De man die oog in oog stond met Lee Harvey Oswald

Pierce Allman zag hoe John F. Kennedy werd neergeschoten. Hij rende een pakhuis in en liep letterlijk Lee Harvey Oswald tegen het lijf.

VAN ONZE CORRESPONDENT ARIE ELSHOUT

Net als veel anderen weet Pierce Allman nog precies waar hij was toen president Kennedy werd vermoord. Hij keek recht in de ogen van Jackie.

'Oh, jongen, ze was betoverend. Die glimlach, dat prachtige golvende haar. En dan Kennedy, met dat natuurlijke gevoel voor stijl. Hij veegde een haarlok van zijn voorhoofd. Ze waren zo aantrekkelijk, straalden zo veel vitaliteit uit dat ik dacht: zo horen een president en een first lady eruit te zien. Het pakte me zo dat ik schreeuwde: hé, welkom in Dallas, Mr. President!'

En toen: knal, knal, knal.

'Oh, mijn God!', riep Jackie.

Haar schreeuw echoot nog steeds na in Allmans hoofd.

Hij stond op de hoek van Houston Street en Elm Street. Een meter of vier - hooguit - scheidde hem van de presidentiële limousine, toen die de bocht nam naar de plek voor het pakhuis voor schoolboeken waar de schoten vielen. Hij was producer voor een lokaal radiostation, 29 en net getrouwd. Op het laatste moment had hij besloten naar Dealey Plaza te lopen om de rijtoer met eigen ogen te zien.

Wat hij zag, werd deel van zijn leven. Nog steeds voelt het alsof het gisteren was en niet 50 jaar geleden. Als hij vertelt, lijkt hij soms in trance te raken, de ogen gesloten, de beelden en emoties van die dag een voor een terughalend. 'De geluiden, de snelheid, de schok, het onwezenlijke gevoel - soms zie ik het in slowmotion terug.'

Dan ervaart hij weer dat vreemde voorgevoel dat hij had gehad of herinnert hij zich de ontmoeting met die onbekende man die later, zonder dat hij het wist, een van de hoofdrolspelers in het drama bleek te zijn.

Het was die vrijdag, 22 november 1963, een stralende dag. De regen was opgehouden, de zon scheen, het was warm. De president was geland op Love Field, het vliegveld van Dallas. Allmans voorbereidende werk voor het radiostation zat erop. 'De stad was opgetogen. Kort daarvoor was Adlai Stevenson, Amerika's VN-ambassadeur, door rechtse betogers belaagd. Boven een AP-foto kopten landelijke kranten: Dallas, stad van haat. Maar dat was een minderheid. De stemming was feestelijk. De mensen waren extra opgewonden, omdat Jackie meekwam, wat ze normaal nooit deed.'

Allman liep met een collega naar Dealey Plaza en keek omhoog. 'Ik zag de open ramen boven in de gebouwen en dacht: hoe in godsnaam kunnen ze dat allemaal beveiligen? Ik zag geen scherpschutters, niemand. Ik zei tegen mijn collega: weet je, als er zoiets als een moordaanslag gebeurt, is het hier.'

Toen verscheen de limousine en Allman juichte. Bang - daar was een knal. 'Ik dacht: dit is vuurwerk, kan geen schot zijn, niet in mijn stad. Ik keek omhoog waar het geluid vandaan was gekomen. Zag op de vijfde verdieping van het boekenmagazijn drie mannen uit het venster hangen, wijzend naar een raam op de zesde verdieping. Ik keek ernaar maar kan tot op de dag van vandaag niet zeggen of ik een geweerloop naar buiten zag steken. Alles ging in een split second. Een tweede knal. Kennedy helde over naar links en greep met zijn hand naar de keel. Hij sloeg niet voorover. Waarschijnlijk vanwege het korset dat hij altijd droeg voor zijn rug. Zonder dat was hij niet min of meer overeind gebleven en was hij niet zo'n gemakkelijk doelwit geweest. Dan had hij misschien overleefd.'

Allman zucht.

