De mens door de gehaktmolen

Speels, absurdistisch en kwajongensachtig is het oeuvre van Atelier van Lieshout. Maar in de Onderzeebootloods in Rotterdam blijkt dat Van Lieshout een nieuwe fase is ingegaan: van romantische outsider naar keihard satiricus....

Aanvankelijk loopt de museummedewerker nog goedgemutst door de immense Onderzeebootloods, een tijdelijke dependance van Museum Boijmans Van Beuningen in de Rotterdamse haven. Om na een blik in de kisten met kunst abrupt en kotsend het pand te verlaten.

De aftocht mag dan schromelijk zijn overdreven en in scène gezet voor aflevering 6 van Boijmans TV, feit is wel dat de tentoonstelling Infernopolis, van Joep van Lieshout, het publiek van het ene uiterste naar het andere slingert. Van de hel van Dante in de Tuin der Lusten van Jeroen Bosch, van gruwel in grimlach en fascinatie.

Met de rauwe Onderzeebootloods uit de jaren dertig heeft Nederland een eigen versie gekregen van de industriële Turbine Hal in Londen, de gigantische entreehal van Tate Modern. De Onderzeebootloods is even groot (bijna 5000 vierkante meter) en even indrukwekkend, het tentoonstellingsprogramma even ambitieus. Wordt voor de Turbine Hal jaarlijks een internationale grootheid uitgenodigd om speciaal voor de ruimte een monumentaal kunstwerk te maken, gesponsord door Unilever, in de Onderzeebootloods wordt met ingang van dit jaar elke zomer een internationale grootheid uitgenodigd voor een monumentale tentoonstelling, door het Havenbedrijf Rotterdam gesponsord met 500 duizend euro per expositie.

Het Havenbedrijf Rotterdam wilde ‘iets met kunst en iets met mensen’, verklaarde directeur Hans Smits afgelopen weekend tijdens de opening zijn initiatief, en het benaderde Boijmans Van Beuningen voor de inhoud. Boijmans koos Joep van Lieshout om het spits af te bijten, op dit moment weliswaar een van de belangrijkste, Nederlandse kunstenaars, maar niet bepaald een veilige keuze.

Dat Van Lieshout – correcter is te spreken van Atelier Van Lieshout (AVL), de kunstenaar heeft sinds 1995 een werkplaats met momenteel twintig medewerkers – ‘iets met mensen’ doet, is namelijk zacht uitgedrukt. Wie de Onderzeebootloods betreedt wordt om de oren geslagen met mensbeelden. Ze staan op balken en tussenplateaus, zwermen uit over de kolossale ruimte. Ze zijn zwart of doorschijnend wit, van polyester of van schuim met papier-maché, vol en rond of uiterst mager, om niet te zeggen uitgemergeld, opengereten, in stukken gesneden, door de gehaktmolen gehaald. Er liggen mummies, rompen gescheiden van hoofd en ledematen, een vrouw met uitpuilende darmen en dito ongeboren vrucht.

De aanpalende ruimte oogt als een biologielokaal voor reuzen, met metershoge en meterslange polyester organen: varkensroze, half opengewerkte penissen in de maten S, M en XL, een baarmoeder en anus in XL.

Wat de mensen van vlees en bloed betreft: er zijn er die het werk van de tot beeldhouwer opgeleide Van Lieshout (1963) haten: omdat het seksistisch zou zijn, pornografisch en provocerend. Anderen houden ervan, omdat het even romantisch is als absurdistisch en op speelse, kwajongensachtige wijze de vloer aanveegt met taboes en politieke correctheid.

Hater of liefhebber, ze stroomden tijdens de opening allemaal toe en ze zullen de komende maanden toestromen, want de overzichtstentoonstelling van AVL is onbetwist dé kunsthit van deze zomer.

Infernopolis – hellestad – zoals de tentoonstelling heet, is nog het best op te vatten als een stad met wijken en met huizen, een fabriek, een slachthuis, een slagveld en een zwerm aan bewoners, waartussen je als bezoeker rondwandelt. In zekere zin treedt Van Lieshout met deze gigantische stad in de voetsporen van de Nederlandse kunstenaar Constant, die eind jaren vijftig utopische stadsmaquettes op schaal maakte van felgekleurd plexiglas en hout voor de homo ludens, de van arbeid bevrijde, spelende mens. Hoewel AVL in Rotterdam vooral de keerzijde van de samenleving toont, meer dystopie dan utopie, heeft Infernopolis wel degelijk ook utopische trekken.

