelf versterkend effect.

Ik vind dat aan dit fenomeen iets engs zit. Het feit dat de Britse kranten (gemeten over een volle maand) een groter deel van hun ruimte besteedden aan de dood van de avontuurlijke prinses dan een halve eeuw eerder aan de overwinning op Duitsland in de Tweede Wereldoorlog, illustreert hoe hevig media en publieke opinie tegenwoordig op elkaar inwerken.

De moderne communicatiemiddelen zijn zeer rationele uitvindingen, maar zij werken vooral emotionerend. Het is alsof er minder energie nodig is om een liter water van kamertemperatuur naar het kookpunt te brengen.

Betekent dit dat de media de publieke emotie naar believen kunnen sturen? Dat lijkt mij niet. Zolang niet een of andere dictator of media-tycoon erin slaagt de boel gelijk te schakelen, opereren de media in een pluriforme samenleving en hebben zij te maken met redelijk geïnformeerde mensen, die zich niet zomaar laten manipuleren.

Veeleer is het zo dat zich in de moderne samenleving onderhuidse processen afspelen die pas veel later in het politieke proces voelbaar worden. In die onderhuidse processen spelen de media een nog niet helemaal in kaart gebrachte rol. In de nauwe wisselwerking tussen talkshows en een veelheid aan gesprekken tussen buren, vrienden, in café's en op het werk worden voortdurend gevoelens en meningen van de ander afgetast en gewogen.

Blijkbaar ontstaat er onder bepaalde omstandigheden een collectief gevoel. Niet zelden is dat een, in eerste instantie nog ongearticuleerde, stemming, dat 'het zo niet verder kan', dat er een andere richting ingeslagen moet worden, dat men anders geregeerd wil worden. In zulke gevallen kan er plotseling een geweldige verschuiving optreden.

Na de oorlog hebben we dat verschillende malen gezien. Ik denk aan de anti-autoritaire rebellie van de jaren zestig (in het bijzonder aan de gebeurtenissen in Parijs in mei-juni 1968) en aan de beweging tegen de atoomraketten in Nederland tien jaar later, toen ook mensen die nog nooit aan een demonstratie hadden deelgenomen met honderdduizenden de straat opgingen. De Vietnam-beweging is een ander voorbeeld.

Zelf heb ik met deze bewegingen van harte gesympatiseerd en dat maakt het makkelijk er terugziend luchthartig over te doen. Wat Diana betreft: de weerzin tegen het kille Britse koningshuis dat zich de personificatie van het niet meer bestaande empire waant, kan ik meevoelen. En op Blair met zijn ideeën over een moderne, maar niet gevoelsarme, samenleving, zou ik moeiteloos hebben gestemd.

Dit genoegen neemt niet weg dat we ons zo nu en dan even moeten afvragen hoe groot de kans is dat ook extreem-rechts, in navolging van Hitler en Goebbels, gebruik gaat maken van de mediatechnieken waarvan Tony Blair zich nu met zoveel succes, en terecht, bedient.

In Die Zeit stond onlangs een stuk waarin beschreven werd hoe de extreem-rechtse Oostenrijker Jörg Haider (in eigen land goed voor 28 procent van de stemmen) aan de Amerikaanse Harvard University werkt aan een nieuw, modern imago. In Frankrijk loopt zich met Bruno Mégret in de schaduw van Le Pen een vergelijkbare figuur warm.

Goed de verschillen zijn enorm. Iemand als Blair propageert op een zeer breed terrein - veel breder dan Wim Kok met het poldermodel - maatschappellijke veranderingen. Zijn doel is het mobiliseren van het geweten. Blair doet een beroep op altruïsme en zelfvertrouwen en ontpopt zich daarbij, na Reagan, als de Great Communicator van deze tijd.

De extreem-rechtse boodschap is totaal anders. Extreem-rechts zal niet het geweten, maar de vrees voor veranderingen, de nationale bekrompenheid en het racisme trachten te mobiliseren.

Die strijd, tussen geweten en gewetenloosheid, zal ook met de moderne communicatietechnieken worden uitgevochten.

Meer over