De man achter de Holtkamper

Bert Holtkamp kijkt naar het plafond van een vrijwel lege vergaderruimte, kijkt naar de muur, kijkt voor de tweede keer naar zijn vriendin Johanna....

Theo Nijenhuis

Maar de concurrentie leest ook kranten. Holtkamp zwijgt nog steeds. De stilte is diep, want op maandag wordt er niet gewerkt in de vestiging in Emmen, waar bijvoorbeeld de Tent-O-Matic wordt gebouwd. Bij Holtkamper spreken ze van 'een rijdende tent'.

Holtkamp heeft alweer nieuwe ideeën, waaronder de vinding waarover hij zo graag zou praten. Maar na een ruime minuut schudt hij het hoofd. Hij gaat niets vertellen. Het risico is te groot dat het idee wordt gestolen, ook al is het beschermd door patenten. Holtkamp: 'De wereld is zo verrekte hard geworden.'

Overdag én 's nachts - alleen moet het 's nachts wel plenzen - is hij bezig met gedachten die kunnen uitgroeien tot een bruikbaar product. Soms zijn het kleine verbeteringen aan zijn tenten of vouwwagens. Tenttrailers noemt hij die laatsten. Klinkt sportiever. Hij beaamt het met een schaterlach.

Maar het is een feit dat die wagens bijna elk terrein aankunnen. Ze zijn tot nu toe alleen tot stilstand gekomen bij een testrit in het poederfijne woestijnzand aan de Perzische Golf. Maar over elfduizend kilometer Alaska is Holtkamp tevreden. Weken trekken over de verlaten en glibberige Trans-Amazonica in Brazilië ('s werelds grootste modderpoel') verliep perfect, al liet hij bij terugkeer in Emmen alle tropisch hardhout weghalen, ook uit verkoopklare aanhangers. Het beeld van de overgebleven plukjes regenwoud langs de route, was hem te veel.

Zes keer IJsland leverde 'een meevaller' op. Tijdens een van die offroad-tochten stak een noorderstorm op die nog iets sterker was dan een orkaan. Een mooier moment kun je niet hebben.

Het uitproberen gebeurt niet alleen in verre oorden. Thuis, als anderen al lang slapen, klimt Holtkamp zijn bed uit wanneer het regent. 'Vooral als het flink plenst, ben ik in mijn nopjes.' Een gewone regenbui is ook goed. Met een zaklampje inspecteert hij het materiaal dat rond zijn huis is opgesteld.

Waar dat huis staat, houdt hij voor zich, maar er staan vouwwagens en er hangen zakken aan de dakgoot, waaruit moet blijken hoe sterk en waterdicht de stoffen zijn waarvan ze zijn gemaakt. En hoe gevoelig het textiel is voor schimmelvorming.

Hij komt er eerlijk voor uit dat het voortdurend broeden op verbeteringen hem in zijn greep krijgt. 'Het overheerst mijn hele leven op het ogenblik. Het is bijna een probleem aan het worden.'

Tot zijn verdediging voert hij aan: 'Ik ben de laatste jaren nogal productief geweest.' Ideeën buitelen altijd door zijn brein. Daaraan is hij gewend. Maar er zijn momenten dat ze kunnen worden gerealiseerd. En als die momenten samenvallen, heeft Holtkamp een probleem.

Het is waar, zegt Johanna, wanneer Holtkamp even is weggelopen. 'Als hij 's ochtends ziet dat ik wakker ben, hebben we het gelijk over zijn nieuwe ideeën.' Tijdens het interview loopt Holtkamp heel wat af. Hij laat in de showroom bijvoorbeeld 'membraandoek' zien, een moeilijke naam voor natuurlijke luchtkoeling.

Warme lucht in de tenttrailer kan de kampeerder via het dubbele doek in het dak laten wegstromen. Het biedt ook minder gezonde mogelijkheden. 'Je kan hier zitten roken', zegt (niet-roker) Holtkamp, 'terwijl daar' - hij wijst naar een andere plek in de vouwwagen - 'de kinderen slapen.'

