De macht van zeven senatoren voor het leven

'Het is', verklaarde Rita Levi-Montalcini na afloop van de eindeloze schermutselingen in de Italiaanse Senaat van vrijdagnacht, 'gemakkelijker een Nobelprijs te winnen dan een senaatsvoorzitter te kiezen.' Zij kan het weten, want die Nobelprijs verwierf zij in 1986 (voor medicijnen), en nu, twintig jaar later, mocht zij die senaatsvoorzitter helpen...

Michaël Zeeman

Zevenennegentig jaar oud is zij - en ieder olijk adjectief dat doorgaans voor bijna-honderdjarigen wordt gebruikt, 'kwiek', 'vief' of 'bij de tijd', zou met betrekking tot haar smakeloos en vooral misplaatst zijn. Zij bracht nog verleden week een boek uit over de ongehoorde mogelijkheden die de digitalisering voor jonge mensen opent, I nuovi magellani nell' er@ digitale (De nieuwe Maghelaens in het digitale tijdperk), en zit als een van de zeven 'senatoren voor het leven' in de Italiaanse Senaat. Dat is een positie die heel soms wordt toegekend aan Italianen met buitengewone verdiensten voor het land en de staat.

Haar politieke oordeel is van gewicht en haar stem voor de kandidaat die door Romano Prodi's coalitie van centrum-linkse tot extreem linkse partijen als voorzitter van de Senaat naar voren was geschoven, Franco Marini, behoorde tot de doorslaggevende stemmen. In de Senaat ontlopen links en rechts elkaar maar twee zetels en dus illustreerde de allereerste stemming in de nieuwe samenstelling de penibele toestand waarin Prodi zich zal bevinden zodra zijn kabinet is geïnstalleerd: geen absolute meerderheid in de eerste kamer, en dus is hij keer op keer afhankelijk van de zeven senatoren voor het leven en de ene senator die de Italianen in de diaspora vertegenwoordigt.

Van hen, en van de zogeheten 'franco-tiratori', de franc-tireurs oftewel vrijbuiters binnen de beide machtsblokken in de kamer en de Senaat. Dat is jargon voor wat wij in Nederland 'dissidenten in de fractie' zouden noemen, kamerleden die hun stemgedrag niet laten dicteren door de partijdiscipline, maar hun eigen geweten volgen. Hoeveel er daarvan zijn en hoeveel fnuikende macht zij hebben bleek vrijdag en zaterdag, toen ook het Italiaanse Huis van Afgevaardigden een voorzitter moest kiezen. Daar heeft de coalitie van Prodi een royale meerderheid, maar evengoed waren er meer dan drie stemrondes en twee vergaderingen nodig om de officiële kandidaat van die coalitie in de voorzittersstoel te krijgen.

Het werd de communist Fausto Bertinotti, zodat Italië na 1989 het eerste Europese land is waar de communisten weer aan de macht zijn gekomen. Het opmerkelijke was echter dat lang niet de hele fractie van Prodi's samenwerkingsverband Bertinotti aanwees als voorzitter: Massimo d'Alema, die weliswaar ook een rijk communistisch verleden heeft maar tegenwoordig voorzitter is van de gematigd linkse Democratici di Sinistra, kreeg nog in de laatste ronde honderd stemmen, tegen de 337 van Bertinotti.

Partijdiscipline of niet, de kamerleden van Prodi's 'Unione' trekken hun eigen plan.

Daarin openbaren zich én een naargeestig toekomstbeeld voor diens regering, én een verzameling oude sentimenten en ressentimenten, én, ten slotte, een voor buitenstaanders bijkans onbegrijpelijke eigenaardigheid.

Dat eerste is, vanzelfsprekend, het beeld van een nabije toekomst vol gestoethaspel omdat de fracties de eigen regering op kritieke momenten niet zullen steunen. Dat tweede de erfenis van een staalkaart aan tinten rood, de bijna theologische catechismus van verschillen tussen gematigd linkse, gewoon linkse, behoorlijk linkse, radicaal linkse en extreem linkse partijen die in Prodi's regering moeten samenwerken en ieder voor zich vechten voor de belangen en ambities van hun eigen prominente leden in het pluche. Nu al bepaalt dat de discussie over wie de beide kamers aanstonds zullen aanwijzen als nieuwe president van Italië: de Margherita kreeg het senaatsvoorzitterschap, de communisten kregen dat van de kamer, dus valt het presidentschap toe aan de DS.

Het moet al raar lopen wil dat dan niet Massimo d'Alema worden, zoals gemeld de voorzitter van die partij, waarmee Silvio Berlusconi's onheilsprofetie van voor de verkiezingen, 'stemt u op Prodi, dan krijgen de communisten de macht', nog verder uitkomt: een communist als kamervoorziter, een ex-communist als president - en, vanzelfsprekend, een keur aan communisten en ex-communisten in het kabinet.

Tenzij Prodi alsnog met een onafhankelijke presidentskandidaat op de proppen zou komen.

Dat ligt in zijn geval in de rede, want het curieuze van Prodi's 'Unione' is, dat er allerlei partijen en partijtjes en hun leiders deel van uitmaken, maar dat de voorzitter, Prodi zelf, van geen enkele politieke partij lid is. Hij heeft geen enkele machtsbasis binnen zijn eigen geledingen - en in Italië betekent dat, dat hij de macht heeft. Hij functioneert als technisch voorzitter, als gespreksleider, als politicus zonder achterban, een 'anti-politicus' bijna.

Met een kleine speling van het lot wordt Italië aanstonds door communisten en partijlozen geregeerd.

Meer over