reportage

De meeste dromen zijn bedrog: is dat zo? Terug naar de bron van Borsato’s dromenuniversum

null Beeld Philip Lindeman
Beeld Philip Lindeman

De meeste dromen zijn bedrog, zong Marco Borsato – en zingen wij, al sinds zijn zomerhit uit 1994. Maar waar hebben we dat idee vandaan?

Op de sofa van psychoanalyticus Rolien van Mechelen-De Goede droom je weg zonder dat je er erg in hebt. Het is een comfortabele, grijze slaapbank, ontworpen door meubelontwerper Martin Visser. Ze heeft ’m zelf omstandig uitgeprobeerd, voordat de eerste analysant haar Amsterdamse spreekkamer betrad.

Volgens de 69-jarige psychoanalyticus moet je zo rustig mogelijk liggen, zodat je in alle vrijheid ‘de eigen invallen kunt beschouwen’. Ook als het gaat over dromen, over de nachtelijke productie van ‘die op het oog als los zand aan elkaar hangende fragmenten’. Van Mechelen-De Goede is co-auteur van het boek Dromen duiden. Een nieuwe benadering. Met dit boek stapte zij, met haar medeauteurs, in de voetsporen van de aartsvader van het dromen duiden, de Oostenrijkse zenuwarts Sigmund Freud (1856-1939). Zij maakte ook onderdeel uit van ‘een dromengroep’, een verzameling psychoanalytici die dromen beschreven, becommentariëerden en analyseerden.

Je kunt dus wel zeggen dat je bij Van Mechelen-De Goede aan het goede adres bent voor een concrete vraag over dromen. Maar ondanks haar wetenschappelijke bagage, internationale expertise en tientallen jaren praktijkervaring zit de goedgehumeurde psychoanalyticus op haar eigen sofa nu met de handen in het haar.

Dat heeft alles te maken met Dromen zijn bedrog, het liedje van zanger Marco Borsato, en dan vooral met de in haar optiek hallucinerende tekst. Want ze heeft op verzoek goed geluisterd naar deze zomerhit uit 1994, en de liedtekst droomtechnisch geanalyseerd.

In alle eerlijkheid: Ze begreep er geen snars van, ze kon de droom van Borsato niet duiden.

De meeste dromen zijn bedrog

Maar als ik wakker word naast jou dan droom ik nog.

Want wat bedóélt de zanger nou toch?, vroeg de psychoanalyticus zich namelijk af. Wat heeft hij gedroomd? Wat voor bedrog? Hoe weet hij dat de meeste dromen bedrog zijn? Ligt daar een rekensom aan ten grondslag? Hoe kun je dromen als je wakker bent?

‘In dromen heb je te maken met als beelden vermomde gevoelens die geen plek hebben gekregen’, verklaart Van Mechelen-De Goede. ‘De droom probeert je wat te vertellen, al weet je niet wat. Daarom is het heel raar om bedrog aan een droom te koppelen. Een droom staat op zichzelf. Een droom is nooit bedrog.’

Tijdloos gedateerd

Twee paar ogen schieten heen en weer, op een zomerse dag in een kantoor in Laren. Marco Borsato (54, zanger) en John Ewbank (52, producer) kijken beiden ingespannen, enigszins verschrikt, naar de smartphone, waaruit een blikkerige versie van Dromen zijn bedrog komt.

John Ewbank: ‘Als ik het nu zo hoor, dan hoor ik het WK voetbal van 1994. Dan hoor ik hoestsiroop van Buckley’s. Ik hoor hitte.’

Marco Borsato: ‘Onbevangenheid.’

Ewbank: ‘En jeugdigheid. Heerlijk naïef nog. Onschuld!’

Borsato: ‘Dat zeker: onschuld.’

Ewbank: ‘Vanaf dat moment ging het ineens zo ontzettend hard. Je bewustzijn kan dan niet mee met de realiteit.’

Borsato: ‘Twaalf weken op 1! We kwamen in het Guinness Book of Records.

