De Mezz wil eigentijds en tegendraads zijn

Met de Mezz neemt popminnend Breda afscheid van de jaren tachtig. De plaatselijke liefhebber kan sinds zaterdag terecht in een zaal waar het begrip popcultuur ten volle bewaarheid wordt.'Dit is een zaal die durf uitstraalt.'..

Van onze verslaggever Pablo Cabenda

BREDA Waar 's avonds speeches en live muziek zullen klinken, maken stofzuiger en soundcheck nog even de dienst uit. Meisjes en jongens in bedrukte T-shirts lopen druk heen en weer en directeur Gérard Steenbergen geeft nog een laatste aanwijzing. 'Gooi nog even een flinke scheut allesreiniger in de wc's.'

Alles moet in orde voor de opening zaterdag van het hypermoderne poppodium in Breda. De toekomst van live-popmuziek in deze stad staat op het spel, want daarvoor is de Mezz gemaakt.

Na lang gebakkelei over de gebruikelijke zaken (geld en ontwerp) maakte de gemeente Breda in 1999 een begin met de bouw van het regionale poppodium dat de nalatenschap van jongerensociëtiet Para zal overnemen. Para, eerder dit jaar al gesloten, was een restant van de jaren tachtig.

De Mezz is gebouw overeenkomstig de idee dat we tegenwoordig bij popcultuur het tweede gedeelte van het woord even belangrijk vinden als het eerste. Dat is gelukt. Het poppodium laat zien dat niet alleen musea en spoorwegstations prestigieuze projecten voor bevlogen architecten kunnen zijn.

Het gebouw, ontworpen door Erick van Egeraat associated Architects (EEA), lijkt van buiten eerder een groot sculptuur dan een kleine concertzaal. Als een rood spektakel (een walvis zonder staart, een dode zeehond, een flinke zalmmoot) overheerst het gebouw de Keizerstraat. Het onschuldige rijtje woonhuizen aan de overkant maakt de Mezz alleen maar surealistischer. Glooiende strips van koper maken van het gebouw een compact geheel dat van buiten geen enkele aanwijzing geeft voor zijn functie.

Aan een kant penetreert het gevaarte de oude officiersmess van de Chassékazerne. Daarin zitten het café en de kantoren. Aan die mess dankt de Mezz ook zijn naam. Het nieuwe gedeelte herbergt vier oefenruimten en de concertzaal met een capacitiet van 650 bezoekers.

Gérard Steenbergen, voorheen verantwoordelijk voor het Metropolis Festival aldaar en de opening van Rotterdam Culturele Hoofdstad 2001, hoopt er jaarlijks veertigduizend bezoekers te mogen ontvangen, verdeeld over tweehonderd concerten. Die aantallen zijn geenszins ambitieus. 'Want we willen niet door tegenvallende bezoekcijfers gedwongen worden om ineens vreselijk populair te gaan programmeren.'

Vrijdag heeft Steenbergen op de openingsparty al kunnen zien wat voor vlees hij in zijn kuip zal krijgen. Zeker, een deel daarvan was vroeger bezoeker van Para, maar de Mezz moet meer bieden en beter worden. Om dat te bereiken wil de Mezz breed programmeren. 'Van couOry tot electro. En daarbinnen alleen maar wat in opmars is. Het moet zo zijn dat de de bands die pas na een jaar grote bekendheid krijgen eerst hier komen optreden voordat ze promoveren naar de Melkweg of Paradiso.'

Of dat loffelijk streven reeël is, blijft een vraag. Vorige week zei Marijke Appelboom, directeur van poppodium Effenaar in Eindhoven, dat kleine poppodia niet te exploiteren zijn door de hevige concurrentie. De grotere broer van Mezz in Eindhoven heeft juist verbouwingsplannen om de huidige capaciteit te vergroten naar duizend bezoekers. Met maximaal 650 meent de Effenaar niet te kunnen overleven.

Tel daarbij op de andere popzalen in Noord-Brabant, zoals 013 in Tilburg en W2 in Den Bosch. Ze vissen voor een groot deel allemaal in dezelfde vijver en misschien is de Mezz om die reden wel een mooi maar doodgeboren kindje.

Steenbergen meent van niet: 'Eindhoven is een veel grotere stad met een behoorlijke lange geschiedenis. Die schaalvergoting is een logisch uitvloeisel van een ontwikkeling sinds de jaren tachtig. De Effenaar heeft dertig man in vaste dienst, wij zeven. Zij moeten wel uitbreiden als ze met de grote jongens willen meespelen. Wij moeten juist een zaal worden als bijvoorbeeld Patronaat is in Haarlem.'

Steenbergen zet in eerste instantie in op een regionale bereik. 'We hebben een verzorgingsgebied van heel westelijk Brabant, een stukje Zeeland en met wat geluk kunnen we ook nog wat Vlaanderen meepikken.'

Natuurlijk is de uiteindelijke bedoeling landelijke uitsraling en natuurlijk moet het gebouw als een visitekaartje gaan fungeren. 'De esthetiek is onze onderscheidene kracht. Ze sluit naadloos aan bij wat we willen zijn. Eigengereid en tegendraads.'

Voorlopig is die tegendraadsheid nog niet af te lezen aan het programma. In oktober en november komen Racoon en Skidmarks, Nederlandse bands die zo'n beetje overal in Nederland optreden.

zaterdag mag de hippe Finse multi-instrumentalist Jimi Tenor de zaal mag inwijden. Die oogt klein, maar door de taartpuntvorm heeft iedereen in de zaal uitstekend zicht op de optredende artiesten. Minpuntje: de railing van het balkon is iets te hoog waardoor Tenor voetloos door het leven lijkt te gaan.

De akoestiek is fantastisch. Elk instrument van Tenors zeskoppige band is overal duidelijk te horen. John van der Post, journalist van het regionale dagblad BN De Stem, staat vooraan. Een vergelijking met het prestigieuze 013 in Tilburg valt voor de Mezz positief uit. '013 vind ik toch meer een zwartgeverfde schouwburg. Dit straalt veel meer durf uit.'

Poppodia maken volgens hem een denkfout door, net zoals de Effenaar het doet, het te zoeken in aantallen. 'Iedereen is tegenwoordig mobiel. Als een grote band optreedt in de Randstad, gaat iedereen daar naar toe.'

Volgens hem moeten concertzalen het meer zoeken in een specialisme. 'Maar dan moet er ook een publiek voor zijn. En het Bredase publiek heeft een beetje de reputatie moeilijk te zijn. Het stikt hier van de kroegen. En de verleiding is dan wel erg groot om eerder een biertje te pakken.'

Meer over