Klapt ineens in zijn handen. Klets. 'Het derde schot. Kennedy's hoofd sloeg opzij. Jackie schreeuwde, kroop op de kofferbak van de auto, maar een veiligheidsagent duwde haar terug. De limo was steeds blijven rijden, had na het derde schot even ingehouden, maar gaf toen gas.' Weg naar het ziekenhuis.

Allman spurtte naar het pakhuis op zoek naar een telefoon. Een gezin lag op de grond. De vader riep: 'Ze hebben de president te pakken, ze hebben de zijkant van zijn hoofd weggeschoten.' In de deuropening stond een man, Allman vroeg hem: waar kan ik bellen? De ander wees met zijn duim naar achteren en zei: daarbinnen. Allman meldde zijn radiocollega's dat er was geschoten op Kennedy, bleef een uur aan de lijn, chaos. Er werden boven kogelhulzen gevonden, toen een geweer, Allman belde het allemaal door. Aan de man in de deuropening dacht hij niet meer.

Tot hij drie weken later werd gebeld door de veiligheidsdienst. 'Ze wilden weten wanneer ik de man had gezien, wat ik had gezegd, hoe hij erbij stond. Ik zei dat hij niet buiten adem was, geen haast leek te hebben en dat we kort oogcontact hadden. Ten slotte zeiden ze: 'Ben je bekend met de getuigenis van Lee Harvey Oswald?' Nee, zei ik. 'Hij heeft verteld dat hij bij het verlaten van het pakhuis werd aangeschoten door een jongeman met een crew cut die zei een nieuwsman te zijn en naar een telefoon vroeg. Dat moet u geweest zijn'.'

Zo had de jonge Pierce Allman niet alleen in de ogen van Jackie gekeken, maar ook in die van de moordenaar van haar man.

Sindsdien zijn er de kwellende vragen. Oswald had achter zo'n raam gezeten waarover hij van tevoren geen goed gevoel had gehad. 'Wat als ik eerder naar boven had gekeken en hem achter het raam had gezien? Wat als ik hem in de lobby van het pakhuis herkend zou hebben als die vent achter het raam, zou ik dan hebben geprobeerd hem vast te houden? Wat als...?'

Allman zag Oswald twee dagen na de moord op Kennedy doodgeschoten worden door nachtclubeigenaar Jack Ruby.

Hij kende Ruby: 'Een kleine man met een napoleoncomplex. Hij wilde wanhopig iemand zijn. Hij kende de meeste journalisten en politieagenten. Hij nodigde ons uit naar zijn club en dan hoefden we niet te betalen. Hij had altijd een wapen op zak vanwege het geld dat hij bij zich had om zijn strippers te betalen. Hij flipte. Hij dacht: als ik de vent dood die de president heeft gedood, ben ik een held.'

Het deed Allman pijn dat zijn geliefde Dallas door de moorden zo'n slechte naam kreeg. 'Als je vertelde dat je hier vandaan kwam, zag je de mensen kijken: jij bent een van die lui die Kennedy hebben vermoord. Ik had in het weekeinde na de moord een BBC-ploeg geholpen. Bij hun vertrek zeiden ze nooit verwacht te hebben dat Oswald een proces zou krijgen. Ik begreep niet wat ze bedoelden. Toen zeiden ze: dit is frontier-rechtspraak. Jullie Texanen met jullie pioniersverleden zijn een gewelddadig stelletje, jullie lopen met wapens, jullie bespreken de dingen niet, praten niet maar schieten. Ik besefte, my gosh, dit is niet een stereotiep beeld van alleen Dallas of Texas, maar van heel Amerika.'

Allman wordt in januari 80 en zit met zijn vrouw in het onroerend goed. Het doet hem goed dat Dallas weer een betere naam heeft, ironisch genoeg mede door de gelijknamige televisieserie met oerschurk JR. Maar de impact van de moord verjaart niet. Elke keer als hij op Dealey Plaza voor het rode licht stilstaat, kijkt hij even naar de hoek waar hij stond en naar het raam.

undefined

Meer over