Ik moet genieten, dacht ik, want het kan zo over zijn. Weet je nog, John? Dat ik niet meer kon? Ik lag in het ziekenhuis. Mijn benen wilden me niet meer dragen. Ik belde mijn moeder: ‘Mam, ik ben niet verdrietig, je hoeft niet te schrikken. Maar ik ben kapot. Ik kan het niet meer, mijn benen doen het niet meer.’’

Ewbank: ‘Ja, het was echt te veel. Zeker voor jou daar in de spotlights.’

Borsato: ‘Als ik het nu zo hoor, dan is het wel mijn meest gedateerde liedje. Ik heb liedjes die veel tijdlozer zijn.’

Ewbank: ‘Ik denk juist dat door zijn gedateerdheid het juist tijdloos is geworden. Je hoort die tijd.’

Borsato: ‘Misschien heb je gelijk. Ik heb het op verschillende manieren gespeeld, telkens een andere draai eraan gegeven. Ik dacht zelfs dat ik het niet hoefde te spelen. Dat was in België. What the fuck?, dacht het publiek. Wat krijgen we nou? Dat is me nooit meer overkomen.’

Ewbank: ‘Logisch. The Eagles slaan Hotel California ook niet over.’

Pizza Margherita

Het was aan het Gardameer dat muzikant Roberto Borsato (1939-2009) door de uitbater van dancing De Oude Herberg in 1965 werd gecontracteerd. Hij was de pianist van I Soliti Quattro (‘De Gewone Vier’) en met de andere drie Italiaanse orkestleden verkaste hij voor een half jaar naar deze uitspanning in Heiloo. Borsato liet zich in Noord-Holland gelden als een stoere blitskikker, die niet schroomde om met zijn voeten piano te spelen. Al rap sloeg Roberto Borsato de blonde Alkmaarse Mary aan de haak, en binnen een jaar werd hun zoon Marco geboren.

Het bleek een kortstondig huwelijk, en aan de remigratie van zijn pa naar Italië dankte Borsato jr. zijn muzikale toewijding aan het Gardameer. Elke zomervakantie ging hij naar zijn vader, die er daar als restaurantpianist een volromige Volare uitgooide. Het was voor Marco het ultieme Italië-gevoel om hem aan het Gardameer te horen zingen, in een omgeving waar overal muziek klonk.

Met het vaderlijk erfgoed in de zijspan zat Borsato in 1993 in een kantoortje in Hilversum, met tegenover hem vertegenwoordigers van de platenmaatschappij. Na zijn kloeke overwinning in de Soundmixshow in 1990 stortte hij zich op het Italiaanse repertoire barstensvol gezwollen zang, en harde synths. Een vertrouwd geluid voor bij de pizza margherita – maar in de platenzaak was er geen vraag naar. ‘Hoe gaan we verder?’, was de vraag die op tafel werd gelegd door Jan Tekstra, liedjesschrijver en toenmalig a&r-manager van Polydor. Dat Italiaans kon dan wel de muziek van zijn jeugd zijn, uit het land van zijn vader, maar verkopen deed het niet.

‘Door de Soundmixshow had ik een plastic imago’, vertelt Marco Borsato. ‘Ik was op zoek naar mijn identiteit als zanger. Die Italiaanse platen hielpen me niet. Als mensen een Italiaan wilden horen, dan zetten ze wel een zingende Italiaan op, zoals Eros Ramazzotti of Zucchero. Ik was te Nederlands voor een Italiaan en te Italiaans voor een Nederlander. Ik viel tussen wal en schip.’

‘Moet je niet in het Nederlands gaan zingen?’, luidde de suggestie in het kantoor. Zijn laatste Italiaanse plaat, Giorno per Giorno, sloot immers af met een ballad in het Nederlands. ‘Marco was bang’, herinnert Tekstra zich. ‘Bang dat dit ook niet zou lukken en er dan een einde zou komen aan de samenwerking met Polydor.’

