De lucht is van glas

Patagonië speelt zich af in de lucht. De hemel is er van glas en lijkt te helder voor het zachte land....

Trekken door Patagonië. Soms denk ik slechts langs luchten, wolken en winden te reizen. Het uitgestrekte land - gletsjers, bergen, pampa's en bossen - ligt onveranderd stil. Patagonië speelt zich af in de lucht. Wolken spuiten, bulderen en golven over elkaar heen. De verschillende windsnelheden fabriceren fantastische filmdecors boven het eentonige land. De aarde kruipt, de hemel davert langs.

Het is avond. Een auto rijdt over de pampa. Eerst kleurt de grasvlakte warm honinggeel. Fluwelen schaduwen liggen over het land. Dan komt het spektakel. Wolken rood als stromende lava. Een babyblauwe lucht als achtergrond. Witte bergen liggen tegen de grond aan gedrukt, happend naar adem. De lucht is oneindig groot.

De hemel is hier van glas. Alchemisten en glasblazers aan het werk. De lucht lijkt te hard, te helder voor het zachte vormeloze land. Iemand werpt een steen tegen de glazen koepel, de zon gaat onder. De lucht weerspiegelt het binnenste van de aarde. Magma.

De wolken vliegen als klauwende feniksen door de lucht, springen over elkaars rug, slokken elkaar op. Een bergmassief wijst met witte stille torens naar de hemel. Een bevroren, verloren ijspaleis. Mensen schrapen zich een bestaan op de koude grond. Ze kalven wat af, ze smelten wat om. Maar Patagonië blijft ongenaakbaar.

Ik laat Patagonië beginnen in Puerto Montt. Daar zie ik de eerste glimpen van dit mythische land dat deels in Chili, deels in Argentinië ligt. De havenstad Puerto Montt is lelijk, koud en nat. Maar op een eilandje in de baai liggen helgekleurde vissersbootjes op zwart lavazand. Kinderen hebben glimmende eskimo-kapsels en bruine wangen. Op het water landen grote pelikanen. Het witte helle licht dat van over zee komt aanzetten, maakt fotograferen onmogelijk.

Wanneer de regen en de zware luchten de volgende ochtend zijn verdwenen, is Puerto Montt mooi. Rond de baai worden hoge sneeuwbergen, vulkanen en een verswitte gletsjer zichtbaar. Een grauwe albatros wiekt traag voorbij. Roeibootjes varen heen en weer met boodschappen voor een vrachtschip dat honderd meter buitengaats ligt.

De wind is nog koud dus de mutsen en handschoenen blijven aan. Op het strand ligt een oudere dame in bikini. Ze steekt donkerbruin af tegen haar blonde permanentje. Vier Chileense schoolmeisjes trekken hun donkerblauwe uniform uit en springen in de golven. Hun grote onderbroeken kleven tegen hun witte winterbillen. Het is twaalf graden en de zon schijnt. Lente in Patagonië. Op een kleine markt aan de haven wordt vis verkocht. De Patagonische zalmen liggen in glinsterende rijen. Smerige hondjes en bedelende dronkelappen. Een man met een bebloed gezicht zit tegen een muur aangeleund. Gedroogde mossels hangen in dikke trossen, geregen aan een draad. Bruine bullepezen blijken opgevouwen stroken zeewier voor in de soep.

We wachten op de boot naar Puerto Chacabuco. Een vaartocht van 24 uur. De trossen gaan los wanneer de zon onder is, de twee vulkaankegels aan de horizon niet meer roze gekleurd zijn en alle lichtjes in Puerto Montt zijn ontstoken. Op het open achterdek staat een truck met de laadbak vol paarden. Dicht opeen, kop aan staart, in de koude zeewind.

Het kan spoken op deze binnenzee maar het wordt een cruise. De zon schijnt heet, de zee is een spiegel. Zonovergoten fjorden, eindeloze reeksen bergen en vulkanen. De ene berg blauw, de andere bruin, een enkeling sneeuwwit van top tot teen. Patagonische wolken hangen bewegingloos in de lucht: zwammen, vliegende schotels en sigaren.

Een eenzame albatros vliegt langs. Een pelikaan, de hals ingetrokken als een reiger, volgt een uur later. De zee is een spiegelend vlak van blauwen, verschillend aangelengd met licht. Schotelvormige wolken met donkergrijze randen, het hart wit. De avond valt grijsbewolkt. De lucht hangt in sneeuwige lagen boven de koude witte bergen aan de horizon.

