De mens: een modderend wezen

In Greenberg speelt Ben Stiller een cynisch tijdbommetje, een echt Baumbach-personage...

Van onze medewerkster Floortje Smit

BERLIJN Sommige filmkarakters sluit je voor altijd in je hart. Het zijn vaak types die wat weerbarstig zijn. Maar als je eenmaal door hun harde pantser breekt, blijken ze leuk, gevat, en voorzien van een hart van goud. Mooie persoonlijkheden die je graag in je vriendenkring zou willen opnemen.

Roger Greenberg is niet zo’n karakter. En toch heeft regisseur Noah Baumbach types als hij onder zijn beste vrienden, vertelt hij tijdens de Berlinale, waar zijn film Greenberg in première ging. Of nee, dat ligt genuanceerder. ‘Niet precies zoals hij. Maar er zitten dingen in hem waarin ik mezelf herken, en mensen die dicht bij me staan.’

In die opgefokte Greenberg? Baumbach lijkt juist het toonbeeld van rust; zijn antwoorden zijn weloverwogen en doordacht. Hij bedoelt dan ook niet dat hij of zijn vrienden – net als Greenberg – een algehele woede tegen de wereld afreageren door bedrijven als Starbucks boze brieven te sturen. Of mensen die te dichtbij komen, hard kwetsen.

Nee, het is de onderliggende oorzaak van die boosheid die Baumbach (1969) herkent. ‘Ik ken veel mensen die als twintigers een bepaald beeld van zichzelf hadden. Een beeld van het soort mens dat ze zouden worden. Slimme, interessante mensen voor wie dat – om wat voor reden dan ook – geen werkelijkheid is geworden. En daardoor konden ze zich ook niet meer op iets anders toeleggen. Als ze geen rockster kunnen worden, dan ook geen dokter, dat idee.’

Je moeten neerleggen bij het leven dat je niet wil leiden. In Greenberg was Roger er ooit van overtuigd dat hij het zou gaan maken in de muziek, maar hij werd timmerman – een vak dat hij zelf amper serieus neemt. En nu hij de 40 passeert, levert het hem een joekel van een existentiële crisis op. ‘Op je 28ste, op je 30ste kun je nog zeggen: oké, het is nóg niet gebeurd. Maar als je 40 bent – ik zeg niet dat het niet meer kan op je 40ste, maar erg waarschijnlijk is het niet meer.’

Roger Greenberg wordt gespeeld door Ben Stiller – Baumbach had de komiek al vanaf het begin in zijn hoofd zitten. ‘In de eerste versies van het script was Greenberg 10 jaar jonger. Maar iets klopte niet. En ik bleef tijdens het casten maar denken: ik wou dat Ben Stiller 10 jaar jonger was, zodat hij hem kon spelen. Omdat ik al jaren aan het script gesleuteld had, was ik huiverig om dat aan te passen. Maar toen ik besloot het helemaal te herschrijven, bleek het de film grappiger en tragischer tegelijkertijd te maken.’

Vileine dialogen
Stiller klopt inderdaad helemaal als Greenberg: hij maakt hem een gefrustreerd en cynisch tijdbommetje, zonder dat hij de kijker definitief van zich afstoot. En daarmee is het ook een typisch Baumbach-personage. De ouders in zijn echtscheiding-tragikomedie Squid and the Whale, of de kille Margot uit Margot at the Wedding: egocentrisch en verward zijn ze. Echt leuk worden ze niet, maar Baumbach zorgt ervoor dat je een soort sympathie voor ze gaat voelen. Via vileine dialogen toont hij een wereld waarin relaties altijd onhandig voelen, juist omdat de communicatie niet deugt.

‘Zo werkt het: in de echte wereld worstelen mensen met het leven. Dat is al lastig in je eentje, maar als je ook nog met iemand anders en zijn of haar sores te maken krijgt, moet je voortdurend schipperen. Al mijn films gaan over de verhouding tussen individu en groep. Over mensen die een verandering ondergaan en het effect daarvan op hun omgeving. Kun je dan nog bij elkaar blijven, of raak je van elkaar vervreemd? Ik vind dat eindeloos fascinerend.’

Baumbach plaatst zijn personages graag in een omgeving die het hen extra moeilijk maakt. Hier keert Greenberg terug naar Los Angeles, waar zijn oude vrienden hem ontgroeid blijken. Baumbach wilde de andere kant laten zien van de stad die zo vaak wordt afgeschilderd als droomfabriek. ‘L.A. heeft echt een autocultuur – iedereen rijdt. Ik woon in New York, en daar wandel je naar de winkel en kom je honderden mensen tegen. In L.A. zit iedereen in zijn auto in zijn eigen wereld. Greenberg gaat over een man die geïsoleerd is. Als hij niet kan rijden, en verblijft in een stad waar dat een absolute noodzaak is, is dat meteen al grappig.’

Meer over