Borsato: ‘Ik dacht bij het zingen in het Nederlands: óf het is te plat en carnavalesk, óf highbrow, zoals kleinkunstliedjes. Frank Boeijen en Rob de Nijs, dat snapte ik wel. Waar we op uitkwamen, was dat we bekende Italiaanse liedjes zouden hertalen in het Nederlands.’

Rammelende besteklade

Borsato ging grasduinen in zijn collectie cassettebandjes, gekregen van Remco Borsato, zijn neef van het Gardameer. Om bij te blijven in de hedendaagse Italiaanse muziek maakte die verzamelbandjes en stuurde deze naar Nederland. Om twee Italiaanse hits te hertalen werd Robert Long gevraagd, die ook de productie van de hele plaat voor zijn rekening zou nemen.

Borsato: ‘Ik was daar in Longs mancave in België, en moest daar de liedjes inzingen. Maar het klonk voor geen meter. Het leek wel een rammelende besteklade, een heel kaal geluid. Dus ik zei hem: wanneer ga je er echt mee aan de slag?, want dit heb ik niet in mijn hoofd. Toen zei Long: ‘Wil je galm? Galm is voor homo’s.’ Ik heb Jan Tekstra gebeld en gezegd: ‘Ik voel geen klik, dit wordt niks.’

Achteraf zou Riccardo Fogli zeggen dat het samen met Guido Morra geschreven lied Storie di tutti I giorni (‘verhalen van alledag’), een te sombere toonzetting had. Alsof er niks meer te dromen viel in het leven. ‘Ik wilde eigenlijk vooral een boodschap van hoop brengen’, vertelt Riccardo Fogli per e-mail. ‘Ik ben geboren in zo’n arm gezin dat dromen onmisbaar was. Nu kan ik zeggen dat mijn leven bestaat uit vervulde dromen.’

In Storie di tutti I giorni, waarmee Fogli in 1982 het San Remo Festival won, bezong hij het leven dat achteloos voorbijtrok voor gewone mensen. Eentonig, zonder bijzondere successen, of grote liefde. Het had wat kunnen worden, maar het werd niks, en zo jammerde het maar door, voor de doorsnee mens. Componist Mario Fabrizio had er een hele kluif aan van de ietwat fatalistische tijding van Fogli en Morra een huppelend en blijvend in het gehoor hangend lied te maken.

Toen tekstschrijver Han Kooreneef het nummer voor het eerst hoorde, kwamen er alles behalve zwartgallige gedachten bij hem op. Hij zat in een kantoortje bij de Aalsmeerse studio van Joop van den Ende, samen met zijn favoriete collega en vriend Leo Driessen. Ze hadden een whiskey-cola binnen handbereik, en de ruimte stond blauw van de sigarettenrook. Hun taak was doorgaans om de teksten te maken voor de shows van André van Duin, of de vragen voor Hitbingo, maar nu was er een speciale klus, iets voor tussendoor in de avonduren. Op een wintersportvakantie in de Franse bergen met gezamenlijke vrienden had Borsato Kooreneef aangesproken. Had hij geen teksten gemaakt voor een plaat van Ron Brandsteder? En kon hij dan niet voor hem een Nederlandse tekst maken, op basis van een Italiaans lied?

Brabbeltaal

Terwijl de cassetterecorder in het kantoor Storie di tutti I giorni alsmaar herhaalde, schreef Kooreneef mee, en zette wat losse woorden op papier, fonetisch geordend: trouw, houw, blauw, aangevuld met brabbeltaal. ‘Dat het over dromen moest gaan, dat schoot me snel te binnen’, vertelt Kooreneef. ‘Dat is ook niet zo raar. Het past bij mij. Ik ben altijd een dagdromer geweest, iemand die een beetje zit te weg te dromen. Dat eerste couplet hadden we zo af, dat herinner ik me nog. Eigenlijk het hele nummer, het was in één avond klaar. Ik vond vanaf het begin dat het iets vrolijks moest hebben, een up-gevoel. Ik was nog maar kort met mijn geliefde, Georgette. Dat zal er zeker mee te maken hebben gehad.’