We ontwaken in Coihaque en het regent dat het giet. Als ik me niet vergis, zijn we in Siberië aangeland. Planken verveloze huizen, aftandse auto's en stromend water in de brede goten. De straten zijn van aangestampte aarde. Op de achtergrond staan groene en witte bergen gehuld in mist. Winkels met grote lichtblauwe herenonderbroeken en witte sokken met vergeelde vouwen. Pickuptrucks vol brandhout staan winkelstraatje te spelen. Hout te koop. Een oude man verkoopt plakken turf bij de uitgang van een splinternieuwe supermarkt. Het koude natte stadje ruikt naar vuurtjes. Overal waait rook over de straat, omlaag geslagen door de regen.

Coihaique is ons vertrekpunt voor het natuurpark Rio Simpson. De wandelinformatie die we halen bij de plaatselijke boswachterij is op raadselachtige wijze vertaald in het Engels. Citaat: The trek an often wet foot track providing acces tears to come. Vooral dat 'tears to come' spreekt tot de verbeelding. Zou het zo zwaar zijn? We zullen het nooit weten. De volgende ochtend regent het zo mogelijk nog harder. En de volgende ochtend weer.

Om niet gek te worden van verveling maken we een korte wandeling in de omgeving. In regenpak, als twee verdoolde badgasten aan een Nederlandse boulevard. Regen, bossen en boerderijen met koeien. Gek dat ik In Patagonië van Bruce Chatwin twee keer heb gelezen, maar steeds de regen, de koeien en de bomen mentaal heb buitengesloten. Ik herlees het boek en kan dan pas Patagonië herkennen. Chatwin klaagt er nota bene over, hij dacht dat Patagonië slechts uit pampa's bestond.

Met een rugzak vol vergeefs gekochte pasta en chocoladerepen besluiten we verder naar het zuiden te trekken. Misschien dat we de regen kunnen afschudden en een nieuwe poging tot lopen kunnen ondernemen. Onze buschauffeur heeft handschoenen aan en een dikke leren jas. Binnen een half uur weten we waarom. De bus rijdt een dichte sneeuwstorm binnen. De bomen raken bedekt met een dikke laag poedersneeuw dat in plakken van de takken af ploft. De bus heeft geen verwarming.

Wanneer de bus de bergen is overgetrokken, stopt het met sneeuwen. Patagonië komt nog steeds dichterbij. Blauwe meren, omringd met besneeuwde bergtoppen, uitgestrekt moerasland met witgebleekte dwergbomen en metalen rivieren die door de brede dalen kronkelen. Eenzame boerderijtjes met een koe, een koppel ganzen en wat paarden. Een man staat plotseling langs de weg, neemt een pakketje post in ontvangst en verdwijnt weer even spoorloos.

Overal ligt dood hout. De bomen staan kaal rechtop in het landschap, rij na rij na rij. Of ze liggen omgekegeld op de grond. Al te heftige winterstormen? Een besmettelijke ziekte? Later hoor ik over de bosbranden die hier dertig jaar lang ongestoord woedden en boeren die bomen van bast ontdoen zodat ze sterven en zo gemakkelijk en legaal te rooien zijn.

Door een kijkgaatje in het bewasemde raam van de bus, doemt een eenzaam groepje op. Een man met een strenge Zorro-hoed en een zware geweven poncho rijdt te paard, het hoofd gebogen tegen de harde wind. Ook het paard loopt met het hoofd naar beneden. De man heeft zijn benen onder een schapenvel gestoken, zijn rug wordt geschraagd door bundels bagage. Achter het tweetal een troepje honden dat in een ganzen-v volgt.

Wanneer de bus stopt in een dorp langs de weg, stapt weer zo'n gaucho langs. Zwarte korte cowboylaarzen met zilverkleurige sporen. De laarzen steken in houten klompen aan leren riemen. De stijgbeugel-klompen zijn kunstig besneden. De cowboy zit kaarsrecht in het zadel. Zijn poncho is kort en stijf. De armen vrij voor de teugels, de borst beschermd tegen de Patagonische winden.

