De Liefde is Over

'Zonder naam, anders zie ik mij genoodzaakt te emigreren en dat zou toch jammer zijn.' 'Graag onder pseudoniem Heinrich Kringelmann uit Zaanstad.' 'Niet mijn naam erbij want ik kom anders gigantisch in de problemen.' Toen wij op 13 augustus 1994 een eerste oproep voor vakantieliefdes plaatsten, hadden we geen flauw...

LIEFDESDORST

Zij was zo verliefd

Hij was zo verliefd

Hij wilde haar in zijn armen nemen

Zij trilde van verlangen naar hem

Zij wilde hem kussen

Hij wilde haar strelen

Hij wilde haar naar bed dragen

Zij raakte helemaal opgewonden

Zij kon zich niet meer inhouden

Maar het motel bleek geen motel te zijn

En het hotel was volgeboekt

En de auto was zo nauw

De wellust doorstroomde beiden

De duinen waren dichtbij

De lentezon scheen lekker

Een plaid lag in de wagen

Zo begon het feest van liefde en plezier

De jassen gingen uit

Het hemdje en bloesje omhoog

Het bh'tje werd losgemaakt

Het rokje uit en de broek naar beneden

De vrijerij begon

De hartstocht nam bezit van de lovers

Het hijgen en kreunen nam een aanvang

'Mag ik uw kaartje zien', sprak een stem

Het was de koddebeier van de waterleidingduinen

Zij sloot haar ogen

Hij keek omhoog

Hij zag een bebaarde man met wandelstok

'Deze duinen zijn toch gratis

toegankelijk voor iedereen', stotterde hij

'Nee, u moet een kaartje kopen

bij een plaatselijk VVV-kantoor',

zei de in het groen uitgedoste man

'Het zit namelijk zo:

genieten deed u niet alleen

Deze plek is daar niet afgelegen genoeg voor.'

Even heerste er stilte en rust

in deze onwezenlijke situatie

'Binnen twintig minuten dient

u het park verlaten te hebben',

vervolgde de koddebeier en vertrok

Lachend kusten zij elkaar

Lachend kleedden zij zich aan

Lachend verlieten zij de duinen

met niet gestilde liefdesdorst.

- - - - - - - -

ZOMERZOTHEID

Waarschijnlijk was het slechts een vrijpartij waar onze lichamen om vroegen. Achteraf geneer ik me, stom genoeg in nuchtere toestand. Mijn mollig buikje, de wrattige moedervlekjes, mijn bleke lichaam, hier en daar rode plekken waar zonnestralen me te pakken kregen, om maar te zwijgen van mijn lichtelijk uitgezakte billen. Al mijn weggestopte en vergeten minderwaardigheidscomplexen komen naar boven. Ik weet wel dat het zinloze gedachten zijn. Niet eens de moeite waard om aangename gevoelens te verdringen. Toch doen ze dat. Blijkbaar stijgt niet alleen de drank naar mijn hoofd.

Ik voel hoe jij mijn borsten kust en sla mijn ogen open. Heb ik mijn okselhaar eigenlijk wel afgeschoren? En die stugge zwarte haartjes op mijn melkwitte benen?

Wat een trut. Ik kan me niet eens volledig laten gaan. Opeens dringt zich een nieuw besef aan me op: ik zal toch niet passief overkomen? Meteen wil ik uitleggen dat mijn passie en hartstocht worden afgeremd door onbenullige gedachten. Mijn mond opent zich, maar ik kan het niet onder woorden brengen. Je legt je vinger op mijn lippen, je wilt mijn woorden wegkussen en ja, ik weet het, ik wil me ook laten meeslepen door begeerte. Ik geniet van elke aanraking, maar tegelijkertijd huiver ik, want constant dringt zich het idee aan me op dat jij mijn lichaam onaantrekkelijk vindt.

Een paar drankjes maakten de overgave lichter en uiteindelijk geef ik over. Maar wel in de toiletpot. Ontnuchterd en een afscheidskus vermijdend stapte ik op mijn fiets. Het werd al licht, de vogels floten hard in de stilte van de vroege ochtend. De frisse wind schudde me wakker uit mijn roes en ik gniffelde. Nog niet eens een relatie en nu al rijp voor een relatietherapeut.

- - - - - - -

ZEENIMFEN

Le Trayat, zuid-Frankrijk, 1958. Ik ben net acht jaar en ga voor het eerst met mijn ouders op vakantie. Een vakantie vol indrukken, als in een andere wereld. 'Ha, een krabbetje.' Ik peur met een stokje tussen de rode rotsen. Het is onwaarschijnlijk heet, ik heb onlesbare dorst. De zon brandt dwars door de zonnebrand op mijn nog bleke huid. De Middellandse Zee ligt voor me, diepblauw, een zweempje groen, bijna strak. Het water maakt een rustgevend warm geluid.