‘Ik was gelijk verliefd op de droombeeldspraak’, vertelt Leo Driessen. ‘Dat kwam vooral door de geniale zin, ‘Maar als ik wakker word naast jou dan droom ik nog’. En ik kwam dan weer met ‘Je kijkt me aan en rekt je uit’. Zo was vaak de verdeling: Han begon, en ik deed er op mijn beurt een plasje over. We waren gewend om samen te werken, we deden niks anders bij Van den Ende. ’

Je kijkt me aan en rekt je uit

Een keer in de zoveel tijd komen dromen uit!

Als het om dromen gaat, wordt er wat heel wat afgedroomd, in vocale zin, internationaal en door alle genres heen. Er is een schier oneindige playlist samen te stellen van liedjes over dromen, in alle soorten en maten. Met een droom kun je overal heen, overal zijn en ben je nooit alleen. Dromen doe je over California met The Mama’s & The Papa’s, over een witte kerst met Bing Crosby. Je kunt wonen in het Droomland van Willy Alberti of Elvis volgen in zijn droom. Tom Waits plakt de onschuld op een droom, en John Lennon zit al aan zijn negende droom. Beyoncé weet dat dromen zoet zijn, net als Annie Lennox. De Kinderen voor Kinderen hebben waanzinnig gedroomd en Coldplay heeft een hoofd vol dromen. Otis Redding heeft dromen die hij zich kan herinneren, en Hef droomt in the hood.

null Beeld Philip Lindeman
Beeld Philip Lindeman

Betekenisuitbreiding

Wat Ton den Boon bemerkt, De Dikke van Dale-hoofdredacteur en auteur van En ieder zong zijn eigen lied; taalverrijkingen uit Nederlandstalige popsongs en levensliederen, is dat het woord droom, zoals dus veelvuldig gebruikt in de muziekgeschiedenis, kampt met ‘een betekenisuitbreiding’. Van het oorspronkelijke dromen, als nachtelijke hersenactiviteit, ontwikkelde de portee zich volgens Den Boon meer ‘naar een gedachte weg van de werkelijkheid’. ‘De figuurlijke betekenis van droom komt heel vaak voor in de liedkunst’, zegt hij. ‘Dat er wordt gemijmerd over wat iets wat er is, of wat er was, of wat gaat komen. Een droom is een ideaal.’

Ook Ivy Green, een punkband uit Hazerswoude-dorp, toonde zich in 1984 een muzikale droomfabrikant, met Dreaming of You. Alleen was het moment dat deze single uitkwam de droom om het Nederlandse antwoord op The Ramones en The Sex Pistols te worden, al uiteengespat. In 1978 beukten de vier lawaaiige tieners met hun eerste plaatje – zonder twijfel het beste nederpunknummer aller tijden – op alle deuren en ramen. En de titel, I’m sure we’re gonna make it (Wap Shoo Wap), kon daarom niet anders dan van voorspellende aard zijn. Platenmaatschappij Warner Music wist zeker dat de Nederlandse ‘eerste echte punkband’ het zou gaan maken.

‘Het liep toch anders’, vertelt drummer Arther van Dijke. De platenmaatschappij die zich zo triomfantelijk had ontfermd over de band, liet hen bij de release van de debuut-lp in de steek. ‘Er kwam een plaat uit van AC/DC, en daar ging alle geld en tijd naartoe.’ ‘De platenbonzen wilden even meeliften met de punkhype’, zegt gitarist Eduard van Bockel. ‘Maar de punk duurde kort, en werd niet zo groot in Nederland of geschikt voor het grote publiek. We zaten er niet zo mee, het was nooit onze drijfveer geweest om beroemd te worden.’

Pas echt teleurgesteld was de band toen Warner Music hen eind jaren zeventig als een lekke bal aan de kant gooide. De contractueel beloofde tweede lp mocht toch niet worden gemaakt. Van Bockel: ‘Dat zorgde voor een enorme dip. Ik ben er toen mee opgehouden. Ik ging studeren, het leven ging verder.’

