Column

De microseconden tussen klap en pijn als je tegen een verkeersbord loopt

Juist aan een hardlooprondje begonnen, halverwege een zebrapad, zag ik plotseling een auto met hoge snelheid op me afkomen. Ik kon nog opzij springen, en keek de auto even verontwaardigd na, terwijl ik doorrende, enigszins uit koers gebracht. Toen ik weer opkeek, kon ik nog net het verkeersbord zien waar ik met het gezicht tegenaan hardliep.

Peter Middendorp
null Beeld ANP
Beeld ANP

Er is een ogenblik waarin je nog geen pijn voelt maar al wel weet dat hij eraan komt. Misschien werkt het pijncentrum wel als een soort verkeerstoren: het wil eerst alle inkomende prikkels verzamelen, een overzicht bewerkstelligen, voordat met het uitzenden van pijnsignalen kan worden begonnen.

Hoewel het moment uit niet meer dan enkele microseconden kan bestaan, kunnen we die toch als gevulde tijd ervaren. In afwachting van de pijn, het gezicht als dat van Chevy Chase ingedeukt, heb je alle tijd de zintuigen de kost te laten geven.

Zo zag ik, bijvoorbeeld, nog even gauw wat er op het verkeersbord stond. Het was er eentje van een wandelroute. Een week later zag ik dat het verkeersbord door de klap een kwartslag was gedraaid, zodat enkele oudere wandelaars, misschien nog niet zo aan GoogleMaps gewend, mogelijk in Delfzijl in plaats van Assen zijn terechtgekomen.

Ik zag een oudere dame, een ooggetuige, aanvankelijk door plaatsvervangende pijn ineengekrompen, van het schouwspel weglopen, zodat ik me afvroeg met hoeveel kilometer per uur je tegen een verkeersbord moet rennen voordat wel iemand komt vragen of alles in orde is. Ik schatte dat een kilometertje of 15 moest volstaan.

En ik zag een herinnering - op een nieuwe fiets door een onverwachte kuil in de weg gereden, de handvatten, met mijn handen er nog omheen, die precies tegelijk van het stuur af schoten, en ik, met wijde armen en benen naar de stoeptegels onderweg, een parachutist voordat de parachute openklapt, alleen wat dichter bij de aarde.

Ik weet nog goed dat ik, meteen enthousiast over de microseconden tussen klap en pijn, 'O!', uitriep, 'als ik dit gevoel toch eens op zou kunnen schrijven!'

Een gat in de ruimte is het, dat moment, een optie haast, een opening of een ontsnapping naar een andere kant, een andere wereld, waar je misschien wel naartoe zou kunnen gaan, als door het schilderij in Bomans' Erik, of het klein insectenboek, zoiets - ja, heel precies ben ik er niet achter gekomen, zoveel tijd krijg je ook weer niet.

Op de grond, de landing bleek achteraf best goed te doen, nadat ik het lichaam inwendig op schade was nagegaan, voelde ik weer dezelfde verzuchting opkomen.

Nu, dacht ik, misschien moet ik het dan maar eens proberen.

Met gebutste neus, een ei op het voorhoofd, een gebit dat de stresstest redelijk had doorstaan, stond ik op. Er waren weinig mensen op het kruispunt. De mensen die er wel waren, bewogen zich van me weg. Ja, het was een bijzonder moment, een uitzonderlijke gewaarwording, hooguit een klein beetje eenzaam.

Iets trager dan anders vervolgde ik mijn rondje. Je blijft de vlag nu eenmaal altijd trouw, ook van het zinkende schip.

Peter Middendorp op Twitter: @Petermiddendorp

Meer over