Een eind verderop zie ik een Fransman uit zee opduiken. Hij heeft een vreemde duikbril op, om zijn schouder hangt een tas en half boven water houdt hij een drietandige harpoen vast. Hij zwemt langzaam mijn richting op en vindt een rots onder water die hem vaste grond onder de voeten moet geven. Tenslotte richt hij zich op en staat in vol ornaat voor me. Hij houdt de zak half open. 'T'en veux?', vraagt hij me. Zijn stem komt nasaal vanachter zijn bril vandaan. Ik kijk in de zak en ontwaar paarse bollen met stekels. De stoere man verwacht geen Hollandais op deze rotsen. 'Je sais pas. Pas Français.' Ik probeer de paar woordjes die ik heb opgevangen, op hem uit. Wat moet ik in godsnaam met die bollen vol stekels?

Intussen komen tussen de rotsen achter mij kirrende vrouwen vandaan. Ik had ze niet horen komen. Alsof ze via een geheime gang uit het onderaardse waren gekomen en uit een spleet stapten die zich zojuist tussen de rotsen had geopend. Een forse Franse maman, volledig in de kleren, en twee door de zon gebronsde meisjes in felgele en felblauwe bikini's dalen in mijn richting af.

Voor zover ik de wereldse geneugten had begrepen uit boeken en plaatjes, stonden ze garant voor een liefdevol en opwindend leven. Een leven waaraan ik nog niet toe was en waarvan ik de reikwijdte evenmin kon bevatten. Bij het zien van deze pure, wellicht maagdelijke, langbenige schoonheden met donkere, bijna zwarte haren tot ver op de rug, verlies ik mijn aandacht voor de stekelige vruchten van de zee. Ik raak meer en meer onder de indruk van dit idyllische schouwspel.

Het gezelschap hoort blijkbaar bij elkaar. De duiker werpt de vrouwen de kletsnatte zak met bollen voor de voeten. Ik vermoed dat het zeeëgels zijn en sta nieuwsgierig naar deze zonderlinge schepselen te kijken. Het zijn net speldekussens, wanhopig zoekend naar grip in deze onoverkomelijke situatie. Maman heeft een rieten mandje bij zich en haalt er een Opinel-mesje uit, een knipmes dat elke Franse boer standaard op zak heeft. 'Oh, ils sont vraiement très beaux, Richard', roept maman triomfantelijk naar de jager van de zee als ze de volle zak nader inspecteert.

Vakkundig pakt ze een zeeëgel uit de zak, legt de bol als een minispijkerbed in de palm van haar hand en zet zonder dralen het mes erin, aan de onderkant waar zich een opening bevindt. Het kraakt als een harde appel, die breekt als ze de bol in één beweging scalpeert. De dood is bijna geluidloos en lijkt barmhartig. Ik kom iets naderbij om te zien wat nu staat te gebeuren. Waar gaat het om? De stekels, de halve bol, de inhoud? Er loopt vocht uit de bol en ik ontwaar een grijzige en daartegen fel aftekenende oranje vleessmurrie.

Mamam neemt een lepeltje en schraapt het oranje gedeelte uit de bol. Ze verslindt de rauwe zeekost in een oogwenk. Een afgrijzen vervult mijn lichaam. De halflege bol werpt ze met een ruime boog het water in.

Ik kijk naar de beeldschone meisjes die een beetje achteraf naar mijn magere postuur staan te loeren en zacht giechelend elkaars beoordelingen uitwisselen. Ze hebben er duidelijk schik in dat mamam een slachtoffer voor 'eng eten' gevonden heeft. 'Non merci', weet ik uit te brengen, terwijl ik schuchter een stap naar achteren doe. De meisjes zijn intussen wat dichterbij gekomen. Ik vind ze steeds mooier en tracht naar mijn maatstaven te beoordelen wie de mooiste en liefste is. Voor het moment kom ik daar niet uit. Ze maken verwarde gevoelens in mij los. Zij daarentegen lijken de situatie geheel meester te zijn. Ze komen plotseling naar mij toe en strelen mij zonder enige gêne door het haar en over de schouders. Ik ril en weet niet of ik het nu prettig moet vinden of niet. Daar gaat mijn fragiele mannelijkheid.

