De maxi-legpuzzel van mafia-land

HET IS MOEILIJK een Italiaanse krant op te slaan waarin geen stukken over de mafia staan: misdrijven, intimidaties, arrestaties, verbeurdverklaringen, bekeringen en zoveel ander nieuws uit mafia-land....

Een krantebericht over de mafia is immers vaak net een stukje uit een maxi-legpuzzel: het is te klein, te weinigzeggend om te weten waar het past in het grote geheel. Soms ontstaat een wat duidelijker beeld, maar het is en blijft maar een fragment.

In mafia-land zijn er zoveel namen, zoveel affaires, zoveel moorden (ruim 3600 in de laatste tien jaar), zoveel intriges met dubbele of drievoudige bodems, dat de afzonderlijke gebeurtenissen lijken te verdrinken. Behalve voor de weinigen die zich mafioloog mogen noemen.

De mafioloog heeft een globaal overzicht van de geschiedenis van de mafia en een idee over de interne machtsverhoudingen. Hij kent de betekenis van de cryptische signalen die de mafia afgeeft. Hij heeft studie gemaakt van de politieke en economische relaties van de mafia en van de pogingen haar te bestrijden. Dank zij die kennis kan hij de nieuwe gebeurtenissen interpreteren. De belangrijkste Italiaanse mafioloog is de socioloog Pino Arlacchi. Als er groot nieuws is over Cosa Nostra, kan geen enkel Italiaans actualiteitenprogramma om hem heen. Nederlanders die de turbulente gebeurtenissen binnen en rond de mafia willen duiden, kunnen nu voor de achtergronden terecht bij een Amerikaanse mafioloog, de schrijver-journalist Alexander Stille. De titel van zijn nu ook in het Nederlandse vertaalde boek, Excellent Cadavers, is een letterlijke overname van het Italiaanse Cadaveri Eccellenti. De meeste mafia-lijken zijn allesbehalve excellent: ze zijn van mafiosi of hun familieleden, die uit de weg zijn geruimd door rivalen of door hun baas. Vaak zijn het naamloze leden van het mafia-voetvolk, die al lang de voorpagina niet meer halen.

'Excellent' zijn slechts de lijken van een kleine, maar zeer geruchtmakende minderheid van de mafia-slachtoffers: hooggeplaatste figuren in de politiek, de rechterlijke macht, het politie-apparaat of de journalistiek die hun strijd tegen de mafia met de dood hebben moeten bekopen.

Een enkele keer kan de term ook slaan op een hoge medeplichtige die onbruikbaar was geworden. Bijvoorbeeld de in maart 1992 vermoorde Salvo Lima, potentaat van de Siciliaanse christen-democratische partij en zetbaas (de 'vertaling' aide doet mal aan) van Giulio Andreotti.

Excellente Kadavers - kadaver ziet er in deze betekenis uit als een via het Engels klakkeloos overgenomen italianisme - is geen boek dat je in één adem uitleest. Daarvoor is het te ingewikkeld, net als het mafia-gebeuren zelf. Tussen de wirwar van figuren die in de ruim vierhonderd pagina's opduiken, zijn twee vaste punten: de onderzoeksrechters Giovanni Falcone en Paolo Borsellino. Aan de hand van hun parallelle levens en hun parallelle gewelddadige dood reconstrueert Stille de jongste geschiedenis van de mafia. Een ander houvast in de chaos biedt een chronologie van de voornaamste gebeurtenissen in Italië.

Een groot deel van zijn belang ontleent het boek aan zijn uitgebreide namenregister. Bij een snelle controle bleken slechts twee belangrijke namen van mafiose politici afwezig: de christen-democraat Calogero Mannino, oud-minister van Landbouw, Onderwijs en Ontwikkeling van zuid-Italië, tegen wie inmiddels een proces is begonnen, en de socialist Salvo Andò, die drie jaar geleden nog minister van Defensie was en kort geleden vijf jaar heeft gekregen.