Met drie nieuwe bandleden, en losgekoppeld van het grootkapitaal, bracht Ivy Green Dreaming of You uit, op hun eigen No Bluff Records. De rauwe rock-’n-roll was ingeruild voor een meer poppy, new wave-geluid, zelfs met keyboards. ‘Ja, het was wel stukken anders dan die punk’, zegt Van Dijke. ‘Maar ik vind het wel één van onze mooiste liedjes. En dromen... We waren eigenlijk niet van die dromers.’ ’In 1990 hield de band op te bestaan, zanger en liedjesschrijver van de band Tim Mullens had er geen zin meer in. Van Dijke: ‘We toerden toen vaak met Tröckener Kecks. Die gingen veel professioneler te werk. Wij hadden onze baan er nog ernaast. We vonden het allemaal wel best. Lukt ’t, dan is het mooi, als het niet lukt, is het ook goed. Het ging ons om het spelen.’

Jij moet me een ding beloven

Laat me nog lang in mijn dromen geloven.

In de zelfgebouwde studio op de zolder van John Ewbanks huis in Zoetermeer was het niet te harden zo heet, in de zomer van 1994. Er was geen airco en met name de zangcabine leek wel een broeikas. Na de mislukte exercitie met Robert Long had de platenmaatschappij Borsato gekoppeld aan Ewbank om zijn muziek te produceren, en het eerste liedje dat op de rol stond, heette Dromen zijn bedrog.

‘Wat ik eigenlijk heb gedaan, is de muziek aangepast aan de vrolijke tekst van Han en Leo’, zegt Ewbank. ‘Ik heb de originele Italiaanse hit meer Italohouse gemaakt. Omdat er geen budget meer over was voor een echte drummer, heb ik Bob Clearmountain-drumsamples aan de programming toegevoegd, om er toch iets meer een bandgevoel aan te geven.’

Borsato: ‘Toen ik het de eerste keer terugluisterde, dacht ik: ‘zo durf ik het wel aan in het Nederlands’. Ik was zo onzeker. Een Nederlandse tekst up-tempo zingen is heel moeilijk. In de Italiaanse muziek mag veel meer, is er intimiteit en seksualiteit. Emotie is belangrijk, van klein naar groot, met veel dynamiek. De positieve lading van de tekst van Han en Leo gaf me vleugels.’

Ewbank: ‘Ik merkte dat hij steeds beter ging zingen. Het was alsof een extra kamer openging. Zijn Italiaanse achtergrond leek in de dramatiek in zijn stem naar boven te komen.’

Kramp in de edele delen

Nadat het nummer was afgemixt in de Volendamse studio van Arnold Mühren, zette Ewbank in zijn grijze Renault 25 turbo diesel vaart naar Hillegom. Daar lag Polydor-manager Jan Tekstra met zijn oude sleepboot in de Ringvaart. Die moest het zo snel mogelijk te horen krijgen.

Tekstra: ‘Toen John weg was, zei ik tegen mijn vrouw: ‘Wat vind je ervan?’ En mijn vrouw zei: ‘Ik krijg er kramp van aan mijn edele delen.’ Dat waren dus aanwijzingen dat er sprake was van een hit, want een hit moet ontroeren of irriteren. Op het einde was er dat hooligan-gedeelte, een stukje a capella dat door iedereen kon worden meegebruld – wat dus ook gebeurde. Dat gaf het geheel een aanzwellende, I Will Survive-achtige vibe.’

Han Kooreneef (58) en Leo Driessen (66) zitten op het terras met uitzicht op de Maas, aan alles is te merken dat hun terugblik op Dromen zijn bedrog op weg is naar de apotheose. Er was Kooreneef die de droom had bedacht, maar er was Driessen met zijn daad. Als een volleerd plugger bestormde hij na de release de Hilversumse radioburelen: diskjockeys en programmamakers werden gemaand het nummer te draaien. Maar zijn allergrootste overwinning behaalde Driessen bij Radio Tour de France. In principe moest de legendarische besnorde muzieksamensteller Herman van der Velden niks hebben van Nederlandstalige muziek en zeker niet van een voormalige Soundmixshowwinnaar. Maar op nadrukkelijk verzoek van Driessen ging hij het toch eens proberen. ‘En Herman was enthousiast: ‘Dit is het beste nummer dat ik de laatste tijd heb gehoord!’, zei hij, en maakte er zelfs de Tourplaat van. Ja, en toen ging het lopen, toen ging iedereen het draaien. De radio maakte er een hit van.’