Zuid-Chili is een gek gebied tot nu toe. Het stelt beurtelings teleur - al te Europees, al te lelijk - en verrukt door de vreemde romantiek en het onverwacht exotische. Zo ook het weer. Onafgebroken regen, rillend in de bus, rillend in een koud kaal hotelkamertje. Dan weer schijnt de zon, verbrand je dankzij het grote ozongat in twintig minuten. Patagonië verandert in een licht toverland. Maar tochtig blijft het, geriefelijk wordt het nooit.

De bus stopt. Een rode stier met enorme witte horens steekt de weg over. Blijft nog even staan om ons dreigend op te nemen. Latijns machismo. Verder langs mintgroene rivierbochten, dwerggeboomte en kuddes loslopende paarden. In het laatste licht rijden we Cochrane binnen. Uren te laat. Zoveel sneeuw op de weg, zoveel postpakketjes rond te brengen. Cochrane is een vrij nieuw dorp. Al lijkt het of de verf al eeuwenlang geleden van de houten huizen is afgeweekt. De bewoners van dit eenzame land zijn aan het voorlopige einde van de Carretera Austral gaan wonen, de weg van Pinochet. De oud-dictator wilde het verre Patagonië aan de hoofdstad Santiago verbinden. Er wordt nog steeds gestaag aan de weg gewerkt. Patagonië is hopeloos groot.

Langs de modderstraat staat een gezadeld paard te wachten. Zenuwachtig blaffende honden staan tussen zijn benen. Daar komt het baasje. Als dat Buffalo Bill niet is, de westernheld. Geheel in leren pak, een breedgerande hoed en lange grijze krullen. Een zwierig zijden sjaaltje om zijn nek. Het is de eigenaar van een grote lap grond. 'Alles daar', wijds armgebaar, 'van mij. Kom gerust kamperen.' De voormalige politiek vluchteling heeft lang in Zweden gewoond en is de eerste Chileen in weken met wie we Engels kunnen praten.

Een late hap in het plaatselijke restaurant. We pellen huiverend onze jassen en mutsen af. Schuiven aan een formica tafeltje. De bekende plastic flessen chilisaus, ketchup en mosterd staan al klaar om het eentonige Chileense eten op te vrolijken. De ober komt binnen. Hij draagt een grote wollen muts boven zijn pak. Opgelucht trekken we onze jas weer aan. Het is hier officieel koud.

Met een zware rugzak trekken we de volgende dag het Tamango Circuit op. Een tweedaagse wandeltocht langs de perfecte koepelberg Tamango. Een roodharige sproetige Chileen loopt de eerste kilometers mee. Hij antwoordt overal geruststellend si, si, si op. Niet alleen op veronderstellingen over de route, maar ook als wij in het Nederlands iets tegen elkaar zeggen. De Chileen vertelt over het echtpaar uit Europa dat in Cochrane een vakantiehuis heeft gekocht. Een vriend van hem houdt de boel in de gaten als ze er niet zijn. Dat kan hij ook wel doen, mochten we plannen hebben. Dan moeten we wel een paard voor hem kopen want die heeft hij niet meer. Kost maar driehonderd gulden. Een koopje, geven we toe.

Hij verdwijnt in de bossen om paddestoelen te zoeken voor de dure restaurants van Santiago. Hij schaamt zich ervoor. Het is dat zijn eigen boerderij failliet is gegaan, anders hoefde hij zich niet tot deze stroperij te verlagen. Na een half uur ontdekken we dat hij ons de verkeerde afslag heeft gewezen. We keren terug op onze schreden.

Misschien hadden we zijn tips toch moeten opvolgen. We lopen uren door een met mosbaarden behangen mistroostig bos te zoeken naar het enige juiste spoor. Klimmend over omgewaaide boomstammen, steun zoekend bij het kompas om niet volledig verloren te lopen. Niets zo moeilijk als een vaag paadje volgen in een bos. Bossen wemelen van de vage paadjes. We geven het op voor vandaag.

We zetten onze tent op in kilte en vocht. Koken pasta in ons zwartgeblakerde pannetje. De bencina blanca is hier vuiler dan kerosine. Het is prachtig wandelen in Chili maar die wandelroutes mochten ze wel wat beter onderhouden, mopperen we. De zonsondergang brengt troost in de droefenis. Een vuurrode bol zakt achter Tamango. De witte sneeuw kleurt prachtig roze. Zolang ik niet denk aan de zompige grond waarop mijn tentje staat geparkeerd, is Patagonië weer beeldschoon.

Meer over