DE LIEFDE

'Eind jaren tachtig ga ik met een paar vriendinnen op Interrail. Tijdens het wachten in het niemandsland tussen Griekenland en Turkije ontmoet ik hem....

SWEETIE

Die nacht slapen Een en ik in het gangpad onder zijn lakens, zogenaamd om onze vrienden meer ruimte te schenken in de overvolle coupés. De nacht is verrassend koel na twee dagen verzengende hitte en vanaf de vloer kunnen we steeds de volle maan zien. In het gangpad hangen Turken die niet kunnen slapen uit de open ramen, en roken, rochelen en spuwen. Waarschijnlijk houden ze ons nauwlettend in de gaten. Romantiek ten voeten uit.

Niet bekend

Twee dagen later, in de namiddag, tussen Aya Sofia en Blauwe Moskee, beginnen mijn vriendinnen opgewonden te wijzen. Ik kijk verbaasd en zoekend rond totdat precies tegelijkertijd onze ogen elkaar vinden. Ondanks twee nachten zwijmelen ben ik nog steeds erg principieel. Ik ga er niet meteen met hem vandoor, maar spreek voor de volgende dag af.

En dan zitten we daar eindelijk samen in het romantische park. Verlegen praten we wat en weten niet goed een houding te vinden. Zonder de belastingvrije whiskey-cola verloopt de communicatie wat timide. Na een paar uur moeten we weer afscheid nemen; hij vertrekt een dag later met zijn vriend in een andere richting. Plotseling zoenen we elkaar hartstochtelijk en gaan dan ieder ons weegs. Hij zal over twee maanden vanaf Schiphol naar Vancouver vliegen, dus waarschijnlijk zien we elkaar nog wel. . .

Bij thuiskomst liggen drie kaarten van hem in de brievenbus en niet veel later staat hij voor mijn deur. Het wordt een heel leuk last weekend in Europe en verdrietig neem ik afscheid. Zoals plechtig beloofd schrijven we elkaar lange brieven. Maar ja, hoe gaan dat soort dingen. . . Ik reis veel en hij verhuist veel en na een paar jaar wordt ook de rituele kerstkaart niet meer verstuurd. Totdat ik voor mijn studie in de Verenigde Staten moet zijn en na dit werkbezoek genoeg tijd heb om rond te reizen. Ik stuur een brief naar zijn twee laatste adressen, met de boodschap dat het me leuk lijkt hem even te zien en de vraag de Amerikaanse vriendin bij wie ik verblijf te bellen. Helaas, in Vancouver kom ik wel, maar van hem hoor ik niets.

Twee jaar later bevind ik me in een niet al te rooskleurige situatie: hoogzwanger, bizarre problemen met mijn ex, geen rooie cent, mijn studie nog niet af en mijn huis uitgezet. Op een zaterdag gaat vlak voor de afsluiting nog éénmaal de telefoon. Het is Een. Zijn voormalige huisbaas is bij het opruimen wat oude brieven tegengekomen en heeft deze alsnog doorgestuurd. Een heeft gezellig met mijn Amerikaanse vriendin gekletst en weet inmiddels dat we een aangename tijd in Vancouver hebben gehad. Ik ben met stomheid geslagen en weet niets te vertellen. We spreken af elkaar weer te gaan schrijven.

Een maakt zich zorgen om mij en elke twee weken ligt een brief in de bus. Wanneer mijn leven zijn ritme weer heeft gevonden, vertrek ik naar Griekenland en begin kaarten terug te sturen.

Inmiddels schrijven we wat af en in dronken buien belt hij me op. Het gaat de goede kant op: hij noemt me weer sweetie. . .'

Meer over