Borsato: ‘Het liedje werd massaal opgepakt door studentenverenigingen in het land, en vooral meegebruld. Ik herinner me dat ik bij Minerva in Leiden op de tafel stond, en ik het wel vijf keer keer of meer achter elkaar moest zingen. Ze kregen er geen genoeg van. Het was de hit voor advocaten en bouwvakkers. Ik stond op trucks te zingen, in zaaltjes. Alle optredens waren uitverkocht. Signeersessies. Een gekkenhuis. Ik had het gevoel dat het succes me ook echt gegund werd.’

In de zomer van 1994 kwam het nummer met een lage notering de tipparade in, om daarna gestaag omhoog te klimmen in de Top 40. Uiteindelijk stond het nummer twaalf weken op nummer één. Een Gouden Plaat voor de verkoop van 50 duizend cd-singles kreeg Borsato uit handen van zijn toekomstige (ex) vrouw en moeder van zijn drie kinderen, Leontine Ruiters, bekend als de letteromdraaier uit het tv-programma Rad van Fortuin.

Gortdroge keel

Van goud werd de plaat platina, en zelfs triple-platina. De geschatte verkoop bedraagt 300 duizend exemplaren. Van de cd Marco, waar op het nummer terug te vinden was, werden er 450 duizend verkocht. In België bereikte het nummer de top van de hitlijsten en Borsato probeerde Duitsland te veroveren met Die meisten Träume sind Betrug. In het Van Dale’s Spreekwoordenboek werd de uitdrukking ‘dromen zijn bedrog’ door toedoen van Borsato verrijkt met een nuancering, ‘de meeste dromen zijn bedrog’.

Maar rond alle succes van het liedje zat er één collega-zanger thuis flink te mokken. Want ook André Hazes sr. had zijn zinnen gezet op een hertaalde versie van de hit van Riccardo Fogli. Aanhoudende twijfel leidde er volgens biograaf Bert Hiddema toe dat Hazes geen passend rijm op papier kreeg. Dat Borsato er uiteindelijk met zijn gehoopte grote hit vandoor ging, bezorgde Hazes ‘een gortdroge keel’.

En dan was er ook nog het spaakgelopen muziekdebuut van acteur Eric Beekes. Al in 1983 zong hij een Nederlandse bewerking van Storie di tutti I giorni. Zijn hertaling: Stom. Zijn versie bleef dichter bij de soberheid van het origineel, met weinig poëtische zinnen (‘Je bent te gek/Ik heb zo’n trek’) en ontbeerde de opgewekte beat die John Ewbank erin had gebracht. Terwijl Stom zelfs de tipparade niet haalde, ging Borsato er elf jaar later met de poet vandoor. Dat moet een muzikale nachtmerrie zijn geweest voor Beekes. Nee, dat was niet de gewaarwording van de acteur. Hij vond het jammer, maar dat was het. Wat vooral niet hielp in de lancering van Stom, aldus Beekes, was dat hij en de plugger van de platenmaatschappij ‘geen klik hadden’. ‘Ik kwam niet op de radio door hem’, zegt Beekes. ‘En daar ben je toch van afhankelijk.’

Dat er een daverend Nederlandstalig succes was binnengehaald met zijn nummer, beweert Riccardo Fogli heel lang te niet hebben geweten. ‘Bij toeval’ vond hij op internet ‘deze spannende en overweldigende uitvoering’. ‘Ik ben zeer vereerd dat mijn lied een grote hit werd in Nederland’, stelt Fogli plechtig. ‘Ik heb Nederlandse vrienden en als ze naar Italië komen, zingen ze voor mij speciaal de versie van Marco Borsato.’

