DE MACHT EN IK: Paul Brill

Hoe groot is Nederland? Even groot als Massachusetts, Connecticut en Rhode Island tezamen, vermeldt The World Almanac, de weetbijbel van de Verenigde Staten....

PAUL BRILL

Drie staten, dat is niet veel. En nog wel drie staten van bescheiden omvang. Van de vijftig staten is Massachusetts de 45ste in oppervlakte; Connecticut is 48ste en Rhode Island staat op de laatste plaats.

Is het een wonder dat de Amerikanen al die kleine Europese landen door elkaar halen? 'How are things in Denmark?', was de joviale vraag waarmee m'n pleegvader me begroette toen ik als 17-jarige exchange student arriveerde in Michigan (nummer 23, zes keer zo groot als Massachusetts). Ik was geschokt, want de brieven die ik vooraf had gestuurd, kwamen toch heel duidelijk uit Nederland. Het gerenommeerde, bezonken, unieke Nederland, waar het klokje tikt zoals het nergens tikt.

Maar je went eraan. Je blijft minzaam als ze Kopenhagen weer eens tot hoofdstad van ons land uitroepen. En je legt geduldig uit dat klompen echt niet meer het dagelijkse schoeisel van de doorsnee Nederlander zijn.

De tweede keer dat ik me in de States vestigde - ditmaal als correspondent -, koesterde ik dan ook weinig illusies. Ik vermoedde dat de deuren van het Witte Huis niet zouden openzwaaien als een Nederlandse verslaggever zijn opwachting maakte. Dat bleek te kloppen. Zelfs de senator uit South Dakota (nog geen zevenhonderdduizend inwoners, maar wel groter dan de Benelux en Denemarken bij elkaar) sprak liever met de Rapid City Journal dan met de Volkskrant. Voor beter politiek inzicht was ik, net zoals trouwens de collega's van Le Monde, El Pais en La Stampa, aangewezen op het tweede echelon. Wat eigenlijk helemaal niet zo'n groot nadeel was, vooral als de raadsman van de minister een zus had die toevallig buitengewoon genoten had van haar vakantie 'in your beautiful country'.

Maar soms heeft het lot een verrassing in petto. Atlanta, juli 1988: de Democratische partij is in conventie bijeen om Michael Dukakis tot haar presidentskandidaat te kiezen. De buitenlandse correspondenten hebben weer de slechtste plaatsen. De kopstukken willen alleen de networks en de grote Amerikaanse kranten te woord staan.

Ik sla in het Omni-complex een verkeerde gang in en kom bij een soort dienstlift terecht. Pal voor de deuren sluiten betreedt nog een man de lift. Het is Albert Gore, senator en coming man van de Democraten. Al Gore! Alleen! Vier verdiepingen moeten we omhoog. Wat zal ik vragen? De seconden verstrijken en niets wil me te binnen schieten. De lift mindert al vaart. 'Dutch press', hoor ik mezelf stotterend introduceren. 'Senator, how do you feel about. . . the convention?' Al Gore lacht goedmoedig: 'Just great. We're going to win in November' De lift staat stil, de deuren gaan open en de toekomstige vice-president beent met grote passen weg.

Gelukkig geeft het lot soms een herkansing. Twee maanden na de conventie: Dukakis' running mate Lloyd Bentsen en vice-president Dan Quayle debatteren in Omaha, Nebraska. De Democratische partij chartert een vliegtuig om enkele coryfeeën van Washington naar Omaha te transporteren. Er is plaats voor drie journalisten. Door een prachtig misverstand ben ik, na de Wall Street Journal en de Boston Globe, nummer drie.

Nu kunnen ze me niet ontlopen. Ontspannen neem ik met Dick Gephardt, fractieleider in het Huis van Afgevaardigden, de wetgeving van het afgelopen jaar door. Al Gore, welhaast een oude bekende, legt omstandig uit op welke punten de Republikeinen kwetsbaar zijn.

En dan is er de allervriendelijkste senator David Boren uit Oklahoma, hoofd van de belangrijke senaatscommissie voor het inlichtingenwerk. Hij wil de Nederlandse verslaggever beslist even aan zijn vrouw voorstellen. 'Susan, I want you to meet this young reporter from Belgium.'

Ach ja, België: bijna zes keer zo klein als Oklahoma.

Paul Brill is adjunct-hoofdredacteur van de Volkskrant.

Meer over