Zelden hebben zoveel actuele gebeurtenissen geschreeuwd om een goed handboek over de mafia: het proces tegen Andreotti na de instorting van het oude politieke bestel, de verbreking van het evenwicht tussen mafia en politiek, het fenomeen van de spijtoptanten, de crisis en reorganisatie van Cosa Nostra, de successen, tegenslagen en grenzen van de mafiabestrijding, de pogingen van de mafia om met Forza Italia tot een nieuwe werkrelatie te komen.

Die gebeurtenissen roepen vele vragen op, waarvan de meeste in Stille's boek beantwoord worden, voor zover dat volgens de kennis van de mafia mogelijk is. Wat waren bijvoorbeeld de mafia-connecties van Andreotti? Wie was precies de door hem beschermde mafiose bankier Sindona? Wie waren de mafiose neven Nino en Ignazio Salvo die postuum zo'n belangrijke rol spelen in het proces-Andreotti? Wie is de spijtoptant Francesco Marino Mannoia, wiens familie na zijn 'bekering' werd gedecimeerd? Wat is de voorgeschiedenis van ex-minister Antonio Gava van Binnenlandse Zaken, tegen wie een mafia-proces is begonnen? Wanneer en hoe begon de heerschappij van Totò Riina?

Boeken over de Italiaanse politiek zijn vaak al verouderd als ze uitkomen. Het mafia-boek van Stille zal vanwege zijn brede historische aanpak niet snel verouderen, maar onderdelen zijn hier en daar wel achterhaald. Het sluit af bij het aantreden van de regering-Dini in januari 1995. Inmiddels is dit merkwaardige zakenkabinet opgedoekt.

De door Stille verwachte wapenstilstand in de oorlog tussen de regering en de magistratuur is onder Dini niet tot stand gekomen. Diens minister van Justitie, Felipe Mancuso, heeft niets anders gedaan dan oorlog gevoerd tegen de anti-corruptierechters in Milaan. Als hij in oktober vorig jaar niet door de senaat was afgezet, zou hij ook de anti-mafiarechters in Palermo hebben aangepakt.

Na het terugtreden in december 1994 van Antonio Di Pietro als onderzoeksrechter, schrijft Stille, 'is de grote vraag of, zoals dat in het verleden het geval was, de strijd van de overheid tegen de magistratuur eveneens de strijd tegen de mafia saboteert'. Als het aan Berlusconi en zijn vrienden ligt, is het antwoord op die vraag: ja. De ex-premier, verdachte in diverse corruptiezaken, heeft de mafia immers volstrekt gebagatelliseerd. Het proces tegen Andreotti vindt hij een schandaal, omdat het Italië zo'n belabberd imago geeft.

Volstrekt niet achterhaald is Stille's constatering: 'De ervaring uit de laatste veertig jaar heeft duidelijk gemaakt wat van meet af aan duidelijk had moeten zijn: een regerende klasse die verstrikt zit in een patroon van illegaliteit, kan geen serieuze, consequente campagne tegen de georganiseerde misdaad voeren.'

Een foutje: het is niet waar dat de christen-democraten van 1946 tot 1992 alle Italiaanse regeringen hebben geleid. Er zijn twee niet-christen-democratische premiers geweest: de Republikein Spadolini (1981-1982), inmiddels overleden, en de socialist Craxi (1983-1987), die in zijn villa in Hammamet in Tunesië wacht op een amnestie voor corruptiemisdrijven.

Het boek is snel vertaald. Misschien iets te snel, want in het Nederlands zitten grove fouten. 'Zowel Falcone als Borsellino leden een teruggetrokken bestaan', meldt de vertaler. Een bestaan lijden? Een franciscaner monnik is geen Franciscaner maar een franciscaan. Waarom heeft het woord mafia een hoofdletter en wordt voortdurend van de Cosa Nostra gesproken? Hoofdletter en lidwoord ontbreken in het Italiaans, en ook in het Engelse origineel.

Jan van der Putten

Alexander Stille: Excellente Kadavers - Kroniek van de Italiaanse mafia.

Luitingh-Sijthoff; ¿ 45,-.

ISBN 90 245 2359 1.

Meer over