Vooral de installatie Systemen, Organen en Reproductie is op te vatten als een woonwijk voor de spelende mens, die de gewone wereld te saai en te netjes vindt. Het vaker vertoonde rozerode Baarmoederhuis (2004), de BarRectum (2005), de BikiniBar (2006) en Darwin (2008), de paarse spermacel, zijn natuurgetrouw opgetrokken uit polyester en zo groot, dat ze van bedden en ander meubilair zijn voorzien en onderdak bieden aan een bar, een hotelkamer of een pied-à-terre. Het zijn huizen voor lust, studie, vrijheid en plezier, onderkomens waarin het leven wordt gevierd.

Ook De Technocraat (2003) getuigt van jongensachtige fascinatie en plezier. Het 3-D fabrieksmodel toont een ingenieus, zaalvullend stelsel van vaten, tonnen, septische tanks en een watertoren, in glanzend rood, geel en blauw met glimmend roestvrijstaal, verbonden door een wirwar van aan elkaar getapete plastic slangen.

Naar verluidt, is de installatie voortgekomen uit de vrijstaat AVL-Ville, de anarchistische vrijplaats die Atelier Van Lieshout in 2001 opende in de Rotterdamse haven, ten tijde van Rotterdam Culturele Hoofdstad. AVL-Ville had zijn eigen wapens, vlag, grondwet en papiergeld, zijn eigen alcohol en drugs en was met een ziekenhuis, een boerderij, een slachthuis en biogasproductie uit menselijke uitwerpselen volledig zelfvoorzienend. Na verloop van tijd greep de politie in – de vrijstaat overschreed te veel regels en wetten.

De in Rotterdam getoonde installatie is een opmerkelijk neutrale verbeelding van de overgereguleerde samenleving, waarmee AVL in botsing kwam. Slechts een enkele, met een vacuümpomp verbonden slaaf getuigt van de van eigen wil ontdane populatie, die nodig is om het gesloten fabriekscircuit draaiende te houden – en daarmee van een vorm van commentaar. Voor de rest oogt het werk met zijn ordentelijke stapelingen en minimalistische series werktuigen veeleer als een heroïsche en sculpturale ode aan machines en systemen.

Misschien is De Technocraat zo mild gemaakt om het contrast op scherp te zetten. Want in de andere helft van de loods, waar de nieuwste installaties en stadswijken staan, is de tijd van spelen voorbij en wordt een nieuwe fase in het oeuvre van AVL zichtbaar.

Met Cradle to Cradle en Nieuwe Culturen, respectievelijk het slachthuis en het slagveld, maakt AVL een omgekeerde ontwikkeling door als Constant. Zoals Constant eerst schilderijen maakte van oorlog en vernieling om zich daarna te richten op utopische modellen, zo ruilt AVL zijn eerdere dromen van autonomie nu in voor visioenen van oorlog en ellende. Blijkbaar noopt de veranderende werkelijkheid tot een wisseling van rol, van romantische outsider naar keihard satiricus.

Cradle to Cradle is een slachthuis voor mensen, die van alle kleur ontdaan in verschillende staten van ontbinding aan haken hangen, in stukken op ontleedtafels en in kruiwagens liggen. Het tableau houdt met zijn nauwgezette en werkelijkheidsgetrouwe anatomische stukken en droedels van opgeblazen worstvormige ledematen het midden tussen volstrekt realisme en volkomen absurdisme. Daarbij is de titel is niet voor niets gekozen. Cradle to Cradle, van wieg tot wieg, is een filosofie van de Amerikaanse architect William McDonough, die ook in ons land populair is. Cradle to Cradle roept op om, met oog op behoud van onze planeet, duurzaam te bouwen, te recyclen, zo weinig mogelijk afval te produceren en zo min mogelijk vervuilende ‘footprint’ voor de vele generaties na ons achter te laten. Ondanks de populariteit munt de filosofie ook uit in vrijblijvendheid: hij is lastig te realiseren en van echte duurzaamheid is in de bouwindustrie dan ook nog lang geen sprake.

Daarbij zet Cradle to Cradle volgens Van Lieshout nauwelijks zoden aan de dijk. In Boijmans TV zegt hij: ‘We hebben 2,5 keer de aardbol nodig om de bevolking te onderhouden. Je kan een vliegtuig minder laten vliegen of een hybride auto ontwerpen, maar eliminatie van een mens, dat levert pas voordeel op.’ AVL voegt de kunstdaad bij het woord, en haalt de mens door de gehaktmolen.