De man haalt intussen een fles wijn uit de mand, waarin zich ook nog een stokbrood, croissants, kaas en rauwe ham bevinden. Hij stort zich ook op de bollen, die stuk voor stuk de geest geven in gekraak en geslurp. 'Ce sont les oeufs d'oursin', legt de man mij uit, die nu wel begreep dat ik nog niet was ingewijd in het ultieme genieten van Franse delicatessen. 'Comme les oeufs d'une poule', verduidelijkt hij, terwijl hij klapwiekende bewegingen met zijn armen maakt. Ik had het begrepen.

Ik kijk naar Fransen die een legbatterij rauwe zeeëieren zitten op te peuzelen. Tot mijn stijgende verbazing voegen de twee meisjes zich ook bij het zeebanket en kraken en slurpen mee met vader en moeder. Hoe was het mogelijk dat deze goddelijke wezens zich in een haast hemelse overgave van mmmm's en aaah's te goed deden aan zulk afgrijselijk eten?

Terwijl de laatste bol barstend het loodje legt, biedt de man mij een stuk stokbrood met ham en een glaasje wijn aan. Daarmee verdrink ik mijn afgrijzen, spoel de zoutheid van mijn gehemelte weg en geef mijn maag weer enig houvast. Maar ik heb daarmee tevens de kans om nog een blik te werpen op de twee mooiste vruchten die het land ooit had voortgebracht. Ik vind dat ik de mooiste vrouwen van de hele wereld heb ontmoet. En dat er absoluut geen mooiere vrouwen op aarde bestaan dan zij. Dat weet ik zeker. . .

Even later verdwijnen ze in het diepblauwe water en duiken onder. Ik zie ze niet meer bovenkomen. Ik begrijp het: het moeten wel zeenimfen zijn. Het zijn geen vrouwen van de aarde. Het zijn vrouwen van de zee.

Wat je al niet denkt zeker te weten wanneer je acht jaar bent.

- - - - - - - -

NELLIE

Na jaren met de kinderen te hebben gekampeerd waren we er afgelopen mei aan toe voor het eerst weer samen op stap te gaan. We boekten voor de Spaanse kust, hotel met zwembad, luieren, lezen, verwend worden. Maar al op Schiphol hadden we onze twijfels over ons reisgezelschap. Speciaal één stel was niet bepaald ons genre. Zij hoogblond, in hotpants, hij van een hoog goudgehalte.

Uitgerekend zij logeren in het hotel op dezelfde verdieping als wij. Na een paar dagen bleek zij best aardig. We hadden regelmatig oogcontact, stonden samen in de lift, zaten gelijktijdig in de eetzaal en wisselden soms een praatje uit. Allengs werd ze ten opzichte van mij toeschietelijker: lachjes, hand op mijn rug in de lift.

Een week later lag op een morgen vrijwel iedereen bij het zwembad toen ik voor mijn vrouw een boek op de kamer ging halen. Net voordat de liftdeuren dichtgingen, schoof zij naar binnen, in bikini, nat. Op de eerste verdieping raakte ze me aan, op de tweede kusten we elkaar, op de derde zat haar hand in mijn zwembroek en lag haar bovenstukje op de grond en uiteindelijk struikelden we, onder de verbaasde blikken van twee kamermeisjes, naakt, in elkaar verstrengeld, haar kamer op.

Ongeveer drie kwartier later was ik beneden met het boek. Mijn vrouw zei niets, maar ik kon zien dat ze wat vermoedde. Na tweeëntwintig jaar huwelijk verberg je niets meer. Al voor het eten begon ze met vragen en opmerkingen en voordat we naar bed gingen, had ik alles opgebiecht. Het vakantiegevoel was geheel en al over.

Blijkbaar was dat aan haar kant ook zo, want de volgende ochtend zat haar man Kees erbij met een gezicht als een donderwolk en wanneer hij naar mij keek, zat er moord in zijn ogen. Binnen een dag wist iedereen in het hotel wat er gebeurd was. Nellie en ik werden gemeden, Kees en mijn vrouw met sympathie overladen. Vreemd genoeg bleek dat de kwaadheid van mijn vrouw niet zozeer op mijn ontrouw betrekking had, maar voornamelijk naar Nellie uitging.

Dit ging zo door tot het diner op de laatste avond. De hele avond hadden mijn vrouw en Nellie naar elkaar zitten loeren. Daardoor gewaarschuwd keek ik, toen ik terugkwam van het toilet, meteen naar hun tafeltje toen ik mijn vrouw niet meer op haar plaats aantrof. Ook Nellie was er niet meer. Ik haastte me met angst in het hart naar boven en trof op onze kamer Nellie en mijn vrouw aan, in vrijwel geheel gescheurde jurkjes, huilend en elkaar kussend. Tot mijn verbijstering werd ik de kamer uitgezet en ondanks mijn smeekbeden werd er niet meer opengedaan. Die nacht sliep ik voor het eerst van mijn leven buiten.