Holtkamp weet wat de bron is van de voortdurende stroom ideeën. Zijn vader en moeder hebben op de Duits-Groningse grens een winkel gehad zoals je die nog ziet in Amerika. Je kunt er bijna alles kopen, alleen in hun geval geen levensmiddelen.

'Het was een dorpswarenhuis', zegt Holtkamp. Zijn ouders verkochten oliekachels, huishoudelijke artikelen, speelgoed, textiel, bouwmateriaal, afrasteringen en ook tenten.' Heel veel producten mocht je alleen verkopen als je een vakdiploma had.

En omdat kleine Bert, de jongste van twee zoons, het bedrijf zou overnemen, leerde hij zich suf. Vijftien jaar lang waren de avonduren goed gevuld. 'Keramiek, kunstnijverheid, textielbrevetten', mompelt Holtkamp voor zichzelf, terwijl hij het aantal diploma's probeert te achterhalen. Het moeten er, schat hij, zestien zijn.

Achteraf is het zijn geluk geweest, denkt hij. Hij leerde graag en heeft nu een materialenkennis die een veel groter terrein beslaat dan alleen de kampeermarkt. Dat brengt je dan op het idee om trampolinedoek te gebruiken voor de bodem van vouwwagens. En hij wist alles wat nodig was voor een aluminium kooiconstructie die het gewicht van wagens laag houdt.

Holtkamp heeft soms medelijden met leveranciers. 'Ik vraag ze het hemd van het lijf en dan is het wel eens pijnlijk als ze het antwoord moeten gaan vragen bij een werknemer.' Los van die kennis heeft hij nog iets meegekregen van thuis. In 1928 ging zijn vader voor het eerst uit kamperen. Toen er kinderen kwamen, gingen ze mee. In een tentje van twee bij twee meter. 'Ik was een ukkie van drie toen ik voor het eerst mee mocht. Aan mijn voeteneind was nog net plaats voor ons hondje.'

Zijn ouders hadden per jaar één week vakantie, maar dan 'deden' ze ook heel Zwitserland. 'Mijn vaders reislust was niet normaal', zegt Holtkamp. Johanna: 'Maar jij kunt ook geen dag op één plaats blijven.' Holtkamp (59) sputtert: 'Maar we zien toch ook ontzettend veel.'

Toen hij 17 was, sputterde zijn vader ook: tegen de plannen van de jongste zoon om 'de houtstek' achter de winkel in te richten als kampeershowroom. Daar placht het bouwmateriaal te liggen.

'Het was niet veel soeps meer. Die branche was heel erg in beweging.' Achteraf was het een gouden greep om over te stappen op de markt voor tenten en vouwwagens. Begin jaren zestig begonnen Nederlanders genoeg te verdienen om met vakantie te gaan. Holtkamp geloofde heilig dat het kamperen zou aanslaan bij grote groepen. 'Misschien heb ik geluk gehad, misschien was het een voorgevoel.'

Maar het kampeergevoel is een beetje op hol geslagen. De hang om evenveel comfort te hebben als thuis heeft de caravan een leidende positie bezorgd, ook al is Holtkamp beslist niet ontevreden over de verkoop van zijn Holtkampers. De laatste jaren is er steeds weer een groei in zijn verkoopcijfers, ook als hij denkt dat de top is bereikt. Ondertussen stagneert in Europa de omzet van caravans.

Maar zijn verkopers hebben ten aanzien van caravanners strenge instructies als ze op een beurs staan. Holtkamp: 'Er zijn genoeg spijtoptanten, mensen die in een caravan niet meer het gevoel hebben dat ze kamperen en die terug willen naar een tent of vouwwagen.'

Maar heel vaak staren ze op de beurs met een beetje weemoed naar het interieur, met de verzuchting dat het mooi is en zo praktisch. Dan volgt de verzuchting: 'Wij hebben al een caravan.' Op zo'n moment weet de verkoper dat hij geen tijd moet uittrekken om alle denkwerk te tonen dat zijn baas in een vouwwagen heeft gestoken, soms bij nacht en regen.

Meer over