Is Cradle to Cradle een ver doorgevoerd gedachte experiment, in Nieuwe Culturen werpt de kunstenaar een angstaanjagende blik op de toekomst, waarin overbevolking, overconsumptie en grondstoffenschaarste hebben geleid tot WO III.

Hoe weinig vergezocht het gitzwarte visioen is, bleek onder meer uit de laatste televisie-uitzending van Beagle: in het kielzog van Darwin, waarin wetenschappers en televisiemakers acht maanden in de voetsporen van Darwin om de wereld zijn gereisd, om te kijken hoe de aarde ervoor staat. In de laatste uitzending, nog te zien op Uitzending gemist, wordt de rekening opgemaakt. Op ongelooflijk neutrale toon vertellen de onderzoekers dat de klimaatveranderingen in de toekomst tot grootschalige volksverhuizingen en tot oorlog gaan leiden.

Zowel de beelden van Cradle to Cradle als van Nieuwe Culturen grijpen je bij de strot. Anders dan de eerdere, nogal vormeloze en grof gestileerde mensbeelden van AVL, zijn de beelden uit de nieuwste installaties, vooral in Nieuwe Culturen, opmerkelijk realistisch. Een schedel is niet Damien Hirst blingbling, maar heeft holle ogen en een half gebit.

Moeder en kind, die om te overleven een stuk vlees eten van een levensecht dood paard, hebben holle buiken en dunne ledematen. Uit buiken puilende darmen kloppen met de anatomie. Dit is de kunst, waarvan de museummedewerker moest kotsen.

Met zijn tableaux vivants van lichaamsdelen, getormenteerde paarden en gekwelde mensen begeeft AVL zich in goed gezelschap. Schilders als Goya (in zijn prentenserie Los Desastros de la Guerra uit 1812-1815), Théodore Géricault (Anatomische Stukken, 1818-1820) en Pablo Picasso (Guernica, 1937) gingen hem voor. Bij deze schilders vergeleken zijn Van Lieshouts beelden uitermate beheerst. Hij hult ze niet in levensechte kleuren, maar in wit en bij uitzondering in rood. Hij accentueert hun leed niet in expressionistische grimassen en poses, wilde koppen en uitbundig materiaalgebruik, zoals zijn jongere collega-beeldhouwer Folkert de Jong, aan wiens werk de beelden wel doen denken.

Hij beperkt zich tot een vloeiende lijn, een lijdende pose, hier en daar een holte en een huid van kwetsbaar craquelé. De losse ledematen en anatomische stukken zijn behalve natuurgetrouw ook fijnzinnige sculpturen, met een magische aantrekkingskracht.

Zoals Dantes boek La Divina Commedia de lezer van de ene kring naar de andere voert, zo zwerven de bezoekers in Infernopolis van de ene wijk naar de andere, waarbij de lijdende mensenmassa zich niet beperkt tot de nieuwe wijken, maar zich in zwarte, en meer absurdistische beelden ook uitstrekt over de rest van de polis. Anders dan Dante biedt AVL nauwelijks loutering en al helemaal geen hemel als beloning. Het laat de toeschouwer over aan zijn lot en aan zijn eigen verhalen.

Al rondlopend zijn voortdurend nieuwe details en andere, bizarre beelden te ontdekken – niet alleen zwartgallige, maar om enigszins op adem te komen ook een kekke loungebank gedragen door menselijke ledematen of een aandoenlijk stel slappe, elkaar kussende poppen – waarmee voortdurend andere verhalen en emoties ontstaan.

Hoewel Van Lieshout meerdere malen benadrukt met zijn werk geen moreel oordeel te willen vellen, dwingt AVL in Infernopolis meer dan ooit tot bewustwording en stellingname. Doordat de verscheurde mensbeelden vaak net iets kleiner zijn dan de werkelijkheid, en in hun huid van foam en papier-maché uitermate kwetsbaar, zetten ze aan tot mededogen en bescherming. Daarbij is AVL’s gruwelkabinet, anders dan bij Goya en Picasso, geen weergave van daadwerkelijke verschrikkingen en wreedheden. Het is een visioen dat zich in het netvlies brandt en dat de kijker aanspoort om voorkomen te worden, want misschien is het nog niet te laat.

Over een maand kiest Museum Boijmans Van Beuningen de kunstenaar die in de zomer van 2011 de Onderzeebootloods mag inrichten. Op de shortlist staan onder anderen John Körmeling, Ernesto Neto, Monica Sosnowska en Tino Sehgal. Wie het ook wordt, hij of zij zal het knap lastig krijgen om het totaaltheater van AVL te evenaren.

Meer over