Na knallende ruzies, bittere verwijten over en weer, verzoeningen en huilbuien is sinds begin augustus Nellie bij ons ingetrokken en slaap ik tussen twee vrouwen. Ik voel me een ander mens. De kinderen verklaren me voor gek en zijn boos op hun moeder. Het enige dat me zorgen baart, is Kees. Deze staat steeds vaker om half zes met zijn auto bij mijn werk, terwijl ik me tussen mijn nietsvermoedende collega's naar de tram haast.

- - - - - -

GIDS

Jora kan lezen noch schrijven, maar bezit een talent dat hem in India vele malen meer oplevert: hij is een meesterlijk manipulator en een onovertroffen charmeur. Terwijl zijn broer het hotel runt, gaat Jora op jacht - to catch a tourist om in zijn terminologie te spreken. Het doel van de jacht is tweeledig: geld in de eerste plaats, sex en imago-versterking in de tweede plaats.

Jora spreekt mondjesmaat Engels, Duits, Frans, Italiaans en Nederlands, maar de lichaamstaal is hij volkomen meester. Regel één: geef de toerist wat hij vraagt. In één enkele oogopslag heeft hij zijn buit getaxeerd en is zijn babbel op maat gesneden. Het bermuda-echtpaar ontmoet een ietwat schuchtere, serieuze jongeman, de Duitse hippie krijgt een joviale klap op de schouder en wordt met veel kabaal meegetroond naar een lokale Bierstube. Heeft hij eenmaal een illusie van vriendschap en vertrouwen gecreëerd, dan is het moment van de roepies aangebroken.

Single girls vragen om een heel specifieke strategie. Regel twee: geef een westerse vrouw veel aandacht, suggereer oosterse ondoorgrondelijkheid en verzin zo nodig een tragische voorgeschiedenis ('ik was verloofd, maar mijn lief stierf aan malaria'). Een authentiek, gevoelig verhaal, rode rozen en onvervalst macho-gedrag - wie daar tegen bestand is, komt van goede huize. Gaat het meisje door de knieën, dan is discretie en een vlotte afhandeling geboden. Regel drie: blijf niet te lang aan hetzelfde vriendinnetje kleven, je moeder ziet je aankomen. Straks wacht een serieuze Indiase bruid.

Trots toont Jora het logboek van zijn veroveringen: een dik album vol foto's van tevreden toeristen op kamelen, lofzangen van verliefde meisjes, visitekaartjes en adressen uit tientallen landen. 'Jora, we love you - we will never forget the beautiful days we spent here.' Er is geen twijfel mogelijk: Jora is een succesvolle 'makelaar' in dromen en illusies. De toerist leunt lui achterover, betaalt en gelooft.

Tekst kader:

Bij uitgeverij Balans verscheen een bundeling van een aantal brieven uit De Liefde. De schrijvers van de opgenomen liefdesavonturen kunnen een gratis boekje krijgen. Maar hoe sturen we dat discreet toe zonder dat echtgeno(o)t(e) of vriend(in) erachter komt? We hebben anonimiteit beloofd. De schrijvers van de hieronder genoemde bijdragen kunnen schriftelijk een gratis bundel aanvragen en een adres opgeven waarheen het boekje gestuurd kan worden. Om valse aanvragen te voorkomen, leggen we de aanvragen naast de brieven waarin toestemming werd verleend voor publikatie. Aanvragen via de Volkskrant, redactie Traject, Postbus 1002, 1000 BA Amsterdam. Onder vermelding van: gratis bundel.

We corresponderen niet meer over De Liefde. Het is over en uit.

Cultuurverschil, De eerste keer, Strontziek, Sprookje, Zonsopgang, Tatoeage, Schapevellen, Romantisch, In één tent, Brandende liefde, Wassende maan, Egeltjes, Heinrich, Staren, Just friends, Just married, Inbreker, Vaderlijk gesprek, Taxi!, Borsten, Arpad, Kalverliefde, Droomprins, Betamax, Luke, Gangpad, Dvorak, Stoomboot, Bosuiltje, Afscheid, Truc, 'Verwacht niets', Militair, Oplichting, Grote Chevrolet, Loopings, Amulet, Gemiste kans, Als vriend, Dag buurman, Susan, Leeftijd, Kamperen, Fatimah, Sjonnie, Getuige.

Meer over