De meester met de grote M

Zijn dood was een item in het 8-uurjournaal. En op zijn begrafenis had hij al een herdenkingsmonument: een bladmotief in een van de koorbanken van de Oude Kerk in Amsterdam.

Peter de Waard

Willem Vogel (90) die 7 oktober in Amstelveen overleed, zou zelf daarover een relativerende toon hebben aangeslagen. Hij was waarschijnlijk de belangrijkste naoorlogse componist van kerkmuziek, maar liep daar niet mee te koop.


Zijn melodieën? 'Ze waren er al, ik heb ze alleen maar opgeschreven.'


Hoe was de uitvoering? 'Ach, de mensen vonden het mooi.'


Willem Vogel was vooral ook bekend als de huisorganist van de Oude Kerk, midden op de Wallen. Hij was hier een begrip. Zijn Bach-concerten begonnen steevast een kwartier tot twintig minuten te laat, omdat de mensen in lange rijen voor de deur stonden, zo vertelde hij bij zijn afscheid.


Vogel werd in 1920 geboren als het enige kind van een Amsterdamse steendrukker die voor de oorlog naar Weesp verhuisde. Hij kreeg de muziek niet met de paplepel ingegoten, maar hoorden al heel jong 'woorden op nootjes'. Hij was gefascineerd door het orgelspel in de plaatselijke kerk. Hij kreeg zijn opleiding bij de rooms-katholieke organist Johan Schafstall en van de organist van de Grote kerk in Weesp, Piet Esselman.


Voor de Tweede Wereldoorlog was hij zelf al kerkorganist. Hij begon in Amstelveen - nu een Chinees restaurant - ging naar de Hervormde Emmakerk in Watergraafsmeer - nu De Bron - en was van 1961 tot 1973 cantor en organist van de Nieuwezijds Kapel in Amsterdam - nu The Amsterdam Dungeon.


Toen die gesloten werd, vond hij nieuw emplooi bij de Oude Kerk en de cantorij volgde hem. Na bijna dertig jaar lang de scepter hebben gezwaaid - hij was toen al 82 - nam hij in 2002 afscheid als organist van de Oude Kerk.


Zijn leven stond in dienst van de kerkmuziek. 'Hij maakte geen kerkmuziek met een grote K, maar kerkmuziek voor de mensen die elke week de lofzang gaande houden: koren en cantorijen, kerkgangers en speellieden. Daarin is hij de meester. De meester met de grote M', zegt zijn opvolger Christiaan Winter.


Het doel van zijn composities was de kerkgangers te laten zingen, zodat de melodieën gemakkelijk in het gehoor moesten liggen. Hij huldigde eenvoud in vorm en muzikale taal, zoals hij dat ook deed in levensstijl - hij bleef zijn hele leven in een huurhuis wonen en ging nooit op vakantie.


Hij zou ook succes kunnen hebben gehad in de jazz of pop. Maar Vogel hield volgens zijn weduwe eigenlijk alleen van kerkmuziek en dan met name van Bach. Hij werd de icoon van de liturgische beweging. Met zijn geschriften Voorspelen in de eredienst leerde hij organisten dat improviseren iets anders was dan 'vormloos gefantaseer'. Twintig van zijn melodieën werden klassieken die in het Liedboek van Kerken zijn opgenomen.


Vogel bleef zijn hervormde achtergrond muzikaal trouw, maar voerde 'katholieke' elementen toe aan de gezangen. In de officiële katholieke bundel Gezangen voor Liturgie staan van zijn hand drie onberijmde psalmen, vier vaste gezangen en elf liederen met onder andere teksten van Huub Oosterhuis, Muus Jacobse en Willem Barnard.


Peter de Waard


Meer over