Ik voel je adem en zie je gezicht

Je bent een droom die naast me ligt

In een kantoor in Laren nemen Borsato en Ewbank gelijktijdig een slokje water. Flash! Zo waren ze in 1994, aan het stormachtige begin van hun loopbaan, en flash flash, zo zijn ze weer 27 jaar later. Ze zijn elkaar nooit uit het oog verloren, in al die jaren, die tomeloos en zelden rimpelloos waren. Er liepen (diverse) huwelijken op de klippen, er werden ongeëvenaarde hits en successen geboekt, ongekende rijkdom vergaard, faillissementen aangevraagd en psychische dieptepunten ervaren. En al die misère en geluk werden en worden publiekelijk uitgevent, als zaken van het allergrootste belang. Wat Dromen zijn bedrog in gang heeft gezet, is dat de dromen en nachtmerries van Borsato en – in mindere mate – Ewbank van iedereen zijn geworden.

Borsato: ‘Maar in al die jaren is muziek altijd een anker gebleven in mijn leven, samen met John. Ik heb de afgelopen tijd in een heel zwart gat gezeten. Maar John kwam dan met een liedje en dat blies weer lucht in mijn longen.’

Ewbank: ‘We kennen elkaar natuurlijk door en door inmiddels, zijn door dezelfde dingen heengegaan als iedereen overigens: lief en leed, succes en teleurstelling. Dat naïeve is er inmiddels wel af. En de realiteit is ook weer mee veranderd. Er was een tijd dat alles wel goed leek wat we deden, nu moeten we er weer harder voor werken. Dat is ook wel weer mooi.’

Borsato: ‘Zo’n loopbaan vraagt toewijding, maar je moet niet denken dat je De Eiffeltoren naar Amsterdam kunt halen. Als ik zo terugkijk, was het een ongezond tempo, waarin alles is gebeurd. Ik had meer tijd moeten nemen voor mijn gezin. Zakelijker veel beter moeten nadenken. Het is niet slecht, het is zonde. Ik heb mijn vrouw verloren, en nu een beetje terug. Ik heb haar geofferd aan het succes. Mijn droom is nu, het hier en nu, en ik vertrouw erop dat het hier en nu weer goedkomt. Dat is de ambitie die ik najaag.’

Ewbank: ‘In mijn beleving creëren dromen juist je realiteit. Niet de dromen die je ’s nachts hebt, maar de dingen die je wenst. Het bewust of onbewust visualiseren daarvan draagt bij aan de mogelijke totstandkoming ervan.’

Borsato: ‘..en daar ga je naar leven.’

De meeste dromen zijn bedrog

Wat Rolien van Mechelen-De Goede er nog van wil zeggen, gezeten op haar sofa in haar praktijk in Amsterdam, is dat er in het door Borsato gecreëerde droomuniversum sprake is van ‘psycho-analytische straattaal’, waarbij de oorspronkelijke betekenis van dromen verloren is gegaan. ‘Misschien sloeg het nummer daarom wel aan’, zegt ze. ‘Omdat het volkomen onbegrijpelijk is. Borsato zingt: Wees maar niet bang, die dromen komen toch niet uit, de meeste dromen zijn bedrog. Maar als je echt luistert naar je dromen leer je jezelf beter kennen. Zo heb je meer kans dat je dromen uitkomen. En dat is heerlijk, vooral omdat in dromen alles kan.’

‘Weet je wat het is’, zegt Han Kooreneef. ‘Ik heb behalve Dromen zijn bedrog nog eens honderden liedjes geschreven. En veel van wat je schrijft, moet je gewoon niet zo letterlijk nemen. Daar sta ik niet alleen in. Neem nou The Beatles en hun Strawberry Fields Forever. Voor altijd aardbeienvelden. Je hoeft geen fruitteler te zijn om te weten dat dat niet klopt.’